Inleiding tot de Wereld van Kees de Waal
De webwinkel van Kees de Waal, gespecialiseerd in "betonnen schaapjes" en andere unieke items, bevindt zich mogelijk nog in de opstartfase of is nog niet officieel geregistreerd. Potentiële klanten wordt geadviseerd om eerst contact op te nemen met de webwinkelier alvorens een bestelling te plaatsen.
Productaanbod: Van Gloeilampen tot Texelse Delicatessen
Het assortiment van de webwinkel omvat een diverse reeks aan producten, variërend van decoratieve items tot huishoudelijke benodigdheden. Enkele voorbeelden van het aanbod zijn:
- Gloeilampen: Verkrijgbaar in hangende (18 cm hoog) en staande (37 cm hoog) varianten.
- Serviesgoed: Senseo mokken en mokken met schaapmotief, evenals eierdopjes in schaapvorm.
- Textiel: Een schaap fleece plaid, kussens met schapenprint (40x40 cm) en plaids met schapenprint (160x140 cm).
- Handgemaakte items: Grote (30 cm) en kleine (20 cm) gehaakte tassen, en een gehaakte hanglamp.
- Decoratie: Houten kandelaren (set van 3), een staande lantaarn in zwart, Noorse plaids (130x150 cm), onderzetters met schaapmotief (9x9 cm), een dienblad met "opa en oma" thema, en voddenkleden (kleuren variëren).
- Badkameraccessoires: Zeepschaaltjes met Texel-thema.
- Keukentextiel: Texelse theedoeken (70x50 cm).
- Kleding: Regenponcho's met capuchon.
- Overige: Postbakjes, ronde wollen schapen (20 cm hoog), Texelse schapenboekjes, mini-schaaltjes (set van 6, vaatwasmachinebestendig), gebaksbordjes (set van 6, vaatwasmachinebestendig) en ontbijtbordjes (set van 6, vaatwasmachinebestendig).

Wim Romijn: Van Bosbouwkunde naar de Kunst van Illustratie
Wim Romijn's oorspronkelijke ambitie na de middelbare school was om bosbouwkunde te studeren. Dit pad werd echter niet bewandeld; in plaats daarvan begon hij te werken op een rentmeesters- en accountantskantoor. Na slechts twee jaar werd duidelijk dat een kantoorbaan niet bij hem paste.
Rond zijn twintigste nam Romijn een besluit dat zijn toekomst zou bepalen. Al op jonge leeftijd was hij gefascineerd door aquarellen van boekillustratoren. Hij onderbrak zijn avondstudie om zich in te schrijven voor twee schriftelijke tekenopleidingen. Tegelijkertijd volgde hij drie jaar lang, drie avonden per week, teken- en schilderlessen aan een centrum voor kunstzinnige vorming. Door zelfstudie ontwikkelde hij zich verder.
Zijn loopbaan als paardenschilder, zijn ervaringen met paarden en paardenmensen, zijn beschreven in het boek "HET PAARD, bron van inspiratie". Eerder verschenen van zijn hand negen platenboeken en talloze rubrieken in kranten en tijdschriften.
De Natuurlijke Cyclus: Hazen, Paarden en Agrarische Tradities
Het Begin van de Paartijd bij Hazen
Bij gemiddelde wintertemperaturen begint de paartijd bij hazen in februari. Een milde winter kan ertoe leiden dat mannelijke hazen, rammelaars genaamd, al eind december hun zelfbeheersing verliezen. Ze gaan dan met de neus laag boven de grond op zoek naar een voedster. Geur speelt hierbij een cruciale rol. Om herkenbaar te zijn voor soortgenoten, smeren de hazen zich tijdens het verzorgen van hun vacht in met geurstoffen uit een geurklier bij de neus.
Paardenkracht in het Agrarische Landschap
In het verleden werden paarden veelvuldig ingezet in agrarische werkzaamheden. Bij het ochtendgloren bewerkt een driespan merriepaarden een perceel dalland. Deze paarden worden omschreven als groot, breed, onnoemlijk sterk en van nature heel rustig. Ze plaatsen zonder tegenstribbelen herhaaldelijk een met volle zakken geladen wagen achterwaarts in een korenmolen. Hun onderlinge verdraagzaamheid zorgt ervoor dat het werk probleemloos verloopt.
Er zijn ook voorbeelden van minder harmonieuze samenwerkingen, zoals bij een vierspan waarbij de middenpaarden overheersend waren, wat aanpassingen in de plaatsing vereiste. Op twee kleine boerenbedrijven aan dezelfde weg op het eiland Flakkee werd nog met boerenpaarden gewerkt. Alleen voor het ploegen was een tweespan nodig, waarbij de boeren beurtelings hun trekpaard beschikbaar stelden. Deze samenwerking werd abrupt beëindigd toen een van de paarden, dat aan de rand van het duingebied weidde, werd gestolen. De gedupeerde boer stapte over op mechanische tractie, maar miste het paardenwerk, de stilte en het contact met de aarde.
