Met de invoering van de Omgevingswet zijn er veranderingen doorgevoerd in de regelgeving omtrent asbest. Inhoudelijk is er weinig aangepast, maar veel wetgeving is van plaats veranderd. Het Bouwbesluit is vervangen door het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De nieuwe regels zijn gericht op bouw- en sloopactiviteiten. Binnen het Bbl zijn de voorschriften over asbestverwijdering uit gebouwen overgenomen van het Asbestverwijderingsbesluit. De regels voor de opslag van asbest die voorheen onder het Activiteitenbesluit vielen, zijn verplaatst naar het Bbl. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan tevens regels voor het veilig opslaan van asbest. Ten slotte bevat het Arbeidsomstandighedenbesluit de regels over het bouwproces en persoonlijke beschermingsmiddelen bij werken met asbest.
Asbest wordt ingedeeld in risicoklasse 1, 2 of 2A. Dit verandert niet onder de Omgevingswet. De risicoklasse wordt bepaald tijdens een asbestinventarisatie. Bij klasse 1 is het risico op gevaar het minst en bij klasse 2A het meest. Hoe groter het risico, hoe meer of zwaardere regelgeving. Bijvoorbeeld de algemene rijksregels in het Bbl gaan over asbest in risicoklasse 2 en 2A. Met de ingang van de wijzigingen is een nieuw digitaal instrument gelanceerd: SMART-ns. Dit vervangt SMA-rt. SMART-ns kan met een model een schatting maken van het aantal asbestvezels waaraan de werknemer wordt blootgesteld. Ook bepaalt het de risicoklasse. De nieuwe regelgeving hebben we verwerkt in de checklisten. Uiteraard houden we ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. De checklisten zijn naar wens aan te passen. Wilt u gebruik maken van de checklisten of heeft u andere vragen?
Hoofdregels en verantwoordelijkheden bij asbest in bouwwerken
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) geeft in hoofdstuk 7 regels over het verwijderen van asbest. Asbest is op vele manieren toegepast in gebouwen, zoals in dakbedekking, in brandwerende platen en in vloerbedekking. De eigenaar dient voorafgaand aan de verbouw- of sloopwerkzaamheden vast te stellen of mogelijk asbest aanwezig is. In een aantal gevallen mag een particulier zelf asbest verwijderen. Voor het verwijderen van asbest uit andere bronnen dan een gebouw is het Asbestverwijderingsbesluit van toepassing. De verwijdering moet uitgevoerd worden door een bedrijf dat voor deze werkzaamheden gecertificeerd is.
Bij een aantal beroepsmatige werkzaamheden is geen aparte certificatie nodig. Op 01 juli 1993 is in Nederland het volledige verbod op de toepassing van asbesthoudend materiaal in werking getreden. In een groot deel van bouwwerken gebouwd voor 01 januari 1994 zijn asbesthoudende materialen verwerkt. Het is vaak toegepast op plaatsen waar dit onder normale gebruiksomstandigheden geen direct risico met zich meebrengt. De eigenaar van het gebouw is verantwoordelijk op basis van de aan hem/haar toegekende zorgplicht en behoort alle maatregelen te nemen om iedere vorm van blootstelling te voorkomen. Hierdoor zal tenminste bekend moeten zijn welke asbestbronnen zich in het betreffende bouwwerk of object bevinden en welke risicoâs deze eventueel met zich meebrengen onder normale gebruiksomstandigheden. Wanneer er geen sprake is van directe risicoâs aan de blootstelling van asbestvezels kan kunnen de asbesthoudende materialen worden afgeschermd en/of gemarkeerd.
Asbestinventarisatie, sloopmeldingen en eindbeoordeling
Als een eigenaar van een gebouw asbest uit een bouwwerk wil (laten) verwijderen, moet hij daar in de meeste gevallen sloopmelding van doen bij de gemeente. In sommige gevallen mag een particulier de asbestverwijdering zelf uitvoeren. De verplichting om de eindbeoordeling of visuele inspectie (risicoklasse 2/2A) in het LAVS vast te leggen door geaccrediteerde laboratoria is opgenomen in het nieuwe artikel 7.12 van het Bbl. Voor zowel particulieren als bedrijven geldt bij werkzaamheden in risicoklasse 1 nu de zorgplicht van artikel 7.4 van het Bbl. Deze zorgplicht betekent dat bij het verwijderen van asbest verspreiding moet worden voorkomen. Als er toch asbest is verspreid, moet dit worden opgeruimd.
Het Asbestverwijderingsbesluit 2005 bevat regels voor het verwijderen van asbest als er geen sprake is van een gebouw. Ook hier de verplichting om een asbestinventarisatierapport te hebben bij de verwijdering van asbest uit objecten. Het asbestverwijderingsbesluit bevat ook regels over het opruimen van asbest na incidenten. Net als in het Bbl voor bouwwerken gelden de asbestregels zowel voor particulieren als voor bedrijven wanneer zij werkzaamheden uitvoeren aan asbesthoudende materialen in objecten. Met het nieuw ingevoerde artikel 16 is een eerdere omissie hersteld. In situaties waarin bijvoorbeeld door een brand asbest in de leefomgeving terechtkomt, kan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente nu handhavend optreden. Nieuw is bovendien dat de LAVS-beheerder bevoegd is om gegevens in het LAVS te analyseren.
Bal en asbestafval
In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan regels voor het behandelen van asbestafval voor bijvoorbeeld milieustraten. Ook voor onderhouds-, schilder-, en installatiebedrijven die tijdens hun werkzaamheden asbest verwijderen. De REACH-verordening (EG) 1907/2006 is een Europese verordening over de productie van en handel in gevaarlijke stoffen, waaronder ook asbesthoudende producten of voorwerpen. In het Productenbesluit asbest zijn ook regels opgenomen in relatie tot asbesthoudende producten/voorwerpen die niet door de REACH-verordening worden gesteld. Het Besluit asbestwegen geeft aan dat het verboden is een weg, een pad of een erf dat asbest boven een bepaalde concentratie bevat voorhanden te hebben.
