Kamerbrief en beleid voor doelmatig bemeten talent in het funderend onderwijs: kansen, toezicht en samenwerking

IBO doelmatig hoger onderwijs talent op de juiste plek. IBO doelmatig hoger onderwijs talent op de juiste plek. Deze maatregel stelt voor om de eerder geïnvesteerde in kwaliteit terug te draaien. onder de 18 jaar ook gratis schoolboeken moeten krijgen. Verder wordt er aangegeven dat in het mbo het gebruik van tweedehands materiaal meer gestimuleerd kan worden. In het hoger onderwijs is dit veel gebruikelijker. van Nederland, zoals de klimaat- en energietransitie, woningbouw, onderwijs, veiligheid, zorg, kinderopvang en digitalisering (waar maatschappelijk relevant). Digitaal Onderwijs Goed Geregeld voor het moderniseren van de digitale leermiddelenketen. het eerstejaarssucces in het mbo. We kijken hiervoor naar de positie van de mbostudenten één jaar nadat ze zijn ingestroomd. We maken daarbij gebruik van de Cohortrapportage NP Onderwijs 2023. B. ter Weel & J. Zwetsloot (2022). De invloed van werkgeverskenmerken op de salarisontwikkeling van mbo’ers met en zonder migratieachtergrond. Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 38 (3) 350-364. Bles, P. & C. Meng (2018). Resultaten banenafspraak 2023 - Uitvoering en evaluatie Participatiewet. Resultaten banenafspraak 2023 - Uitvoering en evaluatie Participatiewet. Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2023-2024 34 352 Uitvoering en evaluatie Participatiewet Nr. een bepaalde doorstroomtoets. Daarnaast willen we via extra onderzoek meer zicht krijgen op de prestaties van leerlingen uit het speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs. Advies Nationaal Versterkingsplan van Microchiptalent. Advies Nationaal Versterkingsplan van Microchiptalent. bij de industriële activiteiten wordt geworven. Voor academisch geschoolden geldt dat voor ca. 50%, voor hbo ca. 80% en het mbo ca. 95%. bijvoorbeeld t.b.v. samenwerking tussen onderwijssectoren) Privaat onderwijsdomein (waaronder ook private activiteiten van publieke instellingen) 4. Om- en bijscholings activiteiten (Post-initieel onderwijs, Non-formeel onderwijs) Overig (voor beide domeinen) 5. Curriculumaanbod mbo/ hbo/ wo/ LLO. "Het is belangrijk dat we nog beter worden in het bieden van kansen aan leerlingen. Onderwijs speelt daarin een essentiële rol." schrijft minister Wiersma (Primair en Voortgezet Onderwijs). De keuzes die in het onderwijs worden gemaakt, en de kwaliteit die daarmee samenhangt, zijn bepalend voor de toekomst van kinderen. Minister Wiersma schrijft dat in het onderwijs op korte termijn acties nodig en mogelijk zijn om de kansengelijkheid te verbeteren. Per terrein is in de brief uitgewerkt welke concrete maatregelen de minister neemt. HomeNieuwsoverzichtScholen in het funderend onderwijs krijgen in de toekomst vaker te maken met een minder tijdsintensief en onaangekondigd bezoek van de inspectie. Ook stapt de inspectie af van de vierjaarlijkse onderzoeken bij elk bestuur. Het bestuurstoezicht wordt sterker risicogericht, met daarnaast bestuursbezoeken als minder intensieve vorm van toezicht. Besturen krijgen een grotere rol bij risico- en herstelonderzoeken op scholen. Dit blijkt uit de Kamerbrief van demissionair staatssecretaris Koen Becking (Funderend Onderwijs en Emancipatie) over het toezicht in het funderend onderwijs die vlak voor het Kerstreces is verschenen. De staatssecretaris komt hiermee tegemoet aan de aangenomen moties van de Tweede Kamer om scholen niet alleen vaker maar ook onaangekondigd te bezoeken. De aanleiding hiervoor is het onderzoek van Nieuwsuur waaruit bleek dat de inspectie in de periode 2014-2019 minder schoolbezoeken aflegde dan aan de Tweede Kamer is toegezegd. De inspectie heeft een onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van de wensen van de Tweede Kamer en drie scenario’s geschetst. De inspectie spreekt een sterke voorkeur uit voor het - tweede - scenario waarbij er weliswaar meer aandacht voor scholen komt, maar de inspectie ook aandacht kan blijven geven aan het stelsel en schoolbesturen. Hoewel de directe aanleiding is gelegen in het primair onderwijs, zal ook het voortgezet onderwijs dus te maken krijgen met veranderingen in de werkwijze van de inspectie. Onaangekondigde bezoeken als nieuw instrument Om ervoor te zorgen dat geen enkele school onder de radar van het extern toezicht blijft start de inspectie in 2026 met een pilot waarin een nieuw instrument wordt beproefd: korte, onaangekondigde bezoeken