Een Zeeuwse akkerbouwer vertelde tijdens het eggen, rustend achter zijn goed verzorgde trekpaarden, dat hij zich vaak ergerde aan de jeugdige onbezonnenheid van jongens uit het dorp. Zonder enige ervaring met paarden benaderden zij hem met het verzoek zijn trekpaarden uit te lenen voor de ringrijderij. Er waren ook paardenboeren die altijd bereid waren om buren te helpen bij landbouwwerkzaamheden.
Het vullen van een gierkist met een schepemmer vereist geduld. Door afspraken met boerenfamilies kon de auteur meerdere keren helpen bij het lostrekken en laden van ingeklonken stalmest.
Paarden en Hun Gedrag
Soms tonen paarden een terughoudendheid, waarbij ze een halve appel of een stukje brood afwijzen en hun hoofd afwenden met de oren plat naar achteren. Latere pogingen tot verzoening kunnen ook mislukken.
Het roepaard (links, van voren gezien) moet er flink de pas in zetten om de andere bij te houden. Als waarschuwing om uit haar buurt te blijven, trekt ze haar oren plat naar achteren. Bij een wending is het middenpaard een keer op een van haar voeten gaan staan.
Kop- of wendakkers lijden sterk onder het massale gewicht van landbouwtractoren en -machines. De bovenlaag van de grond wordt vastgereden, wat de grondstructuur verstoort en afwateringproblemen veroorzaakt.
De boer vertrekt 's ochtends vroeg naar de akker, waar hij maanden geleden de cultivator heeft achtergelaten. Om aardappelopslag te voorkomen, wordt de grond voor de winter opengetrokken. De aardappelen die na de oogst omhoog komen, worden door velddieren opgegeten of vriezen kapot. Tevens worden de wortels van (on)kruiden stuk getrokken, waardoor ze afsterven.
Op stal en in de weide zijn paarden de rust zelve, maar eenmaal in het span peppen ze elkaar op en tonen ze vurigheid. Er wordt regelmatig een rustpauze gehouden. Terug op stal hangt een betoverende lucht, een mengeling van geuren van paardenlijven, hooi, stro en mest. Het is een ideale plek voor overwerkte, naar rust snakkende, paardenminnende mensen.
De pony mindert plotseling vaart om te kunnen grazen. Op boerderijen waar nog gebruik werd gemaakt van paardentractie, zag de auteur vooral trekpaarden aan het werk en hoorde hij bijzondere verhalen over dit ras.
Vanuit mededogen en blijdschap over de goede afloop, schilderde de auteur meerdere keren het driespan trekpaarden dat betrokken was bij een incident tijdens het ploegen. Een van de drie paarden raakte op de kopakker in een sloot en trok de andere twee mee.
De weerdienst geeft voor een lange periode ongunstig weer aan. Vier paarden zijn van stal gehaald, een voor de aardappelpootmachine en een driespan voor de eg. Bij het eggen duiken ze op de omhoog gewerkte wormen en insectenlarven.

Texel: Een Eiland met een Rijke Geschiedenis en Natuur
Kees, de 88-jarige Fietser en Aardappelrooier
De 88-jarige Kees vergezelt de auteur op zijn fietstocht. Hij fietst dagelijks op zijn nieuwe fiets, die van oerdegelijk Nederlandse makelij moest zijn. Jaarlijks helpt Kees een bevriende boer bij het handmatig rooien van aardappelen, een vaardigheid die hij in zijn jeugd leerde.
In de zomer en herfst stonden hij en zijn moeder dagelijks om vijf uur op. Na soms flinke wandelingen kropen ze met bemodderde benen (blauw van de kou) over bedauwde aardappelvelden. Als loonarbeider, paardenknecht en griendwerker had hij een schamel bestaan. Zonder laarzen werkte hij als 12-jarige samen met zijn vader in de drassige grienden van de Biesbosch. De koude nachten brachten ze door in een tochtige veldkeet, waarbij de paljassen (strobedden) elke avond op ratten gecontroleerd moesten worden.
Kees was flink in de negentig toen hij op de fiets de auteur luidkeels toeriep. Op de bagagedrager had hij een jutezak met aardappelen gebonden. Zodra de combines verdwenen waren, nam Kees bezit van een akker om er aardappelen te lezen.