Het Arbeidsomstandighedenbesluit bevat regels voor het werken met asbest. Voor bepaalde werkzaamheden met asbest is een wettelijk certificaat verplicht. De bedoeling van het certificaat is, dat de gebruiker een âgefundeerd vertrouwen' mag hebben dat aan de te stellen eisen is voldaan. Er zijn enkele specifieke uitzonderingen. Het Arbeidsomstandighedenbesluit en vooral de bijbehorende regeling wordt op regelmatige basis gewijzigd. Ascert (stichting certificatie asbest) is de door de minister van SZW aangewezen beheersstichting in het werkveld asbest. Eigenaren van onroerend goed dienen de gebruikers te informeren over de aanwezigheid van asbest in het onroerend goed.

Overzicht van regelgeving en praktijken
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat regels voor het inventariseren van asbest en het verwijderen van asbest in het algemeen en uit een bouwwerk in het bijzonder. Het behandelt de emissie van asbestvezels in objecten en materialen. Verder bevat het besluit voorschriften over het bouwen, gebruiken en slopen van bouwwerken. Wilt u asbest uit uw bouwwerk verwijderen, dan moet u daar in de meeste gevallen melding van doen bij de gemeente. In de Bbl vindt u wanneer en onder welke voorwaarden u een melding moet maken. Meestal moet het asbest verwijderd worden door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf. De hoofdregel is dat u ten minste vier weken voor de aanvang van de werkzaamheden de sloopmelding bij het bevoegd gezag doorgeeft. Soms kan deze termijn worden verkort tot 5 werkdagen. En in enkele gevallen is er geen sloopmelding nodig.
Het Besluit asbestwegen milieubeheer behandelt het verbod op asbest in een weg, pad of een erf boven een bepaalde concentratie, namelijk 100 milligram per kilogram (concentratie serpentijnasbest vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest). Boven deze concentratie is het verboden om een asbestweg voorhanden te hebben. Het Arbeidsomstandighedenbesluit bevat regels in het belang van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid. Het bepaalt onder andere dat een bedrijf dat asbest wil verwijderen of opruimen, eerst een asbestinventarisatierapport moet laten opstellen door een gecertificeerd inventarisatiebedrijf. Dit rapport vermeldt de risicoklasse waarin de werkzaamheden met asbest worden ingedeeld (1, 2 of 2a). Toch zijn hier enkele specifieke uitzonderingen.
Vallen uw werkzaamheden in risicoklasse 1? Regelmatig wordt het Arbeidsomstandighedenbesluit gewijzigd, net als de bijbehorende regeling. U vindt de meest recente informatie op het Arboportaal van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het Productenbesluit Asbest bevat regels betreffende asbest en asbesthoudende producten. Het bepaalt het verbod op het produceren, op de markt brengen, invoeren, in voorraad houden, verkopen, toepassen en hergebruiken van asbesthoudende producten. Deze regels gelden niet voor bodemverontreinigingen met asbest en asbesthoudend afval, voor zover het gaat om verwijdering door verbranden of storten van asbest.
Verantwoordelijkheden en risicoâs voor eigenaren en bedrijven
Asbest is materiaal dat tot 1994 veel in de bouw en scheepsbouw werd gebruikt. Sinds 1994 is het in Nederland verboden om asbest te verhandelen en toe te passen, omdat werken met asbest gevaarlijk en ongezond is. Ondanks het verbod op gebruik van asbest, komt het nog steeds voor in gebouwen en objecten van voor 1994 en in schepen soms ook nog van na 1994. De eigenaar van het gebouw is verantwoordelijk op basis van de aan hem/haar toegekende zorgplicht en behoort alle maatregelen te nemen om iedere vorm van blootstelling te voorkomen. De gemeente of omgevingsdienst informeert en handhaaft extra regels die zij zelf kunnen vaststellen. De gemeente kan boetes opleggen of bedrijven dwingen tot verwijdering van asbestdaken.
Bijzonder is dat er momenteel geen algemeen verbod komt op Nederlandse daken met asbest, ondanks eerdere voorstellen. De Eerste Kamer verwierp een wetsvoorstel hierover op 4 juni 2019. Werknemers mogen niet worden blootgesteld aan asbest. Daarbij maakt het niet uit op welke manier het asbest wordt gebruikt of het nu gaat om een brandwerend middel of om een product waarin asbest is verwerkt, zoals een deurknop. In 2005 werd het Besluit asbestverwijdering ingevoerd, dat sindsdien meerdere keren is herzien, met als doel uitvoering te geven aan een toekomstig verbod op asbestdaken. De laatste wijzigingen aan het besluit traden in werking op 1 januari 2017, toen ook het landelijke Asbestvolgsysteem (LAVS) werd geïntroduceerd.
Onderstaand is een samenvatting van cruciale stappen: inventariseren, melden, verwijderen en vrijgeven. Voor gebouwen en objecten gebouwd voor 1994 is een asbestinventarisatie verplicht. Alleen gecertificeerde bedrijven mogen inventariseren en verwijderen bij hogere risicoklassen (2/2A). Verwijdering dient minimaal 2 dagen van tevoren gemeld te worden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie en bij risicoklasse 2/2A ook in het LAVS. Na afronding volgt een eindbeoordeling voordat de ruimte weer in gebruik wordt genomen.
tags: #linkedin #infrastructuur #asbest