aan scholen die niet uit de risicoanalyse naar voren komen en ook buiten de steekproefonderzoeken vallen. Deze bezoeken worden in één dag afgerond. Na afloop van het bezoek volgt geen eindoordeel. Wel koppelt de inspectie de bevindingen terug aan de school en stelt zij een beknopt rapport op. Als er duidelijke risico’s gesignaleerd worden, kan het toezicht vervolgens opgeschaald worden. In het primair onderwijs heeft in 2025 al een vergelijkbare pilot plaatsgevonden en scholen en schoolbesturen blijken positief te zijn over deze vorm van toezicht. De inspectie heeft eerder een verkenning gehouden naar onaangekondigde bezoeken. De VO-raad is mede op basis van deze ervaringen tot dusver geen voorstander geweest van onaangekondigde inspectiebezoeken. De nieuwe pilot is echter geheel anders van aard en opzet. De VO-raad is door de inspectie geraadpleegd bij de vormgeving van deze nieuwe pilot en staat hier - mede gezien de positieve ervaringen in het primair onderwijs - positief tegenover. We zullen de bevindingen van zowel de inspectie als van besturen en scholen met dit nieuwe toezichtsinstrument met belangstelling volgen. Onderwijsresultaten In het Onderzoekskader 2027 zullen onderwijsresultaten minder zwaar meetellen bij de definitieve kwaliteitsbeoordeling van (een afdeling van) een school. De VO-raad heeft hier sterk voor gepleit en staat uitermate positief tegenover deze ontwikkeling. We zijn benieuwd naar de concrete uitwerking hiervan door de inspectie.Marginale aanpassingen in onderwijsresultatenmodel gemiste kans Wel vindt de VO-raad het een gemiste kans dat de inspectie kiest voor slechts marginale aanpassingen van het huidige onderwijsresultatenmodel. De vier indicatoren - met fundamentele uitgangspunten als onderwijsrendement en ‘hoe hoger hoe beter’ - representeren onvoldoende het beeld van onderwijskwaliteit in de sector en gaan onze ambities gericht op inclusiever onderwijs, optimale talentontwikkeling voor alle leerlingen en een gelijke waardering van de praktijkgerichte en avo-gerichte leerwegen niet stutten. Ook lezen we uit de brief dat het model een belangrijke rol blijft spelen in de risicoanalyse. Hierdoor zullen de bestaande ongewenste prikkels niet verdwijnen. De VO-raad is voorstander van een bredere dataset die recht doen aan de gezamenlijke kwaliteitsambities in de sector.Wetsvoorstel eisen aan bestuur en intern toezicht De Kamerbrief gaat ook in op het wetsvoorstel eisen aan bestuur en intern toezicht, waar op dit moment voor het funderend onderwijs aan wordt gewerkt. Met dit wetsvoorstel worden onder meer eisen gesteld aan de kwaliteit, professionaliteit en integriteit van besturen en worden meer richtlijnen en verduidelijkingen opgenomen over wat van het intern toezicht wordt verwacht. De VO-raad is, net als PO-Raad, VTOI-NVTK, VvOB en ONSwv, kritisch op dit voornemen en heeft eerder onder andere in een brief aan de staatssecretaris bezwaren kenbaar gemaakt. De onderbouwing voor de noodzaak van de wet ontbreekt, er is veel overlap met andere wet- en regelgeving en de taak van de inspectie en gaat voorbij aan initiatieven die al door de sector worden opgepakt, zoals de geactualiseerde governancecode met bijbehorende lidmaatschapseisen zoals verplichte accreditatie. Extra handhavingsinstrumentarium: overbodig en contraproductief De staatssecretaris geeft aan dat door het departement uitgevoerde verkenning heeft uitgewezen dat het handhavingsinstrumentarium in de meeste gevallen voldoende mogelijkheden biedt om in te grijpen. De VO-raad is dan ook verbaasd over de uitspraken die hij in de brief doet over aanvullende handhavingsmogelijkheden, met name gericht op meer opties voor het beëindigen van de bekostiging bij scholen of het uitdelen van boetes aan besturen. Juist deze scholen moeten investeren in de kwaliteit van het onderwijs zodat leerlingen hiervan niet de dupe worden. Financiële sancties staan herstel eerder in de weg dan dat zij bijdragen aan de oplossing. Dat is ook de reden dat de VO-raad de ervaringen met de bestaande Beleidsregel financiële sancties en de evaluatie van de Wet uitbreiding bestuurlijk instrumentarium op de voet volgt. Lees de onlangs verschenen toelichting van de inspectie op de toepassing van deze beleidsregel hier.OproepDe VO-raad zal veranderingen in het toezicht nauwgezet volgen en is ook benieuwd naar de ervaringen hiermee van uw school of bestuur. Ook roepen we schoolbesturen die te maken hebben (gehad) met een financiële sanctie op om zich bij