De tand des tijds kan het voegwerk beschadigen, maar ook na het reinigen van de gevel kan je opmerken dat de voeg van de gevel niet meer zo denderend is. Hoe ouder het gebouw, hoe groter de kans is dat het voegwerk langer meegaat. Een voeg is eigenlijk niet meer dan een laagje beton van ongeveer een centimeter dikte. Een voeg kan dus nooit een gevel waterdicht maken. Naast het estetische aspect, is voegen zeer belangrijk voor de woning: Het voegwerk neemt immers 15 tot 25 procent van de totale oppervlakte in. Het kiezen van het voegwerk zal dus in grote mate het uiterlijk van de buitenmuur bepalen. Voegmortels zijn beschikbaar in een ruime waaier aan kleuren. Door het toevoegen van pigmenten zijn de gekste dingen wel realiseerbaar. Wie echt een strakke façade wilt, kan steeds kiezen voor een kleur dat aansluit bij de kleur van de gevelsteen. Een slechte samenstelling of een slechte aanbrenging van de voegmortel kan op lange termijn schade als gevolg hebben. Duurzaamheid is een belangrijke factor in het proces: de gevel moet zo goed als mogelijk bestand zijn tegen schokken, maar ook tegen de weersomstandigheden zoals vorst, dooi, temperatuurswisselingen. Zoniet dan kunnen voegen te snel loskomen of er kunnen barsten in het voegwerk ontstaan. Er zijn volgens het WTCB een 12-tal types waaruit kan gekozen worden (volle voegen, verdiept, uitspringend, plat, gekamd, getamponneerd).
Dichtgestreken voeg: Deze methode is vrij goedkoop en wordt in meer dan 95% van de gevallen toegepast omwille van de goede prijs/kwaliteit verhouding. Gladde voeg: Deze methode is alweer een duurdere soort omdat het heel veel tijd vergt. Kamvoeg (of borstelvoeg): Deze methode is ook een relatief goedkope methode, maar is minder duurzaam. Knipvoeg (of snijvoeg): Dit is een dure methode. Het wordt frequent toegepast op monumenten en hierbij ligt het voegwerk als het ware op de gevel waarbij de voeg aan boven- en onderzijde wordt afgeknipt of afgesneden.

Benieuwd naar een prijs op maat voor elk type voegwerken? Een bestaand voegwerk vervangen is niet eenvoudig. De voegen worden meestal verwijderd door het uitslijpen van de voegen in combinatie met het verder uithakken ervan. De voegen worden vierkant uitgehakt waarbij er moet gelet worden dat er geen oude cementspecieresten meer achterblijven. Na het uithakken wordt de gevel volledig gereinigd. De overtollige resten, stof en vervuiling worden op deze manier volledig verwijderd tot op een gezonde ondergrond. Ook de nabehandeling is zeer belangrijk. Nieuwe voegwerken mogen niet té snel uitdrogen want dit zorgt er voor dat de hechting niet optimaal is. Om dit te voorkomen wordt geopteerd om het nieuw aangebracht voegwerk regelmatig te besproeien met water. Het aanbrengen van een voegwerk kan je zeker zelf doen, maar om duurzaamheid te garanderen kan je het best een vakman raadplegen.
Hoe voeg je een gevel? Bekijk de stappen voor een mooi resultaat!
Indien het gaat om de renovatie van een gevel, dan komt er alleen een beetje meer voorbereiding bij kijken. Stap 1: Ga na in welke staat de muur zich bevindt. Stap 2: Met een hamer en beitel (of als u geluk hebt volstaat een krabber) maak je de voeg open tot ± 2 cm diepte. Gebruik indien nodig de slijpschijf. Stap 3: Borstel de gevelstenen en verwijder het stof. Maak de muur nat (gebruik bijvoorbeeld met een tuinslang). Dit moet je doen om de laatste onzuiverheden weg te werken. Gebruik zonodig een zoutzuuroplossing aangelengd met water (1 volume zuur op 20 volumes water). Strijk deze oplossing op de vochtige muur. Zorg er wel voor dat handen en ogen beschermd zijn. In een mortelkuip mengt u de ingrediënten en het water in de verhoudingen aangegeven door de fabrikant. Het gaat meestal om een mengsel bestaande uit één volume cement, twee volumes vette kalk en 8 volumes droog zand. Het pasta-achtig mengsel moet om goed te zijn ‘plakken’, maar toch een beetje korrelig aanvoelen. Om dit te controleren, neem wat in de hand en knijp het tot een bal: de mortel moet aan elkaar blijven kleven zonder dat er water uitloopt. Je moet het mengsel gebruiken binnen een termijn van anderhalf uur.
