Geschiedenis en eigenschappen van zwart wit geblokte linoleumvloeren

Linoleum werd in de tweede helft van de negentiende eeuw ontwikkeld tot een vloerafwerking op basis van een combinatie van natuurproducten.

Het bood een alternatief voor tegels, natuursteen, hout, karpetten en geolied zeildoek.

Hoewel linoleum nog altijd wordt gebruikt, zijn de vroegste vormen ervan nauwelijks meer in historische interieurs aanwezig.

Door wijzigende modes of visuele gebreken is de oorspronkelijke diversiteit aan typen en dessins vervangen door nieuwere vormen of geheel andere soorten vloerbedekking.

Dit artikel gaat over de geschiedenis, productie en toepassingen van linoleum, over het onderhoud, veel voorkomende schades en de mogelijke reparaties ervan.

Vroege ontwikkeling en verspreiding

De Engelse uitvinder Frederick Walton ontdekte in 1860 dat lijnolie afkomstig uit vlas, wanneer geoxideerd, een sterk product oplevert dat hij patenteerde als alternatief voor rubber.

Hij ontwikkelde dit product verder tot een vloerbedekking die hij linoleum noemde en vroeg hier in 1863 patent op aan.

De naam linoleum is een samentrekking van de Latijnse woorden linum (vlas) en oleum (olie).

In 1898 verkreeg P.H. Kaars Sijpesteijn uit Krommenie van Walton een licentie voor het maken van linoleum.

Vanaf 1899 kon daardoor in Nederland linoleum geproduceerd worden door de N.V.

Twintigste eeuw en ontwerpkeuzes

Begin twintigste eeuw onderkenden architecten en ontwerpers steeds meer de praktische kwaliteiten van linoleum.

Rond 1910 noemde Hendrik Petrus Berlage in een lezing getiteld De moderne woning linoleum “de meest praktische en goedkope vloerafwerking”.

In de jaren twintig zien we in interieurs het gedessineerde linoleum, vaak bedrukt of als zogenaamd inlaid.

De dessins werden daarbij afgestemd op de vaak kleurige en geornamenteerde stoffering van het interieur.

De architecten van het Nieuwe Bouwen en De Stijl gaven de voorkeur aan effen linoleum, dat goed aansloot op hun sobere en lichte interieurs.

Vanwege de oranje-bruine kleur van de geoxideerde lijnolie waren de kleuren in de beginperiode vooral donker en vaak wat bruinig.

De N.L.F. na verder experimenteren met verschillende temperaturen, snelheden en kleuren ontstonden andere patronen, waarvan de marmerstructuur het populairst is geworden.

Marmoleum werd in 1930 op de markt gebracht en is nog steeds onder dezelfde naam te koop.

In publicaties over interieurs in de jaren dertig verkondigden moderne ontwerpers steeds meer de boodschap dat het imiteren van materialen als marmer, steen, hout en tapijt onwenselijk was.

Effen varianten en de inlaid linoleums in abstract-geometrische patronen werden gezien als meer moderne seriematig geproduceerde materialen.

Vanwege de grote vraag ernaar bleef de linoleumindustrie echter ook imitaties van andere vloer­typen maken.

Wel ging de fabriek in Krommenie het ontwerpen van nieuwe producten professionaliseren door zelfstandig gevestigde (binnenhuis-)architecten zoals Paul Bromberg in te huren.

Na de oorlog en industriële ontwikkelingen

Tijdens de oorlog lagen de ontwikkelingen stil, maar mede dankzij een nieuwe afdeling Publiciteit bij Linoleum Krommenie leefde de linoleumproductie in de jaren vijftig op.

Contacten met stichtingen die de moderne wooncultuur voor brede lagen van de bevolking bevorderen, zoals 'Goed Wonen' en 'Mens en Huis', zorgden voor meer naamsbekendheid en een beter imago.

Om de kosten te drukken zocht men ook naar andere productiemethoden en materialen.

Zo werd na de Tweede Wereldoorlog Linofelt op de markt gebracht als goedkoper alternatief.

