Land art blijvend toegankelijk houden voor het grote publiek is een vak apart. De tien landschapskunstwerken van Land Art Flevoland vormen samen een levende collectie. De kunstwerken staan in de natuur en gebruiken haar vaak als belangrijkste materiaal. Daarom is het belangrijk dat ze continu worden hersteld. Het is lang niet altijd logisch om land art te herstellen. Sommige landschapskunstwerken zijn helemaal niet bedoeld om lang mee te gaan. Denk bijvoorbeeld aan de eerste landschapskunstwerken in de Verenigde Staten, die werden gemaakt met stenen, takken, kalk en sneeuw. De landschapskunstwerken van Flevoland gaan over dezelfde thema’s als de Amerikaanse land art, maar hebben een andere geschiedenis. De kunstwerken zijn vaak gemaakt in opdracht van lokale overheden; een aantal staan er al sinds het ontstaan van de provincie Flevoland. Ze zijn zorgvuldig afgestemd op de omgeving. Hun makers zijn van naam en faam en ze worden geliefd door veel bezoekers. In de tientallen jaren dat de landschapskunstwerken in Flevoland te zien zijn, hebben zij al meerdere restauraties ondergaan. Zo werd Observatorium (1977) van Robert Morris rond de aanleg van de Hanzelijn in 2012 volledig opgeknapt. Polderland Garden of Love and Fire (1997) van Daniel Libeskind is in 2018 helemaal hersteld door gemeente Almere. Al deze kunstwerken zijn van verschillende eigenaren: van vijf Flevolandse gemeenten en drie natuurorganisaties. Sinds 2016 brengt Land Art Flevoland hen allemaal bij elkaar voor een jaarlijks overleg. Het doel: het afstemmen van beheer en onderhoud en het delen van kennis en informatie. Deze restauraties gaan hand in hand met verbeteringen aan beleving en bereikbaarheid van de kunstwerken. Zo geven we de informatieborden en zitplaatsen een upgrade. Om de kunstwerken bij een breder lokaal publiek onder de aandacht te brengen, maakten we in 2022 een magazine, dat huis aan huis onder alle inwoners van Flevoland verspreid is. Verder interviewen we alle kunstenaars: om het publiek te laten kennismaken met de kunstwerken en hun makers, maar ook om kennis over de werken vast te leggen en te bewaren voor de toekomst. Daarbij horen ook 3D-scans van de werken. Die dienen niet alleen als technische tekeningen, maar zorgen er ook voor dat ze zijn opgenomen in een grote database, waar ze toegankelijk zijn voor partijen met bouwplannen in de omgeving.

Toen in de jaren zestig een nieuwe provincie uit de zee verrees, waren beleidsmakers het erover eens: Flevoland had kunst nodig. Het werd vooral Land Art, kunst die onderdeel is van het landschap. Inmiddels telt Flevoland zes van dit soort grootse projecten. Een dramatische Hollandse wolkenlucht waar af en toe de zon door breekt om het landschap in een theatraal licht te zetten: het is perfect weer voor een Land Arttour. Met curator Martine van Kampen bezoek ik de zes grote Land Artkunstwerken die tussen 1977 en 2010 zijn uitgevoerd in de Flevopolder. Toen de polder werd aangelegd, werd een deel van het budget voor kunst opzijgezet vanuit de gedachte dat er iets teruggedaan moest worden voor de bewoners. De ingenieurs die de polder drooglegden, voelden zich verbonden met Land Art. Van Kampen: ‘Die grootse ingrepen op het landschap: dat was vergelijkbaar met wat zij deden.’ Land Art ontstond in de jaren zestig in Amerika vanuit een anti-institutionele houding. Kunstenaars trokken naar afgelegen plekken om onder hun eigen voorwaarden kunst te maken. Midden in de woestijn, zodat ze zich niet bezig hoefden te houden met museale protocollen, het aanvragen van vergunningen of het overhalen van commissies. Vaak maakten ze werk op volstrekt onbereikbare plekken; publiek deed er niet toe. Zo ongeveer iedere grasspriet heeft een bestemmingsplan Maar in Nederland zijn geen vergeten stukken woestijn. Zo ongeveer iedere grasspriet heeft een bestemmingsplan. Om er Land Art gerealiseerd te krijgen, moet je als kunstenaar flink polderen bij een klein leger commissies, architecten, planologen, natuurbeheerders, stuurgroepen, subsidieverleners en vertegenwoordigers. En als ze er eenmaal staan, moeten ze beheerd worden. Voorheen had museum De Paviljoens deze kunstwerken onder zijn hoede, maar toen dat moest sluiten door een stopgezette subsidie, besloot Van Kampen Land Art Flevoland op te richten: een organisatie die zich over de kunstwerken ontfermt door er een draagvlak voor te creëren. En dat is hard nodig. Het beheer van de kunstwerken is versnipperd: de meeste zijn gemaakt in opdracht van de provincie, maar de verantwoordelijkheid ligt bij verschillende gemeenten.

