Het vliegdekschip, of beter: vliegkampschip, Hr.Ms. Karel Doorman (R81) is één van de bekendste Nederlandse marineschepen. Oorspronkelijk was het gebouwd als HMS Venerable van de Britse Colossusklasse. De "Dikke Boot" was het tweede vliegkampschip van de marine, eerder (1946-1948) werd een vliegdekschip van de Britten geleend en dat voer onder dezelfde naam. De Karel Doorman is het langste Nederlandse marineschip tot nu toe, maar niet het zwaarste (dat is Zr.Ms. Karel Doorman). De Doorman werd in 1968 verkocht nadat het schip door brand ernstig was beschadigd. De R81 was anders een paar jaar later uit dienst gesteld.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verloor de Koninklijke Marine veel personeel en materieel. Na de bevrijding moest de zeemacht opnieuw worden opgebouwd. De marine had geleerd van de strijd ter zee in de jaren '40 en zag dat vooral het vliegkampschip een wapen was met ongekend veel potentie. De marineleiding had een grote marine voor ogen die de Nederlandse koopvaardij in een toekomstig conflict zelf zou kunnen beschermen, zonder dat de zeemacht slechts schepen moest afstaan aan een internationaal eskader. Dat de heropgebouwde marine moest beschikken over vliegkampschepen stond dus vast.
In de plannen die eind 1945 het licht zagen, waren drie kleine vliegkampschepen opgenomen die ieder een smaldeel moesten aanvoeren. Natuurlijk behoorden kruisers en onderzeeboten ook tot de toekomstige vloot. Van de Britse marine kon de KM vanaf 1946 de escort aircraft carrier HMS Nairana lenen. Dat was een verbouwd vrachtschip. Nederland was daardoor het zevende land ter wereld met een vliegkampschip. Hr.Ms. Karel Doorman.
In 1941 was het de Britse Admiraliteit duidelijk dat vliegdekschepen onmisbaar waren in de strijd tegen Duitsland en Japan. De Britten beschikten wel over carriers, maar niet voldoende. Veel tijd was er niet, er moesten snel nieuwe carriers worden gebouwd. Wel moest deze nieuwe klasse simpel en goedkoop moeten worden. Omdat de ontwerpers van de Britse marine te druk waren, werd de ontwerpopdracht voor de nieuwe vliegkampschepen neergelegd bij de scheepswerf Vickers-Armstrong. Zij namen de Illustriousklasse als voorbeeld en ontwierpen een vereenvoudigde en kleinere variant: de 1942 design light fleet carriers. Dat sommige zaken in oorlogstijd sneller gaan dan anders, bewijst ook de aanloop naar de bouw van deze vliegkampschepen.
Heel vroeg in 1942 was het ontwerp gereed, in februari datzelfde jaar besloot de Royal Navy dat ze gebouwd zouden worden en in maart 1942 werd aangevangen met de eerste twee carriers. De geboorteplaats van de latere Hr.Ms. Karel Doorman is Birkenhead. De carrier werd daar namelijk door de bekende scheepswerf Cammell Laird gebouwd. Deze werf ligt aan de rivier Mersey, pal tegenover Liverpool. Het vierde schip van de Colossusklasse kreeg de naam Venerable ("eerbiedwaardig") en was de enige carrier van deze klasse die door Cammell Laird werd gebouwd. Op 3 december 1942 werd de kiel gelegd van de Venerable, een dik jaar later volgde de tewaterlating en vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog werd het schip in dienst gesteld (17 januari 1945).
De opwerkperiode was kort en al op 1 maart werd het het vlaggenschip van de 11th Aircraft Carrier Squadron, waarna het via het Suezkanaal koers zette naar de Pacific. Het bleef in de Oost tot eind februari 1947. HMS Venerable is tijdens de Tweede Wereldoorlog niet ingezet in de strijd. Wel heeft het veel mensen en materieel vervoerd, onder andere Nederlanders die op Java krijgsgevangen zijn geweest. In april 1947 werd HMS Venerable uit dienst gesteld en stond het van mei tot december van dat jaar op de verkooplijst.
Prachtige beelden van Hr.Ms. Op 28 mei 1948, de eerste Karel Doorman was net in maart teruggegeven aan de Britten, werd in Plymouth de nieuwe Karel Doorman overgedragen en indienstgesteld. De Doorman was dus indienstgesteld zonder dat het ooit in Nederlandse wateren was geweest. Dat veranderde een paar dagen later op 2 juni 1948. Een natte, gure en koude lentedag. De vaderlandse pers was door de Koninklijke Marine uitgenodigd om als eerste een kijkje te nemen op het (toen nog) 210 meter lange schip, terwijl het Rotterdam binnenvoer. De belangstelling was groot, daar lag het niet aan. In een klein caféetje in Hoek van Holland zaten de journalisten en fotografen met de woordvoerder van de marine te wachten tot vanuit Scheveningen gebeld zou worden: 'Doorman in zicht'!

