Verplichte laadinfrastructuur bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie onder EPBD IV: impact op laadpalen, kabels en regelgeving

EPBD’s (Energy Performance of Buildings Directives) worden door de Europese overheid opgesteld om de energieprestatie van gebouwen te verbeteren. EPBD III is reeds omgezet in Nederlandse wet- en regelgeving. De nationale implementatie van de EPBD IV wordt in de zomer van 2026 van kracht. Op dinsdag 19 mei organiseerde RVO een webinar over de uitvoering van EPBD IV, waarin werd toelicht wat de nieuwe regels zijn per 29 mei en wat die mogelijk kunnen betekenen voor jou als gebouweigenaar/vastgoedbeheerder.

Wat verandert er met EPBD IV ten opzichte van EPBD III?

EPBD IV verandert het doel: niet langer “Bijna Energieneutraal”, maar “Emissieneutraal”. De EU heeft de EPBD IV vastgesteld en Nederland moet deze voor de zomer van 2026 geïmplementeerd hebben; tot dat moment blijft EPBD III van kracht. Voor bestaande utiliteitsgebouwen geldt vanaf 2030 een nog nader te bepalen minimaal energielabel, vergelijkbaar met de label-C verplichting voor kantoren, voortkomend uit de MEPS (Minimum Energy Performance Standards).

EPBD IV introduceert bredere en strengere eisen dan EPBD III, waarbij laadinfrastructuur een verplicht onderdeel is bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie. Ingrijpende renovatie omvat renovaties waarin meer dan 25% van de gebouwschil wordt vernieuwd (dak, gevel, buitenramen, buitendeuren en beneden vloer). De opgave voor laadinfrastructuur en voorbekabeling zit nauw verweven met deze renovatietoepassingen.

Laadinfrastructuur en voorbekabeling: wat moet er gebeuren?

Bij nieuwbouw of ingrijpende renovatie gelden verschillende eisniveaus, afhankelijk van het type gebouw en het aantal parkeerplaatsen. Voor woongebouwen met meer dan 3 parkeerplaatsen geldt een verplichting tot laadvoorziening; voor utiliteitsgebouwen met meer dan 5 parkeerplaatsen gelden strengere regels. Bij een woongebouw of kantoorgebouw is minimaal één laadpunt vereist per eenheden van vijf of twee parkeerplaatsen respectievelijk, afhankelijk van de functie.

Belangrijke termen die terugkeren zijn Voorbekabeling (voorbereiding van kabels en data/energie-aansluitingen zodat later laadpunten kunnen worden geplaatst) en Leidingdoorvoeren (openingen of doorgangen in muren/vloeren waarin kabels later kunnen worden getrokken). Voorbekabeling is cruciaal om toekomstige uitrol van laadpunten schaalbaar te houden. Leidingdoorvoeren zorgen voor de mogelijkheid om kabels later zonder hak- en breekwerk aan te brengen.

Bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie geldt: minimaal 1 laadpunt per 5 parkeerplaatsen bij kantoren en grotere utiliteitsgebouwen; bij bestaande utiliteitsgebouwen met meer dan 20 parkeerplaatsen geldt vanaf 1 januari 2027 minimaal 1 laadpunt per 10 parkeerplaatsen of een alternatief van 50% voorbekabeling. Nieuwe kantoorgebouwen kennen nog strengere eisen: minimaal 1 laadpunt per 2 parkeerplaatsen. De regels verwijzen naar NEN 1010 voor laadinfrastructuur (mode 1 tot mode 4) en vereisen dat laadpunten geschikt zijn voor slim laden, zodat laden automatisch kan worden aangepast aan netbelasting en variabele energietarieven.

Slim laden, netbelasting en opslag: hoe werkt dat op de bouwplaats?

Slim laden houdt in dat een laadpunt automatisch rekening houdt met factoren zoals de hoeveelheid beschikbare zonne-energie, wisselende energietarieven gedurende de dag en het totale stroomverbruik van een gebouw op dat moment. De NTA 8043-norm wordt genoemd als erkende norm die helpt bij de selectie van laadpunten die ook in de toekomst voldoen. In sommige gevallen kan Dynamic Load Balancing (DLB) worden toegepast om overbelasting te voorkomen en tegelijk laadpunten en zonnepanelen te combineren.

De EC-regels vragen ook om voorbekabeling en leidingdoorvoeren op parkeerplaatsen, en vergen dat publieke laadpunten standaard Type 2-connectoren gebruiken. Voor bestaande parkeergarages en renovaties zijn aanvullende regels van toepassing om veiligheid en toegankelijkheid te waarborgen, inclusief het vermogen om alle laadpunten gelijktijdig uit te schakelen (brandveiligheid).

Voor bekabeling, kosten en uitzonderingen

Kosten voor het aanleggen van oplaadpunten en leidingdoorvoeren zijn gelimiteerd: maximaal 7% van de kosten van de ingrijpende renovatie, inclusief ontwerp, materialen en installatie, maar exclusief kosten die ook zonder laadinfrastructuur zouden zijn gemaakt. Een uitzondering geldt als de kosten voor laadinfrastructuur meer dan 10% van de totale renovatiekosten bedragen; de gemeente beoordeelt per geval of deze uitzondering geldt.