Als ondergrond voor de linoleummassa werd in plaats van jute asfaltpapier gebruikt.

Kunststof en wandbekleding

Na de Tweede Wereldoorlog nam de productie van kunststoffen een hoge vlucht en werden steeds meer toepassingen bedacht.

Ook in het interieur werden kunststoffen populair en dan met name op vloeren en wanden.

Voornamelijk de praktische voordelen werden aangeprezen, zoals hygiëne en slijtvastheid.

Er kwam al gauw veel variëteit aan tegels en banen.

Vanuit de Verenigde Staten werden na de Tweede Wereldoorlog asfalttegels in Nederland geïmporteerd.

In de VS was tijdens de oorlogsjaren geëxperimenteerd met verschillende soorten plastic tegelvloeren.

Door de grootschalige winning, en het goedkoper worden, van aardolie werd Amerika de bakermat van de kunststofindustrie.

De asfalttegels waren goedkoop en makkelijk zelf te leggen, maar wel wat donker van kleur.

Door de Nederlandse linoleumfabriek in Krommenie werden asfalttegels sinds 1950 geproduceerd onder de naam Colorite.

Hiervoor werd de vloerzeilfabriek van R. Arends in Wijhe gebruikt, die in 1948 was aangekocht.

Al snel werd de asfalt geheel of gedeeltelijk vervangen door een bruine hars, verkregen uit steenkoolteerolie, de zogenaamde cumaronhars.

Daarnaast bestonden de tegels uit asbestvezels, minerale vulmiddelen en verfstoffen.

  1. Colorite was vooral geschikt voor betonnen vloeren.
  2. In navolging van Colorite en vergelijkbare producten werden plastic-asbesttegels geproduceerd.
  3. Naast asbest bestonden de tegels uit polyvinylchloride (pvc), de veelgebruikte plasticsoort eind jaren vijftig die de cumaronhars verving.
  4. De fabriek in Krommenie verkocht sinds 1952 deze tegels onder de naam Colovinyl (afb. 1).
  5. Een derde type tegel was Coloflor, vanaf 1960 geproduceerd, en van homogene samenstelling met een hoog percentage bindmiddel.

Als laatste werden ook Colodal tegels geproduceerd, een type tegel die erg leek op Coloflor, maar die wat dunner was, en werd verkocht in de maat 33⅓ x 33⅓ cm.

Naast de fabriek in Krommenie waren er ook andere aanbieders van pvc-tegels, zoals bijvoorbeeld de Amsterdamse Hygiënische Vloeren Mij., die veel soorten tegels uit het buitenland importeerde, zoals Accoflex uit de Verenigde Staten, Pegulan en Mipolam uit Duitsland, Durever uit Engeland en Holmshund uit Zweden.

Ook werden er in Hardenberg pvc-tegels verkocht onder de naam Wavin.

Hoewel er sinds de Tweede Wereldoorlog veel soorten plastic tegels voor op de vloer werden geproduceerd, werd er ook voor op de wanden gebruik gemaakt van de verschillende soorten tegels.

De Colovinyl wandtegel was 12,5 x 25 cm groot en 1,3 mm dik.

Daarmee waren ze lichter dan keramische tegels, een eigenschap waarmee werd geadverteerd.

Zoals bij alle harde wandafwerkingen werd met name de hygiëne in promotiematerialen genoemd: de ‘reinheid van oppervlak’.

Vinyl en linoleum in de late 20e eeuw

Er werd steeds meer geëxperimenteerd met plastic vloerbedekkingen, zoals polyvinylchloride op een onderlaag van jute, kurk, jutevilt of polyestervilt, in banen van 2 meter breed (afb. 3).

De bovenlaag kon gekalanderd (gewalst), gestreken, of geschuimd zijn, of in diepdruk zijn aangebracht.

Bij gestreken vinyl werd een structuur verkregen door twee of meer kleuren vinyl over elkaar uit te strijken, waarbij structuurwalsen voor het dessin zorgden.

Krommenie Vinyl kwam in 1964 op de markt.

