Ga zelf goed na waar u de rook het sterkst ruikt in de woning. Ruik ook bij leidingdoorvoeren (bijvoorbeeld in de keukenkast of meterkast) en bij ventilatiekanalen (bijvoorbeeld in de keuken). Zoek of er kieren in de woning zitten. Als u een woning huurt mag u van de verhuurder verwachten dat hij meedenkt over oplossingen om rookoverlast te verminderen. Soms helpt een gesprek over de rookoverlast om samen tot een oplossing te komen. Lukt dit niet? In het Bouwbesluit voor bestaande bouw staat dat woningen een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag moeten hebben van minimaal 20 minuten. Het is dus ook niet de bedoeling dat rook uit de ene woning de andere woning inkomt via leidingdoorvoeren en of kieren. Dan zijn er mogelijk gebreken in de brandwerendheid. U kunt uw verhuurder hierop wijzen.
Heeft u mechanische afzuiging, bijvoorbeeld in de douche en het toilet? Zorg dan dat u de ventilatieroosters in de muren of ramen altijd voldoende open hebt staan om een “onderdruk” in de woning te voorkomen. Als roosters dicht zijn is het namelijk goed mogelijk dat u luchtjes aanzuigt van andere plekken. Op veel plaatsen geldt inmiddels een rookverbod, zoals in openbare gebouwen en in de horeca. Dit is om de medewerkers tegen meeroken te beschermen. In de buitenlucht, in rookruimtes en in privéruimtes mag het wel. Dus ook in de tuin, op het balkon en in de eigen woning mag worden gerookt.
Hebt u een woning gekocht die nog leegstaat of in aanbouw is? Als u voldoet aan de voorwaarden, is deze woning een eigen woning. U mag de betaalde (hypotheek)rente en andere kosten van een eigenwoningschuld aftrekken in box 1. U bent in de woning gaan wonen in het jaar waarover u aangifte doet. Verwacht u dat u in het kalenderjaar of in de 3 komende jaren in deze woning gaat wonen? En is deze verwachting reëel? Op het moment dat deze verwachting niet meer reëel is, voldoet u niet meer aan de voorwaarden en mag u niet de betaalde rente en kosten aftrekken. Dit duurt tot het moment dat de verwachting weer reëel is dat u in de komende 3 jaren in de woning gaat wonen.
- U koopt op 9 maart 2022 een woning die u eerst wilt verbouwen. U gaat de verbouwing zelf uitvoeren. U gaat dus niet in de woning wonen in een van de 3 jaren volgend op de aankoop van de woning. Dat betekent dat u in de aangifte over 2022 de (hypotheek)rente en andere kosten niet kan aftrekken.
- In 2023 wordt u voor een jaar uitgezonden door uw werkgever. Daarom kunt u niet eerder dan in 2027 in de woning gaan wonen. Dat betekent dat u ook in de aangifte over 2023 de (hypotheek)rente en andere kosten niet kunt aftrekken.
- In 2024 kunt u de verbouwing weer oppakken. U hebt de reële verwachting dat u in 2026 in de woning kunt gaan wonen. We zien uw woning als leegstaand als u met een tijdelijke bewoner de volgende afspraken hebt gemaakt. Voldoet u aan de volgende voorwaarden? Zijn de bouwwerkzaamheden gestart? Zit er tussen de aankoop van het bouwterrein en het begin van de bouwwerkzaamheden meer dan 6 maanden? En bent u zelf van mening dat u in deze tijd toch al een woning in aanbouw hebt? Neem dan contact op met uw belastingkantoor.
U koopt op 1 mei 2023 een bouwterrein. Op 1 juli 2023 begint u met de bouwwerkzaamheden. U verwacht dat u op 1 december 2024 in de woning gaat wonen. U koopt op 1 mei 2022 een bouwterrein. Op 1 mei 2023 begint u met de bouwwerkzaamheden. In dit jaar doet u verder niks met het bouwterrein. U verwacht dat u op 1 mei 2025 in de woning gaat wonen. U koopt op 1 mei 2022 een bouwterrein. Op 1 mei 2023 begint u met de bouwwerkzaamheden. Vanaf 1 mei 2022 bent u al wel bezig geweest met de voorbereidingen, zoals vergunningen aanvragen en offertes opvragen bij aannemers. U verwacht dat u op 1 mei 2025 in de woning gaat wonen.
