Soorten metalen hangers en montagesystemen voor systeemplafonds: uitgebreide handleiding

Het assortiment van metalen systeemplafonds is beschikbaar in verschillende configuraties, zoals lineair, brede panelen, gebogen en natuurlijk de tegels. Op deze pagina wordt verder uitgelicht op de tegels (plafondpanelen). De tegels zijn ook weer te verkrijgen in verschillende afmetingen, structuren en kleuren. Aluminium, staal of metaal is een hard materiaal en kaatst dus geluid terug. Daarom zijn de plafondpanelen geperforeerd en met daarachter een akoestisch vlies met zeer goede akoestische eigenschappen. Wanpla levert en monteert metalen inlegpanelen of doorzak panelen. Ook levert en monteert Wanpla Kampen zogenoemde metalen clip in systeemplafonds, waarbij het plafond een strakke afwerking heeft. De Strekmetaaltegels zijn ideaal voor oplossingen waarbij een hoog niveau van akoestische absorptie vereist is of wanneer visuele en fysieke uitstraling van het plafond gewenst is. Zo zijn er ook talloze ophangsystemen verkrijgbaar, waardoor er veel verschillende metalen plafonds gemonteerd kunnen worden.

Basiselementen en keuzes voor metalen systeemplafonds

Voor de levering en montage van een metalen systeemplafond bent u bij Wanpla Kampen aan het juiste adres. Wij leveren en monteren niet alleen metalen systeemplafonds, maar bijvoorbeeld ook metal stud plafonds, systeemplafonds en houten plafonds. Het Metal Stud Plafondsysteem is een handige constructie waarmee je eenvoudig een verlaagd plafond kunt monteren. Dit systeem bestaat uit verschillende profielen, afhangers en diverse andere hulpstukken. Deze profielen vormen samen een metalen frame van verzinkt staal waarop je de gipsplaten monteert. De ruimte tussen de profielen kun je gemakkelijk vullen met isolatiemateriaal, zoals glaswol- of steenwolplaten.

Kies je een enkel of dubbel raster? Voordat je begint met de montage van de constructie, kies je tussen een enkel of dubbel raster van metal stud C-plafondprofielen. Een dubbel raster kan gunstig zijn wanneer je het aantal bevestigingspunten aan de bovenliggende constructie wilt beperken. Daar staat tegenover dat je een extra laag profielen en kruisverbinders monteert. Voor lichtere constructies of kleinere ruimtes kan een enkel raster een goede keuze zijn, vooral als materiaalbesparing een rol speelt. Bij de keuze spelen ook de afmetingen van de ruimte, de gewenste plafondverlaging, de beplating en eventuele extra belastingen een rol. We leggen uit hoe je beide opties maakt.

De juiste afmetingen voor een metal stud plafond hangen onder andere af van de dikte en het type gipsplaat dat je gebruikt. Ook de gekozen profielen, het aantal plaatlagen en eventuele eisen aan brandwerendheid, geluidsisolatie of belasting zijn van invloed. Kies bij de montage van het plafond áltijd een goede combinatie van gipsplaten, profielen en hart-op-hartafstanden die bij elkaar hoort. De aanbevolen hart-op-hart afstanden voor verschillende gipsplaten zijn hieronder vermeld. Controleer bij afwijkende profielen, platen, extra belastingen of specifieke prestatie-eisen altijd de actuele verwerkingsvoorschriften van de fabrikant. Het combineren van onderdelen uit verschillende plafondsystemen kan invloed hebben op de toegestane afstanden.

Hart-op-hart afstanden in mm bij een dubbel raster

  • Gipsplaat 9,5; RK: hoofdregels C-Plafondprofielen (a), plaatdragende C-Plafondprofielen (g), afhanger(d); 1250 mm, 400 mm, 1000 mm
  • Gipsplaat 12,5; AK: 1250 mm, 500 mm, 1000 mm
  • Gipsplaat 2 x 12,5; 750 mm, 500 mm, 750 mm

De juistehart-op-hart afstanden voor een enkel raster verschillen van die van een dubbel raster. Deze afstanden vind je verderop in deze kennisbank. Bij het monteren van een metal stud systeemplafond met een dubbel raster werk je met twee soorten profielen: Metal stud C-plafondprofielen en Metal stud U-plafondprofielen (U27). De maximale overspanning is afhankelijk van de breedte van het toegepaste metal stud profiel, de beplating en de volledige systeemopbouw. Het volgende advies voor montage is gebaseerd op het gebruik van gipsplaten van 9,5 mm dik met ronde kanten.