Bestseller was het vinyl op jutevilt onder de naam Fiësta, met goudsnippers verwerkt in het oppervlak.

Een nieuwe variant hierop in de jaren zeventig was Fiësta op polyestervilt, bestaande uit kunstvezels.

Daarnaast waren merknamen te koop als Conchita, een gewalst vinyl met een ton-sur-ton dessin, en Bèltex met een tapijtstructuur.

Ook Coloflor werd in banen geleverd, gekalanderd en 110 cm breed.

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op 1 apr 2025 om 03:02.

Vanaf eind jaren vijftig werd ook glad effen linoleum vervaardigd speciaal voor op muren en deuren. Dit product werd in 14 verschillende kleuren op geïmpregneerd papier geperst en in 21 verschillende kleuren op jute.

Deze typen linoleum waren dunner dan de linoleum bedoeld als vloerbedekking.

Het werd gepromoot als zeer praktisch aangezien het makkelijk afwasbaar was met water en zeep en zelfs met krijt beschrijfbaar.

Kurklinoleum werd ook gebruikt voor muren, maar dan vooral als prikbord of als hele 'prikwand'.

Later, vanaf 1970, kreeg dat de naam Bulletin Board. Dit kon in de vorm van panelen, maar ook compleet wandvullend worden aangebracht.

Andere toepassingen en rijpingsproces

Naast gebruik als wand- en deurbekleding werd linoleum ook gebruikt als tafel- of bureaublad, in de jaren tachtig desktop linoleum genaamd.

Door het gebruik als afwerking van kasten en tafelbladen, veelal in combinatie met een bijpassende vloerafwerking om de diverse oppervlakte-afwerkingen met elkaar te verbinden, kon er één geheel worden gecreëerd.

Linoleum bleek ook heel geschikt om te gebruiken in de grafische technieken voor het maken van linosnedes.

Linoleum werd ook toegepast als drager voor kunstwerken van verf of collages met diverse materialen.

Een bijzonder vroeg voorbeeld hiervan is de Eerste Bossche Wand (1884-1891) in het stadhuis van Den Bosch door A.J. Derkinderen.

Onderhoud, schade en reparaties

Schades in historische linoleumvloeren zijn mogelijk al ontstaan voordat de vloer was gelegd.

Door onzorgvuldige opslag en transport van de linoleumrollen kunnen in het materiaal kleine haarscheurtjes ontstaan, die in de loop der tijd groter worden waardoor stof en vocht makkelijker kunnen binnendringen.

Een vergelijkbaar schadepatroon kan ontstaan door het indringen van vocht vanuit de ondervloer, via naden of slijtageplekken.

Het gevolg kan zijn dat de jute onderlaag losraakt van de linoleummassa en - ernstiger - dat het kurk- en houtmeel in het linoleum opzwelt en vergaat.

Linoleum is niet goed bestand tegen basische producten in bepaalde schoonmaakmiddelen.

Behalve normale slijtage kan mechanische beschadiging optreden, bijvoorbeeld door schuivende stoelpoten, naaldhakken of het inlopen van scherpe deeltjes.

Het nemen van preventieve maatregelen is belangrijk om schade aan historisch linoleum te voorkomen of te beperken.

Om het verspreiden van vuil te verminderen kan bij de entree buiten een schoonloopmat en binnen een droogloopmat worden geplaatst.

Daarnaast is het regelmatig en op de juiste wijze onderhouden van de vloer belangrijk voor een lange levensduur; vloeren hebben meer te lijden van verkeerd onderhoud met te agressieve middelen dan van het reguliere gebruik.

Voor het behandelen van vervuiling onderscheiden we het verwijderen van vuil op de toplaag en het volledig verwijderen van de beschermende waslaag.

In de meeste gevallen is het raadzaam het linoleum eerst met een droge katoenen doek schoon te maken.

Bij het droogreinigen kan ook, nadat los stof is verwijderd, een Akapad spons worden gebruikt.

Bij oud materiaal is de kans groot dat kleine haarscheurtjes aanwezig zijn, waardoor bij reiniging met water vocht diep kan indringen.

