Linoleum afrduk verheij 1929: geschiedenis, productie en restauratie van linoleumvloeren en -drukken

Linoleum werd in de tweede helft van de negentiende eeuw ontwikkeld tot een vloerafwerking op basis van een combinatie van natuurproducten. Het bood een alternatief voor tegels, natuursteen, hout, karpetten en geolied zeildoek. Hoewel linoleum nog altijd wordt gebruikt, zijn de vroegste vormen ervan nauwelijks meer in historische interieurs aanwezig. Door wijzigende modes of visuele gebreken is de oorspronkelijke diversiteit aan typen en dessins vervangen door nieuwere vormen of geheel andere soorten vloerbedekking. Dit artikel gaat over de geschiedenis, productie en toepassingen van linoleum, over het onderhoud, veel voorkomende schades en de mogelijke reparaties ervan.

Afb. 1. Pagina uit folder Linoleum Krommenie Laat de kleuren zingen uit 1960. Afb. 2. Folder Linoleum Krommenie met kurklinoleum voor gymnastiekzalen uit 1959. Afb. 3. Folder Marmoleum, circa 1985. Afb. 4. Folder Colorite tegelvloeren, circa 1960. Afb. 5. Boekje met Colovinyl monsters, circa 1959. Afb. 6. Colovinyltegels kloosterkapel Maria-Roepaan in Ottersum, circa 1952. Foto: C.S. Afb. 7. Folder Novilon, circa 1979.

De Engelse uitvinder Frederick Walton ontdekte in 1860 dat lijnolie afkomstig uit vlas, wanneer geoxideerd, een sterk product oplevert dat hij patenteerde als alternatief voor rubber. Hij ontwikkelde dit product verder tot een vloerbedekking die hij linoleum noemde en vroeg hier in 1863 patent op aan. De naam linoleum is een samentrekking van de Latijnse woorden linum (vlas) en oleum (olie). In 1898 verkreeg P.H. Kaars Sijpesteijn uit Krommenie van Walton een licentie voor het maken van linoleum. Vanaf 1899 kon daardoor in Nederland linoleum geproduceerd worden door de N.V.

Begin twintigste eeuw onderkenden architecten en ontwerpers steeds meer de praktische kwaliteiten van linoleum. Rond 1910 noemde Hendrik Petrus Berlage in een lezing getiteld De moderne woning linoleum “de meest praktische en goedkope vloerafwerking”. In de jaren twintig zien we in interieurs het gedessineerde linoleum, vaak bedrukt of als zogenaamd inlaid. De dessins werden daarbij afgestemd op de vaak kleurige en geornamenteerde stoffering van het interieur. De architecten van het Nieuwe Bouwen en De Stijl gaven de voorkeur aan effen linoleum, dat goed aansloot op hun sobere en lichte interieurs. Vanwege de oranje-bruine kleur van de geoxideerde lijnolie waren de kleuren in de beginperiode vooral donker en vaak wat bruinig. De N.L.F.

Na verder experimenteren met verschillende temperaturen, snelheden en kleuren ontstonden andere patronen, waarvan de marmerstructuur het populairst is geworden. Marmoleum werd in 1930 op de markt gebracht en is nog steeds onder dezelfde naam te koop. In publicaties over interieurs in de jaren dertig verkondigden moderne ontwerpers steeds meer de boodschap dat het imiteren van materialen als marmer, steen, hout en tapijt onwenselijk was. Effen varianten en de inlaid linoleums in abstract-geometrische patronen werden gezien als meer moderne seriematig geproduceerde materialen. Vanwege de grote vraag ernaar bleef de linoleumindustrie echter ook imitaties van andere vloertypen maken. Wel ging de fabriek in Krommenie het ontwerpen van nieuwe producten professionaliseren door zelfstandig gevestigde (binnenhuis-)architecten zoals Paul Bromberg in te huren.

