Bij de veeg in deze uitdrukking moet je denken aan het werkwoord vegen. Het gaat namelijk eigenlijk om ‘de hoeveelheid die je door een vegende beweging verzamelt’.
Denk bijvoorbeeld aan het opscheppen van aardappelpuree: je maakt een vegende beweging om een hoeveelheid puree op de opscheplepel te verzamelen.
Een veeg uit de pan krijgen wordt al eeuwenlang figuurlijk gebruikt voor ‘op je kop krijgen’ of ‘een hatelijke opmerking moeten incasseren’.
De dichter Bredero (1585-1618) gebruikte een streek uit de pan krijgen al in deze betekenissen.
Een veeg uit de pan krijgen is te vergelijken met de uitdrukking zijn vet krijgen.
Als een gebraad zijn vet kreeg, werd letterlijk bedoeld dat het geregeld met extra vet werd bedropen tijdens het braden.
Wanneer je van iemand op je kop krijgt, kun je dit uitdrukken door te zeggen dat je ‘een veeg uit de pan krijgt’.

‘Een veeg uit de pan krijgen’ is afkomstig van de manier waarop vroeger het eten onder de mensen verdeeld werd.
Letterlijk betekende het namelijk dat je je portie eten uit een grote pan toebedeeld kreeg.
In de letterlijke betekenis ‘een portie eten krijgen’ wordt ‘een veeg uit de pan krijgen’ eigenlijk nooit gebruikt en dat lijkt altijd al zo geweest te zijn.
Volgens spreekwoorddeskundige F. A. Stoett gebruikte de beroemde Nederlandse dichter en toneelschrijver Gerbrand Adriaanszoon Bredero (1585-1618) de uitdrukking namelijk al in één van zijn teksten en had deze uitdrukking toen al dezelfde betekenis als ze nu heeft.
Er bestonden vroeger overigens veel varianten op de uitdrukking. Zo vermeldt Stoett dat ook ‘een lik uit de pan krijgen’, ‘van de pan krijgen’ en ‘een streek uit de pan krijgen’ gangbare uitdrukkingen waren.

Tegenwoordig kennen we echter vooral nog de variant met ‘een veeg’.
Stoett noemt in zijn spreekwoordenboek ook nog een andere uitdrukking die hetzelfde betekent, namelijk ‘van de taart krijgen’.
Ga mee op ontdekkingstocht naar archeologische vindplaatsen in binnen- en buitenland!
De Nederlandse taal barst van de spreekwoorden en uitdrukkingen.
- We kruipen door het oog van de naald, (ver)kopen weleens een kat in de zak en vallen daardoor af en toe door de mand.
- Maar waar komen die spreekwoorden eigenlijk vandaan?
Over de herkomst van dit spreekwoord, dat ‘doorzien worden’ betekent, bestaat enige onduidelijkheid.
Volgens F.A. Stoett (zie Onze Taal) ligt de oorsprong van deze uitdrukking er mogelijk in dat iemand een beschuldiging eerst ontkent en vervolgens moet toegeven dat dit toch waar is door de vele tegenargumenten of -bewijzen.
Men is het er echter niet over eens waar het woord ‘mand’ vandaan komt.
Er zou vroeger een straf kunnen zijn geweest, waarbij iemand zonder eten en drinken in een mand boven het water werd gehangen.
Na verloop van tijd sneed de gestrafde dan zelf maar het touw door als hij het niet meer volhield.
Ook zou het ermee te maken kunnen hebben dat meisjes vroeger een mand met een zwakke bodem gebruikten om jongens duidelijk te maken dat ze hun avances niet op prijs stelden.