Toen het telefoontje kwam, stapte men snel aan boord van de RS VIII dat de journalisten in aanraking zou brengen met de dikke boot. Die boot werd ook als dik ervaren en de aanraking werd gevoeld. Net iets te veel. De Doorman kon -met die harde wind- niet langzamer varen en het bootje met journalisten niet sneller. Het journaille moest op een wilde Nieuwe Waterweg overspringen. Bij het overstappen raakte een journalist van dagblad Trouw kort bekneld tussen trap en bootje: dubbele kaakfractuur. De RS VIII keerde daarop direct terug om de gewonde reporter aan een ambulance over te dragen. Tot zover de eerste kennismaking van fotografen en andere journalisten met de nieuwe aanwinst.
De hangar van de Doorman werd voor een kerstdiner voor de bemanning omgetoverd tot restaurant. Van juni t/m november 1948 was de DMN te zien in en rond de Noordzee. Op 1 december werd de nieuwe aanwinst naar de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) gevaren voor een eerste verbouwing die negen maanden zou duren. Tijdens deze verbouwing werd vooral de accommodatie verbeterd. In het oorspronkelijke ontwerp sliepen zowel de manschappen als de onderofficieren in hangmatten. De verblijven van onderofficieren werden ingericht met vaste kooien. Vijf bemanningsverblijven werden vergroot, theekeukens werden omgebouwd tot recreatieverblijven, voorzien van een scheepstoko met bierkoelers. Ook de wasplaatsen werden aangepakt; stalen wasbakken, onbreekbare spiegels en tegelvloeren werden geplaatst. Ook plaatste de RDM drinkwaterkoelers voor tropische omstandigheden en moderne machines voor het wassen, drogen en strijken in de wasserij. In de kombuis verscheen moderne kookapparatuur.
Aan het bekendste dek van het schip, het vliegdek, werden zodanige wijzigingen aangebracht dat het ook de snelste vliegtuigen kon ontvangen. Zo werden er twee remkabels toegevoegd en de bestaande acht remkabels, plus vangnetten, aangepast. Onder het vliegdek, in de hangar, was plaats voor 12 jachtvliegtuigen en 24 verkenningstoestellen. Deze werden beschermd tegen brand met drie spuiten die 150 ton water per uur konden leveren. Slaapverblijf van mariniers. Een paar maanden nadat de verbouwing in september 1949 was afgerond, vertrok Hr.Ms. Karel Doorman -met o.a. aan boord prins Bernhard- naar de West. De vier ruimen bedoeld voor voeding waren volgestouwd om de bemanning gedurende een deel van de reis van eten te voorzien. Sommige producten zoals groente en fuit moesten weliswaar al vrij snel na vertrek weer worden ingekocht, andere konden lang mee. De victualiën waren volgens een voorbedacht plan in de ruimen geplaatst, want deze waren zo vol dat er geen doorkomen aan was. Behalve deze producten was er uiteraard veel meer mee. Van jam tot sambal, stroop en goudreinetten. En natuurlijk heel veel non-food; de Karel Doorman was zo groot dat er zelfs een kledingmagazijn aan boord was.

Filmpje opent in nieuw scherm. Mooie beelden van vliegoperaties aan boord van vliegkampschip Hr.Ms. Nederlandse marinevliegers hadden tijdens de Tweede Wereldoorlog ervaring opgedaan met vliegdekschepen. Zo vloog 860 squadron met Fairey Swordfish vliegtuigen vanaf vliegdekschepen. Later volgde de eerste Karel Doorman waar vliegvliegers van de Marineluchtvaartdienst (MLD) van opereerden. Toch verliep de start met de tweede Karel Doorman moeizaam. Een maand na de indienststelling kwamen de eerste vliegtuigen aan boord. In de beginjaren hadden meerdere ongevallen plaats en die werden vooral veroorzaakt door onvoldoende geoefendheid. De marinevliegers hadden immers één vliegkampschip en als de Doorman niet op zee was, konden zij vooral de -gevaarlijke- deklandingen op een bewegende landingsbaan niet beoefenen. Aan die geoefendheid werd hard gewerkt. Want al op 2 januari 1950 vertrok de Doorman richting de West, waar het betere weer de vliegers minder vaak aan dek zou houden. Ook had tijdens die reis de eerste bilaterale oefeningen plaats en wel met een Amerikaans vliegkampschip. Na vijf maanden keerde het Nederlandse vliegdekschip weer terug, waarna het twintig dagen later richting de Golf van Biskaje vertrok om -voor het eerst- leiding te geven over een internationale oefening.
