Thuis probeer ik mijn boek Sletvrees onder het tapijt te schuiven, aangezien ik mij te pletter schaam als mijn kinderen lezen over A; mijn negatieve seksuele ervaringen, en B; mijn positieve seksuele ervaringen, en C; alles eigenlijk. Toegijkend op de discussie over woordkeuzes rondom geslachtsdelen en schaamte, wordt duidelijk hoe complex en persoonlijk taalgebruik kan zijn in gezinnen en bredere maatschappelijke context.
De problematiek: wat betekenen woorden als KUT, vagina en andere aanduidingen?
KUT is inderdaad hard, misbruikt als scheldwoord en pornografisch. Maar door welk woord moeten we het vervangen? Vagina is zo medisch. Kruis, muts, doos? “Een gezellig woord, zoals piemel?” Binnen een uur zijn er meer dan tweehonderd reacties. Spleetje, voorbips, poesje, kutje en plasser worden over het algemeen afgedaan als te truttig of te porno. Ook het erbarmelijke woord schaamlippen wordt betreurd. Kruis kan ook niet, dat ‘ademt schaamte’ volgens schrijfster Natasja van Loon.
KUTvrees Kunstenares Hester Scheurwater - bekend geworden met foto’s van haar eigen kut - vindt juist dat we KUT moeten omarmen. Woordkunstenaar Stella Bergsma - bedenker van het woord ‘Sletvrees’ - protesteerde hevig tegen het opleuken van het woord: “Verlos jezelf van KUTvrees!” Moeder der feministes Anja Meulenbelt zegt dat ze al in de jaren zeventig heeft geprobeerd het woord KUT positief in te lijven, maar dat het mislukt is. Veelgenoemde en geliefde woorden zijn flamoes (maar dat klinkt als een foute combi van vla met appelmoes), vagijn, foef en yoni. Alhoewel de laatste door velen ook weer wordt afgekeurd vanwege bonsaiboompjes en new age connotaties.
Persoonlijke perspectieven en voor- en nadelen van verschillende termen
Genotsgrot: een woord waar ik zelf van griezel. Het gedicht van Jules Deelder ‘O Kut’ wordt meermaals gepost. Ondertussen dringt de drukkersdeadline zich op, en kies ik, totaal verward door de overvloed en het bombardement van meningen, voor VAGIJN op mijn achterflap. Beetje literair, goed ouderwets, klinkt mooi. Wellicht wat out of context. Maar de opties blijven binnenstromen.
Moeder der opvoeders en ouders online discussiëren over wat wel en niet gepast is in dagelijkse conversaties, vooral wanneer kinderen aanwezig zijn. De supermarkt, gezinsgesprekken en opvoedkundige voorlichting brengen extra lagen aan interpretatie mee, zoals de discussie of het gepast is om bepaalde termen in publiek of in huis te gebruiken. Ingang van het plasgaatje, de vagina? De terminologie varieert sterk per familie, regio en generatie.
- Er zijn stemmen die pleiten voor neutralere termen zoals vagina of plasgaatje bij kinderen, om verwarring te voorkomen over lichaamsfuncties en anatomie.
- Anderen kiezen voor verkleinwoorden zoals kutje, piemeltje of lulletje, met het idee dat verkleining helpt om ongemak en schaamte te verminderen.
- Weer anderen benadrukken dat juist openheid en geen schaamte moeten leiden tot eerlijk voorlichting, zodat kinderen een gezonde relatie ontwikkelen met hun eigen lichaam.
Individuele ervaringen en voorbeelden uit de discussie
In verschillende invalshoeken komt naar voren hoe het gebruik van woorden over geslachtsdelen door ouders en opvoeders afhangt van persoonlijke ervaringen en sociaaleconomische context. Enkele citaten illustreren de gevoeligheden: sommige ouders vinden KUT te grof, anderen vinden het belangrijk om woorden te normaliseren; weer anderen kiezen voor anatomisch correcte termen zoals vagina, clitoris en schaamlippen, terwijl sommigen juist eenvoudige verzwakkingen prefereren om de spanning te verlagen.
Een terugkerend thema is de grenzen tussen informeel en respectvol taalgebruik, en hoe dit kan veranderen naarmate kinderen ouder worden of wanneer er publiek bij betrokken is, zoals in de supermarkt of bij familiegesprekken.
Thematiek uitbreiden: taal, feminisme en maatschappelijke context
Woordkeuzes rondom geslachtsdelen raken aan thema’s zoals schaamte, empowerment en genderidentiteit. Feministische denkers benadrukken vaak het belang van taal die vrouwenemancipatie ondersteunt, terwijl taalgevoel van mensen nog steeds sterk cultureel bepaald is. Voorstanders van het omarmen van gewaagde woorden bepleiten dat het normaliseren van taal bijdraagt aan openheid en minder taboe rond seksualiteit.
De discussie over hippe en vranke taal toont hoe woorden in korte tijd kunnen verouderen of nieuw leven kunnen vinden, met voorbeelden zoals YOLO, swag, bae, selfiefenomenen en andere uitdrukkingen die door jongeren en medio-levende generaties worden gehanteerd. Het veranderende taallandschap laat zien hoe maatschappelijke veranderingsdrijvers, zoals onderwijs en media, invloed hebben op wat acceptabel is om te zeggen binnen het gezin en de bredere samenleving.
Praktische aanbevelingen voor ouders en opvoeders
- Praat open en eerlijk met kinderen over lichaam en seksualiteit op leeftijdsadequate wijzen, gebruikmakend van termen die passen bij de opvoedstijl en culturele context.
- Maak een bewuste afweging tussen informele en formele taal, afhankelijk van de setting en de leeftijd van de kinderen.
- Stimuleer nieuwsgierigheid en respect voor verschillende meningen, zodat kinderen leren luisteren en eigen keuzes maken over welke woorden ze comfortabel vinden.

In een bredere context kan het nuttig zijn om gegevens uit onderzoeken en bijdrages uit verschillende hoeken te combineren om een genuanceerd beeld te krijgen van hoe taal bijdraagt aan of afbreuk doet aan seksuele educatie en maatschappelijke inclusie.
Gezamenlijke conclusie uit de besproken argumenten
De discussie rondom het woord KUT en verwante termen laat zien hoe taal vormt en gevormd wordt door persoonlijke ervaringen, culturele normen en maatschappelijke veranderingen. Er is geen eenduidig antwoord; elke ouder of opvoeder maakt keuzes die passen bij zijn of haar waarden, kinderen en omgeving. Wat uiteindelijk telt, is een open, respectvolle benadering die ruimte biedt aan leren, begrip en empatie in plaats van schaamte of stigmatisering.