Margaretha Roosenboom behoort tot de belangrijkste schilders van bloem- en fruitstillevens uit de Nederlandse 19e eeuw. Zij werd geboren in een artistieke Haagse familie, als dochter van landschapsschilder Nicolaas Roosenboom en kleindochter van de beroemde Andreas Schelfhout. Al op jonge leeftijd toonde zij aan over een uitzonderlijk talent te beschikken. Toen ze 16 jaar oud was nam ze al deel aan een expositie bij het bekende Haagse kunstenaarsgenootschap Pulchri Studio. Daarna volgen tentoonstellingen van Levende Meesters, Arti et Amicitiae en tal van buitenlandse exposities. Was het om deze reden dat Margaretha haar werk met ‘Marguerite’ begon te signeren? Of kwam dit voort uit haar Brusselse jaren? Wie weet. Feit is in ieder geval dat zij zich geheel op haar carrière richtte.
En met succes. Ze bleef bij haar ouders inwonen tot 1867. (Met hen was ze ergens vóór 1859 van Den Haag naar Brussel verhuisd). In 1867 keerde zij terug naar Den Haag om bij haar grootvader Schelfhout te gaan wonen. In 1887 ging ze naar Hilversum, waar ze bij haar nicht Maria van Wielik en haar man introk. Met hen verhuisde ze drie jaar later naar Voorburg. In 1892 overleed Maria, en nog datzelfde jaar trouwde de inmiddels 49-jarige Margaretha Roosenboom met Maria’s weduwnaar, de landschapsschilder Johannes Gijsbertus Vogel. Hoewel hij een oud-leerling was van Schelfhout, kon hij het talent noch het succes van Margaretha niet evenaren.
Het werk van Margaretha Roosenboom werd veel bekroond. De stillevens van Roosenboom waren in haar tijd vernieuwend. Ze brak met de zeventiende-eeuwse traditie van het pronkstilleven met zijn nauwkeurig gerangschikte bloemen van verschillende soorten. In plaats daarvan koos zij één soort bloemen als hoofdmotief en gaf deze in een losse penseelstreek op een natuurlijke manier weer. Ook besteedde ze veel aandacht aan kleur. Roosenboom had in de oudere Gerardine van de Sande Bakhuyzen (1826 - 1895) een belangrijk voorbeeld, die haar drapeerde bloemstukken en fruit losjes op een bosgrond of stenen plint neerlegde. Roosenboom liet zich ook door deze manier van rangschikken inspireren. Ze creëerde harmonieuze voorstellingen die rust en eenvoud uitstraalden. In Roosenbooms werk komt, in tegenstelling tot dat van Van de Sande Bakhuyzen, al een grotere invloed van het impressionisme naar voren. Door de lossere techniek werden de kleurovergangen zachter en minder afgebakend. Dit werd nog eens verstrekt in haar aquarellen.

Aquarelleren is misschien nog wel moeilijker dan schilderen in olieverf. De toetsen moeten in één keer raak zijn en kunnen, in tegenstelling tot olieverf, niet worden gecorrigeerd. Bovendien is aquarelverf transparant en wordt deze op papier aangebracht. Zoals het in de tijd betaamde werd Margaretha Roosenboom niet toegelaten tot de Academie. Zij kreeg haar eerste schildersopleiding van haar vader de landschapsschilder Nicolaas Roosenboom in Brussel. In 1867 keerde ze terug naar Den Haag om bij haar grootvader Andreas Schelfhout te leren aquarelleren. Zij trouwde op 49-jarige leeftijd met de schilder Johannes Gijsbertus Vogel.
Al vroeg specialiseerde zij zich in bloemen- en fruitstillevens. Haar stijl van schilderen was trefzeker en later vroeg-impressionistisch te noemen, in alle gevallen zeer talentvol. De stillevens van Margaretha Roosenboom waren in haar tijd vernieuwend. Zij brak met de aloude, statische tradities in dit genre en introduceerde een levendiger manier van compositie. Zij koos meestal één soort bloemen en gaf deze met een losse penseelstreek op een natuurlijke manier weer. Zij was lid van Pulchri en exposeerde internationaal. Haar werk is veel bekroond. Zo kreeg zij een gouden medaille op de Wereldtentoonstellingen van Wenen (1873) en Chicago (1893), en op een tentoonstelling in Atlanta (1895).
De stillevens van Margaretha Roosenboom werden gezien als vooruitstrevend, en ondanks dat sommige critici later vonden dat haar werk in herhaling viel, bleef men haar kwaliteit erkennen en waarderen dat ze haar eigen stijl trouw bleef: “Afwijking van uw manier van voelen en doen is te-rug-gang.” Roosenboom heeft veel vrouwelijke leerlingen gehad, maar geen van hen heeft haar voorbij weten te streven. Zij was als docente ‘geëerd en bemind’ door haar leerlingen en gebruikte vooral woorden om hen te inspireren: ‘Nooit deed zij in het werk van hare élèves een enkele penseelstreek’ (Haaxman, 5). Margaretha Roosenboom overleed op 53-jarige leeftijd in Voorburg nadat zij was gevallen. Na haar dood raakte ze in vergetelheid, maar de laatste jaren is er weer belangstelling voor haar werk; in de kunsthandel zijn haar stillevens zeer geliefd.
Haar nalatenschap vindt men in diverse musea zoals Rijksmuseum (Amsterdam), Museum Mesdag (Den Haag), Museum voor Moderne Kunst (Arnhem), Museum Boijmans Van Beuningen (Rotterdam) en het Centraal Museum (Utrecht). Margaretha Roosenboom trouwde in 1892 in Voorburg met Johannes Gijsbertus Vogel, en het paar had geen kinderen. Ze woonden in Hilversum en later in Voorburg.
- Roosenboom’s stijl: één hoofdmotief, losse penseelstrijk, nadruk op kleur en harmonie.
- Invloeden: Schelfhout (leermeester), Van de Sande Bakhuyzen (losse rangschikking), vroege impressionisme.
- Internationale carrière: exposities in München, Wenen, Parijs, Londen, Atlanta en Chicago; gouden medailles in Wenen en Chicago.
"Bloemenstilleven met vogelnest" van Severin Roesen
Margaretha Roosenboom, geboren in Den Haag en getogen in Brussel, werd gezien als een sleutelfiguur in de overgang van traditionele stillevens naar een meer levendige, impressionistische benadering. Haar werk blijft inspireren door zijn rustige elegantie en heldere kleuren. Haar leerlingen hebben haar invloed voortgezet, hoewel zij haar niveau niet hebben kunnen overtreffen. Haar kunsthistorische belang ligt in haar vermogen om klassieke bloemenselecties te herdefiniëren met een vrijere, natuurlijke compositie die vooruitblinkt in de expressieve potentie van kleur en penseelvoering.
tags: #margaretha #roosenboom #schilderwerken