Hr.Ms. De Doorman werd in die beginjaren samen met de kruisers, regelmatig onder vuur genomen. Op financieel en politiek gebied dan. Zowel door de NAVO toen vlak na oprichting de prioriteiten moesten worden bepaald als binnen de Nederlandse regering. De NAVO, en vooral de Britse marine en Amerikaanse marine, zag geen rol voor een grote Nederlandse zeemacht. De KM moest zich richten op mijnenbestrijding, zodat het de Noordzee kon schoonhouden. De werkzaamheden hoger in het geweldspectrum, waar onderzeeboten, vliegkampschepen en kruisers voor nodig waren, zouden de Royal Navy en de US Navy wel oplossen. Bovendien richtte de NAVO zich in eerste instantie op de strijd te land en in de lucht. De Koninklijke Marine zag het schrappen van de in aanbouw zijnde kruisers De Zeven Provincien en De Ruyter, en Hr.Ms. Karel Doorman, niet zitten. Nederland had immers nog de overzeese gebiedsdelen en een grote koopvaardijvloot.
In 1949 en 1950 werd het voortbestaan van de Karel Doorman ook bedreigd door politici in Den Haag. Nederland besteedde maar liefst 30% van de uitgaven aan Defensie en dat moest minder worden. De Koninklijke Marine wilde snel opbouwen en uitbouwen, maar de regering wilde bezuinigen. Vooral de minister van Financiën P. Kerkdienst in een liftput van de Doorman, 1959. Al zag Lieftinck vooral voordelen in een marine en luchtmacht (deze konden volgens hem in tijden van oorlog geëvacueerd worden), het was de marine die het het zwaar te verduren kreeg. De Nederlandse regering verwachtte namelijk dat als de Sovjet-Unie tot een aanval over zou gaan, dit over land zou gebeuren. De kruisers en het vliegkampschip moesten het veld ruimen, zo was het idee. Het Korps Mariniers kon bij de landmacht. Maar omdat de regering wist dat de Tweede Kamer niet in zou stemmen -en het Nederlandse publiek ook niet- met deze voornemens, werd naar oplossingen voor de drie grote schepen gezocht. Aan de Verenigde Staten werd gevraagd of ze de drie schepen wilden kopen. Staatssecretaris van Marine vice-admiraal b.d. Moorman (KVP) had de plannen van de marine laten aanpassen en realistischer gemaakt. Vervolgens verdedigde hij de plannen in het kabinet met succes.
Hr.Ms. Karel Doorman kreeg met het nieuwe vliegdek een belangrijke modernisering. Op 1 augustus 1955 begon de uitgebreide modernisatie van de Doorman. Die verbouwing was bedoeld ter verbetering van de accommodatie van de bemanning en opstappers. Het was bovendien een technische modernisatie. Eén van de meest in het oog springende wijzigingen had te maken met het vliegdek. De Doorman had, net als de andere carriers uit zijn tijd, een recht vliegdek. Eind jaren '40 had de Britse marine echter het angled deck ontdekt. Het vliegdek werd feitelijk in tweeën geknipt: de startbaan bleef recht vooruit wijzen, maar de landingsbaan werd schuin naar bakboord over het vliegdek gelegd. Vliegtuigen die geen succesvolle landing maakten, schoten of door in zee of stegen weer op. Dat was een groot succes en in 1953 voer het eerste Amerikaanse vliegkampschip met een hoekdek en een jaar later volgde een Britse carrier. Een Sea Hawk landt op het hoekdek in 1961. Behalve het hoekdek, werd een stoomkatapult aangebracht waarmee zwaardere vliegtuigen konden worden afgeschoten. Het vliegdek werd bovendien verstevigd. Om de geoefendheid van de marinevliegers op niveau te houden, werden de vliegtuigen en vliegers aan boord van Britse vliegkampschepen geplaatst.