Wat er gebeurt als Land Art niet gerestaureerd wordtDe tour begint in een verlaten veld vlak bij Almere. Het getsjilp van vogels is oorverdovend. Door de modder lopen we naar een toegetakeld aluminium skelet van wat een sculptuur moet zijn geweest. Om verder vandalisme tegen te gaan, zijn er hoge bouwhekken omheen geplaatst; erboven hangt een bewakingscamera als een onheilspellend alziend oog. Het kunstwerk, dat bestond uit lijnen in het landschap en aluminium sculpturen, staat er in een trieste staat bij. Polderland Garden of Love and Fire (1997) heet het, gemaakt door de wereldberoemde architect Daniel Libeskind. Het is zijn eerste gerealiseerde ontwerp. Van Kampen legt uit hoe het zover heeft kunnen komen: ‘Kunst in de openbare ruimte is altijd kwetsbaar. Na jaren blootstelling aan het weer, was dit werk aan restauratie toe. De gemeente raakte in een lange procedure verwikkeld met de verzekeraar. Ondertussen werd het verval - en daarmee de kosten - snel erger. Maar vlak nadat de gemeente eindelijk het geld bij elkaar had, takelden metaaldieven het werk vreselijk toe: ze hebben de aluminium platen er volledig vanaf gesloopt.’ Daar was het restauratiebudget niet op berekend. Maar de poepende man zit er beter bij.

Met de andere kunstwerken gaat het gelukkig beter. We verlaten Almere voor Lelystad. Links staan de schuimkoppen op het Markermeer, rechts liggen de rietlanden van de Oostvaardersplassen. Het wonder van Flevoland is hier goed zichtbaar: een weids, volledig artificieel landschap, gewonnen op de zee. De provincie heeft met haar Vinex-wijken en hoge percentage PVV-stemmers niet de beste reputatie, maar al toerend langs de kunstwerken besef je hoe bijzonder ze is. En zo doemt aan de horizon al snel het tweede werk op: Exposure (2010), van Antony Gormley. De zesentwintig meter hoge constructie van staal stelt een hurkende man voor, uitkijkend over het water. Het kunstwerk staat op een pier, tussen land en water. We parkeren de auto onder een viaduct en gaan te voet verder. Pas als je langzaam op het gevaarte afloopt, merk je hoe ontzettend groot het is. Staand onder het kunstwerk is het bijna helemaal abstract: je ziet geen mensfiguur meer, alleen een wirwar van stalen balken en vuistdikke moeren. De wind waait hard om onze hoofden en afgezien van een familie ganzen is er niemand anders, maar rondslingerende bierblikjes verraden dat Exposure als hangplek wordt gebruikt. ‘Exposure’ (2010) van Antony Gormley. Foto: Jordi Huisman

En dan: een plek voor moderne druïdesWe rijden verder, langs gemalen, bloeiende bollenvelden, een verlaten radiostation en scheepswrakken die tijdens de drooglegging boven water kwamen. Onze derde stop is Observatorium (1977), van Robert Morris. In 1971 werd het in Velsen aangelegd, maar toen het moest wijken voor nieuwbouw werd het verplaatst naar de Flevopolder: ruimte zat, bovendien was er behoefte aan cultureel erfgoed. Voor wie Observatorium van luchtfoto’s kent, is de eerste indruk weinig spectaculair: een paar heuveltjes vlak naast het spoor en gigantische windmolens (nog een probleem bij Land Art: het omliggende landschap verandert). Maar wanneer we door het hoge gras naar het midden van het werk lopen, blijkt het een heel speciale plek: de heuvels vormen twee cirkels, met uitsparingen waardoorheen op de langste en de kortste dag van het jaar de zon opkomt - een modern Stonehenge. Ondanks de graffiti is het een bijna sacrale plek. Van Kampen: ‘Ieder jaar vindt hier het Sunsation Festival plaats wanneer op 21 juni de zon om 4 uur ‘s ochtends opkomt. Er schijnen ook druïdes te komen om hun rituelen uit te voeren, maar niet tijdens het festival.’

