De aanwezigheid van asbest kan leiden tot ongerustheid. Besteed daarom aandacht aan de communicatie over de sanering. Adviseer om tijdens de sanering maatregelen te treffen om stofvorming en hiermee blootstelling te voorkomen of te beperken. Of metingen moeten worden geadviseerd is afhankelijk van de situatie. Als bovenstaande maatregelen worden getroffen worden geen gezondheidskundig relevante concentraties asbest in de lucht verwacht.
Asbest dat ondanks de maatregelen vrijkomt, wordt snel sterk verdund in de buitenlucht en de blootstellingsperiode is relatief kort. Een kortdurende blootstelling aan asbest leidt over het algemeen tot een verwaarloosbaar extra risico op kanker. Er is onrust in de omgeving van de saneringslocatie/c.q. Mocht de GGD adviseren metingen te verrichten, dan kunnen als alternatief voor luchtmetingen kleefmonsters worden genomen. Met kleefmonsters kan alleen worden bepaald of het asbest zich heeft verspreid naar de omgeving. De resultaten zijn niet geschikt voor het maken van een gezondheidskundige risicobeoordeling. Het is belangrijk om voorafgaande aan de metingen een achtergrondmeting uit te voeren.
Historische context en regelgeving
In het verleden is asbest veel gebruikt in gebouwen, waaronder woningen. Het materiaal is sterk, slijtvast, isolerend en goedkoop. Later werd pas bekend dat asbest gevaarlijk is voor de gezondheid. Sinds 1 juli 1993 is het verboden om asbest of waren die asbestvezels bevatten in voorraad te hebben, te verhandelen, toe te passen of te verwerken. Gelet op het omgaan met het reeds aanwezige asbest in bouwwerken, bodem en producten, zijn er aparte regels gesteld aan het verwijderen (of in specifieke uitzonderingsgevallen het bewerken) van asbest of waren die asbestvezels bevatten.
In de Circulaire bodemsanering 2013 is een interventiewaarde opgenomen voor asbest in de bodem. Tevens is voor asbest in de circulaire aangegeven wanneer sprake is van onaanvaardbare risico’s (saneringscriterium). De basis hiervoor is te vinden in de Beleidsbrief Bodem (TK 24 december 2003, 28 663 en 28 199, nr. 13) en het beleid ten aanzien van asbest in de bodem, zoals geformuleerd in de Beleidsbrief asbest in bodem, grond en puin(granulaat) (TK 3 maart 2004, 28 663 en 28 199, nr. 15). Het Besluit bodemkwaliteit bevat maximale waarden voor asbest in grond. Het onderwerp 'asbest in de bodem' valt onder de Omgevingswet en in geval van overgangsrecht onder de Wet bodembescherming. Dat betekent ook dat onderzoek naar en de sanering van asbest in de bodem onder de KWALIBO-regeling (verplichte certificering / erkenning) vallen. De certificatienormen worden beheerd door het CCvD Bodembeheer van SIKB; de wettelijke erkenning van bedrijven wordt verzorgd door Rijkswaterstaat, dienst Leefomgeving. Het inventariseren van asbest in gebouwen en het verwijderen van asbest uit gebouwen valt onder het Asbestverwijderingsbesluit. Ook deze werkzaamheden vallen onder een verplichte certificeringsregeling. De certificatienormen worden beheerd door het CCvD Asbest.
Veldwerk en normen
Protocol 2018: veldwerk bij onderzoek naar asbest in de landbodem is vastgesteld, met daarin de eisen volgens welke een maaiveldinspectie en het nemen van monsters voor onderzoek naar asbest in de bodem moeten worden uitgevoerd. Het protocol sluit aan op de vernieuwde NEN 5707 en hoort bij BRL SIKB 2000. In die laatste staan de eisen waaraan een organisatie moet voldoen om een certificaat te verkrijgen voor het in protocol 2018 beschreven onderzoek. NEN 5707 beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij verkennend en nader onderzoek en de inspectie en monsterneming voor de bepaling van asbest in bodem en partijen grond. NTA 5727: Bodem - Monsterneming en analyse van asbest in waterbodem en baggerspecie beschrijft de monsterneming en analyse van asbest in waterbodem en baggerspecie.
Bericht via Fenelab. Asbestgekte en asbesthysterie, het zijn termen die de afgelopen maanden regelmatig in de media voorbijkwamen. ‘De sanering van asbest is complete waanzin, vaak weggegooid geld en geeft schijnveiligheid’ en ‘Aan roken gaan meer mensen dood dan aan asbest’, het zijn beweringen die door niet de minsten in het veld werden geponeerd. “De emoties lijken de feiten in het asbestdossier te verdringen”, zegt Jan Tempelman, al 45 jaar dé specialist op het gebied van asbest en tot eind vorig jaar werkzaam als projectleider bij het onafhankelijke onderzoeksinstituut TNO.
