Het succes van een bouwwerk begint bij de juiste materialen en de precieze verwerking daarvan. Zodra de keuze voor de baksteen is gemaakt en het metselwerk in de voorbereidende fase is uitgewerkt, kan de aannemer de benodigde bakstenen inkopen via een bouwmaterialenhandelaar. Bij afroep van de bakstenen zal de bouwmaterialenhandelaar contact opnemen met de Customer Service afdeling voor de afstemming van de levering op de bouwplaats.
Algemene Verwerkingsrichtlijnen voor Metselwerk
Deze algemene verwerkingsrichtlijnen zijn van toepassing op traditioneel gemetselde gevelstenen. Voor specifieke gevelsteenseries zijn er aanvullende, gedetailleerde verwerkingsrichtlijnen beschikbaar, die te vinden zijn op de betreffende productpagina onder het kopje 'downloads'. Baksteen wordt vervaardigd uit natuurlijke grondstoffen, waardoor enig kleurverschil tussen verschillende productiecharges niet uit te sluiten is. Het is daarom raadzaam om bij voorkeur alle benodigde bakstenen uit dezelfde productiecharge te betrekken. Bij grotere bouwprojecten, waarbij bakstenen uit verschillende productieseries geleverd kunnen worden, biedt Wienerberger voor grote projecten een opstartgesprek op de bouwplaats aan. Tijdens dit gesprek worden alle specifieke kenmerken van het metselwerk besproken. Voor grote projecten wordt tevens een proefmuur als referentie voor het te maken metselwerk aanbevolen, en soms zelfs vereist door de klant.

Voorbereiding en Opslag van Metselstenen
Het is essentieel om de vochtigheid van de metselbakstenen te beoordelen; deze dienen winddroog te zijn alvorens te worden verwerkt. Bij het lossen van de pallets wordt geadviseerd de verpakkingsfolie aan de niet-regenzijde op de lange zijden open te snijden. Om de folie niet volledig te verwijderen, wordt een omgekeerde 'V'-vorm in de folie gesneden. Daarnaast is het belangrijk de pallets zoveel mogelijk af te dekken om inwatering en vervuiling te voorkomen.
Efficiënt Opperen van Bakstenen
Om de lichamelijke belasting van de opperman en de metselaar te beperken, wordt aanbevolen bakstenen zo min mogelijk met de hand, maar mechanisch te opperen. Voor het transport van de bakstenen wordt veelal gebruik gemaakt van een hulotang om de pakketten op de steiger te kunnen plaatsen. Het gemengd opperen uit meerdere pakketten (minimaal 3 pallets) is noodzakelijk bij niet-gemixte producten om ongewenste, lichte kleurwisselingen tegen te gaan. Kleurnuanceringen zijn inherent aan grofkeramische producten. Daarbij dienen de pallets diagonaal afgetast te worden.
Specifieke Metseltechnieken
Wanneer het metselwerk met de doorstrijktechniek wordt uitgevoerd, is 'vol en zat' metselen een vereiste. De metselaar verzorgt de afwerking van de voegen met een speciale voegroller, wat resulteert in voegen op een constante diepte. Bij doorstrijken ontstaat altijd een terugliggende voeg, wat leidt tot een hogere kwaliteit van het metselwerk in vergelijking met de traditionele wijze met voegwerk. Houd bij doorstrijken rekening met mogelijke kleurverschillen die kunnen ontstaan door wisselende weersomstandigheden. Na het uithakken van metselwerk dient dit te worden uitgeborsteld met een harde bezem. Houd rekening met de zichtzijde van een baksteen; de eventueel bezande zijde dient naar boven te worden vermetseld.
Dilataties en Open Stootvoegen
Het correct uitvoeren van dilataties is cruciaal. Een verticale dilatatievoeg is een verticale voeg van 5 mm over de volledige muurdikte, al dan niet gevuld met rotbestendig compressieband. Een knipvoeg (voegbreedte 0 mm) geldt niet als dilatatievoeg. Voor uitgebreide informatie over dilataties is er een algemeen advies beschikbaar.
Het aanbrengen van open stootvoegen voor ventilatie is door de toenemende isolatiewaarde in de spouw minder noodzakelijk geworden. Echter, voor een goede ontwatering van vocht dat achter het buitenspouwblad kan komen, moet ter plaatse van bovengenoemde aansluitingen om de 2 strekken een stootvoeg open gelaten worden, zoals beschreven in de BRL 2826-01 'metselwerkconstructies'. Vanuit het Bouwbesluit wordt geëist dat de open stootvoeg niet breder is dan 10 mm.

