Een energieneutraal huis is een woning waarin je duurzaam woont, omdat je zelf alle energie opwekt die je nodig hebt voor verwarming, warm water, ventilatie en apparaten. Als je je woning energieneutraal wilt verbouwen, heb je de keuze om alles in één keer aan te pakken of dit stap voor stap te doen. Deze keuze hangt af van diverse factoren, zoals of je al in de woning woont, je beschikbare budget, en de huidige staat van de woning. Er is een subsidie beschikbaar voor isolatie en installaties, die je kunt ontvangen als je binnen een jaar minimaal twee delen van je huis isoleert, of de isolatie combineert met een warmtepomp of zonneboiler.
Voor woningen met weinig isolatie (energielabel E, F of G) is het financieel aantrekkelijk om in één keer naar energieneutraal te gaan. Met prefab-onderdelen kun je je huis laten inpakken. Als je kiest voor een gefaseerde aanpak, is het verstandig om alvast na te denken over welk verwarmingssysteem je in de toekomst wilt gebruiken. Een belangrijk aandachtspunt is het kiezen van zeer zuinige apparaten en verlichting. Door je toekomstige energiebehoefte uit te rekenen, weet je hoeveel zonnepanelen je nodig hebt. Houd ook rekening met toekomstige behoeften, zoals het opwekken van stroom voor een elektrische auto.

Stap voor stap of alles in één keer?
De keuze om je woning in één keer energieneutraal te maken of dit gefaseerd aan te pakken, heeft specifieke voor- en nadelen.
Alles in één keer aanpakken
Het voordeel van een integrale aanpak is dat je alle maatregelen optimaal op elkaar kunt afstemmen. Hierdoor kun je nauwkeurig inschatten wat het energieverbruik na de verbouwing zal zijn en hoeveel zonnepanelen je daarvoor moet plaatsen. Bij veel woningen is het mogelijk om bepaalde onderdelen, zoals het dak en de gevels, in de fabriek te laten maken en in één keer te laten plaatsen. Dit is vaak kosteneffectiever dan het isoleren van bestaande daken en gevels. Een ander voordeel is dat steeds meer aanbieders garanderen dat je na de verbouwing evenveel energie opwekt als je verbruikt. Bovendien ervaar je de overlast van een verbouwing slechts één keer.
Een nadeel van een integrale aanpak kan zijn dat de initiële investering aanzienlijk is. Hoewel de financiering hiervoor vaak in één keer geregeld kan worden, zijn er steeds meer mogelijkheden voor. Informeer bij het energieloket in jouw gemeente naar duurzame aanbieders die dit allesomvattend kunnen verzorgen.
Stap voor stap verbouwen
Het voordeel van stap voor stap verbouwen is dat je kunt aansluiten bij onderhoud dat toch al nodig is. Als bijvoorbeeld je kozijnen aan vervanging toe zijn, kun je dit combineren met het aanbrengen van driedubbel isolatieglas. Bij een dergelijke aanpak is het echter essentieel om een goed plan van aanpak te maken om te voorkomen dat je maatregelen treft die later onhandig blijken of aangepast moeten worden. Het is raadzaam om een duidelijk overzicht te hebben van alle gewenste werkzaamheden en de optimale volgorde hiervan.
Eveline heeft haar hele huis stap voor stap geïsoleerd. Een belangrijk principe hierbij is dat een goed geïsoleerd huis minder vermogen nodig heeft om verwarmd te worden. Het is echter cruciaal om al aan het begin van het traject, dus vóórdat je met isoleren begint, na te denken over het gewenste verwarmingssysteem.

Isolatie: de basis van een energieneutraal huis
Isolatie vormt de fundering van een energieneutraal huis. Een dikkere laag isolatiemateriaal kost nauwelijks meer, maar levert een aanzienlijke besparing op het energieverbruik voor verwarming op. Met een dikke isolatielaag hoef je dus minder duurzame energie op te wekken.
