Restauratie van kozijnen in oude stijl bij St. Jacobiparochie: vakmanschap en behoud van karakter

Bent u eigenaar of beheerder van een monumentaal pand, historische boerderij of klassiek landhuis? Dan zal vroeg of laat het onderwerp ‘restauratie’ op de agenda komen.

Hoe goed de gevel, ramen, kozijnen en deuren ook worden onderhouden, op den duur zal de blootstelling aan de elementen zijn tol eisen.

Restauratie is dan noodzakelijk om het pand terug te brengen in de gewenste staat.

Wij hebben ruime ervaring met het restaureren van historische en monumentale panden.

We bespreken graag met u de mogelijkheden voor het restaureren van uw pand.

Levensduur en onderhoud van hout en staal in monumentale panden

De levensduur van houten gevelbekleding, raamwerk en kozijnen hangt o.a. af van de houtsoort en hoe deze worden onderhouden.

Hoe dan ook zal het korter zijn dan de levensduur van het pand.

Is uw houtwerk aan restauratie toe, neem dan contact met ons op.

We zullen dan een afspraak met u maken om de situatie te bekijken.

Na het inspecteren van het houtwerk zal onze expert u vertellen of een en ander kan worden bijgewerkt of dat het vervangen moet worden.

Wanneer het houtwerk vervangen moet worden, wees gerust: wat we zien kunnen we maken!

Ook de levensduur van staal is niet eeuwig.

Veel historische en monumentale panden zijn uitgerust met stalen kozijnen en raamwerk.

Als deze niet meer redelijkerwijs te herstellen zijn, is vervanging de enige optie.

Het staal vervangen we door aluminium.

Dit zal hetzelfde aangezicht hebben als uw stalen ramen en kozijnen.

Daarbij profiteert u van de voordelen van aluminium: het is nagenoeg onderhoudsvrij en u heeft geen last van roestvorming.

Het glaswerk en het uiterlijk van het pand

Waarschijnlijk zal ook het glaswerk medebepalend zijn voor de uitstraling van uw pand.

Vaak gaat het enkel glas zonder zonwerende coating.

Kozijnen als gezicht van het pand en uitdagingen bij restauratie

Kozijnen zijn essentieel voor het aangezicht van een pand en/of woning.

Doordat kozijnen continu aan weer en wind worden blootgesteld vermindert de conditie in de loop der jaren.

U wilt uw kozijnen in topconditie hebben, maar de authenticiteit behouden?

Kozijnproblemen ontstaan vooral door veroudering, houtrot of bruinrot.

Houtrot komt vooral voor als het hout langdurig aan vocht is blootgesteld; een constante stroom van vocht op hout.

U wilt van uw huis/pand kunnen genieten, zowel van de conditie als van het aangezicht.

In het geval van monumentale panden vervangt Runhaar Bouw & Restauratie bij voorkeur alleen de verrotte kozijnen.

Wat nog in goede staat is, laten wij zitten.

Dit om het pand zoveel mogelijk in de originele staat te behouden, maar dan wel in een technische goede conditie.

Als deelvervanging van het kozijn niet mogelijk is, vervangen we het kozijn zonder dat u verschil ziet tussen de huidige en oorspronkelijke situatie.

De houtsoort die wij gebruiken is Oregon-pine hout.

Dit is de opvolger van Amerikaans Grenen, dat niet meer aan de huidige kwaliteitseisen voldoet.

Voorbeelden en uitvoering

In het schitterende Utrechts Conservatorium hebben wij een groot aantal kozijnen van zowel deuren als ramen vervangen.

Omdat het om een monumentaal pand gaat, hebben wij alleen het hoogstnodige vervangen.

Hierboven kunt u verschillende foto’s bekijken van kozijnrenovatie.

Wilt u meer informatie, een prijsindicatie of een oriënterend gesprek?

Historische context en restauratiecampagne

Al in de jaren dertig van onze eeuw werden gebreken zichtbaar, gedeelten bleven gaaf, andere raakten verweerd, gescheurd en geschilferd.

De ijzeren doken, hoewel met lood afgedekt, begonnen te roesten en grote steenbrokken begonnen los te springen.

Inwatering, bevriezing en ontdooiing vernielden de materie dan verder, vensterharnassen barstten door dezelfde oorzaken.