Ondertussen verliep de modernisering niet helemaal naar ieders wens. Door vele nieuwe ideeën en rekenfouten werden de kosten van de verbouwing steeds hoger en meer dan geraamd. Daarnaast bleek dat de Doorman later gereed zou zijn dan gepland. De vliegtuigen op Hr.Ms. Karel Doorman waren in eerste instantie Fairey Firefly patrouillevlieguigen en Hawker Sea Fury jachtvliegtuigen. In de jaren '50 wist Nederland -in het kader van naoorlogse steun- 78 Grumman Avenger TBM-3W2 verkenners en TBM-3S2 torpedobommenwerpers van de Verenigde Staten te ontvangen. Deze Avengers bleken tijdens diverse oefeningen goed te voldoen. Toen straalvliegtuigen hun opmars gingen maken en de strijd tegen straalbommenwerpers niet door propellorjachtvliegtuigen gewonnen zou kunnen worden, gaf ook de KM bij de collega's in Amerika aan straaljagers te willen. De luchtmacht zou bij een strijd in de Oost geïsoleerd raken op Nieuw-Guinea. De luchtmachtvliegvelden vergden bovendien een enorme inspanning. De Karel Doorman zou het zelf ook kunnen, maar had er wel straalvliegtuigen voor nodig. Sterker, als er geen straalvliegtuigen zouden komen, zou de KD in de toekomst aan waarde inboeten en op de schraplijst komen te staan.
In 1956 kwam de mededeling van de Amerikanen dat de gewenste straalvliegtuigen -Britse Sea Hawks- besteld konden worden. De toestellen die gedurende de laatste jaren van de Doorman vlogen, waren de Grumman Trackers S2F langeafstandspatrouillevliegtuigen bedoeld voor met name onderzeebootbestrijding. Incidenteel hebben de Sea Otter ASR, een watervliegtuig in de tijd van voor de helikopter, en de Sikorsky S-51 geopereerd vanaf het vliegkampschip. Tussen 1948 en 1968 zijn door vliegtuigen zo'n 12.600 landingen gemaakt op Hr.Ms. Karel Doorman. Een punt van zorg bij de marine was de geoefendheid van de boordvliegers, zo meldt het boek Pugno Pro Patria. Voor hen was er niet steeds een v...
Technische en operationele kenmerken van de huidige onderhoudsperiode
Inleiding Het logistiek- en bevoorradingsschip Zr.Ms. Karel Doorman is vertrokken naar Vlissingen voor een geplande onderhoudsperiode. In een dok van Damen Shipyards Group wordt het schip de komende circa 11 maanden technisch onderhouden en op onderdelen gemoderniseerd. Hiermee blijft het schip inzetbaar voor de belangrijke rol binnen de Nederlandse en internationale maritieme operaties.
Tijdens deze reguliere grote onderhoudsbeurt worden alle belangrijke systemen van het schip gecontroleerd en waar nodig aangepast. De werkzaamheden richten zich onder meer op: onderhoud en verbetering van zelfverdedigingssystemen, modernisering van sensoren en waarnemingsapparatuur, aanpassingen aan laad- en overslagsystemen, waaronder kranen, technisch onderhoud aan voortstuwing en energiesystemen. Specialisten van Defensie en Damen werken in Vlissingen nauw samen aan deze werkzaamheden. Deze samenwerking draagt bij aan het behoud van kennis en kunde binnen zowel de krijgsmacht als de Nederlandse maritieme sector.

Technische verdieping: veelzijdig inzetbaar platform De Zr.Ms. Karel Doorman is een zogenoemd Joint Support Ship (JSS) en vormt een belangrijke schakel binnen de Koninklijke Marine. Het schip combineert meerdere capaciteiten in één platform: Lengte: 204,7 meter; Breedte: 30,4 meter; Diepgang: 7,8 meter; Waterverplaatsing: circa 27.800 ton (soms 28.000-28.246 ton); Snelheid: circa 18 knopen; Bemanning: ongeveer 150 eigen bemanning (uitbreidbaar tot 300 pax); Helikopterfaciliteiten: 2 landingsplaatsen en hangarcapaciteit voor 6 middelgrote helikopters; Bevoorrading op zee (RAS): gelijktijdige ondersteuning van meerdere schepen; Transportcapaciteit: voertuigen, containers en zwaar materieel (RoRo); Seabasing / amfibische ondersteuning; Medische ondersteuning: rol-2 zorgcapaciteit met 2 operatiekamers, high care, röntgen etc. Dankzij deze combinatie kan het schip langdurig opereren en verschillende taken gelijktijdig uitvoeren.