Indien toch water met reinigingsmiddelen wordt gebruikt, moet het toepassen van sterk basische middelen met een PH-waarde boven de 9 worden vermeden.

Dit kan leiden tot verzeping van de bindmiddelen in het linoleum, met een verweking van de toplaag als gevolg.

Leng reinigingsmiddelen daarom ruim aan met water.

Ervaring heeft geleerd dat met slechts 0,4% van de oppervlakte actieve stof Marlipal 1618/25 vuil voorzichtig met een microspons kan worden verwijderd, waarna de toplaag met gedemineraliseerd water kan worden gereinigd.

Alleen indien het reinigen onvoldoende resultaat oplevert kan worden overwogen de waslaag door een restaurator met een daarvoor geschikt of op maat gemaakt reinigingsmiddel te laten verwijderen.

Dit kan als neveneffect hebben dat het linoleum een paar tinten lichter wordt.

Voor het repareren van modern linoleum bestaan bruikbare praktijkervaringen. In hoofdlijnen komen deze neer op het schoonmaken van gaten en krassen met een zachte katoenen doek en een schoonmaakmiddel met een neutrale pH-waarde.

Een restant vloerbedekking kan vervolgens dienen als donormateriaal: schraap de toplaag eraf en verlijm het poeder in laagjes in het gat of de scheuren, waarbij de laagjes telkens goed worden aangeklopt met een hamer.

Het restaureren van historische linoleumvloeren is een stuk moeilijker, doordat het materiaal verouderd is en het vaak zijn elasticiteit verloren heeft.

Hiervoor bestaan geen eenduidige oplossingen. Doordat vaak wordt gekozen voor het vervangen van het historische materiaal in plaats van behoud in situ, is op dit gebied weinig onderzoek gedaan.

Omdat oude linoleumvloeren steeds zeldzamer worden, heeft het de voorkeur altijd te onderzoeken of nog aanwezig historisch materiaal kan worden behouden en de levensduur ervan kan worden verlengd.

Kleine schades kunnen worden hersteld volgens een methode overeenkomstig de praktijkervaringen met nieuw linoleum.

Een op kleur gebrachte linoleumkit of pasta, die goed hecht en over dezelfde elasticiteit als het originele materiaal moet beschikken, kan in kleine beschadigingen en scheurtjes worden aangebracht.

Als bindmiddel kan hiervoor een polyvinylacetaatdispersie worden gebruikt waaraan circa 60% vulstoffen zoals linoleummeel en pigment worden toegevoegd.

Deze dient als surrogaat voor natuurlijke hars en lijnolie.

Bij het vaststellen van de oorspronkelijke kleur van te repareren linoleum moet niet alleen rekening worden gehouden met eventuele vervuiling, maar ook met vergeling en verdonkering van de geoxideerde lijnolie.

Dit is vaak het geval op donkere of afgedekte plaatsen. Enkele dagen blootstelling aan UV-straling - daglicht of TL- verlichting - kan de originele kleur al naar boven halen.

Indien het linoleum niet ter plekke kan worden behandeld, dient dit naar een geschikte locatie te worden vervoerd.

Het loshalen van historisch linoleum moet voorzichtig gebeuren, omdat het materiaal door veroudering vaak bros is geworden.

Soms is het linoleum aan de ondervloer gelijmd. In het verleden gebruikte men hiervoor onder meer lijmen gebaseerd op een mengsel van hars, lijnzaadolie en alcohol.

Eventueel aanwezige scheuren en andere schades kunnen met Japans papier tijdelijk worden gefixeerd om verdere aantasting tijdens het transport te voorkomen.

Een restaurator kan scheuren en kleine loslatende gedeelten injecteren met een lijmproduct op basis van polyvinylacetaatdispersies, waarna de vloerbedekking voorzichtig kan worden verzwaard met voorverwarmde (niet te heet!) gewichten tot de lijm is uitgehard.

Bij opkrullende randen en blazen moet het linoleum eerst langdurig worden verwarmd om het voldoende soepel te maken.