Stap 5: Breng de voegmortel op het mortelbord. Stap 6: De verticale voegen worden eerst met de hand opgevoegd. Neem wat mortel in een hand en vul de voeg. Stap 8: Maak de komende dagen de gevel af en toe eens vochtig (gebruik bijvoorbeeld opnieuw de tuinslang) om te voorkomen dat de gevel té snel droogt. Stap 9 (optioneel): Je kan eventueel een vochtwerend middel aanbrengen op uw gevel (een kleurloos product dat de oppervlakte watervrij maakt). Laat een ruime periode (min. 15 dagen) tussen het metselen van de stenen en het voegen. De voegdikte heeft een relatie met de verwerkingsmethode en de maattoleranties van de baksteen. Droogstapelsystemen, maar ook metselwerk dat bestaat uit bakstenen met een uitholling voor de metselspecie (frog), hebben een te verwaarlozen voegdikte. De maatspreiding van de baksteen bepaalt de minimumdikte van de voeg. De voeghardheid wordt gebruikt om de kwaliteit van het voegwerk te omschrijven en te controleren. Des te harder de voeg, des te langer de levensduur. De toepassingsklasse van het metselwerk bepaalt de minimaal benodigde voeghardheidsklasse. Gevelmetselwerk valt meestal in toepassingsklasse MX3.2 - blootgesteld aan veel water en vorst/dooiwisselingen. Bij deze klasse hoort de voeghardheidsklasse VH35. Bij horizontale vlakken in deze toepassing en bij metselwerk in kustgebieden (MX4) geldt klasse VH45. Indien geen afspraken zijn gemaakt mag een voegbedrijf volgens de Uitvoeringsrichtlijn voegen van metselwerk, een voeghardheidsklasse VH25 realiseren. Dit wordt echter niet geadviseerd.
Tijdens het traditioneel metselen krabt de metselaar de voegen tot de juiste diepte uit (12-15 mm). Bij doorstrijkwerk (Infoblad 06 Doorstrijken van baksteenmetselwerk) wordt het metselwerk tijdens het metselen, na licht opstijven van de metselmortel, direct door de metselaar afgewerkt door de voeg door te strijken. Voor het doorstrijken zijn speciale doorstrijkmortels op kleur gbeschikbaar. Met behulp van een voegroller (pointmaster) kan het profiel van de voeg worden aangepast (meer of minder terugliggend, schaduwvoeg, holle voeg e.a.).
Stootvoegloos metselwerk is metselwerk in een metselverband met een minimale sprong van 1 klezoor lengte in het verband, waarvan de stootvoegdikte een theoretische maat heeft van 0 mm. De stenen liggen daardoor in elke laag in principe koud tegen elkaar aan. Door maattoleranties in elke baksteensortering, bedraagt de stootvoegruimte echter minimaal ca.2 mm. Stootvoegloos metselen benadrukt de horizontale lijnen in het metselwerk. In dit onderdeel van Mijnkluswijzer.nl wordt uitleg gegeven hoe u zelf een muur kunt voegen.
Het voegen van een gemetselde muur heeft verschillende redenen. Ten eerste wordt de muur beschermd tegen het insijpelen van water, wat de muur kan beschadigen. Ten tweede is de muur stabieler en heeft het een hogere weerstand. Hieronder staat stap voor stap beschreven hoe u een muur kunt voegen met voegmortel, en in de instructievideo krijgt u een korte uitleg hoe het voegen in de praktijk gaat.
tags: #kunstof #voeg #metselsteen