Bewapening (defensief) 2 × Goalkeeper CIWS, 2 × 30 mm kanonnen, 4 × 12,7 mm machinegeweren, 6-8 × 7,62 mm machinegeweren. Inzet: De Zr.Ms. Karel Doorman wordt wereldwijd ingezet voor bevoorrading van marineschepen op zee, transport van personeel en materieel, ondersteuning van NAVO-operaties en humanitaire hulp en rampenbestrijding. Het schip heeft zich de afgelopen jaren bewezen als een betrouwbaar platform binnen internationale samenwerkingsverbanden. Status: Actief in dienst bij de Koninklijke Marine (sinds 2015), ook beschikbaar voor de Duitse marine via samenwerking.
Mening ODB: Wij zien deze onderhoudsperiode als een logisch periodiek en noodzakelijk onderdeel van het instandhouden van hoogwaardige maritieme capaciteit. Tegelijkertijd onderstreept het belang van goed onderhoud en tijdige modernisering hoe essentieel dit type schip is voor de inzetbaarheid van de vloot. De samenwerking met Damen Shipyards Group laat daarnaast zien dat Nederland beschikt over een sterke maritieme kennis, die van groot belang is voor de ondersteuning van Defensie.

Tot slot Met deze onderhoudsperiode wordt de Zr.Ms. Karel Doorman voorbereid op toekomstige inzet. De geschiedenis van de Karel Doorman 1 De Geschiedenis van Hr. Ms. "KAREL DOORMAN" (I) Na de 2e W.W. heeft de Koninklijke Marine tweemaal een vliegkampschip bezeten, die beide de naam Hr. Ms. "KAREL DOORMAN" droegen. Het eerste schip van die naam was een hulpvliegkampschip, dus een als koopvaardijschip op stapel gezet vliegkampschip, de tweede was een zogenaamd licht vliegkampschip. De 2e "KAREL DOORMAN" was de voormalige HMS. "VENERABLE", één van de 10 lichte vliegkampschepen van de "GLORYII-klasse. Ditmaal willen we ons beperken tot het eerste schip van die naam, de voormalige HMS "NAIRANA", want hiervan is, voornamelijk bij de jongere lezers, niet zoveel bekend.
Tijdens de 2e Wereldoorlog kocht de Britse Marine 4 rompen van in aanbouw zijnde koelschepen om deze tot hulpvliegkampschip te verbouwen. Dit werden de latere "CAMPANIA", "VINDEX", "ACTIVITY" en "NAIRANA", die een waterverplaatsing bezaten van resp. 12.450, 13.455, 11.800, en 14.046 ton. Hoewel deze schepen niet geheel identiek waren en dus geen zusterschepen mogen worden genoemd, waren zij toch in grote trekken gelijk en bezaten alle 4 accommodatie voor 20 tot 24 vliegtuigen, afhankelijk van het type vliegtuig, waarmee zij werden uitgerust.
Vervolgens doorloopt het verhaal van de NAIRANA en de latere overdracht aan de KM, waarna uiteindelijk het schip in dienst kwam als Hr.Ms. Karel Doorman (1) op 5 juli 1946 in Hoek van Holland en in 1946-1947 haar hoedanigheid als luchtkampschip van de KM kreeg. Het verhaal gaat verder over onderhoud, reizen naar de Indische Oceaan, en talrijke tactische oefeningen met buitenlandse zeemachten die de vroege jaren van de Doorman markeren.
Hr.Ms. Karel Doorman (historical video) RNLN.flv
In latere jaren werd het schip na de oorlog teruggegeven aan de Britten en uiteindelijk verkocht aan de Port Line als koelschip, waar het uiteindelijk de naam Port Victor kreeg. De huidige Zr.Ms. Karel Doorman is echter een volwaardig logistisch ondersteuningsvaartuig dat sinds 2015 in dienst is en een sleutelrol speelt in NAVO- en internationale operaties, alsook in humane missies en rampenbestrijding.
Samenvattende kernpunten
- Karel Doorman werd oorspronkelijk gebouwd als HMS Venerable van de Colossusklasse en later als Hr.Ms. Karel Doorman ingeschreven.
- De moderne verbouwing en het angled deck hebben de operationele capaciteiten aanzienlijk vergroot.
- De Doorman kende in de beginjaren problemen met oefening en uitrusting, maar evolueerde tot een veelzijdig inzetbaar platform.
- Huidige Zr.Ms. Karel Doorman fungeert als Joint Support Ship met uitgebreide bevoorrading, transport en hospitalisatiecapaciteiten.
- Onderhoudsperiodes in Vlissingen zorgen voor voortdurende inzetbaarheid en up-to-date sensoren en verdedigingssystemen.
tags: #karel #doorman #verbouwing