Na de Watersnoodramp van 1953 werd duidelijk dat er dringend iets moest gebeuren aan de kustbescherming in de Deltaregio. Met de aanleg van de 9 kilometer lange Oosterscheldekering werd een belangrijke stap gezet om de strijd tegen het water te kunnen winnen.
Waarom de Deltawerken en het Deltaplan
Na de watersnoodramp van 1953 waarbij meer dan achttienhonderd mensen om het leven kwamen, stelde de overheid een Deltacommissie in. De commissie stelde vast dat de monden van Haringvliet, Brouwershavense Gat, Veerse Gat en de Oosterschelde afgesloten dienden te worden.
Het oorspronkelijke Deltaplan voorzag om de zeegaten af te dammen maar de zeeverbinding Antwerpen en Rotterdam, die moest altijd openblijven. Volgens het oorspronkelijke plan moest de waterkering de Oosterschelde volledig afsluiten.
Protesten en politieke omslag
Begin jaren zeventig ontstond echter massaal protest vanuit de visserij, kwekers van schelpdieren, zeezeilers en milieuorganisaties. Vissers, oesterkwekers, belangenorganisaties, milieuactivisten en advocaten verenigden zich in 1968 in de Studiegroep Oosterschelde.
In 1974 werd in de Tweede Kamer met een kleine meerderheid tegen een vaste dam gestemd. De val van het kabinet in 1972 en de politieke discussie rond dit dossier speelden de voorstanders van een halfopen kering in de kaart. De regering benoemde een Commissie Klaasesz, die adviseerde dat een half-open kering de oplossing moest zijn.
In 1976 werd uiteindelijk definitief besloten om de Oosterscheldedam van een aantal sluizen te voorzien die alleen bij extreme waterstanden gesloten hoefden te worden. En zo werd de Oosterscheldedam de Oosterscheldekering.
Ontwerp en technisch concept
De Oosterscheldekering is een open, beweegbare waterkering in de Oosterschelde. De kering is 9 km lang en bestaat uit betonnen pijlers met daartussen schuiven. Normaal staat de kering open; alleen bij extreem hoogwater sluiten de schuiven.
Het resultaat was een bijna drie kilometer lange stormvloedkering, bestaande uit 65 geprefabriceerde betonnen pijlers en 62 stalen schuiven. Deze schuiven staan in normale toestand open om de getijden zo min mogelijk te verstoren. Bij storm en hoge waterstanden kunnen de schuiven sluiten.
Op een speciale fundering in de Oosterschelde werden hiervoor 65 grote betonnen pijlers van tussen de 30 en 40 meter hoog geplaatst, ieder met een gewicht van 18 miljoen kilo. Tussen deze pijlers plaatste men 62 metalen schuiven van 42 meter breed en 6 tot 12 meter hoog.
De schuiven zijn van staal en bijna 42 meter lang. Het bewegingsmechanisme is een hydraulisch systeem. Elke schuif wordt bewogen door twee hydraulische cilinders. Voor de aandrijving van de schuiven is ten slotte gekozen voor hydraulische cilinders. Met één druk op de knop gaan alle 62 schuiven naar beneden.

Bouwvoorbereidingen en de aanleg van werkeiland Neeltje Jans
Voor de constructie van de dam waren kunstmatige eilanden in de monding van de Oosterschelde nodig. In 1969 startte Rijkswaterstaat met de aanleg van het eerste eiland. Voor de bouw van de waterkering-met-schuiven werd gebruikgemaakt van een bouwput in het al aangelegde kunstmatige eiland Neeltje Jans.
Het werkeiland was meer dan 200 hectare groot, had een eigen elektriciteitscentrale, een betonfabriek, een asfaltinstallatie, werkhavens en wegen. Neeltje Jans diende als werkeiland, van waaruit de werkzaamheden werden aangepakt. Hier werden ook de geprefabriceerde elementen gebouwd: de pijlers, de dorpelbalken en de funderingsmatten.
Het werkeiland, halverwege de Oosterscheldekering tussen Schouwen en Noord-Beveland, bestaat nog steeds. Alles wat daarvoor nodig was, werd op Neeltje Jans gebouwd. Alle voorgefabriceerde elementen van de kering en dus ook de pijlers werden op Neeltje Jans gebouwd.
De bouw van pijlers en funderingstechnieken
De pijlers werden gefabriceerd in een bouwput op 15 meter onder zeeniveau. Een dijk hield het water buiten de bouwput. De pijlers worden gebouwd in de drooggemalen bouwdokken op Neeltje Jans. Zodra de laatste pijler gereed is, wordt de dijk doorgestoken en staan de pijlers in zo’n 15 meter diep water.