Oorlogservaringen op Texel
Het Nationaal Park Duinen van Texel, een landschap van grote variatie, heeft een rijke cultuurhistorie. Van duinboeren tot stropers, van jutters tot loodsen, het duingebied vervulde vele functies voor de Texelaars.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden in het huidige nationaal park honderden bunkers gebouwd. Na de oorlog bleef de gigantische infrastructuur van de bezetter over, waarbij de bunkers en verdedigingswerken op velerlei wijze werden hergebruikt.
Paul Dekker, een kenner van de flora en fauna van het Nationaal Park, ontdekt ook de gelaagde geschiedenis van het gebied. Als jutter, net als zijn vader en grootvader, vindt hij oude munten, een vuurstenen zeis, Duitse medicijnflesjes, messen en onklaar gemaakte pistolen. Het opsporen van neergeschoten vliegtuigwrakken en hun bemanning is voor hem een levenstaak geworden.
Gerrit Gerrits, oud-onderwijzer, groeide op met de bunkers op het strand, die hem mateloos fascineerden. Zijn vader was belast met het opruimen van de bunkers. Gerrits publiceerde het boek "Zuidbatterij 1939-1945", waarin hij de ingrijpende menselijke invloed op het landschap beschrijft.
Texel was een belangrijke schakel in de Atlantikwall. Niet alleen hield Nazi-Duitsland rekening met een geallieerde invasie, Den Helder was ook een strategisch punt dat vanaf Texel verdedigd werd. Er werden in korte tijd minstens 510 bunkers gebouwd, een gigantische operatie waarbij de duinen werden opengebroken en grote ladingen beton werden gestort.
Serge Blom, militair historicus, raakte al vroeg geïnteresseerd in de Texelse krijgsgeschiedenis. Hij doet onderzoek voor het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en organiseert slagveldreizen. In 2016 bracht hij met Rolf de Winter de gids "De Georgische muiterij op Texel; april-mei 1945" uit.
Op 6 april 1945 kwamen de Georgische soldaten in Duitse krijgsdienst in opstand. Ze wilden hun reputatie redden voor de geallieerden hen als collaborateurs zouden terugsturen naar de Sovjet-Unie. Bij de opstand riepen de Georgiërs alle Texelaars op om mee te helpen Texel te bevrijden. De Duitsers beschouwden hierna ook Texelaars als de vijand, wat leidde tot executies.
Cor Kievits, die in 2018 overleed, was een van de weinigen die de gruwelijkste episodes van de Tweede Wereldoorlog op Texel kon navertellen. Veel slachtoffers vielen onder Duitse en Georgische soldaten, maar ook burgers kwamen om, bijvoorbeeld door mee te vechten met de Georgiërs of door hen onderdak te bieden.
Nol Binsbergen, filmmaker, maakte in 1942 met Herman van de Horst een natuurfilm over Texel in opdracht van TESO. De film toont de lepelaars en andere vogels, zonder enige verwijzing naar de oorlogswerkzaamheden in de natuurgebieden.
Gré Dros zag hoe in 1939 gemobiliseerde Nederlandse troepen kazematten bouwden. Later nam de Duitse bezettingsmacht de complexen in. De oorlog op Texel begon met een luchtaanval op Vliegbasis de Mok. Dros beleefde haar puberjaren in de oorlog, zonder de vrijheden van vroeger.
Jacques Dijt, wiens vader boer was, beschouwt de oorlog als een prachtige tijd voor jongens. Duitse soldaten zagen ze wel, en leerden onderscheiden met wie ze wel en niet konden omgaan. Een Duitse soldaat gaf hem een doos met speelgoed, nadat zijn eigen gezin was omgekomen bij een geallieerd bombardement.
In de Tweede Wereldoorlog liepen er twee treintrajecten over Texel, bedoeld om materialen voor de bouw van de Atlantikwall te transporteren. Teun Dekker werd als 15-jarige ingeschakeld voor de bouw van het spoor en werd later machinist.
Dick Drijver, duinboer, stroopte zelfs tijdens de Duitse bezetting. De Duitsers hadden zijn vader weliswaar een vergunning gegeven om zijn schapen te weiden, maar stropen was streng verboden. Dick en zijn vader zagen bunkers verrijzen en werden soms gevorderd om vracht te vervoeren.
De Atlantikwall
Paarden in de Moderne Tijd: Van Werk tot Symbool
Avenir en Demsje: Het Leven van een Gelders Tuigpaard en Koudbloedmerrie
Avenir, een Gelders tuigpaard, groeide uit tot een landelijke bekendheid, behaalde grote triomfen bij concoursen hippique en was een veelgevraagde dekhengst. In zijn gloriejaren ging hij van hand tot hand, kwam op de Utrechtse paardenmarkt terecht en zou uiteindelijk naar het slachthuis gebracht worden.
