Pseudomonas Aeruginosa en de Kwaliteit van Drinkwaterinstallaties

Drinkwater is essentieel voor ons leven, maar brengt ook risico's met zich mee wanneer drinkwaterinstallaties niet correct worden ontworpen, geïnstalleerd en beheerd. Om de kwaliteit van drinkwater te waarborgen en de ongecontroleerde vermenigvuldiging van gezondheidsbedreigende bacteriën, zoals Legionella en Pseudomonas aeruginosa, te voorkomen, zijn twee cruciale factoren van belang: regelmatige waterverversing (minimaal elke 72 uur) en naleving van temperatuurgrenzen voor warm en koud drinkwater. Hoge temperaturen in koudwaterleidingen zijn in de afgelopen jaren een veelvoorkomende oorzaak van hygiënische risico's in gebouwgebonden drinkwatersystemen.

Legionella en Pseudomonas Aeruginosa: Een Uitleg

Legionella spec. en Pseudomonas aeruginosa zijn staafvormige bacteriën die van nature in zeer lage concentraties in drinkwater aanwezig kunnen zijn. Echter, bij hogere concentraties kunnen ze ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken.

Legionella

Legionella vermenigvuldigt zich voornamelijk in warm, stilstaand water. Temperaturen tussen 25 °C en 45 °C zijn hierbij problematisch. Boven 60 °C sterven de bacteriën, terwijl de vermenigvuldiging onder de 25 °C nauwelijks plaatsvindt. Infectie met Legionella vindt plaats via minuscule waterdruppeltjes (aerosolen).

Pseudomonas Aeruginosa

In tegenstelling tot Legionella, bevindt Pseudomonas aeruginosa zich uitsluitend in koud drinkwater. Deze bacterie vermenigvuldigt zich vanaf 20 °C en sterft bij ongeveer 45 °C. Empirische studies tonen aan dat deze bacterie vooral in de zomermaanden voorkomt, wanneer de temperaturen boven de 25 °C stijgen. Pseudomonas aeruginosa is zeer resistent tegen desinfectiemiddelen en antibiotica en kan zich nestelen in de biofilm van leidingen, kranen en opslagtanks, waardoor het met chemische middelen niet volledig te elimineren is. Naleving van de temperatuurgrenzen (≤ 25 °C voor koud water en ≥ 55 °C voor warm water) kan deze bacterie effectief voorkomen.

Visuele weergave van de temperatuurvoorkeuren van Legionella en Pseudomonas aeruginosa.

Risico's en Besmetting van Drinkwater

Mogelijke oorzaken voor de besmetting van koudwaterleidingen met Pseudomonas aeruginosa moeten in acht worden genomen door ontwerpers en beheerders van drinkwaterinstallaties. Deze bacterie is resistent tegen verschillende antibiotica en heeft een snelle verdubbelingstijd (ongeveer 20 minuten). Het is de op twee na meest voorkomende oorzaak van ziekenhuispneumonie en de op twee na meest voorkomende oorzaak van urineweginfecties. De incidentie van niet-ziekenhuisgerelateerde gevallen wordt geschat op 18 tot 36 per 100.000 inwoners, wat neerkomt op ongeveer 30.000 zieken per jaar in Nederland.

Infectiekanalen van Pseudomonas Aeruginosa

Infecties met Pseudomonas aeruginosa kunnen op verschillende manieren optreden:

  • Via invasieve, niet-lichaamseigen systemen die in contact komen met drinkwater, zoals katheters, beademingsbuisjes, contactlenzen en implantaten.
  • Bij acute en chronische wonden, inclusief brandwonden.
  • Bij primaire ziekten, zoals taaislijmziekte (mucoviscidose).
  • Via aerosolvormende apparaten zoals airconditionings, koeltorens, waterzuiveringsinstallaties van brouwerijen en douches.

Bouwkundige Aspecten en Hygiënische Risico's

Al ongeveer tien jaar worden er vaker problemen met Legionella in koudwaterleidingen geconstateerd dan in warmwaterleidingen. Voor een hygiënisch onberispelijke drinkwaterkwaliteit dient de temperatuur in warm drinkwater op elk tappunt minimaal 55 °C te bedragen na afvoer van 3 liter. In koud drinkwater dient de temperatuur, eveneens na afvoer van 3 liter, onder de 25 °C te blijven. In de praktijk kunnen echter diverse bouwkundige factoren leiden tot onacceptabele opwarming van koud water en een verhoogd besmettingsrisico.