Zet u de nieuwe woning te koop voordat u er zelf gaat wonen? Voldoet u aan de voorwaarden? Hebt u al een eigen woning op het moment dat u de nieuwe woning koopt? Verhuist u vanuit een andere eigen woning? Is de nieuwe woning uw eerste (koop)woning?
- De gezondheidszorg is één van de sectoren waar sinds 1 juli 2021 een rookverbod geldt. Deze regels hebben direct gevolgen voor onder meer bewoners, zoals kwetsbare ouderen en mensen die vanwege een psychische kwetsbaarheid langdurig zorg ontvangen.
- Roken in privéruimtes zoals de eigen kamer is nog steeds toegestaan, maar kan in de huisregels worden beperkt in verband met de veiligheid.
- Cliëntenraden maken zich zorgen om de (morele) dilemma’s die hierdoor ontstaan.
Regels en dilemma’s rond rookruimte in de zorg
Per 1 juli 2021 moeten de rookruimtes in (semi)-publieke en openbare gebouwen gesloten worden. De gezondheidszorg is een sector waar dit verbod op rookruimtes gaat gelden. Het verbod op rookruimtes per 1 juli 2021 heeft alleen betrekking op de rookruimtes in een gebouw. Het is dus wel toegestaan om een plek in te richten op het buitenterrein van de zorglocatie waar bewoners en/of medewerkers mogen roken (bijvoorbeeld een overdekt bushokje).
Wettelijk gezien mag een zorgorganisatie een bewoner niet verbieden te roken in de privéruimte. Bewoners hebben het recht om hun leven in te richten zoals zij dat willen. Wel kunnen er, in verband met overlast, afspraken worden gemaakt over het roken tijdens of vlak voor contactmomenten met personeel. Voor bezoekers geldt hetzelfde als voor bewoners. Je mag het roken voor bezoekers niet verbieden in de privéruimte van een bewoner. In het tabaks- en rookwarenbesluit (artikel 6.2) wordt ook wel gesproken van een "ruimte waar geen inbreuk mag geworden gemaakt op de persoonlijke levenssfeer".
Een privéruimte is ‘een ruimte met een eigen voordeur die afgesloten kan worden, die alleen gebruikt wordt door één bewoner of echtpaar’. Dit kan in een woonzorglocatie een slaapkamer zijn met eventueel een aangrenzende badkamer, pantry, keukentje of hal. Er is een overbruggingsperiode in ontwikkeling van 1 juli 2021 tot en met 1 juli 2023 om rookruimtes in de Korsakov-afdelingen meer tijd te geven om af te bouwen. Er wordt gekeken om de overbruggingsperiode te verbreden naar enkele hoog complexe, kwetsbare doelgroepen zoals Huntington, NAH (met gedragsproblematiek) en geronto-psychiatrie.
Dilemma’s en lokaal maatwerk
In de ouderenzorg blijven mensen vaak lang in de locatie wonen en kunnen bewoners niet altijd zelfstandig naar buiten als zij willen roken. Roken op de eigen kamer van bewoners leidt soms tot rookoverlast voor zorgmedewerkers en is niet altijd veilig. Sommige zorgorganisaties kiezen ervoor dat bewoners wel in hun privéruimte mogen roken. Andere zorgorganisaties creëren een rookplek buiten en weer anderen kiezen voor een volledig rookvrije organisatie. Elk besluit heeft weer andere gevolgen.