De volgende stop is Aardzee (1982) van Piet Slegers: een kunstwerk van vijf hectare, precies de grootte van een landbouwkavel. Van alle plekken voelt deze het minst aan als een kunstwerk; eerder als een vreemd maar idyllisch park. Het werk bestaat uit heuvels, bezaaid met knalgele paardenbloemen, en verwijst naar de zee die hier vroeger golfde. Het schijnt een geliefde picknickplek te zijn. ‘Aardzee’ (1982) van Piet Slegers. Foto: Jordi Huisman

Maar niet iedereen kan Land Art hier waarderenWe rijden door naar Zeewolde. In een woonwijk ligt Sea Level (1996) van Richard Serra, een van de bekendste hedendaagse beeldhouwers ter wereld. Twee betonnen muren van 200 meter lang doorkruisen een glooiend landschap. De hoogte van de muren correspondeert precies met de zeespiegel; wanneer je langs de muur loopt, heb je het idee dat je kopje-onder gaat. Het werk was onderdeel van het ambitieuze kunstproject De Verbeelding, dat kunstenaars van wereldfaam naar de kleine gemeente haalde. Maar door weerstand van de lokale bevolking mislukte het volledig. Land Art of niet, in Nederland kunnen kunstenaars het publiek niet negeren. Van Kampen: ‘De Zeewoldenaren hadden geen boodschap aan het internationale prestige van de geselecteerde kunstenaars. Bij een met een moker toegetakeld kunstwerk van Roman Signer werd een briefje achtergelaten: ‘Fijn dat u de kunstwerken repareert, dan kunnen we ze weer vernielen. Een niet-kunstminnende Zeewoldenaar’.’

Een hagelstorm in een kathedraal van bomenOnze tour eindigt bij de spectaculairste van de zes werken: De Groene Kathedraal van Marinus Boezem. In 1987 plantte hij 178 populieren volgens de plattegrond van de Notre-Dame van Reims. Inmiddels hebben de bomen hun hoogste punt bereikt: zo’n 30 meter, even hoog als de echte kathedraal. Het is een prachtige ervaring: tussen de bomen voelt het daadwerkelijk aan alsof je in een kerk staat. Wie het mee wil maken, moet niet te lang wachten. Populieren hebben geen bijzonder lange levensduur: op een gegeven moment zal de kathedraal afsterven, langzaam instorten en teruggegeven worden aan de natuur. Dat was tenminste onderdeel van het plan van de kunstenaar. Van Kampen: ‘Zodra de bomen beginnen te sterven, is het hier niet meer veilig voor wandelaars, dan moet er een hek omheen komen. Maar we willen graag in gesprek met Boezem over een andere oplossing, bijvoorbeeld toch bomen vervangen. Het zou jammer zijn als de kathedraal verdwijnt: het is inmiddels belangrijk erfgoed geworden.’