Installatiewijze en ophangingssystemen

Begin met het bevestigen van de U-profielen aan de omliggende wanden. Door foamband op het U-profiel aan te brengen, kun je de geluidsoverdracht via de aansluiting beperken. Bevestig het U-profiel altijd op een voldoende draagkrachtige ondergrond. Afhankelijk van het materiaal van de wanden gebruik je de volgende bevestigingsmiddelen: hout, bestaande gipswand, beton of metselwerk. Bevestig het U-profiel aan de wand met een hart-op-hartafstand van 600 mm zwischen bevestigingspunten. De U-profielen kun je met een blikschaar inkorten tot de juiste lengte. Vervolgens monteer je de C-plafondprofielen bovenop de U-profielen om het hoofdregelwerk te creëren. Deze C-profielen plaats je op een onderlinge afstand van 1250 mm.

Het hoofdregelwerk bevestig je vervolgens aan het plafond, oftewel de bovenliggende constructie. Gebruik afhangers en bevestigingsmiddelen die geschikt zijn voor de betreffende ondergrond en de belasting van het plafond. De afhangers worden geplaatst met een maximale afstand van 1000 mm tussen de bevestigingspunten. Dit betekent dat zowel de maximale afstand tussen de afhangers als de onderlinge overspanning van het plafond niet meer dan 1000 mm mag zijn. Let op: plaats de eerste ophangpunten van de C-profielen op maximaal 400 mm van de wand. Dit zorgt voor extra stabiliteit langs de randen van het plafond.

Onder het hoofdregelwerk monteer je de plaatdragende C-plafondprofielen. Deze schuif je in de U-profielen en plaats je op een onderlinge afstand van 400 mm. Bevestig deze plaatdragende C-profielen aan het hoofdregelwerk met metal stud kruisverbinders. Plaats een kruisverbinder op ieder punt waar de C-profielen elkaar kruisen. De C-profielen kun je, indien nodig, verlengen met behulp van een metal stud verbindingsstuk. Zorg ervoor dat de verbindingen tussen naast elkaar liggende profielen verspringen. Zo voorkom je dat meerdere verbindingen op dezelfde lijn liggen en heb je extra stabiliteit. Nadat het metalen frame van verzinkt stalen profielen is gemonteerd, kun je de gipsplaten vastschroeven om het verlaagde plafond af te maken. Monteer de gipsplaten haaks op de plaatdragende C60/27-profielen. Laat de naden tussen de platen verspringen en zorg dat kopse naden voldoende worden ondersteund. Gebruik gipsplaatschroeven met een lengte die past bij het aantal plaatlagen. Draai de schroeven zo diep dat de kop iets in de plaat ligt, zonder het karton te beschadigen. Volg voor de schroefafstanden, randafstanden en voegafwerking de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant.

Wil je verlichting, installaties of andere elementen in of aan het plafond aanbrengen? Controleer dan vooraf of de gekozen systeemopbouw geschikt is voor de extra belasting. Zwaardere onderdelen bevestig je doorgaans rechtstreeks aan de bovenliggende bouwconstructie en niet alleen aan de gipsplaat of plafondprofielen.

Bij een plafond met een enkel raster worden de C-plafondprofielen zowel als hoofdregelwerk als plaatdragend regelwerk gebruikt. Dit betekent dat er slechts één laag profielen is die de gipsplaten draagt en aan het bouwplafond wordt opgehangen. Hierdoor zijn er doorgaans meer afhangpunten nodig dan bij een dubbel raster. Dit zorgt voor meer bevestigingswerk aan de bovenliggende constructie en een langere montagetijd. De C-profielen schuif je in de U-plafondprofielen en bevestig je vervolgens met afhangers aan het bouwplafond. Omdat de stabiliteit van een enkel raster sterk afhankelijk is van de afhangers, moet je de ophangpunten zorgvuldig plaatsen om doorbuiging te voorkomen. De exacte afstanden tussen de C-profielen en de afhangpunten hangen af van het profiel, het type gipsplaat, het aantal plaatlagen en de volledige systeemopbouw.