De bouw van een pijler kostte anderhalf jaar en om de twee weken werd begonnen met de bouw van een nieuwe pijler. Het bouwen van één pijler duurde bijna 1,5 jaar, omdat het beton helemaal moest zijn uitgehard. Iedere twee weken werd begonnen aan een nieuwe pijler en er werd dag en nacht doorgewerkt.
De pijlers zijn hol van binnen en na plaatsing gevuld met zand. Nadat de pijlers geplaatst zijn worden ze ingebed in een onderwaterdrempel van stortsteen. Uiteindelijk is zo’n vijf miljoen ton stortsteen verwerkt.
Een goede fundering was van groot belang vanwege de sterke stroming: de Mytilus was uitgerust met grote trilnaalden om de zanderige bodem te verdichten. Bovenop de zandlaag werden kunststof matten gelegd, gevuld met grind, die door het schip Cardium werden uitgerold.
Plaatsing en montage
Het speciaal ontworpen hefschip Ostrea voer de pijlers een voor een naar hun bestemming. Met het afmeerponton de Macoma werden de pijlers op een paar centimeter nauwkeurig op het tapijt geplaatst. Daarna konden de pijlers één voor één naar hun vaste plek in de Oosterschelde worden verplaatst en nauwkeurig worden afgezonken.
Toen de pijlers stevig op de zeebodem stonden, brak de laatste fase aan. De stalen schuiven werden tussen de pijlers gehangen met de grote kraan Taklift 4. Aan de pijlers brachten we betonnen kokers aan met de apparatuur om de schuiven te bedienen. Op de betonconstructie werd het wegdek aangelegd.

Afspraken, kosten en voltooiing
De bouw begon in 1976 en duurde tien jaar. Duizenden mensen werkten dag en nacht aan de Oosterscheldekering. De bouw van de negen kilometer lange Oosterscheldekering duurde tien jaar.
De bouw kostte circa zeven miljard gulden. Daarmee vielen de kosten veel hoger uit dan gepland. Het materieel om de kering te realiseren bestond nog niet; zo moesten er schepen speciaal voor de aanleg gebouwd worden. Dat leverde een flinke extra kostenpost van zo’n 350 miljoen gulden op.
Op 26 juni 1986 werd de laatste schuif geplaatst. De Oosterscheldekering werd op 4 oktober 1986 officieel geopend. De stormvloedkering werd op 4 oktober 1986 symbolisch gesloten door koningin Beatrix, met de woorden "De stormvloedkering is gesloten. De Deltawerken zijn voltooid."
Werking en beheer
De schuiven van de Oosterscheldekering staan bijna altijd open. Alleen bij een verwachte waterstand van 3 m boven NAP sluiten we de kering. Dit gebeurt vanuit het ir. J.W. Topshuis op het eiland Neeltje Jans in Vrouwenpolder.
Als de verwachte waterstand die 3.00 meter zal bereiken of overschrijden, dan beslist het sluitingsteam van Rijkswaterstaat de kering te sluiten. Met een druk op de knop wordt de sluiting in werking gesteld. Als er niemand aanwezig kan zijn om te beslissen en de knop in te drukken doet het noodsluitsysteem zijn werk.
Het sluiten van de kering duurt ongeveer 75 minuten. Die tijd is nodig om de schuiven veilig, beheerst en gelijkmatig te laten zakken. Anders zouden de stroming en golven in de Oosterschelde te sterk worden. Sinds de ingebruikname in 1986 zijn de schuiven 27 maal gesloten geweest, afgezien van testsluitingen.
Rijkswaterstaat is de beheerder van de Oosterscheldekering en verantwoordelijk voor het onderhoud. Regelmatig worden de kwaliteit en de veiligheid van de constructie gecontroleerd. Naast het reguliere onderhoud voert Rijkswaterstaat ook groot onderhoud uit en onderzoekt of aanpassingen nodig zijn vanwege klimaatverandering en zeespiegelstijging.
Een opknapbeurt voor de Oosterscheldekering | Bereikbaar Zeeland
Neeltje Jans na de bouw: natuur, recreatie en educatie
Het eiland is al jaren niet meer in gebruik als werkeiland. De natuur en recreatie hebben het eiland overgenomen. Deltapark Neeltje Jans biedt u de unieke mogelijkheid om dit bouwwerk van dichtbij te bekijken. In het Topshuis is een permanente tentoonstelling die je gratis kunt bezoeken.
Op het werkeiland Neeltje Jans zijn 65 betonnen pijlers gebouwd in een speciaal ingericht bouwdok. In 1986 was de pijlerdam gereed. Neeltje Jans had op dat moment geen functie meer. Vrachtwagens vol bouwtroep werden weggehaald, tonnen zand neergelegd en toen was de wind aan de beurt. En zo ontstond het gevarieerde natuurgebied dat we vandaag de dag kennen als Neeltje Jans.