Muurisolatie
Bij bestaande woningen is het niet altijd mogelijk om de hoogste isolatiewaarden te behalen, wat kan leiden tot een iets lagere energiebesparing. Als je woning een spouwmuur heeft, is het verstandig om deze te laten vullen met isolatiemateriaal, mits dit mogelijk is. Echter, alleen spouwmuurisolatie is onvoldoende om energieneutraal te worden. Om een Rc-waarde van 4,5 te bereiken, zul je je gevel ook van buiten of van binnen moeten isoleren. Er is één uitzondering: als je van plan bent om binnen vier jaar de gevel van buitenaf te laten isoleren en daarbij de buitenste muur van de spouwmuur wordt verwijderd.
Het isoleren van de binnenmuur heeft gevolgen voor aansluitingen met het plafond, de vloer, andere muren en kozijnen, stopcontacten en de montage van radiatoren. Buitenmuurisolatie beïnvloedt dakgoten en de aansluiting op kozijnen en de gevel van de buren.
Dakisolatie en zonnepanelen
Heb je een schuin dak en zijn de dakpannen aan vervanging toe? Overweeg dan om de dakpannen aan de zuid-, oost- en westzijde te vervangen door een geïntegreerd dak met isolatie, zonnepanelen en een zonneboiler. Let op bij dakisolatie aan de binnenkant van het dak; zorg ervoor dat er geen schaduw op de zonnepanelen valt. Plaats dakkapellen, ventilatiepijpen en rookgaskanalen bij voorkeur op de noordzijde van het dak of in de nok.
Ramen, kozijnen en deuren
Via ramen, kozijnen en buitendeuren gaat ook warmte verloren. Als je kozijnen vervangt, kies dan direct voor triple glas (driedubbel HR++ glas). Zorg er ook voor dat je kozijnen een goede isolatiewaarde hebben (U-waarde van 1,3 W/m²K of minder) en kies voor montagekozijnen, die makkelijk te herplaatsen zijn bij latere gevelisolatie. Indien je gevel al optimaal geïsoleerd is, is dit punt minder kritisch.

Ventilatie en verwarming
In een goed geïsoleerd huis is ventilatie extra belangrijk. Een energieneutraal huis vereist goede, energiezuinige ventilatie, zoals balansventilatie of vraaggestuurde ventilatie. Kies een systeem met warmteterugwinning voor energiezuinigheid. Houd bij het isoleren van je huis rekening met je toekomstige ventilatiesysteem.
Denk alvorens met isoleren te beginnen na over het gewenste verwarmingssysteem, bijvoorbeeld met vloer- of wandverwarming. Zo kun je meteen de juiste leidingen laten leggen bij aanpassingen aan de vloer of muren. Voor verwarming kun je kiezen uit vloerverwarming, wandverwarming, lage temperatuurradiatoren (Low H2O) of convectoren. Een houtpelletkachel wordt minder aanbevolen vanwege de uitstoot van fijnstof.
Als je je badkamer renoveert, is dit het ideale moment om een douche-wtw (warmteterugwinning) te laten installeren. Dit systeem gebruikt de warmte van het wegstromende douchewater om het koude leidingwater voor te verwarmen.
Monitoring en energieopwekking
Monitor je energieverbruik met een energieverbruiksmanager. Dit geeft inzicht in hoeveel energie je nodig hebt en op welke momenten. Kies een manager die zowel gas- als stroomverbruik meet.
Bij een klein dakoppervlak moet je mogelijk kiezen tussen (meer) zonnepanelen of een zonneboiler. Bedenk goed hoeveel energie je nodig hebt in je goed geïsoleerde huis, hoeveel stroom je apparaten verbruiken en hoeveel je bespaart door ze te vervangen door zeer zuinige modellen. Het warmwatergebruik hangt voornamelijk af van het aantal personen in huis; een zonneboiler betaalt zich bij twee personen minder snel terug.