Hij is de hartsvriend van Demsje, een koudbloedmerrie die in Friesland tot aan haar pensioen op een boerderij werkte. Daarnaast reed zij dagelijks de melkbussen van de boeren naar de fabriek. Met behulp van een speciaal gemaakte singel heeft zij talloze koeien en jongvee uit de sloot getrokken.
Sara: Een Boerinnenpaard in het Aspergeveld
Sara, een boerenpaard, reageert op het geluid van de bellen van het haam en draaft naar het weidehek. Met een schommelende achterhand stapt ze opgetuigd vanaf de dorpsboerderij naar het buitengebied. Ze stopt uit zichzelf bij een akker met aspergebedden, haar werkterrein. Ze zal het werk doen waarvoor ze is opgeleid, zonder te murmureren of verzet te bieden.
Met een planet (kleine ploeg) worden de looppaden tussen de bedden geploegd. Het boerengezin is voor de veldwerkzaamheden afhankelijk van de inzet van Sara. Na het veldwerk krijgt zij geen applaus voor haar prestatie.
Paarden en Veulens: Natuurlijke Gedragingen en Interacties
Bij een fietstocht door de polder richt de aandacht zich op een Shetlandse merrie die een uitgedroogde hoop mestballen bestudeert. Even later nadert een veulen met gespitste oren een goed in de wol zittend schaap, dat driftig met een voorpoot stampt.
Twee trekpaardveulens voelen gelijktijdig een drang om te dollen. Ze galopperen door het gehele weiland tot dicht bij de boerderij. In de dageraad van het leven mogen gedragingen die een veulen later, eenmaal volwassen, kwalijk worden genomen. Het veulen beukt met nauwelijks ingehouden vaart op zijn moedertje, een actief boerenpaard, die meer als stootblok fungeert.
Een oud-schoolvriend van de boer, die vroeger met paarden op het land werkte, geeft correcties en bijsturingen tijdens het eggen.
Paarden in Agrarische en Historische Context
Op boerderijen waar nog gebruik werd gemaakt van paardentractie, zag de auteur vooral trekpaarden aan het werk en hoorde hij bijzondere verhalen over dit ras. Vanuit een gevoel van mededogen en blijdschap over de goede afloop, schilderde hij meerdere keren het driespan trekpaarden dat bij het op wintervoor ploegen betrokken was bij een incident.
Bij de overdracht van Demsje aan de Paardenkamp was het echtpaar erg ontroerd.
Wanneer aan de rand van een stadswijk bij een volkstuinencomplex straatklinkers met paard en wagen worden bezorgd, snellen kinderen toe om de ongewone verschijning op afstand te bekijken. De drang om het paard aan te raken is groter dan de vrees.
Met stalmest bewerkte weilanden hebben een rijk bodemleven waar weidevogels van profiteren. In het voorjaar ontstaan door langdurige regenval plassen op de akkers, met name in de bandensporen van oogstmachines. Vogels zoals kieviten en kemphanen zoeken aan de randen van die plassen naar slakken en wormen.
De auteur kent verhalen van boeren uit zijn jeugd over het indrukwekkende baltsgedrag van kemphanen te midden van herkauwende koeien in de polders rondom Soest en Baarn.
De bejaarde veehouder heeft vanaf zijn jeugd met trekpaarden, Gelderse paarden, New Foresters en Haflingers gewerkt. Hoewel hij goed te spreken is over de andere rassen, gaat zijn voorkeur uit naar de Haflinger, vanwege zijn evenwichtige, rustige, zeer betrouwbare en niet-schrikachtige aard.

De Kunst van Aquarelleren en het Leven van Wim Romijn
Na vele jaren van schilderen met acryl- en olieverf voelde Wim Romijn een drang om terug te keren naar zijn jeugdliefde, het aquarelleren. Het viel echter niet mee om met dit medium opnieuw aan de slag te gaan.
De aanschaf van nieuwe tubes aquarel- en gouacheverf werd overwogen. De ontwikkelingen bij de pigmentchemie en verffabrikanten blijven niet stil staan.
Na de middelbare school kon hij zijn wens om bosbouwkunde te gaan studeren niet realiseren. Min of meer bij toeval begon hij te werken voor een accountantskantoor, maar al na twee jaar werd duidelijk dat hij niet geschikt was voor een kantoorbaan.
Op de lagere en middelbare school was hij geboeid geraakt door de in boeken opgenomen aquarellen van illustratoren. Zonder stil te staan bij de mogelijke consequenties, brak hij zijn avondstudie af en schreef zich in voor twee schriftelijke tekenopleidingen (illustratief tekenen) voor de duur van drie jaar. Gelijktijdig volgde hij lessen.