ons te melden. Dit stelt ons in staat om te monitoren in welke gevallen dit plaatsvindt, zodat we deze praktijkgevallen mee kunnen nemen in ons oordeel en de gesprekken met de inspectie. Wij gaan vertrouwelijk met deze informatie om. "Het is belangrijk dat we nog beter worden in het bieden van kansen aan leerlingen. Onderwijs speelt daarin een essentiële rol." schrijft minister Wiersma (Primair en Voortgezet Onderwijs). De keuzes die in het onderwijs worden gemaakt, en de kwaliteit die daarmee samenhangt, zijn bepalend voor de toekomst van kinderen. Minister Wiersma schrijft dat in het onderwijs op korte termijn acties nodig en mogelijk zijn om de kansengelijkheid te verbeteren. De maatregelen worden verder toegelicht in de brief. De afgelopen maanden heeft OCW gesprekken gevoerd met schoolbesturen, gemeenten, de PO-Raad en andere sectororganisaties over kleine scholen. Belangrijkste onderwerpen waren het verschil tussen stedelijk en dunbevolkter gebied, de systematiek rond instandhouding en opheffing, het behoud van leraren bij veranderingen en het toekomstbestendiger maken van het scholenaanbod in Nederland. Het grote aantal (te) kleine scholen zet extra druk op uitdagingen als de personeelstekorten, financiële middelen en de onderwijshuisvesting. Daar waar in sommige regio’s kleine scholen van groot belang zijn voor de bereikbaarheid van onderwijs, worden er door de huidige regels ook veel kleine scholen in stedelijk gebied in stand gehouden. Vijf knoppenIn haar brief benoemt de staatssecretaris vijf “knoppen” waaraan gedraaid kan worden om het scholenaanbod toekomstbestendiger te maken. Deze moeten in samenhang bekeken worden omdat wijzigingen in het ene deel van het stelsel van invloed zijn op de andere delen.De instandhouding en opheffing van basisscholen: heroverweging uitzonderingsgrond “gemiddelde schoolgrootte” wanneer een schoolorganisatie minder leerlingen heeft dan de gemeentelijke opheffingsnorm. Voeg een nieuwe uitzonderingsgrond “afstandscriterium” toe om bereikbaarheid van het onderwijs te waarborgen;De omvorming van de petitscholentoeslag naar een dunbevolktheidstoeslag, uitsluitend in gemeenten met een opheffingsnorm van 150 of lager;Samenwerking: verruimen van de mogelijkheden om een samenwerkingsschool te vormen en stimulering van samenwerking in brede zin door wet- en regelgeving;Het effect van stichten van nieuwe scholen: samenwerking moet de norm worden en het stichten van nieuwe scholen alleen een uiterst middel;Dislocaties: in kaart te brengen wat precies de rol is van dislocaties in het huidige onderwijsveld. Hiervoor zijn geen wettelijke eisen en niet alle dislocaties zijn erkende onderwijslocaties.Instandhouding en de pequenoscholentoeslag waren afgelopen voorjaar ook onderwerp van gesprek op de regiobijeenkomsten van de PO-Raad. De sectorvereniging onderschrijft de door de staatssecretaris benoemde knoppen. De PO-Raad herhaalt het standpunt dat het stichten van nieuwe scholen niet los bezien kan worden van hoe je omgaat met normen voor stichting en instandhouding. Tegelijkertijd mist de PO-Raad invulling van het thema onderwijshuisvesting. Elke knop heeft impact op onderwijshuisvesting. Bovendien is er een structureel tekort van 1,3 miljard per jaar om serieus aan de slag te kunnen gaan met de schoolgebouwenvoorraad.PO-Raad roept ministerie op Terwijl op langere termijn lagere kosten worden voorzien, kunnen gemeenten op korte termijn vaak niet voldoen aan de behoefte aan goede huisvesting. De PO-Raad roept het ministerie op om onderwijshuisvesting nadrukkelijk mee te nemen in het vervolgtraject. Alleen met voldoende middelen en met duidelijke afspraken kunnen de doelstellingen behaald worden. Dit betekent dat alle schoolgebouwen in 2050 (onderwijs)adaptief, gezond, inclusief, duurzaam en betaalbaar in de exploitatiefase moeten zijn.Gemeentelijke opheffingsnormTot slot wordt in de brief niet gesproken over de gemeentelijke opheffingsnorm. Daar waar een gemeente uit zowel stedelijk als landelijk gebied bestaat kan een aparte opheffingsnorm per gebied passend zijn. De huidige procedure om dit te realiseren is complex en vraagt om aanpassing.Regiobijeenkomsten OCWIn het najaar organiseert OCW opnieuw regiobijeenkomsten. Hier worden ideeën voor aanpassingen vanuit verschillende lokale situaties bezien en getoetst. De staatssecretaris roept schoolorganisaties op om nu al, samen met lokale partners, te onderzoeken wat nodig is om het onderwijsaanbod toekomstbestendig in te richten.