Gedurende de oorlog lagen de ontwikkelingen stil, maar mede dankzij een nieuwe afdeling Publiciteit bij Linoleum Krommenie leefde de linoleumproductie in de jaren vijftig op. Contacten met stichtingen die de moderne wooncultuur voor brede lagen van de bevolking bevorderen, zoals 'Goed Wonen' en 'Mens en Huis', zorgden voor meer naamsbekendheid en een beter imago. Om de kosten te drukken zocht men ook naar andere productiemethoden en materialen. Zo werd na de Tweede Wereldoorlog Linofelt op de markt gebracht als goedkoper alternatief. Als ondergrond voor de linoleummassa werd in plaats van jute asfaltpapier gebruikt.

Vooruitstrevende ontwerpers roemden behalve de uitstraling ook andere eigenschappen van linoleum: het was waterdicht, isolerend, geluiddempend, duurzaam, hygiënisch en onderhoudsvriendelijk. Daardoor werd het steeds vanzelfsprekender dat, ondanks de hoge kosten ten opzichte van alternatieven als vloer- en viltzeil, linoleum niet alleen in particuliere woonhuizen maar ook in sociale woningbouw werd toegepast. De vloerafwerking werd met name gebruikt voor verkeersruimten, keukens, badkamers en kinder- en slaapkamers. In de jaren zestig kreeg linoleum veel concurrentie van diverse toepassingen van kunststof vloeren, zoals plastic asbesttegels en vinyl in banen. Maar ook tapijt werd een steeds grotere concurrent.

Naast vloerafwerking kent linoleum ook andere toepassingen. Walton ontwikkelde in 1877 een variant voor op de muur, ‘Lincrusta’, dat onder deze naam nog steeds wordt geproduceerd. Het linoleum is meestal voorzien van een patroon in laagreliëf en lijkt na applicatie en beschildering sterk op stucwerk, goudleer of keramische tegels. Vanaf eind jaren vijftig werd ook glad effen linoleum vervaardigd speciaal voor op muren en deuren. Dit product werd in 14 verschillende kleuren op geïmpregneerd papier geperst en in 21 verschillende kleuren op jute. Deze typen linoleum waren dunner dan de linoleum bedoeld als vloerbedekking. Het werd gepromoot als zeer praktisch aangezien het makkelijk afwasbaar was met water en zeep en zelfs met krijt beschrijfbaar. Kurklinoleum werd ook gebruikt voor muren, maar dan vooral als prikbord of als hele 'prikwand'. Later, vanaf 1970, kreeg dat de naam Bulletin Board. Dit kon in de vorm van panelen, maar ook compleet wandvullend worden aangebracht. Naast gebruik als wand- en deurbekleding werd linoleum ook gebruikt als tafel- of bureaublad, in de jaren tachtig desktop linoleum genaamd.

Door het gebruik als afwerking van kasten en tafelbladen, veelal in combinatie met een bijpassende vloerafwerking om de diverse oppervlakte-afwerkingen met elkaar te verbinden, kon er één geheel worden gecreëerd. Linoleum bleek ook heel geschikt om te gebruiken in de grafische technieken voor het maken van linosnedes. Linoleum werd ook toegepast als drager voor kunstwerken van verf of collages met diverse materialen. Een bijzonder vroeg voorbeeld hiervan is de Eerste Bossche Wand (1884-1891) in het stadhuis van Den Bosch door A.J. Derkinderen.

Schades in historische linoleumvloeren zijn mogelijk al ontstaan voordat de vloer was gelegd. Door onzorgvuldige opslag en transport van de linoleumrollen kunnen in het materiaal kleine haarscheurtjes ontstaan, die in de loop der tijd groter worden waardoor stof en vocht makkelijker kunnen binnendringen. Een vergelijkbaar schadepatroon kan ontstaan door het indringen van vocht vanuit de ondervloer, via naden of slijtageplekken. Het gevolg kan zijn dat de jute onderlaag losraakt van de linoleummassa en - ernstiger - dat het kurk- en houtmeel in het linoleum opzwelt en vergaat. Linoleum is niet goed bestand tegen basische producten in bepaalde schoonmaakmiddelen.