Factoren die Opwarming van Koud Water Veroorzaken

  • Grote, slecht regelbare drinkwaterinstallaties: Moderne, omvangrijke installaties met veel aftappunten kunnen een groter oppervlak hebben dan compactere systemen met T-stukken. Dit grotere oppervlak absorbeert meer warmte, die vervolgens wordt opgeslagen in een groter watervolume, wat leidt tot hygiënische risico's.
  • Gebrek aan thermische scheiding: Het ontbreken van adequate thermische scheiding tussen warm- en koudwaterleidingen (bijvoorbeeld gedeelde stijgschachten of te hoge temperaturen in technische ruimtes) zorgt voor ongewenste warmteoverdracht naar het koude water.
  • Complexe installaties met circulatieleidingen: Complexe drinkwaterinstallaties met hygiënisch risicovolle circulatieleidingen in voorwanden, ondanks de 3-literregel voor individuele leidingen, kunnen leiden tot te hoge temperaturen in het koude water en verhoogd warmteverlies.
  • Besmette onderdelen: Gebruik van besmette componenten kan eveneens bijdragen aan de verspreiding van bacteriën.
Schematische weergave van een drinkwaterinstallatie met potentieel problematische warmteoverdracht.

Naleving van Regelgeving en Gebruik

Naast bouwkundige aspecten speelt de correcte werking, en met name het regelmatige gebruik van alle aftappunten, een doorslaggevende rol in het behoud van de drinkwaterkwaliteit. Drinkwaterinstallaties moeten daarom regelmatig, en uiterlijk elke 72 uur, via alle aftappunten worden doorgespoeld. Bij het ontwerp en de uitwerking moet rekening worden gehouden met de operationele omstandigheden en veilige temperaturen voor zowel warm als koud water. Elk niet-regelmatig gebruikt aftappunt wordt een 'dode leiding', ongeacht het type leiding. De functionaliteit van alle componenten dient regelmatig te worden gecontroleerd en onderhoud is noodzakelijk om de veilige staat van alle onderdelen te garanderen.

Verplichtingen volgens de Duitse Drinkwaterverordening

Volgens § 13 van de Duitse drinkwaterverordening is het de verantwoordelijkheid van de exploitanten om ervoor te zorgen dat het water regelmatig, en uiterlijk om de 72 uur, volledig en via alle aftappunten wordt ververst. Hierbij moeten de algemeen erkende technische regels worden nageleefd, wat conform DVGW en VDI een regelmatige en volledige waterverversing via alle aftappunten vereist. Er bestaat geen vervanging hiervoor, ook niet door specifieke leidingtypes of spoeling van alleen de laatste aftappunten.

Temperatuurmeting als Indicator

Indien vermoed wordt dat het koud water te warm wordt, dient dit te worden onderzocht op Legionella (conform DVGW W 551 (A)). Dit kan eenvoudig worden gecontroleerd: als de temperatuur van het koude water na afvoer van 3 liter hoger is dan 25 °C (gemeten in een volume van 250 ml volgens VDI 6023, blad 1), is het vermoeden bevestigd. Een afvoer van 30 seconden kan ook als indicatie dienen.

Preventieve Maatregelen en Kostenbesparing

Naast gezondheidsrisico's kunnen te hoge temperaturen in koud water ook leiden tot aanzienlijke financiële gevolgen, met name wanneer een omvangrijke sanering noodzakelijk blijkt. Deze kosten kunnen echter worden vermeden door bij de planning en installatie rekening te houden met mogelijke problemen en deskundig te werk te gaan. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bouwkundige maatregelen tijdens het ontwerp (passieve maatregelen) en maatregelen tijdens het gebruik (actieve maatregelen).

Passieve Maatregelen (Ontwerp)

  • Scheiding van leidingen: Het is essentieel om leidingen voor warm en koud water zoveel mogelijk ruimtelijk van elkaar te scheiden om warmteoverdracht naar het koude water te minimaliseren. Dit vereist duidelijke communicatie tussen investeerder en architect.
  • Vermijden van koudwaterleidingen in warme ruimtes: Huisaansluitingen en wateronthardingsinstallaties dienen in aparte, koele technische ruimtes te worden geplaatst, gescheiden van warmtenet- of verwarmingsinstallaties.
  • Optimale leidingvoering: Zorg voor een regelmatige en volledige waterverversing door een optimale plaatsing van leidingen met zo kort mogelijke trajecten in een beperkt volume (voornamelijk installaties met T-stukken).
  • Minimaliseren van kruispunten: Beperk het aantal kruispunten tussen koud- en warmwaterleidingen, aangezien deze 'hotspots' kunnen vormen waar bacteriën zich kunnen vestigen.
  • Afstand tot vloerverwarming: Koudwaterleidingen mogen nooit onder vloerverwarming worden gelegd; houd altijd een minimale afstand aan (conform CEN/TR 16355).
  • Circulatieleidingen warm water: Deze mogen nooit tot aan de aftappunten in voorwanden worden gelegd; werk met aftakkingen voor maximaal 3 liter.

Actieve Maatregelen (Gebruik)

Zelfs een goed ontworpen drinkwaterinstallatie is nutteloos als er geen regelmatige en volledige waterverversing plaatsvindt via alle aftappunten. Verhuurders worden geadviseerd om huurders te informeren over het belang van het regelmatig gebruiken van alle aftappunten en dit aspect vast te leggen in huurovereenkomsten.

Infographic met de belangrijkste passieve en actieve maatregelen ter preventie van bacteriegroei in drinkwaterinstallaties.