De juiste afhanger kiezen: er zijn drie opties beschikbaar:

  1. De ankerhanger: geschikt wanneer je het metal stud plafond aan een balklaag wilt ophangen. De hanger wordt haaks op de balklaag bevestigd en kan daarna in de C-profielen worden geklikt. Vaste lengte van 170 mm; de C-profielen kunnen maximaal 170 mm worden verlaagd.
  2. De directhanger: flexibiliteit wanneer een haakse bevestiging niet nodig is. Kan het hoofdregelwerk af hangen binnen een bereik van 30 tot 125 mm onder het bouwplafond. Biedt meer aanpassingsmogelijkheden in hoogte.
  3. De nonius hanger: geschikt voor grotere afstanden tussen bouwplafond en verlaagd plafond. Drie onderdelen: nonius onderhanger, nonius bovenhanger en nonius pen. Leverbaar in verschillende lengtes en vereist samenstelling.

Kies de juiste hangers op basis van de situatie en gewenste plafondhoogte. Hieronder vind je een tabel met benodigde aantallen voor een enkel of dubbel raster, uitgaand van hart-op-hart afstand van 400 mm. Voor profielen met 300 mm hart-op-hart verhoogt de factor met 1,3; voor 500 mm verhoogt met 0,8. Gebruik altijd bevestigingsmiddelen passend bij het plafondsysteem, ondergrond en belasting. Een losse vermelding van draagvermogen geldt niet los van de volledige constructie.

Infographic: overzicht van metal stud plafondcomponenten en montagefasen

Voor de metal stud U-plafondprofielen zijn de exacte afmetingen van de ruimte nodig om de hoeveelheid te bepalen. Hierbij is vooral de omtrek van het plafond van belang. Heb je nog vragen? Neem contact op met één van onze productspecialisten.

Materialen voor plafondpanelen en structuur

Systeemplafond zijn samengesteld uit een ophangconstructie, een draagconstructie en plafondplaten. Voor de ophangconstructieworden draadhangers gebruikt of snelhangers die in hoogte verstelbaar zijn. De profielen zijn voorzien van uitsparingen volgens een standaardpatroon dat is afgestemd op de moduul maat van de plafonplaten. De zichtbare delen van de plafondprofielen zijn gelakt. De plafondplaten zijn in een aantal moduulmaten beschikbaar en zijn meestal vervaardigd van geperst glas-of steenwol. Voor vochtige ruimten zoals toiletten en keukens zijn er speciale plafondplaten te verkrijgen. De plaats van de hangers markeren. De hart op hart maten meteen maatlat uitzetten. De benodigde gaten boren. Afhankelijk van het gewicht van armaturen zijn extra hangers nodig. Vaak sluit een systeemplafond met een kantlat aan op de omringende wanden.

Diagram van montagemogelijkheden: ophangsysteem, draagstructuur, plafondplaten

Centraal in de ruimte een roterende laser opstellen. De laserstraal instellen op de hoogte onderzijde lat. Controleren of deze hoogte ook uitkomt bij verdiepinghoge deuren en puien. De kantlat rondom vastzetten op de wanden in een ruimte. Bijvoorbeeld met een tacker en T-nagels of met slagpluggen. De kantlatten met een metaalzaag op maat zagen. Niet alte dikke leidingen kunnen zonder problemen de kantlat passeren. Voor dit soort kokers worden alleen uitsparingen in de plafondplaten gemaakt. Op de kantlatten een hoeklijn monteren met een tacker en een kleine T-nagel of spijker. De hoeklijn steekt 5 tot 10 cm onder de kantlat uit. Een plafondmonteur doet dit op gevoel of gebruikt een hulpklosje. De hoeklijn door middel van een blikschaar op benodigde lengte knippen. Voor de aansluiting van de kantlat bij een buitenhoek een hoekje monteren of de hoeklijn in verstek knippen. Bij een valsverstek is knippen altijd nodig.