Dan bereikt ons eindelijk de bui die we al van kilometers aan hadden zien komen. De kathedraal biedt geen beschutting tegen de hagel en al snel is het landschap bedekt met miljoenen witte stipjes. Een kunstervaring die je in geen enkel museum krijgt. ‘De Groene Kathedraal’ (1987) van Marinus Boezem. Foto: Jordi Huisman
Je zult maar de kans krijgen van twee enorme betonmuren, ieder 240 meter lang, een kunstwerk te maken. Bovendien zijn die muren 7 meter hoog, 80 cm breed. Tussen de muren ligt water, samen 5 meter breed. Het heet Deltawerk//. Er werd 60.000 kubiek meter grond rondom het kunstwerk afgevoerd. Oorspronkelijk waren de muren een proefmodel van Rijkswaterstaat voor de Deltawerken: de Deltagoot. De Oosterschelde werd op een terrein van het ministerie, in het Waterloopbos bij Marknesse in de gemeente Noordoostpolder, op schaal nagebouwd. In dit schaalmodel werd de kracht van het water getest, zodat men kon berekenen hoe stevig de muren van de dammen moesten worden. Het praktijkmodel is inmiddels veranderd in het kunstwerk Deltawerk//. In de Noordoostpolder werden na de oorlog proefmodellen gebouwd voor binnen- en buitenlandse projecten van Rijkswaterstaat. Computersimulaties maakten de proefprojecten op schaal overbodig en in 1996 werd dit Madurodam van de waterwerken aan Natuurmonumenten overgedragen. Er zijn nog veel meer resten van proefprojecten die langzamerhand door de natuur worden overwoekerd. Toen het bos in 2016 door Natuurmonumenten heringericht werd, zagen RAAAF (Rietveld Architecture - Art Affordances ) en atelier de Lyon (het bureau van kunstenaar Erick de Lyon) een kans er een kunstwerk van te maken. Erik Rietveld en Erick de Lyon werkten al eerder samen in bekroonde projecten waar ze ingrepen deden in bestaande situaties en zo iets nieuws tot stand brachten. Om van de Deltagoot het kunstwerk Deltawerk// te maken wilden ze het enorme formaat laten zien. Daarvoor moesten de muren worden uitgegraven. Daarvoor waren 6.000 vrachtautoritjes nodig. Met een deel van de afgegraven grond zijn nieuwe paden aangelegd en een talud waar gras en wilde bloemen groeien. Twee muren met water er tussen levert echter geen kunstwerk op. Dat is weliswaar een imposante vorm. maar ook een saaie bedoening. Dus besloten ze er in een ritmische regelmaat delen uit te zagen. Die losse stukken werden in verschillende graden gekanteld. Zo maak je van de eens zo compacte muur een ritmische deining van platen: Landart. Rietveld en de Lyon benadrukken door die ingreep de kwetsbaarheid van technische constructies. Als je op de talud staat, lijkt Deltawerk// een gigantische legoconstructie die een mep heeft gekregen. De zware logge betonnen delen lijken wel lichte panelen. Het ritme en de mate van kanteling geven het werk iets speels en lichtvoetigs. Op een stralende dag met helder blauwe lucht en witte wolken weerkaatsen de vormen in het water. Prachtig: zodra er een rimpeling in het water ontstaat, komt de weerkaatsing op de muren in beweging. Als je van het pad Deltawerk// inloopt, word je omgeven door de enorme betonwanden, een beklemmende ervaring. Even vroeg ik me af of de boel zou blijven staan. Hoe wankel het lijkt, omvallen zal het niet. Het geeft het logge kunstwerk een vrolijke speelsheid. Door er éénmaal omheen te lopen, heb je al een halve kilometer gewandeld! Je ziet dat iedere kant een eigen ritme heeft. Dwalend door Deltawerk kom je heel veel verschillende vormen tegen en vallen details op. De muren zijn verzaagd en soms zijn de randen zijn nog gekarteld. Er zijn ook sporen van de inmiddels roestige ijzeren gedraaide delen van het spanbeton. Soms zie je slechts het spoor van zo’n staaf. Elders valt een klein plantje op dat uit een muur groeit. Als je van de talud afloopt lijkt de linker binnenkant van Deltawerk// de gevel van een kantoorgebouw met een binnenvijver. Deltawerk// is imposant, imponerend en ongelofelijk leuk om door te dwalen. Door de tegenstelling tussen het maakwerk en de natuur ging ik beter kijken, beter opletten. Ik vond het betoverend in die zin dat ik niet verrast zou zijn geweest als het witte konijn uit Alice in Wonderland er had rondgelopen.