Infographic: Toekomstbestendig funderend onderwijs en toezicht

Hoofdpunten en maatregelen

  1. Toezicht en onaangekondigde bezoeken: vanaf 2026 korte, onaangekondigde bezoeken aan scholen; geen eindoordeel direct, wel terugkoppeling en kort rapport; pilot in primair onderwijs gestart en positief ontvangen; VO-raad volgt met belangstelling.
  2. Onderwijsresultaten en kwaliteitsbeoordeling: in het Onderzoekskader 2027 minder zwaar meetellen; VO-raad pleit voor bredere dataset en inclusiever onderwijs; zorgen over marginale aanpassingen aan het huidige model.
  3. Bestuurs- en intern toezicht: wetsvoorstel vereist dat besturen, intern toezicht en governance professionaliteit en integriteit waarborgen; kritiek op overlapping met bestaande regels en governancecode.
  4. Financiële sancties en handhaving: voorkeur voor herstel en ondersteunen van kwaliteitsverbeteringen; zorgen over effectiviteit van sancties en bedrag dat scholen ondersteunt in plaats van schaadt.
  5. Kansen voor leerlingen: minister Wiersma benadrukt noodzaak van kansen en kansengelijkheid; concrete acties per terrein beschreven in de brief.
  6. Onderwijshuisvesting: vijf knoppen om toekomstbestendig onderwijs aan te sturen: instandhouding/opheffing, dunbevolktheidstoeslag, samenwerking, stichtingsbeleid, dislocaties; aandacht voor investeringen in schoolgebouwen en regionale verschillen.
Diagram: 5 knoppen voor toekomstbestendig onderwijs

Specifieke maatregelen per domein en doelgroep

Onderwijs speelt een essentiële rol bij kansen voor leerlingen; acties op korte termijn zijn mogelijk om kansengelijkheid te verbeteren. Het mbo ziet succes in het eerste jaar na instroom; we bekijken de positie van mbostudenten één jaar na instroom en gebruiken de Cohortrapportage NP Onderwijs 2023 als bron.

Er wordt aandacht gevraagd voor speciale leerlingen uit het speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs; via extra onderzoek willen we zicht krijgen op hun prestaties.

In de voorraad en toeleveringsketen voor digitale leermiddelen moet digtiaal onderwijs goed geregeld worden om te moderniseren. In het mbo stimuleren we het gebruik van tweedehands materiaal; in het hoger onderwijs is dit vaker gebruikelijk.

Schema: Digitale leermiddelenketen en alternatieve aanschafstrategieën

Praktische uitvoering en samenwerking

  • Coördinatie tussen onderwijssectoren en privaat onderwijsdomein voor om- en bijscholingsactiviteiten.
  • Nieuwe maatregelen en toelichtingen in de brief door OCW met betrokken sectororganisaties en gemeenten.
  • Regiobijeenkomsten OCW in najaar om lokale situaties mee te nemen in toekomstige aanpassingen.

Door deze maatregelen hopen we dat scholen toekomstbestendiger worden en dat de onderwijsresultaten verbeteren zonder onrendabele lasten voor besturen of leerlingen.

tags: #kamerbrief #over #toptalent #in #het #funderend