Kosten en financiering
De investering om een bestaand huis volledig energieneutraal te verbouwen is fors. De precieze kosten zijn afhankelijk van factoren zoals de grootte van het huis en het bouwjaar. Als voorbeeld: voor een woning uit de jaren '80 met een gebruikersoppervlakte van 125m² moet je al snel rekenen op €80.000, uitgaande van het uitbesteden van al het werk. Handige doe-het-zelvers kunnen echter geld besparen door bepaalde taken zelf uit te voeren, zoals het aanbrengen van dakisolatie. De kosten kunnen hoger uitvallen, maar daar staat tegenover dat je sowieso kosten zou maken voor groot onderhoud, zoals het vervangen van een CV-ketel, kozijnen, of dakrenovatie.
Tegenover de investering staat een lagere energierekening. Het bespaarde bedrag kan worden gebruikt voor een lening of extra hypotheek. Met een maandelijkse energierekening van €175 kun je bijvoorbeeld met de huidige rente zo'n €45.000 extra lenen door dit bedrag te gebruiken voor een hypotheek.
De overheid, bouwers en woningcorporaties streven ernaar om de komende jaren 111.000 huurwoningen en 100.000 koopwoningen uit de periode 1950-1980 energieneutraal te maken. Het uitgangspunt hierbij is dat de renovatie of verbouwing wordt betaald met de huidige energierekening. Huurders blijven hun energiekosten betalen aan de woningbouwvereniging, die dit geld gebruikt voor de renovatie, in ruil voor een comfortabeler huis.
Ongeveer 18% van het totale energieverbruik in Nederland vindt plaats in woningen. Door betere isolatie en zuinigere ketels is het energieverbruik per woning door de jaren heen gedaald. Een woning die niet meer energie verbruikt dan dat deze zelf opwekt, is het ultieme doel. Er zijn in Nederland al bijna 12.000 energieneutrale woningen (stand per 1 januari 2020), en duizenden meer zijn gepland.
Wat is een energieneutraal huis?
Een energieneutraal huis, ook wel een nul-op-de-meterwoning genoemd, wekt zelf alle energie op die het verbruikt, meestal met behulp van zonnepanelen. De berekening hiervoor wordt over een heel jaar gemaakt (1 januari - 31 december). In Nederland is het door de wisselende seizoenen niet altijd mogelijk om op elk moment zelf de benodigde energie op te wekken; in de winter wordt vaak energie afgenomen en in de zomer geleverd.
Een energieleverende woning, of 'energiepluswoning', levert zelfs meer stroom aan het elektriciteitsnet dan deze afneemt. Een zelfvoorzienende woning voorziet volledig in haar eigen energiebehoefte en staat los van het energienet, wat momenteel nog erg kostbaar is vanwege de benodigde energieopslag.
Er bestaan diverse varianten van energieneutrale of zeer energiezuinige woningen, zoals energienotaloos huis, energiebalanswoning, nulenergiewoning, passief huis, zonnehuis en zonnehaardwoning. Een woning kan volledig energieneutraal zijn of bijna energieneutraal. Een bijna energieneutrale woning wekt zelf de energie op die nodig is voor het gebouw zelf (verwarmen, koelen, ventilatie, warm water, inclusief de energie voor het verwarmings- en ventilatiesysteem). Een volledig energieneutraal huis wekt daarnaast ook de energie op voor alle apparaten in huis (gebruiksgebonden energieverbruik).
Energieneutraal is niet hetzelfde als klimaatneutraal. Een klimaatneutrale woning verbruikt uitsluitend duurzame energie, zonder CO2-uitstoot.

Energielabel en Energie-index
Het energielabel van je woning geeft direct aan hoeveel verbetering mogelijk is. Een woning met energielabel G of F is slecht geïsoleerd. Het is dan aantrekkelijk om meteen te kiezen voor hoge isolatiewaarden, triple glas of HR++-glas, en mogelijk een warmtepomp met lagetemperatuurverwarming. De extra investering ten opzichte van 'gewone' verbeteringen is in dit geval relatief laag.
Voor woningen met een energielabel C of hoger, die al redelijk geïsoleerd zijn, is dit minder interessant. De energie-index is een uitgebreider getal dat aangeeft hoe energiezuinig een bestaande woning is en welke mogelijkheden er zijn voor verduurzaming.