Er zitten ethische aspecten aan het sluiten van de rookruimtes waar je in de praktijk rekening mee moet houden. Het gaat namelijk om het ingrijpen in het persoonlijk leven van mensen. Juist in een omgeving waar mensen veel zorg ontvangen, kan de roker zijn sigaretje op z’n tijd hard nodig hebben. Wil je iemand een sigaret op zo’n moment dan ontzeggen? Samen met de cliëntenraad en medewerkers kunnen zorgorganisaties bepalen wat hun visie en beleid hierop is. Het is van groot belang dat cliënten, naasten en medewerkers ruimte voelen om samen inhoud te geven aan het rookbeleid. Dat vergt lokaal maatwerk. Sluit hierin zoveel mogelijk aan bij wat cliënten willen om tot lokaal maatwerk te komen. De cliëntenraad speelt hier een belangrijke rol in en kan de achterban actief bevragen. Beginnen bij de cliënt.
Vanuit de visie van LOC op Waardevolle zorg, is het belangrijk dat iemand in zijn eigen woning kan doen wat voor hem belangrijk is - ook als diegene in een zorgorganisatie woont. De zorgorganisatie dient daarbij te ondersteunen als dat nodig is. De organisatie kan er voor zorgen dat er personeelsleden zijn die de cliënt ondersteunen die zelf geen problemen ervaren met roken. Mocht het niet veilig zijn als een cliënt rookt als hij alleen is, dan kan de organisatie faciliteren dat er een personeelslid bij is. Om eventuele rookoverlast te voorkomen zijn er oplossingen te bedenken als een open raam. Mocht iemand zijn verblijf in de zorgorganisatie met een ander delen die problemen met roken heeft, dan kan de zorgorganisatie bijvoorbeeld kijken naar een andere kamer waardoor er geen problemen met roken zijn.
Mag roken op de kamer verboden worden? Sommige zorgorganisaties zullen een verbod op het roken in de privéruimte vanwege brandveiligheid en rookoverlast opgenomen hebben in de huisregels. Brancheorganisatie ActiZ heeft hierover het volgende gecommuniceerd: “Zo’n regel schuurt met het grondwettelijk recht van mensen om in de eigen privéruimte hun leven in te richten zoals zij dat willen. Daarom moet voorafgaand aan de verhuizing duidelijk zijn dat het een rookvrij gebouw is, zodat mensen zelf een weloverwogen keuze kunnen maken.” Dat betekent dus dat een zorgorganisatie zeer zorgvuldig moet zijn in de communicatie naar nieuwe bewoners, zodat deze een weloverwogen keuze kunnen maken. En niet achteraf voor een gegeven komen te staan.
Voor iemand die al langere tijd in een instelling woont, is dit natuurlijk lastiger in te vullen dan wanneer je een nieuwe bewoner bent. Het kan dus niet zo zijn dat iemand die al langer in een instelling woont, wordt verboden om niet meer in de eigen kamer of woning te roken. Dit sluit ook aan op artikel 6.2 van het tabaks- en rookwarenbesluit waar een uitzondering wordt gemaakt op het rookverbod als het gaat om ruimtes waar je inbreuk mag maken op de persoonlijke leefomgeving. Instemmingsrecht cliëntenraad. Huisregels zijn voor cliënten geldende regelingen (artikel 8 lid 1 sub a Wmcz 2018) en vallen daarmee onder het instemmingsrecht. De cliëntenraad moet dus instemmen met een voorgenomen wijziging van het rookbeleid. Een wijziging van huisregels (en dus het rookbeleid) kan niet zonder dat de cliëntenraad daarmee instemt. Inspraak: cliënten hebben volgens de Wmcz 2018 (artikel 2) recht op inspraak over onderwerpen die direct van invloed kunnen zijn op het dagelijks leven van meerdere cliënten. Huisregels, en dus het rookbeleid, vallen onder die onderwerpen. Het bestuur van de zorgorganisatie is verplicht om die inspraak te regelen, zodat iedereen die zorg ontvangt zijn stem kan laten horen over deze onderwerpen. Maar het is net zo belangrijk dat cliëntenraden, cliënten en naasten verantwoordelijkheid nemen om signalen, wensen en behoeften kenbaar te maken. De cliëntenraad kan daar een voortrekkersrol in spelen en kan hierin ondersteund worden door de organisatie.