Foto van kantlatten en hoeklijnen bij plafondrandafwerking

Wanneer alle leidingen die boven het systeemplafond lopen zijn aangebracht, kan het monteringsproces van de draagconstructie beginnen. Vooraf is een plafondplaten legplan gemaakt en optekening gezet. Zeker in grote ruimten moet men een laser gebruiken bij het monteren, voor het goed op hoogte krijgen van het systeemplafond. De ontvanger wordt door middel van een magneet op de plafondprofielen bevestigd. Het monteren van een draagconstructie begint vanuit een haakse hoek in een ruimte. Een hoofdprofiel aan de hangers monteren en op hoogte brengen. Bij een draadhanger, het profiel iets te hoog monteren en vervolgens op hoogte laten zakken. De hoofdprofielen van het systeemplafond aan elkaar koppelen met een klikverbinding. Wanneer een aantal hoofdprofielen is gemonteerd, kan men beginnen met het monteren van de tussenprofielen. Op het legplan is de onderlinge afstand tussen deze systeemplafondprofielen aangegeven.

Opletten wanneer het systeemplafond stroken moet hebben met het systeemplafond van aangrenzende ruimten. Afhankelijk van de grootte van de plafondplaten, tussen de tussenprofielen ook weer tussenprofielen monteren. De profielen mogen geen leidingen raken. Tussen de draagconstructie en de leidingen achter het systeemplafond rekening houden met het monteren, zodat er genoeg ruimte is, minimaal 10 cm. Tijdens het monteren van de systeemplapondprofielen moet u erop letten dat de systeemplafond profielen in lijn lopen. Bij lange ruimten kan men bij het monteren gebruik maken van draad. In grote ruimten onder de ophangpunten de hoogte van de systeemplafond constructie met de laser controleren. De draadhangers zo nodig drie keer wartelen om hun eigen as. Dit is vereist bij zware plafondplaten. Met een blikschaar passtukken monteren om met tussenprofielen aan te kunnen sluiten op het randprofiel. De tussenprofielen moeten net iets vrij liggen van het randprofiel. De plafondplaten zijn in grote dozen verpakt. Per hele ruimte eerst de volle plafondplaten monteren. Een plafondplaat moet u diagonaal en schuin door de draagconstructie laten zakken. Bij vierkante plafondplaten is de legrichting van belang om het dambord-effect te vermijden. De pijlen op de achterzijde van de plafondplaten moeten daarom steeds in dezelfde richting wijzen. Alle pasplaten eerst inmeten. Maten op de wand schrijven om de plafonplaten achter elkaar op maat te kunnen monteren. Bij de schuine plafondplaten pasplaten de snijlijn met potlood aangeven. Met een scherp mes de plafondplaten pasplaten op maat maken. Kies zelf tussen perlondraad met Smartspring (4 kg) of staal draad met Zipper (15 kg).

Foto van legplan en laserpositionering voor plafondmontage

Andere systemen en praktische tips

Er bestaan geen “eenheidsworst” voor hulpmiddelen die voor alle soorten plafonds te gebruiken zijn. Of het nu een systeemplafond, een houten of een beton plafond betreft, waar u verlichting of akoestische panelen aan op wilt hangen, wij bieden u de meest vriendelijk in gebruik zijnde oplossingen. Daarbij heeft alle-ophangsystemen.nl de beschikking over topmerken die samen goed zijn voor alle soorten bevestigingen. Magnetisch voor systeemplafonds of zelfklemende klemmen; u zult oplossingen tegenkomen waar u eerder nooit aan gedacht heeft.

Een systeemplafond is een verlaagd plafond met een zichtbaar of deels verborgen draagraster, waarin losse plafondplaten worden gelegd. Dankzij die opbouw is het plafond snel te monteren, eenvoudig te onderhouden en bijzonder praktisch in ruimtes waar verlichting, ventilatie of bekabeling boven het plafond bereikbaar moet blijven. De basis is vrijwel altijd hetzelfde: langs de wanden komt een randprofiel, daarbinnen vormen draagprofielen samen met dwarsprofielen het raster, en met hangers wordt het geheel aan het bouwkundige plafond bevestigd. In dat raster liggen de platen, meestal in standaardmaten zoals 60x60 cm of 60x120 cm. Het ‘systeem’ zit vooral in de maatvoering en de profielen: alles is zo ontworpen dat het strak haaks uitkomt en dat je afzonderlijke platen kunt uitnemen zonder het plafond te beschadigen.

