Ontwikkeladvies voor 45-plussers en het budgettaire plafond van Sociale Zekerheid in Nederland

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is binnen het kabinet verantwoordelijk voor het uitgavenplafond Sociale Zekerheid. In deze paragraaf wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen binnen deze sector en hoe mutaties in uitgaven worden afgewogen tegen het plafond. Het kabinet heeft begrotingsregels afgesproken die automatische stabilisatie mogelijk maken bij niet-beleidsmatige mutaties en die voor beleidsmatige mutaties beperkt blijven.

Uitgavenplafond en loon- en prijsontwikkeling

Het uitgavenplafond Sociale Zekerheid wordt aangepast voor loon- en prijsontwikkeling. Daarnaast wordt het plafond ook aangepast voor maatregelen die zijn genomen in antwoord op de coronacrisis; het kabinet acht het niet wenselijk hiervoor andere uitgaven te verminderen. De uitgaven onder dit plafonds bestaan uit regelingen begrotingsgefinancierd en premiegefinancierd. Begrotingsgefinancierde uitgaven worden gefinancierd uit belastingopbrengsten, terwijl premiegefinancierde uitgaven ten laste komen van sociale fondsen en via UWV en SVB lopen.

Correcties en verrekeningen

Allereerst wordt voor dubbeltelling gecorrigeerd omdat sociale fondsen deels uit begrotingsmiddelen worden gefinancierd (correctie voor rijksbijdragen). Dit betreft hoofdzakelijk een bijdrage aan het Ouderdomsfonds om AOW-uitgaven te kunnen dekken; de AOW-premie is onvoldoende toereikend. In 2021 worden de uitgaven onder het uitgavenplafond daardoor met € 22,8 miljard gecorrigeerd. Daarnaast zijn er uitgaven op de SZW-begroting die onder het uitgavenplafond Rijksbegroting vallen, waarvoor met € 1,5 miljard wordt gecorrigeerd. Voor de niet-belastingontvangsten wordt eveneens gecorrigeerd: € 0,5 miljard (terugontvangsten Kinderopvang en Tegemoetkoming ouders).

Nominaal en lopende prijzen

Het uitgavenplafond Sociale Zekerheid wordt in lopende prijzen uitgedrukt; rekening wordt gehouden met toekomstige loon- en prijsontwikkelingen. Voor begrotingsgefinancierde regelingen zijn hiervoor middelen gereserveerd (€ 0,4 miljard in 2021) op een aparte begrotingspost die door de Minister van Financiën wordt beheerd. De premiegefinancierde uitgaven zijn uitgedrukt in lopende prijzen en gecorrigeerd voor premiegefinancierde ontvangsten, zoals ontvangsten uit het Ufo (Uitvoeringsfonds voor de overheid) voor WW-uitgaven door overheidswerkgevers.

Integratie-uitkering sociaal domein

De uitgaven voor Wsw en participatiebudget zijn onderdeel van de integratie-uitkering sociaal domein (IUSD) en staan daarom niet op de SZW-begroting; desalniettemin worden deze uitgaven wel toegevoegd aan het uitgavenplafond Sociale Zekerheid (€ 1,9 miljard in 2021). Deze uitgaven tellen dus mee bij de totaliteit van de plafondbepaling.

Verdeling en ontwikkeling van uitgaven (2020-2025)

Tabel 9 laat de opbouw van het uitgavenplafond per cluster van regelingen zien; de uitgaven zijn gesaldeerd met de ontvangsten. In 2021 bedragen de totale uitgaven € 96,4 miljard, inclusief coronacrisis-gerelateerde noodpakketten die vooral in 2020 vielen. Naar verwachting stijgen de uitgaven in 2025 tot € 98,7 miljard, met een significante bijdrage vanuit de loon- en prijsontwikkeling (€ 7,4 miljard in 2025).

Na correcties blijven de uitgaven in volume ongeveer gelijk wanneer gerekend wordt met de loon- en prijstoename. De grootste uitgavenpost in 2021 is AOW (€ 41,2 miljard). Andere grote uitgavenposten zijn arbeidsongeschiktheidsregelingen (€ 13,9 miljard) en WW/bijstand (€ 13,0 miljard gezamenlijk). De rest betreft kindregelingen (€ 9,6 miljard) en overige posten, waaronder crisispakketten in 2020-2021.