Behalve normale slijtage kan mechanische beschadiging optreden, bijvoorbeeld door schuivende stoelpoten, naaldhakken of het inlopen van scherpe deeltjes. Het nemen van preventieve maatregelen is belangrijk om schade aan historisch linoleum te voorkomen of te beperken. Om het verspreiden van vuil te verminderen kan bij de entree buiten een schoonloopmat en binnen een droogloopmat worden geplaatst. Daarnaast is het regelmatig en op de juiste wijze onderhouden van de vloer belangrijk voor een lange levensduur; vloeren hebben meer te lijden van verkeerd onderhoud met te agressieve middelen dan van het reguliere gebruik. Voor het behandelen van vervuiling onderscheiden we het verwijderen van vuil op de toplaag en het volledig verwijderen van de beschermende waslaag.

In de meeste gevallen is het raadzaam het linoleum eerst met een droge katoenen doek schoon te maken. Bij het droogreinigen kan ook, nadat los stof is verwijderd, een Akapad spons worden gebruikt. Bij oud materiaal is de kans groot dat kleine haarscheurtjes aanwezig zijn, waardoor bij reiniging met water vocht diep kan indringen. Indien toch water met reinigingsmiddelen wordt gebruikt, moet het toepassen van sterk basische middelen met een PH-waarde boven de 9 worden vermeden. Dit kan leiden tot verzeping van de bindmiddelen in het linoleum, met een verweking van de toplaag als gevolg. Leng reinigingsmiddelen daarom ruim aan met water. Ervaring heeft geleerd dat met slechts 0,4% van de oppervlakte actieve stof Marlipal 1618/25 vuil voorzichtig met een microspons kan worden verwijderd, waarna de toplaag met gedemineraliseerd water kan worden gereinigd. Alleen indien het reinigen onvoldoende resultaat oplevert kan worden overwogen de waslaag door een restaurator met een daarvoor geschikt of op maat gemaakt reinigingsmiddel te laten verwijderen. Dit kan als neveneffect hebben dat het linoleum een paar tinten lichter wordt.

Voor het repareren van modern linoleum bestaan bruikbare praktijkervaringen. In hoofdlijnen komen deze neer op het schoonmaken van gaten en krassen met een zachte katoenen doek en een schoonmaakmiddel met een neutrale pH-waarde. Een restant vloerbedekking kan vervolgens dienen als donormateriaal: schraap de toplaag eraf en verlijm het poeder in laagjes in het gat of de scheuren, waarbij de laagjes telkens goed worden aangeklopt met een hamer. Het restaureren van historische linoleumvloeren is een stuk moeilijker, doordat het materiaal verouderd is en het vaak zijn elasticiteit verloren heeft. Hiervoor bestaan geen eenduidige oplossingen. Doordat vaak wordt gekozen voor het vervangen van het historische materiaal in plaats van behoud in situ, is op dit gebied weinig onderzoek gedaan. Omdat oude linoleumvloeren steeds zeldzamer worden, heeft het de voorkeur altijd te onderzoeken of nog aanwezig historisch materiaal kan worden behouden en de levensduur ervan kan worden verlengd.

Kleine schades kunnen worden hersteld volgens een methode overeenkomstig de praktijkervaringen met nieuw linoleum. Een op kleur gebrachte linoleumkit of pasta, die goed hecht en over dezelfde elasticiteit als het originele materiaal moet beschikken, kan in kleine beschadigingen en scheurtjes worden aangebracht. Als bindmiddel kan hiervoor een polyvinylacetaatdispersie worden gebruikt waaraan circa 60% vulstoffen zoals linoleummeel en pigment worden toegevoegd. Deze dient als surrogaat voor natuurlijke hars en lijnolie. Bij het vaststellen van de oorspronkelijke kleur van te repareren linoleum moet niet alleen rekening worden gehouden met eventuele vervuiling, maar ook met vergeling en verdonkering van de geoxideerde lijnolie. Dit is vaak het geval op donkere of afgedekte plaatsen. Enkele dagen blootstelling aan UV-straling - daglicht of TL- verlichting - kan de originele kleur al naar boven halen. Indien het linoleum niet ter plekke kan worden behandeld, dient dit naar een geschikte locatie te worden vervoerd.