Welke platen kies je? De keuze voor plafondplaten begint bij de ruimte en het gewenste comfort. Minerale vezelplaten worden het vaakst toegepast, omdat ze licht zijn, doorgaans goed geluid absorberen en verkrijgbaar zijn in uiteenlopende structuren en witnuances. Gipsplaten in tegelvorm zorgen voor een strakke, stabiele uitstraling, maar vragen wel om een droge omgeving omdat ze minder goed tegen vocht kunnen. Wie een warmere uitstraling zoekt of specifieke akoestische eigenschappen nodig heeft, komt al snel uit bij hout(vezel)platen of houtwolcementplaten, bijvoorbeeld in horeca of ontvangstruimtes. In vochtige omgevingen, zoals sanitaire ruimtes of toepassingen rond zwembaden, zijn kunststof (PVC) of speciale vochtwerende platen juist logischer, omdat daar het risico op schimmelvorming en doorhangen extra aandacht vraagt.

Wat heb je nodig voor een systeemplafond? Naast de platen bepaalt vooral het raster of het plafond strak en stabiel blijft. Je start met een L-profiel als randprofiel rondom op de juiste hoogte; dat ondersteunt de randen en zorgt voor een nette lijn langs de wand. Daarop sluiten de hoofdprofielen aan, die meestal in één richting lopen en het grootste deel van het gewicht dragen. Vervolgens klik je de dwarsprofielen ertussen om de vakmaat te maken, bijvoorbeeld 600x600 mm. Voor de ophanging wordt vaak gewerkt met draadeinden, snelhangers of nonius-hangers, afhankelijk van de gewenste plafondhoogte en de mate van stelbaarheid. Op vaste afstanden worden ophangpunten in het bouwkundige plafond aangebracht; die verdelen het gewicht en beperken het risico op doorbuigen. De montage verloopt het meest logisch van buiten naar binnen. Eerst bepaal je de hoogte, waarbij je rekening houdt met spots, kanalen en leidingen. Daarna stel je het randprofiel waterpas en bevestig je het rondom. Vervolgens zet je de hoofdprofielen uit en hang je ze op, waarna je het raster haaks en vlak afstelt. Pas als dat klopt, leg je de platen in. Doordat de platen los liggen, blijft het plafond toegankelijk: je kunt eenvoudig een plaat optillen om bij elektra, netwerkbekabeling of ventilatie te komen.

Ook de randzones verdienen aandacht. In veel ruimtes kom je niet precies uit met hele platen, waardoor passtroken nodig zijn. Het plafond oogt het rustigst wanneer je het raster zo uitzet dat de passtroken aan beide zijden ongeveer even breed zijn, in plaats van één smalle strook aan één kant. In de praktijk keren vijf materiaalsoorten terug: mineraal, gips, metaal, hout(vezel) en kunststof. Mineraal is een echte allround keuze voor algemene ruimtes, zeker wanneer akoestiek en prijs-kwaliteitverhouding belangrijk zijn. Gips past goed bij een strak interieur en bij stabiele, droge omstandigheden. Metaal is populair waar hygiëne, reiniging of een robuuste uitstraling centraal staan, terwijl perforaties het materiaal toch akoestisch comfortabel kunnen maken. Kunststof en vochtwerende varianten zijn vooral geschikt wanneer je condens, spatwater of frequente schoonmaak met reinigingsmiddelen verwacht. De beste keuze hangt dus af van wat de ruimte nodig heeft: geluidscomfort, brandklasse, vochtbestendigheid, lichtreflectie of onderhoudsgemak.

Een verlaagd plafond onder betonnen welfsels plaatsen

Een goed systeemplafond is uiteindelijk het resultaat van de juiste plaat in combinatie met een correct opgebouwd raster: een strakke randafwerking, een stabiele ophanging en platen die passen bij de omstandigheden in de ruimte.

Meta beschrijving en zoekwoorden

Informatiue meta description en keywords worden hieronder opgenomen in de speciale tags.

tags: #metalen #hanger #voor #plafond