Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgen bestaande regels betreffende bouwwerken een nieuwe plaatsing in de wetgeving. Een deel van deze regels is ondergebracht in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Binnen het Bbl wijst het Rijk bouwwerken aan die zonder omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit gebouwd, in stand gehouden en gebruikt mogen worden, zelfs als dit in strijd is met de regels van het omgevingsplan. Echter, de regels in het omgevingsplan met betrekking tot ernstige ontsiering door het uiterlijk van dergelijke bouwwerken blijven van kracht. Bij het toepassen van deze uitzonderingen dient te worden voldaan aan de voorwaarden van artikel 22.39, naast de voorwaarden van artikel 22.27 en 22.28. Gemeenten hebben de mogelijkheid om bij de omzetting van de regels van de bruidsschat naar het nieuwe deel van het omgevingsplan de regels voor vergunningplichtige omgevingsplanactiviteiten aan te passen. Dit kan resulteren in het uitzonderen van meer bouwwerken van de vergunningplicht en het verruimen van de voorwaarden voor deze uitzonderingen.

Specifieke Regels voor Antenne-installaties en Kabelgoten
Er gelden specifieke welstandseisen met betrekking tot de plaatsing van antennes en bijbehorende bedrading. De antenne, inclusief antennedrager, mag, gemeten vanaf de voet of vanaf het punt waar deze het dakvlak kruist bij bevestiging aan een gevel, niet hoger zijn dan 5 meter. Voor de bedrading gelden de volgende voorwaarden:
- De bedrading dient in of direct langs de antennedrager of inpandig te zijn aangebracht.
- Alternatief mag de bedrading in een kabelgoot worden geplaatst, mits deze kabelgoot meer dan 1 meter achter de voorgevel is gesitueerd.
Bij de toepassing van de artikelen 2, 3 en 4 met betrekking tot deze installaties, blijft het aantal woningen gelijk.
Wettelijke en Lokale Regelgeving voor Infrastructuur
De vaststelling van infrastructuur, zoals kabels en leidingen, wordt beïnvloed door diverse wettelijke en lokale bepalingen. Dit omvat:
- Wettelijke bepalingen, zoals de Telecomwet.
- Privaatrechtelijke overeenkomsten met onder andere nutsbedrijven.
- Lokale regelgeving, waaronder specifieke Telecomverordeningen van gemeenten.
- Gemeente-eigen bepalingen en beleidskaders, zoals de Handboeken en Leidingenverordeningen van specifieke gemeenten, waaronder de Hoeksche Waardse gemeenten.
Deze regelgeving reguleert de aanleg, het onderhoud en het verwijderen van kabels en leidingen in de openbare ruimte, in of op civiele kunstwerken, alsmede in of boven openbaar water.

Procedure voor Vergunningen en Meldingen
Voor werkzaamheden aan kabels en leidingen in de openbare ruimte is in de meeste gevallen een schriftelijke vergunning c.q. toestemming vereist. De aanvraagprocedure omvat:
- Het indienen van een aanvraag bij de gemeente, die algemeen geldende eisen hanteert.
- Het aanvragen van informatie bij het Kadaster-sectie KLIC voor de ligging van reeds aanwezige leidingen.
- Het opstellen van een concepttracé, dat mondeling toegelicht kan worden aan de gemeente.
- Het verstrekken van een werktekening, bij voorkeur in digitale vorm (DWG/DGN/PDF), met vermelding van straatnamen en vaste punten in de omgeving.
- Het aanleveren van een grondroerdersverklaring, waarin de verantwoordelijkheden van de aanvrager en de leidingexploitant worden vastgelegd.
De gemeente beoordeelt de aanvraag op volledigheid en juistheid. Indien de aanvraag voldoet aan de gestelde eisen, wordt de vergunning verleend. In sommige gevallen, zoals bij het wijzigen of verwijderen van bestaande leidingen, kan een verkorte procedure van toepassing zijn, mits aan specifieke voorwaarden wordt voldaan.
Belangrijke Overwegingen bij Tracékeuze en Uitvoering
Bij het bepalen van het tracé en de uitvoering van werkzaamheden zijn diverse factoren van belang:
- Diepteligging: De minimale diepte van leidingen is afhankelijk van de situatie ter plaatse, maar bedraagt doorgaans minimaal 0,20 meter bij nieuwe aanleg. Voor transportleidingen geldt een diepere plaatsing.
- Afstand tot andere leidingen: Er dient rekening te worden gehouden met de onderlinge afstand tussen verschillende soorten leidingen om beschadiging te voorkomen.
- Bodemgesteldheid: Bij verontreinigde bodem of archeologische waarden kunnen aanvullende onderzoeken en maatregelen noodzakelijk zijn.
- Veiligheid: Het optimaliseren van de veiligheid tijdens de werkzaamheden is cruciaal, met aandacht voor verkeersmaatregelen en de informatievoorziening aan hulpdiensten.
- Herstel van de openbare ruimte: Na voltooiing van de werkzaamheden dient de openbare ruimte, inclusief verharding en bestrating, in de oorspronkelijke staat te worden hersteld.
Kennisarena kabels en leidingen
Handhaving en Verantwoordelijkheden
De gemeente ziet toe op de naleving van de verleende vergunningen en de gestelde voorschriften. De vergunninghouder is primair verantwoordelijk voor het correct uitvoeren van de werkzaamheden en het herstellen van eventuele schade. Bij overtredingen of nalatigheid kan de gemeente handhavend optreden, variërend van het opleggen van boetes tot het vorderen van herstelkosten. Bedrijven die werkzaamheden uitvoeren in opdracht van een leidingexploitant, zijn hoofdelijk aansprakelijk jegens de gemeente voor eventuele schade die ontstaat als gevolg van het werk.
Het is essentieel dat alle betrokken partijen, waaronder vergunninghouders, leidingexploitanten, aannemers en de gemeente, nauw samenwerken en communiceren gedurende het gehele proces, van aanvraag tot oplevering en onderhoud.