Op dit moment wordt het schuttersstuk De Nachtwacht gerestaureerd. Om te zorgen dat een van de meest iconische werken uit de Nederlandse kunstgeschiedenis niet volledig uit het zicht van het publiek verdwijnt, is ‘Operatie Nachtwacht’ in het leven geblazen. In het Rijksmuseum is een glazen ruimte geïnstalleerd zodat bezoekers het restauratie- en onderzoeksproces live kunnen meemaken. Het is een van de vele opmerkelijke momenten in het leven van De Nachtwacht.
Historische context en beschermingsmaatregelen
In de ruimte waar De Nachtwacht eerst hing, in de grote zaal van de Kloveniersdoelen in Amsterdam, wordt (te) veel gefeest, wat de kans op beschadiging van de werken die er hangen vergroot. De Nachtwacht wordt daarom samen met de andere schilderijen naar een nieuwe plek gebracht: het stadhuis op de Dam (nu het Koninklijk Paleis). De bijnaam De Nachtwacht wordt voor het eerst genoemd in een brief van de Vlaamse graveur Lambertus Claessens aan de Nationale Raad van de Bataafse Republiek, gepaard met een geëtste kopie van het werk. Uit voorzorg voor de oorlog wordt De Nachtwacht samen met 30.000 andere kunstwerken ondergebracht in een bunker vlakbij de kust. Het werk wordt uit het frame gehaald en opgerold, omdat het te groot was om ingelijst de bunker in te gaan. De Nachtwacht werd ook in zekere mate doelwit van beschadigingen, onder andere toen een man met een mes aanviel en 12 incisies in het canvas maakte.
Incidente en elementen van beschadiging
De aanval werd gepleegd door een afgewezen docent met een psychische aandoening. Een man spoot zoutzuur over De Nachtwacht, wat de kwetsbaarheden van het vernis en de bovenliggende lagen aantoonde. Opvallend is dat de zwavelzuur de vernislaag beschadigde, maar de onderliggende verf grotendeels intact liet. In 1990 werd Demnichtelijk minder bekend, maar dit incident vormde een belangrijke waarschuwing voor conservering en beveiliging van het werk. De geschiedenis van beschadiging illustreert de noodzaak van voortdurende bescherming en professionele restauratie.
Renovatieproces en public betrokkenheid
Na vijf jaar onderzoek is het restauratieteam van het Rijksmuseum begonnen met het verwijderen van het vernis van ‘De Nachtwacht’. Dat gebeurt op zijn plek in de erezaal, onder toeziend oog van het publiek. Het verwijderen van de vernislagen is een gigantische klus. Vervolgens moet er een nieuwe vernislaag worden aangebracht. Het verwijderen van de vernislagen is de tweede fase van de zogenoemde Operatie Nachtwacht, het grootste onderzoeks- en restauratieproject ooit voor Rembrandts meesterwerk. Het verwijderen van de oude vernis wordt gedaan om het schilderij straks optimaal te bewaren voor de toekomst.
Eventueel oudere achtergebleven resten van vernis worden zorgvuldig met een wattenstaafje met oplosmiddel verwijderd en onder een microscoop gecontroleerd. Het restoratieproces gebeurt in een zaal die speciaal daarvoor is ingericht en achter een glazen muur kunnen bezoekers van het museum vanaf een afstand zien hoe het meesterwerk van Rembrandt wordt opgeknapt. Volgens het museum zijn vooraf wetenschappelijk onderzoek en tests gedaan om tot de beste restauratiemogelijkheden te komen. Een team van restauratoren, conservatoren en wetenschappers heeft De Nachtwacht de afgelopen jaren met onder meer AI bestudeerd, wat heeft geleid tot doorbraken in kennis over en staat van het schilderij, en het werkproces van de kunstenaar.
Samenwerking en partners
Het team werkt samen met experts van hoofdpartner AkzoNobel, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Technische Universiteit Delft (TU Delft), Universiteit van Amsterdam (UvA), Amsterdam Universitair Medisch Centrum (AUMC), Universiteit Antwerpen (UA), De Vrije Universiteit Amsterdam (VU), Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) en National Gallery of Art, Washington DC. De veelbewogen levensloop van De Nachtwacht staat centraal in de jubileumaflevering van de podcastserie “In het Rijksmuseum”. De honderdste podcast staat geheel in het teken van Rembrandts meesterwerk. Hoofd Beeldende Kunst Pieter Roelofs en restaurator Esther van Duijn vertellen er alles over in een gesprek met Janine Abbring.

Voorgaande incidenten en voorzorgsmaatregelen
In de geschiedenis van De Nachtwacht vonden eerder ook incidenten plaats: in 1911 en opnieuw in 1975 deden zich incidenten voor. Op 13 januari 1911 stak een werkloze scheepskok met een schoenmakersmes in op het schilderij. Na het incident in september 1975 nam het Rijksmuseum maatregelen, zoals het plaatsen van flacons met gedestilleerd water naast de schilderijen als zuurremmer. Op 6 april 1990 kwam een voorzieningsmaatregel van pas toen iemand een zuur spoot op Rembrandts creatie, waardoor ingrijpen snel mogelijk was. Het blijkt dat de vernislaag vanaf 1975-76 relevante bescherming bood; de restauratie van nu streeft naar langdurige stabiliteit en conservering van de onderliggende verflagen.
De restauratie van de Nachtwacht: de Nachtwacht onder de microscoop
Huidige stand en toekomstperspectief
Op dit moment wordt De Nachtwacht gerestaureerd en krijgt het schilderij een eigen ingang, zichtbaar vanaf het fietspad onder het museum. De restauratie wordt uitgevoerd met behulp van vooruitstrevende technologieën zoals digitale beeldtechnieken en AI, waardoor het restauratieproces beter te begrijpen is en de staat van het schilderij nauwkeurig kan worden gevolgd. De verwachting is dat de restauratie verder zal evolueren na het verwijderen van de oudere vernislagen, met een doelstelling om het meesterwerk toekomstige generaties te kunnen laten blijven bewonderen.
| Onderdeel | Beschrijving | Betrokken partijen |
|---|---|---|
| Locatie | Rijksmuseum, Amsterdam; glasbearbeid ruimte voor publiek | Rijksmuseum, AkzoNobel |
| Fase | Verwijderen oude vernis; aanbrengen nieuwe vernis | Restauratoren, conservatoren |
| Onderzoek | AI, digitale beeldvorming, natuurwetenschappelijke en materiaalanalyse | Universiteiten en onderzoeksinstellingen |
tags: #nachtwacht #renovatie #klaar