Al in 1931 moesten herstellingen verricht worden aan de balustrade van de westelijke Lievevrouwekapel en de westtoren, in 1935 al aan de balustraden van het hoge schip.

In 1958-1959 waren de balustraden aan de noordkant van koor en schip in zo slechte staat, dat zij gedemonteerd moesten worden.

Het werd duidelijk, dat een nieuwe, grootscheepse en kostbare restauratie aangevat moest worden, met uitbreiding van personeel, dagelijks opzichter, voorbereiding van tekeningen, aankoop van steigermateriaal, bouwlift, keuze van steensoorten.

In de loop van de jaren zestig kwam deze nieuwe campagne op gang, in étappes voorbereid door architect P.H. van Kessel, gemeentelijk opzichter H.E. Teering, vanuit de Rijksdienst voor de Monumentenzorg ir. R. Meischke, directeur, en C.J. van der Veken, rayon-architect, voorts met adviezen voor de natuursteenkeuze van J.A.L. Bom, hoofdarchitect, en dan van A. Slinger, beeldhouwer en natuursteenkenner van deze dienst.

Boumans uit Boxmeer tot dagelijks opzichter van de restauratiewerken benoemd.

In 1966 kwam een tweehoofdig leiderschap van de architecten Van Kessel en Van der Veken tot stand, maar reeds in december 1967 werden beiden opgevolgd door Teering, terwijl als rayon-architect van de rijksdienst W. Kramer optrad tot in 1972, toen C.J. Aldus begon de restauratie van de restauratie.

Van het begin af namelijk werd de lijn gevolgd, de 19de-eeuwse vormgeving niet te corrigeren of niet de 19de-eeuwse aanvullingen ongedaan te maken en daarmee weer in aanvechtbare opvattingen over stijlprincipes te vervallen.

Alle delen die men wegnam, werden vervangen door nieuwe van dezelfde vorm, zij het dat materiaalsoort en bewerking anders werden dan die van een eeuw tevoren.

In 1961 werd de restauratie van het noordtransept begonnen met het afnemen van de te vernieuwen of herstellen onderdelen.

De nieuwe stenen delen werden nu uit Vaurion kalksteen vervaardigd, een materiaal waarmee ook de oude, gehandhaafde delen ingeboet werden.

Tijdens de voortgang van het werk besloot men om voor die onderdelen die het meest aan het weer blootgesteld zijn, donkergrauwe, blauwige en bruine Hohenfelser bazaltlava toe te passen, niet alleen om de grotere bestendigheid daarvan, maar ook omdat de zachtere Vaurion wel erg licht van kleur is en scherp contrasteert met de bewaarde Gildehauser en Udelfanger zandsteen.

Sinds 1964 werden, na proefnemingen, beide soorten steen verwerkt.

Het beeldhouwwerk werd door J. de Bresser uitgevoerd.

In 1973 werd die vergunning inderdaad verleend, zodat Obernkirchener zandsteen besteld kon worden, die gedurende tien jaar lang in een hoeveelheid van 10 m3 per jaar, 100 m3 totaal dus, verwerkt mocht worden, met behulp van de verplichte afzuigcabine en met een speciale toeslag op het loon van de steenhouwers die daarin moesten werken.

Deze hoeveelheid zandsteen was van de totaal per jaar verwerkte natuursteen gemiddeld een vijfde deel.

Te gelijk met dit werk werden aan de zuidkant ook de vensters met hun gebrandschilderde glazen hersteld en de 19de-eeuwse ijzeren brugstaven vervangen door bronzen, zo ook in de Archiefkamer.

De beeldhouwersploeg werd uitgebreid met de beeldhouwers G. en Th. Kemperman in 1975, en A. Bruggeman te Pijnacker in 1976.

Juist zoals de eerste restauratie was ook de tweede een openbaar gebeuren en een deel van het cultuur- en nijverheidsleven van 's-Hertogenbosch.

Ook op andere wijze werd de openbare belangstelling gewekt: in de zomer van dat jaar door de manifestaties en tentoonstellingen 'Zevenhonderd jaar koorzang in de kathedraal'.

Intussen sinds 1972, waren er in het kerkelijk leven van 's-Hertogenbosch ingrijpende veranderingen opgetreden.