Flevoland, de jongste provincie van Nederland, heeft de meeste landschapskunstwerken per vierkante kilometer ter wereld. Er zijn in totaal 10 grote landschapskunstwerken in Flevoland te vinden gemaakt door internationale kunstenaars. De kunstwerken vertellen allen iets over een aspect van het maken van nieuw land. Van de landwinningsprojecten zoals Aardzee tot de waterwerken zoals Deltawerk //.
Pier+Horizon verwijst naar de historische infrastructuur en Engelen/Angels naar de weidsheid van het landschap. Polderland Garden of Love and Fire refereert aan de geografie van Flevoland en Exposure aan de energie. Al deze onderwerpen helpen bewoners en bezoekers het Verhaal van Flevoland te leren kennen en begrijpen. Wat de collectie Flevolandse kunstwerken zo bijzonder maakt, is niet zozeer de hoeveelheid (hoewel die ook imposant is), maar juist hun verbondenheid met de polder, de plek waar ze zich bevinden. Het geeft de collectie samenhang. Almere is een stad die voortdurend in beweging is, en dat zie je terug in de nieuwste toevoeging aan het straatbeeld: een indrukwekkende serie muurschilderingen die samen 'Het Verhaal van Flevoland' vertellen. In de Odeonstraat in Almere Centrum zijn acht metershoge muurschilderingen verschenen die elk een uniek aspect van Flevoland belichten. Kunstenaarscollectief District 13, samen met diverse andere kunstenaars, heeft thema's zoals de drooglegging, de eerste bewoners en de toekomst van Flevoland op creatieve wijze uitgebeeld. Het meest opvallende kunstwerk is 'Student in Almere', aangebracht op de Hospitaalgarage. Wil je deze kunstwerken van dichtbij bewonderen? Dat kan via de Street Art Wandelroute Almere Centrum. Voor de fietsliefhebbers is er de Street Art Route Almere, een 16 km lange tocht die je langs nog meer kunstwerken en door verschillende wijken van de stad leidt. De straatkunst in Almere is meer dan alleen decoratie; het is een weerspiegeling van de stad en haar bewoners. Door middel van deze muurschilderingen worden verhalen verteld die anders misschien onopgemerkt zouden blijven. Dus trek je wandelschoenen aan of stap op de fiets en laat je verrassen door de verhalen die op de muren van Almere zijn geschreven.

Sanctuarium (2001) van herman de vries in Zeewolde. De Hidden-tour van Land Art Lives van vrijdag 13 juni was ondanks de treinstaking en de hitte (31 graden!) een groot succes. Met bijna 50 deelnemers bezochten we deze verborgen land art rond Almere en Zeewolde. Wist je dat naast tien iconische landschapskunstwerken uit de collectie Flevoland, er in de provincie nog veel meer -veelal onbekende- kunstwerken op het raakvlak van natuur en landschap liggen? In de Hidden-tour van vrijdag 13 juni 2025 nemen we je mee langs tien ándere, bijna onzichtbare of verborgen kunstwerken. Werken waar je misschien wel eens mythische verhalen van gehoord hebt, maar nog nooit gezien, of waarvan je niet eens wist dat ze er nog waren. We laten je tijdens de tour ook kennis maken met een andere verborgen parel; Kunst op de Bodem, een her-ontdekte film over land art uit 1983. We doen deze tour vanuit de gedachte dat om vooruit te kunnen kijken, je het verleden ook goed moet kennen. Dat past bij het internationale programma Land Art Lives waarbij we vanuit Jij bent M. samen met Land Art Flevoland en partners werken aan de toekomstvisie voor land art in Flevoland en erbuiten. In deze Hidden-tour gaan we samen met de deelnemers en een aantal speciale gasten op onderzoek uit naar kunstwerken van Anne Mieke Backer, Roman Signer, Ulf Rollof, herman de vries, Krijn Giezen en diverse andere kunstenaars. Wat is nog zichtbaar, wat is verdwenen, wat waren de gedachten achter de kunstwerken en wie zorgen er voor het behoud of nalatenschap van deze kunstwerken in het landschap van Flevoland? Tijdens de lunch in De Verbeelding in Zeewolde vertonen we Kunst op de Bodem, een film van cineast Kees Maaswinkel over land art uit 1983. Het Flevolands Archief heeft de film onlangs gedigitaliseerd en in de voorbereiding van deze tour hebben we de film 'her-ontdekt'. Zoals de titel zegt bezoeken we tijdens Hidden alleen onbekende en meer verborgen werken en dus geen landschapskunstwerken uit de Collectie Flevoland. Wil je die iconische land art bezoeken? Vrijdag 13 juni 2025 van 09.30 - 16.30 uur met na afloop (optioneel) de opening van de tentoonstelling Ruum voor land art bij Jij Bent M. in Almere.Start vanaf het paviljoen van Jij bent M. op het Hortus terrein in Almere (met prima gratis parkeerplekken) en een extra op- en afstapplaats op NS station Almere Centrum. De Hidden-tour is gericht op beheerders, (kunst)historici, kunstenaars, erfgoedspecialisten en iedereen die bovengemiddeld in landschapskunst is geïnteresseerd. Het wordt een hele leuke en intensieve dag waarbij we deelnemers vragen actief te participeren. We reizen met de bus en stoppen regelmatig en maken diverse wandelingen door soms best woeste natuur. Tijdens deze speciale Land Art Lives ontdekkingstocht gaan we samen op zoek naar de geschiedenis, achtergronden en mogelijke toekomst van land art in Flevoland. Tussen 2021 en 2024 zijn vier werken uit de collectie Land Art Flevoland gerestaureerd: Observatorium (Robert Morris), De Groene Kathedraal (Marinus Boezem), Sea Level (Richard Serra) en Aardzee (Piet Slegers). Zonder deze herstelwerkzaamheden zouden ze langzaam vervagen of verdwijnen. Zo was Aardzee van Piet Slegers zijn vorm aan het verliezen door bodemdaling en begroeiing. Aardzee werd in 1982 gerealiseerd via de rijksregeling ‘Ruimtelijke Projecten’ van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM). Ook Levende Huizen, ook wel bekend als Monument voor een woningwetwoning, van Anne Mieke Backer in Almere en Schuilhuttenplan van Krijn Giezen in Zeewolde kwamen uit deze regeling voort - twee bijzondere voorbeelden van vroege landschapskunst in Nederland. Tijdens onze ontdekkingstocht brengen we we o.a. een bezoek aan Monument voor een woningwetwoning in de Leeghwaterplas in Almere, hersteld in 2023 door buurtbewoners van de Buurtbeheergroep De Eilanders. Ook brengen we een bezoek aan de Schuilhutten van kunstenaar Krijn Giezen in het Harderbos bij Zeewolde die een paar jaar geleden door inzet van een aantal vrijwillige ambassadeurs uit de kunstwereld door Natuurmonumenten weer in ere zijn hersteld. Tijdens de Land Art Lives-ontdekkingstocht ontdek je de verhalen achter deze .