Aanvullende Maatregelen voor Optimale Kwaliteit

  • Regelmatige stagnatiespoelingen: Bij gebruiksonderbrekingen van meer dan 72 uur zijn regelmatige spoelingen noodzakelijk. Dit kan handmatig met spoelplannen of, efficiënter, geautomatiseerd met een watermanagementsysteem zoals SWS van SCHELL.
  • Temperatuurbewaking: Het bewaken van de temperatuur in warm en koud drinkwater met temperatuursensoren, eventueel in combinatie met systemen zoals SWS van SCHELL, kan stagnatiespoelingen tijd- en temperatuurgestuurd activeren.

Het waarborgen van de drinkwaterkwaliteit is een essentiële verantwoordelijkheid voor ontwerpers en beheerders van drinkwaterinstallaties. Met name koudwaterleidingen vereisen aandacht vanwege het hoge risico op vermenigvuldiging van Legionella en Pseudomonas aeruginosa. Door een optimale planning, uitvoering (passieve maatregelen) en hygiënisch beheer (actieve maatregelen) kunnen overmatige opwarming van koud drinkwater en besmetting effectief worden voorkomen.

Pseudomonas Aeruginosa als Bijzonder Resistente Micro-organisme (BRMO)

Pseudomonas aeruginosa is een bacterie die veel in de natuur voorkomt, met name in aarde en water. Het is ook een normale bewoner van het menselijk lichaam, waar het zich kan vestigen in vochtige omgevingen zoals de darmen, luchtwegen of op de huid. Vaak ruimt het lichaam deze bacterie zelf op, wat echter weken tot maanden kan duren. Dit wordt dragerschap genoemd, waarbij men de bacterie bij zich draagt zonder ziek te worden.

Behandeling en Verspreiding

In de meeste gevallen is geen behandeling nodig voor dragerschap. Indien klachten zoals koorts of een infectie optreden, is medisch advies noodzakelijk. Een Pseudomonas-infectie is lastig te behandelen vanwege de resistentie tegen bepaalde antibiotica, wat soms een ziekenhuisopname met speciale antibiotica vereist. Er bestaat een kleine kans dat personen met wie men samenwoont, met name kwetsbare personen in zorginstellingen, de bacterie ook oplopen. Zorginstellingen hanteren specifieke regels om besmetting te voorkomen.

Epidemiologie en Resistentie

BRMO, waaronder Pseudomonas aeruginosa, komen wereldwijd voor. Antibioticaresistentie is een groeiend probleem met aanzienlijke mortaliteit. Studies tonen hoge resistentiecijfers aan voor verschillende antibiotica, met name in delen van Europa en Azië. Pseudomonas aeruginosa wordt als BRMO geclassificeerd indien het resistent is tegen drie verschillende groepen antibiotica, of indien het een carbapenemase-gen bezit dat deze krachtige antibiotica afbreekt. In Nederland zijn de antibioticaresistentiecijfers lager dan wereldwijd, maar is er wel sprake van toenemende resistentie bij bepaalde bacteriesoorten, met name op intensive care-afdelingen.

Pathogenese en Overdracht

De ontwikkeling van antimicrobiële resistentie is een natuurlijk evolutionair proces, versneld door het gebruik van antibiotica bij mens en dier, en blootstelling via het milieu. Bacteriën kunnen resistentiemechanismen van nature bezitten (intrinsieke resistentie) of deze verwerven via mutatie of genetische uitwisseling. Belangrijke resistentiemechanismen omvatten de productie van inactiverende enzymen (zoals bètalactamases), verminderde opname of verhoogde uitscheiding van antibiotica, en veranderingen in het doelwit van het antibioticum.

Besmettelijke Periode en Risicogroepen

Personen met BRMO-dragerschap of -infectie kunnen de bacterie overdragen zolang ze deze bij zich dragen. De duur van het dragerschap varieert en is niet altijd te voorspellen. Ziekteverschijnselen bij BRMO-infecties verschillen doorgaans niet van infecties met gevoelige bacteriën, maar leiden wel tot hogere morbiditeit, mortaliteit en langere ziekenhuisopnames door vertraagde of minder effectieve therapie. Er ontstaat geen beschermende immuniteit, waardoor langdurig dragerschap, persisterende infecties en herinfecties mogelijk zijn.

Bacteriën | De Wonderlijke Wereld van Gumball | Cartoon Network

Risico's in de Zorgcontext

In zorginstellingen zijn specifieke infectiepreventiemaatregelen essentieel om de verspreiding van BRMO te voorkomen. Algemene voorzorgsmaatregelen, zoals handhygiëne, zijn de basis. Echter, bij BRMO zijn aanvullende maatregelen, zoals het gebruik van handschoenen en schorten, noodzakelijk. Isolatiemaatregelen, zoals verblijf in een eenpersoonskamer met eigen sanitair, worden aanbevolen, met name voor patiënten met een verhoogd risico of bij bepaalde BRMO's zoals Acinetobacter baumannii-calcoaceticus complex en Candida auris. Reiniging en desinfectie van ruimtes en materialen spelen eveneens een cruciale rol.

tags: #isolatie #bij #pseudomonas