De grote aanpassing van de katholieke geloofspraktijk aan nieuwe tijdsomstandigheden bleven in de Nederlandse steden niet zonder gevolgen voor het gebruik van de kerkgebouwen.

Het nieuw ingestelde roomskatholiek kerkbestuur parochie binnenstad 's-Hertogenbosch strekte zijn bevoegdheid uit over de nog overgebleven kerken.

Daarbij werd Janskathedraal het zwaartepunt voor de liturgieviering.

Zij werd het gebouw dat, na het afstoten van vele andere verouderde en incourante grote gebouwen, de meeste aandacht in het financieel beheer, onderhoud, restauratie en liturgische bruikbaarheid vroeg.

Daarom dacht het nieuwe binnenstadskerkbestuur al meteen aan een gewijzigde taakstelling voor de reeds meer dan honderdjarige restauratiecommissie, namelijk aan de vorming van een lichaam dat belast was met 'de zorg voor de uitwendige en inwendige restauratie, de instandhouding en het algemeen beheer van de St. Jan'.

Bisschop Bluyssen verklaarde zich voorstander van deze gedachte, trok het besluit van zijn voorganger uit oktober 1858 in, ontbond de commissie oude stijl, en stelde per 1 januari 1973 een nieuwe commissie in met nieuw reglement en rechtstreeks verantwoordelijk aan het kerkbestuur in zijn nieuwe vorm.

Zo ontstond het verlangen naar een integrale aanpak van buiten- en binnenkant van de kerk in één goed geprogrammeerde campagne.

Door het verwerken van grotere bedragen per jaar konden de uitvoeringskosten, de kosten van hulpmaterialen en de overheadkosten procentueel minder zwaar op de begrotingen drukken.

Omdat eerder dan in 1974 kon worden voorzien, ook de restauratie van het interieur ter hand genomen werd, waren de hoeveelheden werk die sindsdien verricht werden veel groter en sneller vorderend dan eerder was geschat.

Conclusie voor het huidige vakgebied

Het restaureren van een monumentaal pand is een delicate taak waarbij authenticiteit en duurzaamheid hand in hand moeten gaan.

Eén van de belangrijkste onderdelen van een historische restauratie is het vervangen van houten kozijnen.

Oude kozijnen zijn vaak aangetast door weersinvloeden, houtrot of achterstallig onderhoud, waardoor vervanging noodzakelijk wordt.

Bij Kozijnen Montage Leeuwarden begrijpen we het belang van vakmanschap, detail en het behoud van de oorspronkelijke stijl bij het vervangen van houten kozijnen in monumentale panden.

Afbeelding: klassieke kozijnen in restauratie

Waarom kiezen voor gespecialiseerde kozijnrestauratie

  • Vakmanschap & Ervaring - Jarenlange ervaring in restauratieprojecten van monumentale panden.
  • Duurzame Materialen - FSC-gecertificeerd hout en energiezuinige oplossingen.
  • Behoud van Historische Stijl - Originele details en ambachtelijke technieken.
  • Hulp bij Vergunningen - Wij begeleiden het proces van aanvraag tot goedkeuring.
  • Maatwerkoplossingen - Elk project is uniek en krijgt een persoonlijke aanpak.

Venster- en glasisolatie bij monumenten: wel of niet isoleren?

OnderdeelKenmerkenVoordelen
Kozijnen (hout/Oregon-pine)Historische stijl, duurzaamBehoud van authenticiteit, betere isolatie mogelijk
Staal naar aluminiumOnderhoudsarm, roestvrijLangere levensduur, minder onderhoud
VenstersGebrandschilderde glazen, bronzen brugstavenVerbeterde duurzaamheid en uitstraling

Bent u eigenaar van een monumentaal pand en wilt u uw houten kozijnen laten vervangen?

Wilt u dat uw huis de karakteristieke sfeer uitstraalt van de jaren 30? Dan bent u bij de vakmensen van Jaren30Kozijnen aan het juiste adres.

Wij maken en monteren deuren, ramen, kozijnen en kasten in ieder gewenst profiel.

Onze werkplaats is aan Leewerf 3 in De Lier en is de plek waar we tijd vrijmaken om uw wensen te bespreken.

Wij werken in opdracht van particulieren, timmer- en onderhoudsbedrijven in Noord-Holland, Zuid-Holland en Midden-Nederland.

tags: #kozijnen #oude #stijl #st #jacobieparochie