Een afbeelding van historische linoleumvloeren en -monsters ter illustratie van typologieën en dessins

Het loshalen van historisch linoleum moet voorzichtig gebeuren, omdat het materiaal door veroudering vaak bros is geworden. Soms is het linoleum aan de ondervloer gelijmd. In het verleden gebruikte men hiervoor onder meer lijmen gebaseerd op een mengsel van hars, lijnzaadolie en alcohol. Eventueel aanwezige scheuren en andere schades kunnen met Japans papier tijdelijk worden gefixeerd om verdere aantasting tijdens het transport te voorkomen. Een restaurator kan scheuren en kleine loslatende gedeelten injecteren met een lijmproduct op basis van polyvinylacetaatdispersies, waarna de vloerbedekking voorzichtig kan worden verzwaard met voorverwarmde (niet te heet!) gewichten tot de lijm is uitgehard. Bij opkrullende randen en blazen moet het linoleum eerst langdurig worden verwarmd om het voldoende soepel te maken. Het is ook mogelijk uitstulpend linoleum op een voorverwarmde vacuümtafel af te dekken met een PE-folie.

Het vervangen van grotere stukken linoleum is niet eenvoudig. Men kan de ontbrekende gedeelten ontstoren en opvullen met een bijpassende, effen kleur. Indien er een substituut voorhanden is, wordt in de restauratiepraktijk vaak gekozen voor het inleggen uit een gelijksoortige restpartij. Vaak is toch sprake van kleurverschil of is het linoleum na een aantal jaren opslag bros geworden. Hierdoor is het aanbrengen van de vloerbedekking technisch gezien lastig en kan de kwaliteit van het eindresultaat onvoldoende blijken te zijn. Voor bijzondere oude patronen en dessins is het vervangen van materiaal nog moeilijker. Men kan dan overwegen het originele patroon met acrylverf of sjabloneertechnieken over te nemen op een nieuwe bijpassende effen drager, maar de vraag is of dit op termijn een bevredigend resultaat oplevert.

Diagram of linoleum lagen (jute, massa, kurk/houtmeel) en mogelijke schadepunten

Bentum, P.J. Blitterswijk Jr., J.J. van, Materialen en grondstoffen gebezigd bij inrichting van het interieur, Amsterdam 1934 (4de herziene druk), hoofdstuk VI Linoleum p. Bromberg, Paul, Hoe met weinig kosten een interieur om te tooveren, z.p. z.j. Elffers, Dick en Vriend, J.J., De grond waarop wij staan, Krommenie z.j. Förster, G., Josef E. en Buchholz, U., Linoleum. Hemelrijk, Liesbeth, Van Kandinsky tot Corneille. Jonge, W. de, ‘Een speurtocht naar het historisch linoleum’, in: Monumenten 25 (2004) nr. 9, p. Kaldewei, G. Kingma, V., ‘Licht, lucht, linoleum!’, in: Met stoom nr. 34 (1999),p. Koldeweij, E. e.a., Over de vloer. Koning, E. ‘Honderd jaar linoleumindustrie’, in: Krommenieër Kroniek nr. 13 (1999), p. Kun, J., ‘Filling losses in granite linoleum with Beva 371’, in: Ebenist 2016 p. Niegeman, Johan (red.) Ik kan wonen. Parks, B.W., ‘The history and technology of floorcloths’, in: APT Bulletin 21 (1989) nr. 3-4, p. Simons, Ep, Vloerbedekking. Simpson, Pamela H., ‘Comfortable, durable and decorative: linoleum’s rise and fall from grace’, in: APT Bulletin 30 (1999) nr. 2-3, p.

Er is een uitgebreide literatuur- en archiefvermelding, die de historische context en restauratiepraktijk ondersteunt, met bronnen over de linoleumindustrie, productieprocessen en beeldende toepassingen.

Linoleum vloeren zijn eigenlijk best cool.

In moderne toepassingen blijft linoleum populair in zowel woning- als openbare ruimtes vanwege duurzaamheid en onderhoudsgemak, terwijl conservatoren zeldzame historische stukken zorgvuldig bewaren en herstellen.

tags: #linoleum #afrduk #verheij #1929