Voorkomen van Vochtproblemen en Vervuiling
Besteed aandacht aan de vochtigheid van metselbaksteen op het moment van verwerken. Houd tijdens het metselen de luchtspouw vrij van gemorste specie en stukken steen, aangezien deze vochtbruggen kunnen veroorzaken. Voorkom het ontstaan van metselspeciebaarden aan de luchtspouwzijde, en let daarbij ook op andere uitstekende onderdelen zoals gehakte bakstenen. Breng spouwankers aan in de volledig aangebrachte metselspecie van de lintvoeg, zodanig dat na het vlijen van de volgende laag stenen de ankers in het midden van de lintvoeg zitten.
Vermijd het smetten van metselspecie op de bakstenen. Mochten er toch smetten op het metselwerk komen, verwijder deze dan vóór het voegen. Op geglazuurde baksteen dienen smetvlekken direct verwijderd te worden. Voorkom vervuiling van het metselwerk; het eerste steigerdeel bij de gevel omklappen beschermt tegen opspattend water van de steiger. Voorkom dat metselwerk overdadig en plaatselijk nat wordt, aangezien ongelijkmatige vochtbelasting kleurverschil in het metselwerk kan veroorzaken. Zorg tijdig voor regenafvoer van de gevel, bij voorkeur werkend met een steiger met gaasdoek en kap, of gebruik een lichtgewicht kunststof afdekprofiel.
Gebruik bij voorkeur geen zoutzuur om uitslag te verwijderen, aangezien afhankelijk van het type baksteen bepaalde reinigingsmiddelen niet gebruikt mogen worden. Neem beschermende maatregelen bij luchttemperaturen lager dan 0 ºC en volg bij het gebruik van prefab metselmortel de aanwijzingen van de producent op. Voorkom dat betonspeciewater over gereed schoonmetselwerk kan lekken.
Dragend Isolerend Metselwerk met Buitenbepleistering
De algemene aspecten van de typologie van dragend isolerend metselwerk met een buitenbepleistering zijn opgenomen in de inleiding van de TV 290. Deze typologie vereist bijzondere aansluitingsdetails, met name ter hoogte van de buitenbepleistering, gezien de aanwezigheid van slechts een eentrapsdichting tegen weersinvloeden. Robuust ontworpen en uitgevoerde aansluitingsdetails van de buitenbepleistering op andere gevelelementen zijn van groot belang. Tevens is de continuïteit van de isolatielaag tussen het metselwerk en aangrenzende bouwwerken essentieel.
De pleisterwerken beginnen doorgaans na de uitvoering van de dakwerken. In deze context dient er gewaakt te worden over de goede aansluiting tussen de isolatielagen.
Dakrandafwerking en Isolatie
Onderzoek heeft aangetoond dat PU-platen (PU/PIR) onder invloed van vocht kunnen uitzetten en de dakopstanden kunnen wegduwen. Aangezien accidentele bevochtiging van de dakopbouw niet altijd uitgesloten kan worden en fabrikanten van PU-isolatie de stabiliteit van hun platen niet altijd kunnen garanderen, wordt bij het gebruik van PU-platen voor dakisolatie aanbevolen de dakopstanden te verankeren in de dakvloer. Deze verankering is niet noodzakelijk indien andere types isolatiematerialen worden gebruikt.
De cellenbetonblokken van de eerste rij worden op de dakvloer aangebracht met een geschikte mortel met toeslagstof (hechtingsverbeteraar). Vervolgens worden ze in de dakvloer verankerd door de wachtstaven van de betonnen draagvloer in de uitsparingen van de cellenbetonblokken te schuiven. Deze uitsparingen worden daarna opgevuld met beton.

Afwerking van de Dakrand
Om het bovenste deel van de verticale wand af te dichten, kan de dakafdichting naar buiten worden doorgetrokken over het laatste blok van de wand. Deze afdichting kan worden aangesloten op een dakrandprofiel of afgedekt worden met een muurafdekking. Om vervuiling door waterstagnaties te vermijden, moet de muurafdekking een minimale helling van 2% (liefst 5%) vertonen. Een muurafdekking uit natuursteen of beton met een druiplijst aan de onderzijde biedt echter geen verticale bescherming tegen regenwater ter hoogte van de aansluiting met de bepleistering.
Om het water van het gevelvlak weg te leiden en de bepleistering tot helemaal bovenaan de dakopstand aan te kunnen brengen, moet de druiplijst minimaal 3 cm uitsteken ten opzichte van het afgewerkte gevelvlak en de bepleistering bovendien over een hoogte van minimaal 5 cm beschermen. Bij sterke blootstelling aan slagregen is het aangeraden deze hoogte op te trekken (zie technische informatie van de fabrikant).