Als netcongestie speelt of netbelasting een beperking oplevert, bestaan er oplossingen zoals uitbreiding van de netaansluiting waar mogelijk, of het toepassen van voorbekabeling en leidingdoorvoeren als tijdelijke oplossing. Dynamic Load Balancing biedt ook mogelijkheden om toch meer laadpunten te realiseren binnen de bestaande netaansluiting.

Specifieke regels per type gebouw

Bedrijfspanden met parkeerplaatsen hebben vanaf 29 mei 2026 specifieke regels, met verschillende normen voor nieuwbouw, ingrijpende renovatie en bestaande gebouwen. Voor woongebouwen gelden tot 2030 aanvullende stappen, zoals minimale voorbekabeling en gebruik van leidingdoorvoeren voor de resterende parkeerplaatsen. Ook voor overheidsgebouwen bestaan extra eisen die vanaf 2033 strikt gelden voor ten minste de helft van de parkeerplaatsen voorbekabeld te zijn.

Vraag en antwoord over wie laadpunten kan installeren of exploiteren: een externe partij (CPO) mag laadpunten installeren en exploiteren, zolang de laadpunten voldoen aan Bbl-eisen. De eigenaar blijft aanspreekpunt voor het bevoegd gezag. Voor huurders geldt dat de corporatie kosten voor aanleg kan doorberekenen via huurverhoging of via servicekosten of via een laadpuntbeheerder.

Welke stappen kun je nu nemen?

  • Maak bij nieuwbouw of ingrijpende renovatie een technisch bekabelingsplan volgens NEN 1010 en NTA 8043, en plan voorbekabeling en leidingdoorvoeren zodat toekomstige uitrol van laadpunten mogelijk blijft.
  • Integreer slimme laadplanning (slim laden) en bekijk de mogelijkheden voor Dynamic Load Balancing en integratie met zonnepanelen.
  • Bereid voorbekabeling voor op minimaal 50% van de parkeerplaatsen bij utiliteitsgebouwen en zorg voor minimaal één laadpunt per vijf parkeerplaatsen bij nieuwbouw en renovatie, met strengere normen voor kantoren.
  • Overweeg de inschakeling van subsidies en regelingen zoals MIA/Vamil om milieuvriendelijke investeringen te ondersteunen.
  • Beoordeel de situatie op jouw locatie en bouwtype: woningbouw, kantoorgebouw, zorgfunctie of andere utiliteitsbouw en pas de plannen aan op de specifieke eisen per datum van inwerkingtreding.

Praktische tips voor VvE’s en eigenaren

Als eigenaar van een gebouw of beheerder van een VvE is het handig om eerst de wettelijke achtergrond te begrijpen: EPBD IV plaatst laadinfrastructuur centraal in de bouwregelgeving. Voor VvE’s geldt naast bouwkundige verplichtingen ook het mogelijk maken van laadvraag rechtsreeks vanuit bewoners. De notificatieregeling kan in de toekomst bewonersrechten regelen om laadpunten op gemeenschappelijke parkeerruimtes aan te vragen. Houd rekening met de overgangsregels: vergunningen aangevraagd vóór 29 mei 2026 vallen onder EPBD III, maar oplevering erna kan afwijkende regels triggeren bij ingrijpende renovaties.

Reith Power biedt ondersteuning bij laadinfrastructuur op de bouwplaats met oplossingen die laden mogelijk maken zonder de bouwaansluiting te overbelasten door middel van extra accupakketten. Zij benadrukken het belang van voorbekabeling en het nauwkeurig afstemmen van kabelroutes op toekomstige uitbreiding.

Infographic: EPBD IV tijdlijn en laadpunten-eisen

Unpacking BPIE's Guide | How BPIE's guide to EPBD implementation can help you

Overzicht van data en belangrijkste termen

  1. Inwerkingtreding EPBD IV: 29 mei 2026 (met overgangsregimes afhankelijk van bouwjaar en intendé).
  2. Voorbekabeling: ten minste 50% van parkeerplaatsen bij utiliteitsgebouwen voorbereid op aansluiting.
  3. Leidingdoorvoeren: openingen of buizen voor later leggen van kabels; nodig bij alle parkeerplaatsen binnen hetzelfde gebouw/perceel.
  4. Laadpunten: minimaal één laadpunt per 5 parkeerplaatsen (utiliteitsbouw), en per 2 parkeerplaatsen (kantoorgebouwen).
  5. Slim laden en NEN 1010 / NTA 8043: normen die de veiligheid en toekomstbestendigheid waarborgen.

Samenvatting van belangrijkste regels per situatie

Nieuwe utiliteits- en woongebouwen met meer dan 5 parkeerplaatsen: minimaal één laadpunt per vijf parkeerplaatsen en voorbekabeling voor ten minste de helft. Voor kantoren geldt minimaal één laadpunt per twee parkeerplaatsen. Bij ingrijpende renovaties geldt soortgelijke aanpak als bij nieuwbouw, tenzij 10% van de renovatiekosten in het spel is, waardoor de laadinfrastructuur mogelijk geen verplichting wordt.

Bij publieke laadpunten geldt dat deze Type 2- connectors moeten hebben en dat de parkeergarage bij renovatie voorzien moet zijn van een voorziening die alle laadpunten gelijktijdig kan uitschakelen.

tags: #laadpalen #voor #nieuwbouw #of #ingrijpende #renovatie