Praktische uitvoering en voorbeelden
Uit het land horen we dat cliëntenraden en bestuurders worstelen met deze nieuwe regelgeving. Hoe gaan jullie er binnen je eigen zorgorganisatie mee om? Zijn er creatieve alternatieven gevonden? Deel graag je ervaringen, ideeën en andere invalshoeken als reactie onderaan dit bericht. Deze reacties delen we ook met brancheorganisaties zoals ActiZ en de Nederlandse ggz. LOC steunt het streven naar een rookvrije samenleving en de maatregelen die hiertoe nodig zijn. Wel vragen we aandacht voor de gevolgen van maatregelen, zoals het sluiten van rookruimtes. Deze maatregel is vooral bedoeld voor gebouwen waar mensen kortdurend verblijven of voor afspraken komen. Maar nu raakt het ook mensen die langdurig zorg ontvangen en de rookruimte(s) als onderdeel van hun persoonlijke (woon)omgeving zien. Daarom vinden we het belangrijk dat in de zorgplannen en uiteindelijke zorgverlening rekening wordt gehouden met de wensen van mensen als het gaat om roken. Ook als hier op momenten meer personele inzet voor nodig is. Zo heeft iedere persoon zijn eigen waarden die belangrijk voor hem zijn. Daarnaast zien we dat mensen hun eigen privéruimte zo willen inrichten op een manier die bij hen past. Wanneer mensen op hun kamer willen roken, vinden wij dat het mogelijk gemaakt moet worden. Het is immers hun huis en daar kunnen zij zelf bepalen wat ze willen doen. Ondanks alle zorg die iemand al dan niet nodig heeft. Dit geldt voor de verpleeghuiszorg, maar zeker ook voor de ggz en vormen van beschermd wonen en maatschappelijke opvang.
Meer weten? Heb je een vraag, neem dan contact op met de vraagbaak van LOC. De ruimtelijke bouwregels én de gebruiksregels samen regelen de ruimtelijke inpassing van woningen op een locatie. De ruimtelijke bouwregels regelen onder andere bouwhoogte, oppervlakte en het type bewoning. Het tijdelijk deel omgevingsplan bestaat uit de ruimtelijke regels (o.a. bestemmingsplannen en beheersverordeningen) en de bruidsschat omgevingsplan. In de bruidsschat omgevingsplan staat een aantal (bouw)activiteiten die van rechtswege in overeenstemming zijn met het omgevingsplan. Bouwactiviteiten die vallen binnen de gestelde randvoorwaarden mogen dus worden uitgevoerd, ook al zijn ze in strijd met de ruimtelijke regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Voldoet een bouwplan aan de voorwaarden van paragraaf 22.2.7.3? In artikel 22.26, bruidsschat omgevingsplan, staat een vergunningplicht voor het verrichten van een bouwactiviteit. Hieronder valt ook het bouwen en verbouwen van woningen.
In Nederland geldt op veel plekken een rookverbod, zoals in de horeca, het onderwijs en gebouwen waar mensen werken. Een rookverbod betekent dat roken en vapen niet zijn toegestaan. Lees hier waar het rookverbod precies geldt. Het rookverbod geldt niet in privéruimtes, zoals woningen. De eigenaar van de privéruimte bepaalt zelf het rookbeleid. Soms op perrons: openbaarvervoerbedrijven kunnen via hun huisregels een rookverbod (ook in de open lucht) instellen. In buitenterreinen mag wel een rookruimte aanwezig zijn, maar deze mag niet op binnenterreinen staan. De NVWA houdt toezicht op het rookverbod.

Samenvattend: bij rookoverlast in woningen in aanbouw of in verbouw fasen is open communicatie met de verhuurder en betrokken zorginstellingen cruciaal. Controleer de brandwerendheid, zorg voor voldoende ventilatie, en werk aan heldere huisregels met inspraak van cliëntenraden en naasten. Veranderingen in het rookbeleid vereisen zorgvuldige afstemming met de bewoners zelf en met de organisatorische structuur van de zorginstelling.