We vertonen tijdens de lunch in De Verbeelding in Zeewolde exclusief Kunst op de Bodem, een film die we in voorbereiding van deze tour herontdekten in Het Flevolands Archief. We staan ook stil bij verdwenen of beschadigde werken die in Zeewolde in de periode 2000-2003 zijn gerealiseerd vanuit De Verbeelding kunst landschap natuur. Vanuit dit initiatief werden internationaal bekende kunstenaars uitgenodigd om kunstwerken te realiseren in en rondom het landschap van De Verbeelding in Zeewolde. Welke kunstwerken zijn er nog? Welke sporen zijn er nog te traceren? En wat waren de gedachten achter deze kunstwerken? Samen met Ella Derksen - Embedding the Arts (voormalig directeur van De Verbeelding en Kunstcentrum Flevoland) en Truus Visser, betrokken bewoner en ambassadeur van Land Art in Flevoland gaan we op zoek naar sporen van kunstwerken van o.a. Although sommige kunstwerken in de loop der tijd helaas zijn verdwenen, zijn er ook kunstwerken behouden en hersteld - veelal door vrijwillige inzet van bewoners of andere betrokkenen die het belang van de kunstwerken naar voren brachten. Wat kunnen we hiervan leren? Hoe kunnen we lokale betrokkenheid koppelen aan kennis over deze kunstwerken om zo gezamenlijk een duurzame toekomst voor deze kwetsbare kunstwerken in de openbare ruimte te genereren? Wat is de rol van bewoners, overheden en kunstenaars hierin? En hoe kunnen we bij toekomstige opdrachten al rekening houden met duurzaam beheer? Ga vrijdag 13 juni mee op pad met Land Art Lives en ontdek hoe verleden, heden en toekomst samenkomen in het landschap en de landschapskunst in Flevoland. Elke zichzelf respecterende gemeente heeft kunst in de openbare ruimte, kunst voor iedereen. Voor beeldend kunstenaars is de openbare ruimte de aangewezen plek om hun monumentale werk te laten zien aan een groot publiek. De periode na de Tweede Wereldoorlog is een keerpunt in de ontwikkeling van kunst in de openbare ruimte. De Nederlandse beeldhouwkunst in deze jaren werd grotendeels bepaald door de eerste, door proffessor Jan Bronner opgeleide generatie. De door zij vervaardigde beelden werden met name gekenmerkt door hun toegepaste rol (direct verbonden met de architectuur of vrijstaand maar duidelijk in een architectonische context), de gestileerde vormen en de 'bouwmaterialen' (allerlei steensoorten van zandsteen tot basalt).