Jan Tempelman en hedendaagse inschattingen
“Onjuiste vergelijkingen tussen roken en asbest, dus gekozen en ongekozen risico’s, gaan niet op. Als we kiezen om 130 in plaats van 100 kilometer per uur op de snelweg te gaan rijden, dan vallen er ook meer doden in het verkeer. Daar kies je voor, maar voor de risico’s van asbest kies je niet. Jan Tempelman is nog steeds actief in de wereld van asbest als zelfstandig adviseur en volgt de ontwikkelingen nauwgezet. “Het verbod op asbestdaken in 2024 heeft krachtige tegenlobby’s losgemaakt. En dat begrijp ik wel, want de kosten zijn hoog. Nederland telt zo’n 130 miljoen vierkante meter asbestdaken en gevelpanelen. De kosten om dit allemaal te verwijderen worden geschat op bijna € 900 miljoen. Sinds 1993 is het verbod op het gebruik van asbest van kracht, waarmee in 2024 de jongste asbestdaken 30 jaar oud zullen zijn.
“De discussie over de kosten van het verwijderen is zeer betrekkelijk”, aldus Tempelman. “Veel asbestdaken zijn sowieso aan vervanging toe, omdat ze gewoon versleten zijn. En kijk eens wat er gebeurt met een dak bij een brand of een flinke hagelbui. Het spat uit elkaar of wordt stukgeslagen en dat levert enorme schade op. Jan Tempelman is het met de critici eens dat er wel sprake moet blijven van realiteitszin. “Enig realisme kan geen kwaad. Het kan soms doorslaan. Een asbestdak dat nog volledig intact is, daarvan zijn de risico’s minimaal, maar aan het einde van de levensduur wordt dat asbestdak broos waardoor er asbestvezels vrij zullen komen.
Ook de kans op calamiteiten door hagel en brand zal dan flink toenemen. Het gevaar van de vrijkomende asbestvezels van asbestdaken zit volgens Tempelman niet zozeer in de buitenlucht. “Maar vaak zie je bij daken op boerderijen dat er geen dakgoot aanwezig is. De vezels lopen dan vrij uit over de looppaden. De blootstelling via de buitenlucht is dan wel minimaal, maar mensen lopen de vezels naar binnen op plekken waar weinig ventilatie is, zoals in woningen en auto’s, waardoor wel een normoverschrijdende concentratie in de binnenlucht kan ontstaan.”
“Het kan gebeuren dat de grenswaarde voor amfibool-asbestsoorten naar beneden wordt gesteld, en dat is terecht, want de Gezondheidsraad heeft al in 2010 geadviseerd om de asbestgrenswaarden te verlagen vanwege de aantoonbare risico’s voor de volksgezondheid. Witte asbest is minder schadelijk, maar als gezegd wordt dat het ongevaarlijk is: nee!”
Praktische inzichten en huidige adviezen
“Omdat de perceptie was dat witte asbest minder schadelijk zou zijn, werd hiermee in het verleden veel onvoorzichtiger omgegaan. In de bouw zag je hoge blootstellingen omdat platen met witte asbest zonder bescherming werden doorgezaagd. Het uitblazen van remtrommels was een standaardhandeling in garages. Tot de dag van vandaag redetwisten epidemiologen en onderzoekers over de oorzaken. Feit is dat ook ‘zuivere’ chrysotiel van nature altijd verontreinigd is met een klein percentage tremoliet, een amfiboolasbest met dezelfde ziekteverwekkende eigenschappen als crocidoliet en amosiet.”
“Witte asbest is minder schadelijk, maar als gezegd wordt dat het ongevaarlijk is: nee!”, aldus Tempelman. “Uit onderzoek dat Tempelman in 2010 deed voor TNO bleek, dat bij de sanering van asbesthoudende materialen met relatief weinig risico soms met een ‘overkill’ aan maatregelen werd gewerkt. Maar juist bij het saneren van niet-hechtgebonden amosiet en crocidoliet werden de risico’s zwaar onderschat. In de 80-er en 90-er jaren van de vorige eeuw zijn er veel slechte saneringen uitgevoerd, die ook achteraf nog tot blootstelling leidden.”
“Daar is sinds 2010 veel ten goede aan veranderd. Kunnen we dan wel stellen dat je voor de verwijdering van ieder asbesthoudende vensterbank niet altijd mannen met witte pakken nodig hebt? Daar kun je het over hebben, maar als het je werk is, is uniformiteit van regime wel belangrijk. Als je een losliggende amosietplaat uit een meterkast verwijdert en je pakt die netjes in, dan is er nauwelijks kans op blootstelling.”
Jan Tempelman steunt staatssecretaris Dijksma in haar beleid als het om de verwijdering van asbest gaat. “Het is realistisch om asbestdaken in 2024 verwijderd te hebben.” Tempelman pleit wel om de discussie om de asbestdaken te buigen. “Kijk naar de provincies Overijssel en Limburg. Daar wordt bijvoorbeeld gestimuleerd om na de verwijdering van asbestdaken zonnepanelen te installeren.”