Nieuwbouw en BENG-eisen
Sinds 2021 moeten nieuwe gebouwen in Nederland voldoen aan de BENG-eisen (Bijna EnergieNeutrale Gebouwen). Voorheen gold de EPC (Energieprestatie-coëfficiënt). De BENG-eisen houden rekening met het gebouwgebonden energieverbruik per vierkante meter (m²). Er zijn aparte eisen voor de gebouwschil (BENG 1) om de energiebehoefte te beperken, de inzet van hernieuwbare energie (BENG 3), en de efficiënte opwekking van de resterende energiebehoefte (BENG 2).
Als je een nieuwbouwwoning overweegt, kies dan voor een woning die al bijna energieneutraal is. Bespreek met de bouwer welke extra maatregelen je kunt nemen om deze volledig energieneutraal te maken. Om echt 'nul op de meter' te hebben, moeten ook de huishoudelijke apparaten op duurzame energie draaien.
Natuurinclusief bouwen en verbouwen
Een verbouwing of nieuwbouw is een uitstekend moment om natuurinclusieve maatregelen te nemen. Zodra je plannen hebt voor buitenmuren, gevels, schuren of daken, creëer je kansen voor het ondersteunen van de lokale natuur. Dit gaat verder dan de wettelijke regels die gericht zijn op het voorkomen van natuurverlies.
Denk hierbij aan nestkasten voor vleermuizen en vogels, een groen- of bruin dak, een groene gevel en voorzieningen voor insecten. Ook de tuin speelt een rol; zorg voor een groene tuin met voldoende voedsel en water voor dieren.
Kansen bij verbouwingen
Ideale verbouwingen voor natuurinclusieve maatregelen zijn die waarbij de buitenkant van je huis verandert, zoals een aanbouw, dakkapel, gevelbekleding, isolatie en dakwerkzaamheden. Ook als huurder kun je maatregelen nemen die eventueel verwijderd kunnen worden. Veel dieren zijn honkvast, dus probeer ervoor te zorgen dat je maatregelen kunnen blijven bestaan.
Specifieke maatregelen
- Vogelvriendelijke ramen: Gebruik raamstickers aan de buitenzijde om te voorkomen dat vogels tegen het glas vliegen. De plaatsing (hoogte, afstand tussen stickers) is afhankelijk van de vogelsoort.
- Nestkasten: Ophangen doe je in het najaar, vóór het broedseizoen. Schoonmaken is niet strikt noodzakelijk, maar het najaar is hiervoor de beste periode.
- Bijenstenen: Deze bieden kleine gaatjes en spleten voor insecten, zoals de rosse metselbij, en vragen weinig onderhoud.
- Vleermuisverblijven: Vleermuizen verblijven graag onder dakpannen of in spouwmuren. Bij verbouwingen is het verplicht om bestaande vleermuisverblijven te behouden. Bij nieuwbouw kun je speciale ruimtes in dakoverstekken of vleermuiskasten aanbrengen.
- Groen of bruin dak: Begroeiing op je dak helpt de natuur door leef- en voedselmogelijkheden te bieden. Sedumdaken zijn een bekend voorbeeld. Een bruin dak bootst een stuk braakliggend terrein na.
- Groene gevels: Begroeide buitenmuren dragen bij aan klimaatadaptatie, een gezondere leefomgeving en biodiversiteit. Een geveltuintje of een rasterwerk met klimplanten zijn opties.

Duurzaam bouwen en materiaalgebruik
Een belangrijke afweging bij verbouwen is of een ingrijpende klus echt nodig is, of dat kleinere ingrepen volstaan. Ontwerp zo dat je zo min mogelijk materiaal nodig hebt. Kies bijvoorbeeld voor een lichte constructie van hout in plaats van steen, en maak gebruik van tweedehands materialen of materialen die je al in huis hebt.
Kies materialen met een lage milieubelasting die passen bij de toepassing (vochtbestendigheid, binnen/buiten, stootvastheid). Alternatieven voor traditionele materialen, zoals milieuvriendelijke opties, zijn aan te raden. Bij hout, kies voor hout uit duurzaam beheerde bossen (FSC of PEFC).