Mutaties en ijklijn

Tabel 10 onderstreept mutaties tussen ontwerpbegroting 2020 en 2021, met grootste aanpassingen in WW- en bijstandsuitgaven als gevolg van oplopende werkloosheid en crisispakketmaatregelen (NOW en Tozo). De nominale ontwikkeling is jonger bijgesteld op basis van CPB-cijfers, waardoor de ijklijn van het plafond jaarlijks wordt aangepast voor loon- en prijsontwikkeling en overige mutaties.

De ijklijn van het uitgavenplafond wordt jaarlijks aangepast; rekening wordt gehouden met mutaties van werkloosheidsuitgaven die niet beleidsmatig zijn, overdrachten tussen plafonds en statistische correcties. Tevens dragen crisispakketten en verhogingen van het WKB-bedrag vanaf het derde kind bij aan de mutaties. De actuele uitgavenramingen voor 2021 dienen getoetst te worden aan de ijklijn in tabel 11 en tabel 12.

Belangrijke regelingen en sectorale aandacht

De grootste uitgavenposten in 2021 zijn AOW, arbeidsongeschiktheidsregelingen, WW/bijstand en kindregelingen. De coronacrisis blijft een belangrijke drijfveer voor de mutaties in de komende jaren. Daarnaast zijn er beleidsmatige trajecten die gericht zijn op vereenvoudiging en versterking van bestaanszekerheid en integratie. Zo wordt gewerkt aan de hervorming van de participatiewet, terugdringing van de mismatch tussen vraag en aanbod in sociaal-medische beoordelingen en versterking van de uitvoering van WIA/WW-beoordelingen.

Ontwikkeladvies voor 45+ en de SLIM/STAP-hulp

In de praktijk speelt ook het 45-plusontwikkeladvies een rol: steeds meer 45-plussers vinden hun weg naar ontwikkeladvies, en meer dan 10.000 werkenden hebben inmiddels een persoonlijk Ontwikkelplan ontvangen dankzij de regeling. Het toezicht op declaraties toont echter dat de verwerkingstijden verbeteren moeten; er wordt gewerkt aan een inhaalslag die begin september zichtbare resultaten moet opleveren. Declaraties moeten voldoen aan voorwaarden zoals dat de loopbaanadviseur zelf werkt (of onder dienstverband van een werkgever valt).

Infographic: Opbouw uitgavenplafond Sociale Zekerheid per cluster (2021) - begroting, premies, en ontvangsten

Daarnaast spelen SLIM en STAP een sleutelrol in de scholingsondersteuning:

  • STAP-budget: gestaakt per 1 januari 2024; STAP is dus niet meer beschikbaar in 2026.
  • SLIM-subsidie: gericht op het MKB voor leren en ontwikkelen; per aanvraag kan maximaal 25.000 euro worden aangevraagd in de regelingen tot 2025, met aanpassingen in 2026 en daarna.
  • Voordelen voor werkgevers: verbetering van arbeidspotentieel, langere behoud van personeel en vermindering van personeelstekorten.
  • Administratieve vereenvoudiging: vanaf 2025 minder administratieve lasten voor SLIM-subsidies tot 25.000 euro, en invoering van voorschotten voor samenwerkingsverbanden.

In 2026 is er 71,9 miljoen euro beschikbaar aan SLIM-subsidie, met een tijdelijke uitbreiding voor cruciale sectoren tot 2027. Verdere maatregelen beogen minder administratieve lasten en een hogere efficiëntie bij toekenning en uitvoering.

Toekomstperspectief en uitvoering

De beleidsvoornemens omvatten verdere hervormingen van het arbeidsongeschiktheidsstelsel, met een focus op bestaanszekerheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Er wordt gewerkt aan een cultuur van louter systeemdenken naar maatwerk voor mensen die gebruik maken van sociale zekerheid. Daarnaast wordt ingezet op betere integratie van taalbevordering voor mensen met bijstandsuitkeringen, en op structurele verbeteringen in kinderopvangfinanciering zodat de toeslagen en de betaalbare kinderopvang beter aansluiten op de behoeften van ouders en kinderen.

Belangrijke instrumenten zoals de Wlz, zorgtoeslagen en extra kosten thuis (EKT) blijven onderdeel van het zorgkader en worden afgestemd op ingezette hervormingen. De komende jaren staan in het teken van het afstemmen van de uitgavenplafonds op loon- en prijsontwikkelingen, wijzigingen in crisispakketten en de ontwikkeling van een nieuw stelsel rond arbeidsongeschiktheid en kinderopvangfinanciering.

tags: #ministerie #van #sociale #zaken #ontwikkeladvies #45