In dit attractiepark is van alles te beleven op het gebied van waterpret en je kunt de binnenkant van een pijler bezoeken. Op het werkeiland is een informatie- en attractiepark te vinden, waar jaarlijks duizenden bezoekers komen. In een van de voormalige bouwdokken staat nog een reserve pijler die nu benut wordt als klimwand. In een ander dok worden hangmosselen gekweekt.
Ecologie en Nationaal Park Oosterschelde
Door de keuze voor een halfopen kering bleef de Oosterschelde zout en bleef de getijdenwerking intact. Hierdoor kon de natuur zich zoveel mogelijk herstellen en blijven functioneren. Deze oplossing moest het watermilieu in de Oosterschelde als zout zeewater behouden.
Sinds 2002 is Oosterschelde officieel een Nationaal Park. Het klinkt cynisch, maar de meeste kreken in het natuurgebied werden gecreëerd door wat de Waterramp aanrichtte. Het nationaal park Oosterschelde is 370 km² groot. Het is het grootste Nationaal Park van Nederland maar dan wel eentje niet in het groen maar in het zilte water van de Oosterschelde.
De getijden zorgen voor aanvoer van zeewater uit de Noordzee. Eb en vloed zorgen voor wisselwerking (slikken en schorren). Er is een fantastische onderwaterwereld te ontdekken. De beperkte getijden zorgen ook voor het verschijnsel ‘zandhonger’: zandplaten in de Oosterschelde worden in de loop van de tijd weggewassen omdat de zwakkere stroming het zand niet genoeg opwervelt.

Museum en herinnering aan 1953
Het Watersnoodmuseum ligt in Ouwerkerk, op enkele kilometers van Zierikzee. Wat het water deed die nacht en de verschrikkelijke gevolgen voor de bevolking en de omgeving wordt in het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk getoond.
Het museum opende de deuren in 2001 en is gehuisvest in vier betonnen blokken, caissons genoemd. Deze caissons, die bij de landing in Normandië bedoeld waren als kunstmatige landingshaven voor de geallieerden, werden in 1953 in Portland (Engeland) opgehaald om de laatste bres in de Oosterschelde te dichten. Een herinneringsplaquette is aangebracht op één van de caissons.
Vier thema’s worden in het museum behandeld: de feiten, emoties en de mensen, de wederopbouw en de innovaties en zuidwestelijke Deltawerken na 1953. Aan de hand van een filmjournaal krijg je al een goed beeld van wat er zich die rampnacht afspeelde: hoe de dijken doorbraken en overstromingen voor dood en ellende zorgde.
Toegankelijkheid en bezoekersinformatie
De Oosterscheldekering is vrij toegankelijk. Over de kering ligt de autoweg N57, met daarnaast een fiets- en wandelpad. Vanaf het Banjaardstrand op Noord-Beveland en strand De Schaar op Schouwen-Duiveland heb je prachtig uitzicht op de Oosterscheldekering.
Wie een korte of lange wandeling rond het Watersnoodmuseum wil combineren met het bezoek, kan een uitgestippelde wandelroute volgen van 2.5 of 8 kilometer. Die wandelingen zijn uitgetekend in het krekengebied van Ouwerkerk, dat deel uitmaakt van het Nationaal Park Oosterschelde. Er zijn meerdere wandelroutes op Neeltje Jans, ook verharde paden voor mensen die slecht ter been zijn.
Technische feiten in cijfers
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| Lengte kering | 9 km |
| Aantal pijlers | 65 |
| Hoogte pijlers | 30-40 m |
| Aantal schuiven | 62 |
| Afmeting schuiven | 42 m × 6-12 m |
| Stortsteen gebruikt | ~5 miljard kg |
| Bouwperiode | 1976-1986 (bouw van de kering) |
| Sluitingscriterium | 3,00 m boven NAP |
| Kans op overstroming | 1× in 4.000 jaar (na de kering) |
Nalatenschap en toekomst
De Oosterscheldekering is uitgegroeid tot een icoon van de Nederlandse waterbouw en laat zien wat mogelijk is met kennis, vakmanschap, samenwerking en innovatie. Het bouwwerk is het bekendste en meest ingewikkelde van alle Deltawerken en is zelfs een modern wereldwonder genoemd.
De kering wordt ouder, maar moet goed blijven werken. Daarom inspecteren en onderhouden we de kering regelmatig. We verwachten dat we de kering in de toekomst vaker moeten sluiten vanwege klimaatverandering en zeespiegelstijging. Daarom onderzoeken we of het huidige ontwerp ook op de lange termijn blijft voldoen, of dat aanpassingen nodig zijn.