De pleisterwerken kunnen van start gaan na de plaatsing van de muurafdekking of het dakrandprofiel. Ter hoogte van het uiteinde van de dakvloer (dakvloerneus) wordt een wapeningsweefsel in de bepleistering aangebracht om het risico op scheurvorming te beperken.
De buitenbepleistering kan aangesloten worden tot tegen de muurafdekking of het dakrandprofiel. In het geval van een muurafdekking uit beton of natuursteen dient men na het aanbrengen van de bepleistering een inkeping te maken ter hoogte van de aansluiting tussen de bepleistering en de muurafdekking om het risico op ongewenste scheurvorming te vermijden. Het is aanbevolen om een gevelkit (soepele voeg) aan te brengen ter hoogte van de aansluiting.
Indien er een aluminium daktrim wordt afgewerkt, is het gebruik van hout aan te bevelen. De daktrim dient geschroefd te worden en met een lichte afschot naar de binnenzijde van het dak gelegd te worden. Dit voorkomt dat plassen op de brede dakopstand blijven staan en onder de daktrim door langs de gevel kunnen lopen.
Constructieve Aspecten van Metselwerk
Baksteen metselwerk heeft over het algemeen geen nabehandeling nodig en voldoet aan de eisen van de geharmoniseerde Europese productnorm NEN-EN 771-1. Metselbakstenen worden beschouwd als bouwproduct en zijn voorzien van een CE-markering en Prestatieverklaring (DoP). Metselwerk wordt tegenwoordig veelal toegepast als bekleding van een gebouw, met een dikte van ongeveer 100 mm.
Om scheurvorming en andere schade in deze metselwerkbekleding te voorkomen, moeten dilataties worden aangebracht. Vanaf de fundering kunnen standaard 3 bouwlagen worden opgetrokken, waarna om de twee verdiepingen een geveldrager kan worden toegepast. Ter plaatse van deze geveldragers dienen horizontale dilataties te worden aangebracht om de verschillende werkingen van de hoofddraagconstructie en de metselwerkbekleding op te vangen en schade te voorkomen. Geveldragers worden niet alleen toegepast om hoge metselwerkgevels te verdelen, maar ook om metselwerk boven grote openingen te ondersteunen waar standaard lateien niet volstaan.
De complexiteit van gevels kan leiden tot onoverzichtelijkheid van de gevolgen van bepaalde keuzes voor het metselwerk, met name wat betreft detaillering, plaatsing van dilataties en constructieve aspecten. De Eurocode voor metselwerk bevat regels voor het dilateren, waaronder het correct ontwerpen en uitvoeren van horizontale dilatatievoegen onder geveldragers. In de NEN-EN 1996-2 'Ontwerp, materiaalkeuze en uitvoering van constructies van metselwerk' worden deze regels gespecificeerd. Voorheen waren deze regels opgenomen in CUR-aanbevelingen. In CUR-aanbeveling 71, artikel 7.3.1, wordt gespecificeerd dat horizontale dilatatievoegen in het buitenblad moeten worden toegepast als de verwachte vervormingsverschillen tussen het binnen- en buitenblad problemen kunnen veroorzaken bij de aansluitingen. Bij de bepaling van het verplaatsingsverschil tussen het buitenblad en de binnenconstructie moet rekening worden gehouden met temperatuur- en krimpverschillen.
Ten aanzien van toelaatbare vervormingen in het gevelmetselwerk vermeldt CUR-aanbeveling 71, artikel 7.3.2, dat de doorbuiging van de ondersteunende constructie moet worden beperkt om trekspanningen in het metselwerk te voorkomen, die tot scheuren kunnen leiden. Deze eisen gelden ook voor vloeren en daken waar metselwerk op geplaatst wordt of waar geveldragers aan gehangen worden.

Verschil tussen Lateien en Geveldragers
In de praktijk bestaat er onduidelijkheid over het verschil tussen lateien en geveldragers. De BRL 3121 definieert een metalen latei als een profiel dat dient als drager van niet-dragende buiten- en/of binnenspouwbladen. Een metalen metselwerkondersteuning, oftewel geveldrager, is samengesteld uit één of meer consoles met daaraan al dan niet bevestigd een metalen profiel of plaat. Artikel 3.1.1 van deze richtlijn stelt eisen aan de maximale doorbuiging van het product, waarbij de bijkomende doorbuiging van het geveldragersysteem de verantwoordelijkheid is van de hoofdconstructeur of opdrachtgever. Voor metalen metselwerkondersteuningen geldt een vervormingscriterium voor de bijkomende vervorming van 1/500 van de theoretische overspanning en 1/250 van de theoretische uitkraging.