De verwijdering van de asbestdaken tot 2024 zal een enorme uitdaging zijn. Vandaar ook dat de staatssecretaris een speciaal programmabureau opricht. “We moeten wel alert zijn en voorkomen dat we onder tijdsdruk niet dezelfde fouten maken als in het verleden en slordig gaan werken.” Tempelman benadrukt dat ook asbestverwijderingsbedrijven de problemen niet mogen onderschatten en met slecht opgeleide mensen moeten oppassen.
Sorry: geen blockquote gebruikt per instructies.
Als je bijvoorbeeld dakplaten naar beneden gooit of over elkaar schuift, dan ontstaat er wel degelijk blootstelling. En ook het veilig op hoogte werken met valbeveiliging heeft aandacht nodig. Jan Tempelman ziet een belangrijke rol voor inspectie-instellingen voor de eindbeoordeling van de saneringsprojecten. Deze zogenaamde asbestlabs zijn geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie. Een onafhankelijke beoordeling borgt dat de gesaneerde ruimte na afloop betreden kan worden. En hebben partijen eerder in de asbestketen hun werk niet goed gedaan, dan keurt het asbestlab het project af en moet de sanering over worden gedaan. Gelukkig komt dat steeds minder voor in Nederland, mede dankzij de asbestlabs - aangesloten bij FENELAB - is er de druk om goed te presteren.

FENELAB levert ook haar bijdrage om de kwaliteit van de asbestlabs verder te verbeteren. Zo zijn recent toetsingscriteria opgesteld zodat het kennisniveau van de asbestinspecteurs met een centraal examen kan worden getoetst, wordt deelgenomen aan NEN-werkgroepen en het Centraal College van Deskundigen van Ascert, en bestaat er een actieve samenwerking met brancheverenigingen als VOAM-VKBA, VERAS, VVTB en VIA. Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging met asbest die zijn ontstaan na 1 juli 1993, moeten volledig verwijderd worden met nulwaarde waar mogelijk.
Volledig verwijderen betekent in het geval van asbest dat de verontreiniging tot de nul-waarde (rapportagegrens) moet worden verwijderd. Bij een tijdelijke uitname is milieukundige begeleiding echter niet altijd verplicht. De erkenningsplichten die gelden bij sanering staan in de kwaliteitsborging van Bodemvoorschriften saneren van de bodem (paragraaf 4.121 Bal). In alle drie genoemde situaties moet rekening gehouden worden met de Arboregelgeving en eventuele veiligheidsmaatregelen volgens CROW-publicatie 400. Grond met asbest is reinigbaar via nat-extractieve grondreiniging; grenzen liggen op 10.000 mg/kg hechtgebonden asbest of 1.000 mg/kg niet-hechtgebonden asbest.

Onze adviestak biedt oplossingen op gebied van veiligheid, bodem(verontreiniging), asbest en Chroom6. Het advies heeft vaak betrekking op hoe zaken te verwijderen en/of een situatie veilig te houden. Onze adviezen hebben een praktische insteek en hebben tot doel een probleem op te lossen. Wij zorgen voor een veilige (werk)omgeving en leveren mensen, deskundigheid, materieel, arbeid en voeren bodemonderzoeken uit door heel Nederland.
Veiligheid: veilig werken in verontreinigingen. Bodemonderzoeken: Schone grond verklaringen en partijkeuringen. Bodemsanering: Verwijdering van vervuilde grond. Chroom 6: Verwijdering en advies van toepassingen. Asbest: Asbestsanering en asbestverwijdering. In heel Nederland, al bijna 100 jaar actief, Roots in de bouw. Onze adviestak vindt zijn roots in de bouw en staat voor normen en pragmatisme.
Een kijkje in de wereld van Jan van den Top, deskundig inventariseerder asbest
Veelgestelde vragen en certificering
Solid voert dit type keuringen uit. AP04 is een term voor classificatie bouwstoffen en grond. Certificaten: wij beschikken over diverse certificaten, onder meer voor veiligheid en asbestverwijdering. Een containment is een luchtdicht afgesloten ruimte met onderdruk, zodat lucht in het containment constant wordt gezuiverd. Een buitensanering is het verwijderen van asbest in de buitenlucht en wordt afgezet met gele asbestlinten, waarschuwingsborden en eventueel bouwhekken. Een decontaminatie-unit wordt geplaatst op het terrein en een laborant controleert conform NEN 2990 het containment en voert een luchtmeting uit.

Na afloop wordt het gebied geäxterneerd door een laborant en wordt een vrijgavebericht opgesteld als de ruimte asbestvrij is verklaard. Voor asbestgrondsanering geldt een compleet pakket van bodemonderzoek tot uiteindelijke afvoer. In geval van asbest in de bodem gelden specifieke normen en interventiewaarden zoals beschreven in de Circulaire bodemsanering en NEN-5707/NEN-5897.