Dit spreekwoord betekent dat iemand ternauwernood aan een bepaald gevaar ontkomt.
Het spreekwoord heeft een Bijbelse oorsprong en is afgeleid van een uitspraak van Jezus: “Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van de naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.”
Volgens Bijbel en Cultuur kan ‘het oog van de naald’ hierbij naar twee zaken verwijzen.
Ten eerste kan het gaat om de naald waarmee kameeldrijvers hun tuig herstellen.
Iemand die een bord voor zijn kop heeft, gaat vooral zijn eigen gang en doet verder niets met signalen van anderen.
Maar waar komt dit spreekwoord nu eigenlijk vandaan?
Volgens F.A. Stoett (aangehaald door Onze Taal) gaat de uitdrukking terug tot in de zeventiende eeuw.
Het zou kunnen verwijzen naar een houten bordje dat een stier voor zijn kop had hangen, zodat hij niet voor zich uit kon kijken.
Volgens Van Dale klopt deze oorsprong niet, omdat de betekenis van het spreekwoord juist het tegenovergestelde is.
Een andere optie, die K. ter Laan aankaart, is dat een koe die niet op het land wilde blijven een plank voor zijn kop kreeg.
Een kat in de zak is een aankoop waar iemand niet tevreden over is.
Er zijn volgens IsGeschiedenis twee theorieën over de herkomst van deze uitdrukking.
De eerste theorie houdt in dat bonthandelaren weleens katten in andere kleuren dan zwart probeerden te verhandelen door deze kat in een zak te doen.

De koper had dan dus een miskoop gedaan.
Een andere theorie is gebaseerd op oude volksverhalen. Volgens volksverhalen bestond er een wisseldaarder, een fictieve munt die altijd terugkwam bij de eigenaar.
Om die wisseldaarder in je bezit te krijgen, moest je ’s nachts met een kat in een zak op een kruispunt gaan staan.
Volgens Stoett betekent ‘hart’ in deze uitdrukking ‘moed’.
Hij geeft de volgende verklaring voor het spreekwoord: een soldaat zonder hart, oftewel moed, onder zijn riem gold als een lafaard.
Zoek je naar verdere context, dan kom je veel tegen over het ontstaan van uitdrukkingen in de spreekwoordwereld.

Wanneer een tekstschrijver of communicatieprofessional op de hoogte wil blijven van de laatste ontwikkelingen, is Tekstblad een lijfblad.
Want Tekstblad is hét tijdschrift over tekst en communicatie.
Van de speeches van Mark Rutte en de nieuwste inzichten in SEO tot de joviale toon waarop bedrijven als Etos en IKEA klanten aanspreken.
En het blad wordt gemaakt door communicatiewetenschappers, schrijftrainers en tekstschrijvers.
Eigenschappen en tijdloze patronen van spreekwoorden
De Nederlandse taal kent veel spreekwoorden. Sommige lijken misschien vreemd, anderen zijn grappig.
Een deel is gemakkelijk te begrijpen, een ander laat ons met één groot vraagteken achter.

Spreekwoorden zijn vaak verbonden met een cultureel en historisch landschap waarin ze ontstaan.
Er bestaan verschillende bronnen en routes waardoor uitdrukkingen zich verspreidden: Latijnse en Bijbelse bronnen, middeleeuwse Latijnse zinnen, en later Engelse leenwoorden die de Europese talen gingen beïnvloeden.
- Latijnse spreuken uit de Klassieke Oudheid en Griekse zinnen die door Romanen verspreid werden.
- Bijbel en religieuze teksten als bron van spreekwoorden die in veel talen terechtkomen.
- Middeleeuwse Latijnse en volkse uitdrukkingen die lokaal ontstonden en zich verspreidden.
- Engelse leenwoorden en moderne vormen die wereldwijd via massamedia verspreid raken.
De collectie Erasmus (Adagia) speelde een cruciale rol in de verspreiding van Grieks-Latijnse spreekwoorden in Europa.
Spreekwoorden en Gezegden
Moderne spreekwoorden ontstaan vaak via massamedia en cultureel contact tussen groepen.
“Iedereen kan een zin maken die een waarheid bevat en klinkt als een spreekwoord,” stelt Mieder.
Maar om echt als spreekwoord erkend te worden, moet een zin in omloop zijn, geaccepteerd worden en regelmatig herhaald worden.
Toepassing en vormgeving van spreekwoorden in taalgebruik
Een gegeven paard kijk je niet in de bek, de latijnse oorsprong en Nederlandstalige variantjes illustreren hoe zinnen in verschillende talen kunnen terugkeren.
Een spreekwoord is een korte, algemeen bekende zin van het volk, die wijsheid, waarheid, moralen en traditionele opvattingen omvat, op een metaforische en gedenkwaardige manier.
Niet gebruikt
De kleren maken de man en Lege (of holle) vaten klinken het hardst zijn bekende metaforen die blijven hangen in de taal.