Het is ook mogelijk uitstulpend linoleum op een voorverwarmde vacuümtafel af te dekken met een PE-folie.

Het vervangen van grotere stukken linoleum is niet eenvoudig. Men kan de ontbrekende gedeelten ontstoren en opvullen met een bijpassende, effen kleur.

Indien er een substituut voorhanden is, wordt in de restauratiepraktijk vaak gekozen voor het inleggen uit een gelijksoortige restpartij.

Toepassingen en ecologisch perspectief

Een linoleum vloer is een natuurlijke vloerbedekking die al decennialang populair is vanwege zijn duurzaamheid en milieuvriendelijke eigenschappen.

Gemaakt van lijnzaadolie, kurkmeel, houtmeel en jute, is deze vloer biologisch afbreekbaar en vrij van schadelijke stoffen.

Forbo Flooring Systems biedt met Marmoleum een vloeroplossing die zowel esthetisch als ecologisch uitblinkt.

Dankzij de klikpanelen en tegels is Marmoleum van Forbo eenvoudig te installeren en geschikt voor zowel woningen als commerciële ruimtes.

Ook Tarkett biedt hoogwaardige marmoleum vloeren aan, geproduceerd met respect voor mens en milieu.

Tarkett marmoleum is een uitstekende keuze voor wie comfort en duurzaamheid wil combineren.

Verschil tussen linoleum en vinyl

Linoleum is gemaakt van natuurlijke grondstoffen zoals lijnzaadolie en jute, terwijl vinyl synthetisch is en vaak PVC bevat.

Linoleum is biologisch afbreekbaar en milieuvriendelijker, terwijl vinyl sneller geproduceerd wordt en in sommige gevallen volledig recyclebaar is.

Vloerverwarming en levensduur

Is een linoleum vloer geschikt voor vloerverwarming? Ja, linoleum vloeren zijn uitstekend te combineren met vloerverwarming.

Ze geleiden warmte goed en blijven comfortabel aanvoelen.

Wel is het belangrijk dat de vloer professioneel wordt gelegd om luchtbellen en scheuren te voorkomen.

Hoe lang gaat een linoleumvloer mee? Bij goed onderhoud kan een linoleumvloer tot wel 30 jaar meegaan.

Infographic: Linoleum vs vinyl - grondstoffen, omgeving, onderhoud

Prijs en merken

Moderne linoleumvloeren zijn verkrijgbaar in een breed scala aan kleuren, patronen en texturen. De prijs varieert afhankelijk van merk, dikte, design en installatie. Gemiddeld ligt de prijs tussen de €30 en €60 per m² inclusief leggen.

Forbo Flooring is al 125 jaar pionier op het gebied van linoleum. Wij maken deze natuurlijke en duurzame vloer in Assendelft.

In 1899 richtte Willem Kaars Sijpesteijn de eerste Nederlandsche Linoleumfabriek op in Krommenie. Hij deed dit na aanwijzingen van de uitvinder van linoleum, de Engelsman Feederick Walton.

Historische context en slotbeelden

Fabriek "Noord" gaat draaien met 23 werknemers, waaronder 7 Schotten, die de Zaankanters het vak leren.

De eerste 2 decennia van de 20e eeuw vormen een periode van groei en verdere omzetontwikkeling.

Linoleum is een product dat snel furore maakt. Zo keken architecten hun ogen uit bij de opening van de Beurs van Berlage (1903) en verbaasden zich over de wonderlijke nieuwe vloerbedekking die daar lag.

Grondstoffen en productie in het verleden

De grondstoffen voor linoleum komen uit verschillende werelddelen. India en Bangladesh leveren de benodigde jute. Het houtmeel komt van Europese bomen. Argentinië en Canada leveren de lijnolie, Portugal de kurk en het voor het maken van lichte kleuren belangrijke titaanwit komt uit mijnen in de Verenigde Staten en Australië.

Linoleum is een mix van grondstoffen; om de gunstige eigenschappen van de grondstoffen optimaal tot hun recht te laten komen, is een juiste mengverhouding essentieel.

tags: #linoleum #zwart #wit #blok