Levensduur en Corrosiebescherming van Geveldragers
De branchevereniging van de baksteenindustrie besteedt ook aandacht aan dit onderwerp. In KNB-publicatie 'Baksteen in Buitengevels' wordt onder een horizontale dilatatievoeg (ter plaatse van een geveldrager) verstaan een met kit op rugvulling afgedichte horizontale voeg met een dikte van minimaal 10 mm tussen de onderkant van de geveldrager en de bovenkant van het onderliggende metselwerk. Geveldragers die aan vloerranden zijn bevestigd, buigen op dezelfde wijze door als de vloer. Daarbij moet rekening gehouden worden met de te verwachten grotere doorbuiging van de vloer (bijv. 0,003 x de overspanning) en de ruimte tussen geveldrager en metselwerk daarop aangepast worden. De minimum grootte van de horizontale dilatatievoeg onder geveldragers van 10 mm is een indicatie en dient per project beschouwd te worden.
De NEN-EN 1996-2 vermeldt in artikel C.2 dat materialen voor spouwankers, muurankers, metselwerkondersteuningen en raveel- en gordingschoenen volgens EN 845-1 te vinden zijn in tabel C.1. Deze tabel geeft de bescherming tegen corrosie gerelateerd aan milieuklassen. Spouwmuren hebben altijd een minimale Milieuklasse van MX3(.2). In deze milieuklasse is het gebruik van materialen zonder beperkingen aangeduid met een 'U', wat diverse mogelijkheden biedt voor materiaal en bescherming van geveldragers. Bij hogere milieuklassen (MX4 of MX5, zoals in kustgebieden of industrieel milieu) worden de eisen strenger en is gespecialiseerd advies of gebruik van austenitisch roestvast staal noodzakelijk. Over het algemeen zal de verduurzaming minimaal moeten bestaan uit verzinken in combinatie met een duplex coating.
Voor het afgeven van een CE-markering of DoP voor geveldragers en consoles dient de NEN-EN 845-1 in acht genomen te worden. De testmethodes hiervoor liggen vast in de NEN-EN 845-10. In Nederland hanteren sommige leveranciers een CE-markering of DoP volgens de NEN-EN 1090, een norm voor het vervaardigen van staal- en aluminiumconstructies.
Montage van Geveldragers
Bij de montage van geveldragers komt het vaak voor dat de ruwbouw niet op de juiste maatvoering staat. Dit kan leiden tot het weghakken van de betonnen vloerrand of het gebruik van vulplaten. Het gebruik van meer dan 10 tot 15 mm vulmateriaal is over het algemeen niet toegestaan. Tevens worden vaak kunststof stelplaatjes of stelwiggen gebruikt in plaats van stalen vulplaten. Voor de montage van geveldragers is het noodzakelijk om een momentsleutel te gebruiken voor het aandraaien van de moeren, conform de specificaties van de producent.
Het afdekprofiel wordt op de bovenste rij stenen geplaatst en kan worden vastgelegd met stenen, maar speciale afdekprofielklemmen bieden meer zekerheid bij harde wind. Het is aan te raden vers metselwerk in ieder geval 48 uur te beschermen tegen inwatering. Het voorkomen van witte aanslag, ofwel witte uitbloei, is het beste door te zorgen dat het metselwerk niet nat wordt. Het afdekprofiel zorgt voor een nette waterafvoer.
Er zijn verschillende oorzaken voor witte aanslag, waaronder kalk in de stenen, mortel of cement, zoutuitslag door metselen onder vochtige omstandigheden zonder voldoende droogtijd, en salpeter als gevolg van grondwater dat de muur intrekt. Het aanpakken van deze gevaren bij de bron is het meest effectief.
Veiligheid aan de Dakrand
Bij werkzaamheden nabij de dakrand moeten randbeveiliging/een leuning met een hoogte van 1 meter en een tussenleuning met een schoprand aan de onderzijde worden geplaatst. Indien dit niet mogelijk is, dient gebruik gemaakt te worden van persoonlijke valbeveiliging, bestaande uit een harnasgordel en een vanglijn bevestigd aan een sterk ankerpunt.
Professionele Dakrandafwerking
Een professionele dakrandafwerking beschermt de dakconstructie, verlengt de levensduur, voorkomt lekkages en warmteverlies, en draagt bij aan een verzorgde uitstraling. Een slechte dakrandafwerking vormt een direct risico op schade aan de dakconstructie en gevel.