Biobased materialen
Biobased materialen, zoals hout, schapenwol of houtvezelplaten, zijn afkomstig van biologisch materiaal. Mits duurzaam geproduceerd, zijn ze hernieuwbaar. Nadelen kunnen zijn dat ze minder lang meegaan, er meer van nodig is voor hetzelfde resultaat, of dat er land nodig is waar geen voedsel geteeld kan worden. Het gebruik van biobased materialen vereist een goed ontworpen wandopbouw en goede ventilatie om vochtproblemen en plagen te voorkomen.
Tweedehands bouwmaterialen
Geef gebruikte bouwmaterialen een tweede leven. Bouw- en sloopafval kan gescheiden worden ingeleverd bij de milieustraat. Bij een omvangrijke verbouwing, zoals een aanbouw, is het raadzaam een bouwkundig adviseur te raadplegen voor advies over de constructie en fundering.
Aanbouw en renovatie
Een aanbouw is een ingrijpende verbouwing die benut kan worden om je huis goed te verduurzamen. Zeer goede isolatie is hierbij essentieel, net als het geschikt maken van de verwarming voor lage temperaturen. Overweeg ruimte te maken voor een warmtepomp. Kies voor een lichte constructie en een lichte fundering.
Voorzie de aanbouw van energiezuinige ventilatie, vloerverwarming, triple glas in isolerende kozijnen en materialen met een lagere milieu-impact. Zorg voor voldoende daglicht door ramen en koepels, en gebruik ledlampen die tot 85% zuiniger zijn dan gloeilampen.
Daktypes
Bij een plat of licht hellend dak is een hellend dak over het algemeen milieuvriendelijker, omdat water er makkelijker afloopt, wat de levensduur van het materiaal verlengt. Tweedehands dakpannen zijn een goede optie. Alternatieven zijn riet of houten shingles. Een dakoverstek van 75 centimeter beschermt de gevel.
Platte daken zijn onderhoudsgevoeliger. Een laag van 1,5 mm dikte is de milieuvriendelijkste keuze voor dakbedekking; bitumen wordt afgeraden vanwege de hoge milieubelasting. Een groen dak is een alternatief dat water opvangt, voedsel biedt voor insecten en verkoelend werkt.
Dakgoten en regenpijpen
Pas bij voorkeur buiten de gevel hangende goten toe om het risico op schade door lekkage en warmteverlies te minimaliseren. Gebruik materialen voor dakgoten en regenpijpen die weinig tot geen metalen afgeven aan regenwater. Integreer in het ontwerp van je aanbouw de mogelijkheid om regenwater via de tuin af te voeren.

Constructie en fundering
De basis van je aanbouw is de fundering. Gangbaar is een fundering op basis van heipalen en beton, maar dit heeft een relatief grote milieubelasting. Bij een constructie van lichte materialen volstaat een lichtere fundering, zoals grondverdichting of verankering aan de bestaande fundering.
Prefab bouwelementen, die efficiënt worden geproduceerd en hergebruikt kunnen worden, zijn een goede optie voor aanbouwen. Houtskeletbouw, waarbij het raamwerk volledig uit hout bestaat, is een milieuvriendelijke keuze. Kies daarbij voor hout uit duurzaam beheerde bossen (FSC of PEFC).
Voor de buitenmuren van een houtskeletbouw zijn houten planken of platen een milieuvriendelijke optie. Zorg voor een constructie die voldoende ventileert en de onderkant droog houdt. Houten gevelbekleding kan leef- en nestelmogelijkheden bieden voor insecten en vogels. Voor vleermuizen kan een sleuf hoog in de muur of een speciale nestkast worden aangebracht.
Met een dakoverstek bescherm je de gevel tegen weer, wind en zon. Houten gevelbekleding gaat langer mee met een goede ventilatie en bescherming tegen vocht. Donkere plekken in het hout kunnen wijzen op te veel vocht.
Asbest
Bij klussen of verbouwen in een huis dat vóór 1994 is gebouwd, is het oppassen voor asbest. Schade aan asbesthoudend materiaal kan leiden tot het vrijkomen van schadelijke asbestvezels.