De Nederlandse taal kent veel spreekwoorden. Sommige lijken misschien vreemd, anderen zijn grappig. Een deel is gemakkelijk te begrijpen, een ander laat ons met één groot vraagteken achter.
Zo gek als een deur, de uitdrukking uit de middeleeuwen: het woord dore had twee betekenissen namelijk deur en dwaas. Wanneer God in Frankrijk leven betekent een onbezorgd en gemakkelijk leven leiden, het gezegde vindt haar oorsprong echter niet in de Franse taal, maar de Duitse. De waard is een ander woord voor herbergier. Wanneer een herbergier klaagde over zijn gasten, lag het probleem vaak aan zichzelf. Het spreekwoord betekent dat iedereen zijn eigen leed te verdragen heeft en is afkomstig van de kruisiging. Deze straf werd uitgevoerd in het oude Perzië en later kwam deze straf ook vaak bij de Romeinen voor.
Als je de schaapjes op het droge hebt ben je binnen en heb je het goed voor elkaar. Het gezegde is ontstaan uit op het droge hebben zonder de toevoeging van koetjes/schapen, wat betekende dat het financieel goed ging. Een trekdier zoals paarden of ezels achter de wagen spannen is geen goed idee: de boeren wisten dat het dier vóór de wagen gespannen moet worden. Er wordt beweerd dat de gezegde afkomstig is van “een uitje met iemand te schillen hebben”. De tranen die vloeien bij het schillen van uien slaan op de tranen die tijdens een ruzie stromen. Maar wist je dat de betekenis van “een appeltje met iemand schillen” uit sarcasme is ontstaan?
Wie heeft hier niet van gehoord? Dat komt omdat de uitdrukking de waarheid bevat. Het drukt op een krachtige en beeldende manier uit hoe liefde ons vermogen om objectief te oordelen beïnvloed. Deze uitdrukking wordt toegeschreven aan de Franse dichter en schrijver Geoffrey Chaucer. Wanneer het heel warm is zeggen mensen vaak dat het zo warm is dat de mussen dood van het dak vallen. Over deze uitdrukking bestaat veel onduidelijkheid. Niemand weet precies waar de uitdrukking vandaan komt. Ook is niet helemaal bekend hoe lang deze uitdrukking al bestaat. De uitdrukking is pas in 1976 opgenomen in de Van Dale, maar bestond vermoedelijk al langer. De uitdrukking ontbreekt in bekende standaardwerken over spreekwoorden en gezegden, zoals die van F. A. Er bestaat een theorie over de uitdrukking dat de mussen dood van het dak vallen niet juist is, maar dat het hier eigenlijk om mossen zou moeten gaan. Het beste van IsGeschiedenis in je inbox? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Er bestaan twee theorieën over de herkomst van deze uitdrukking. De eerste stelt dat de uitdrukking teruggaat tot verhalen van warmte in Nederland, geschreven door Nicolaas Beets onder het pseudoniem Hildebrand. Taalkundigen twijfelen echter sterk aan deze uitleg; zij wijzen erop dat mosschen tot ver in de 19e eeuw een gangbare spelling was voor het tegenwoordige mussen. Deze aanname wordt ondersteund door het feit dat Beets sprak over “dat de mosschen op het dak gaapten”. Spraakontwikkelingen en leenwoorden zorgen ervoor dat uitdrukkingen soms veranderen van betekenis of van klank. Alle gangbare Nederlandse en Vlaamse spreekwoorden vind je in het Van Dale Spreekwoordenboek.
Veel spreekwoorden hebben hun oorsprong in de scheepvaart waarin ons land groot werd: van ‘overstag gaan’ tot ‘voor pampus liggen’. Ook hebben verschillende gezegden een Bijbelse oorsprong. 1) Er is iets beslist, de keuze is éindelijk gemaakt: een kogel door de kerk. Dit verhaal verwijst naar het Beleg van Haarlem uit de Tachtigjarige Oorlog, toen een kanonskogel dwars door de Sint-Bavokerk sloeg. 2) Naar dit oude spreekwoord werd de afgelopen eeuwen in Nederland veel verwezen: als twee personen van verschillende geloofsovertuiging trouwen, kan het misgaan. Een voorbeeld is het huwelijk van de toekomstige koning Willem-Alexander met Máxima; doch in de jaren daarna veranderden kerken steeds meer samen. 3) Je kunt je de oorsprong vást voorstellen: voor een gelovige, maar helemaal voor een ouderling, is Gods woord leidraad, of gesneden koek. 4) Deze alliteratie betekent: iets wat ongewenst is een halt toeroepen, orde op zaken stellen; mogelijk afkomstig uit de psalmberijming van 1773. 5) Een 19e-eeuwse uitdrukking gaat over gesprekken: ‘was je lekker vrijuit aan het babbelen’ en een dominee passeert; soms werd dit gezegde als waarschuwing opgevat. Deze varianten bestaan in vissersdorpen als slecht nieuws bij een voorbijgaande dominee, die het noodlottige nieuws moest brengen.
De taalbarst van spreekwoorden blijft groeien en veranderen. Een gezegde kan ook een beeld geven van morele lessen, humor of kritiek op sociale gewoonten. Zo worden talen live gevormd door de mensen die ermee praten, en door de factoren als godsdienst, handel en zeevaart. Een kat in de zak, doorzien worden, oog van de naald: al deze uitdrukkingen tonen hoe beeldend en rijk de taal is. De uitdrukking schreeuwen van de daken gaat hierbij verder dan spreken: het is een metafoor voor iets luid en duidelijk kenbaar maken aan iedereen.
In de verzamelde bronnen zijn meerdere lijntjes te ontdekken die uitdrukkingen met schreeuwen en uitdrukkingen met daken verklaren: taal evolueert, beïnvloed door cultuur, geschiedenis en sociale interactie. Het blijft interessant om te zien hoe oud en hoe nieuw de Nederlandse spreekwoorden zijn, en hoe ze nog dagelijks in gesprek en schrijven terugkomen.

De merkwaardige oorsprong van populaire gezegden
Met een beeldverantwoording, de lijst met bronnen laat zien hoe uitdrukkingen uit verschillende tradities zijn gehaald, van scheepvaart tot Bijbelteksten en literaire verwijzingen.