Functies van een Dakrandafwerking
- Bescherming: Voorkomt dat regen en wind onder de dakbedekking slaan.
- Waterafvoer: Een druiprand of daktrim zorgt voor correcte afvoer van regenwater naar de dakgoot of van de gevel af.
- Voorkomen van warmteverlies: Een naadloze aansluiting op de dakisolatie voorkomt een koudebrug.
Het vernieuwen van de dakrandafwerking is vaak onderdeel van een volledige dakrenovatie of isolatiewerkzaamheden.
Daktrimmen voor Platte Daken
Een daktrim werkt de rand van een plat dak waterdicht af door de dakbedekking (zoals EPDM of bitumen) stevig vast te klemmen. De geïntegreerde druiprand zorgt ervoor dat regenwater van de gevel wegdruppelt.
Materialen voor Daktrimmen
- Aluminium: Licht, roestvrij, duurzaam, verkrijgbaar in diverse RAL-kleuren.
- Zink: Authentieke, robuuste uitstraling, lange levensduur.
- Koper: Luxe, zeer duurzaam, gaat een leven lang mee.
- Kunststof (PVC): Budgetvriendelijk, onderhoudsarm, rotvrij, niet te schilderen.
- Geplastificeerd staal: Sterk, voordelig, uitstekende bescherming tegen roest en weersinvloeden.
- Composiet: Compleet paneel, combineert houtvezels met kunststof.
De prijs voor het plaatsen van een daktrim hangt af van het materiaal, de totale lengte van de dakrand en de complexiteit van de klus (bereikbaarheid, aantal hoeken). Een professionele plaatsing garandeert een duurzaam en waterdicht resultaat. Een specialist inspecteert de dakrand en ondergrond, reinigt deze, lijmt de dakbedekking vast en plaatst de daktrim met speciale schroeven. Naden en aansluitingen worden nauwkeurig afgedicht met hoogwaardige kit.
Dakrandafwerking van Hellende Daken
De dakrandafwerking van een hellend dak bestaat uit drie hoofdonderdelen: het boeiboord (verticale plank langs de dakgoot), de windveer (schuine plank aan de kopse kant) en het dakoverstek (horizontale onderkant).
Materialen voor Hellende Dakranden
- HPL (bv. Trespa): Extreem stoot- en weersbestendig.
- Vezelcement (bv. Cedral): Sterk, rotvrij, brandveilig.
- PVC (bv. Keralit): Complete, naadloze afwerking.
- Zink of aluminium: Strak, modern, onderhoudsvrij.
- Gecoat staal: Sterk, strak, onderhoudsvrij.
- Hout: Klassieke, warme uitstraling, vereist periodiek schilderwerk.
Bij een renovatie inspecteert een vakspecialist de onderliggende constructie op houtrot of andere gebreken en herstelt deze indien nodig. De nieuwe platen of boeiboorden worden op maat gezaagd en met roestvrije schroeven gemonteerd, waardoor een ventilerende luchtspouw ontstaat. Koppel- en hoekprofielen worden gemonteerd en naden nauwkeurig afgedicht.
Indien het houtwerk nog stevig is, maar de verflaag verouderd, kan een specialist de bestaande dakrand bekleden met onderhoudsvrij materiaal zoals kunststof of HPL.
Factoren voor de Juiste Dakrandafwerking
- Stijl van de woning: Kies een materiaal en kleur die de architectuur versterken en afstemmen op kozijnen en dakgoot.
- Onderhoud en budget: Prioriteer tussen duurdere, onderhoudsvrije opties (kunststof, zink) of budgetvriendelijker hout met periodiek onderhoud.
- Staat van de huidige dakrand: Laat de onderconstructie inspecteren op zwakke plekken.
- Combineren met andere klussen: Grijp de kans aan om gelijktijdig de dakgoot te vervangen of dakisolatie te plaatsen.
- Garantie: Vraag naar garantievoorwaarden op zowel werk als materiaal.
Voor een plat dak is het waterdicht inklemmen van de dakbedekking cruciaal; een aluminium daktrim biedt hierbij een goede prijs-kwaliteitverhouding. Voor een hellend dak zijn duurzame en onderhoudsarme opties zoals HPL, PVC, zink of aluminium populair. Hout blijft een goede keuze voor een klassieke look.
Het Nederlandse Bouwbesluit schrijft voor dat de opstaande rand van een dak correct uitgevoerd moet worden, waarbij de waterkerende laag minimaal 12 cm boven het dakoppervlak uitsteekt, inclusief de afwerking.
tags: #metselwerk #ondersteuning #dakrand