Rondbreien, ook wel bekend als breien in het rond, heeft velen voordelen ten opzichte van traditioneel plat breien met twee naalden. Naast dat het sneller is, is het ook handiger en veel gezonder! Eigenlijk adviseren wij iedereen om het ook te (gaan) doen. Wanneer we in het rond breien keren we het werk niet meer; we breien door.
Bij het rondbreien veranderen we de gang van zaken: op het moment dat we nu een tricotsteek aan het breien zijn, zijn we gewend om één naald recht en één naald averecht te breien. Bij in het rond breien verandert dit dan in alleen maar recht breien. We blijven naar dezelfde kant van het werk kijken en breien dus dezelfde steek. Uiteraard moeten we wel veranderen van steek als we een ribbel willen breien.
Het begin van de naald markeren is essentieel (met een steekparkeerder of ringetje). Met rondbreien verkrijgt u een buisvormig project zonder naden; we breien eigenlijk in een spiraal.
Tijdens de overgang van de ene naar de andere toer verspringt het een steek in hoogte. Dit valt meestal niet op, tenzij we strepen breien. Breien we een vest, dan laat men deze overgang middenvoor vallen (kanten worden later afgewerkt); bij een trui op de plaats van een zijnaad. Bij de mouwen laten we de “verspringing” op de plaats vallen waar anders de mouwnaad komt.
Omdat het eind van een toer altijd de plaats is waar de volgende toer begint, kunnen we bijvoorbeeld streepjes breien van één toer per kleur en hangt de volgende kleur direct voor het grijpen. Omdat we altijd tegen de voorkant (goede kant) van het werk aankijken, kunnen we het patroon wat we breien heel duidelijk “aflezen“. Aan de achterkant lopen immers de spandraden van de kleur die niet gebreid wordt.

Met rondbreinaalden kun je grote projecten breien zonder dat het werk van de naalden glijdt. Dit maakt het handig om onderweg te breien of tijdens het reizen, omdat je geen lange rechte naalden nodig hebt die kunnen uitsteken. Op een draad van een rondbreinaald schuiven de steken in elkaar terwijl de steken op een gewone naald naast elkaar blijven. Op een naald van 60 cm kan gemakkelijk 100 cm breiwerk staan.
Bij rondbreien wordt het gewicht van het werk verdeeld over de rondbreinaald en het werk kán op de schoot blijven liggen. Hierdoor is het gemakkelijker om met grote of zware projecten te werken. Daarnaast hoef je de steken niet te draaien zoals bij plat breien, waardoor je handen en polsen minder belast worden.
Om de techniek onder de knie te krijgen, is het nuttig om eerst enkele basisprincipes te begrijpen. Een cruciaal beginpunt is het kiezen van de correcte lengte van de rondbreinaald. Het is zinvol om eerst te demonstreren hoe het níet moet.
Het kiezen van de juiste rondbreinaaldlengte
Indien u in het rond breien gaat, is het essentieel dat de lengte van de rondbreinaald altijd kleiner is dan de diameter van het werkstuk dat u beoogt te breien. Wanneer de naald langer is dan het rijtje steken, zult u moeten trekken aan de steken en uitschuiven van de steken om de volgende steek te bereiken. Het doorhalen van een lus door je werk kan een oplossing zijn voor een klein rondje, maar pas op dat dit niet fout gaat als niet de juiste techniek wordt toegepast.
Hierboven hebben wij een filmpje doorgelicht waarmee u uw eigen juf in huis heeft. Doe met haar mee en maak het uzelf eigen. We kunnen ook gewoon heen- en weerbreien op een rondbreinaald.
Naadloze kleurovergang bij het rondbreien
Een rondbreinaald is ideaal voor het afwerken van een kledingstuk met aangebreide biezen. Omdat het tussenstuk buigzaam is, kan hij bijvoorbeeld de halslijn gemakkelijk volgen. Voor lange biezen is een naald van 120 cm ideaal. Voor grote werkstukken waarbij veel steken op de naald staan, bijvoorbeeld dwarsgebreide truien of vesten, is een lange rondbreinaald ook heel prettig. Op een lange rondbreinaald kunnen heel veel steken staan en we hoeven het gewicht van een dergelijk groot breiwerk niet in de hand te houden.
Voor extreem grote werkstukken (bijvoorbeeld jassen, wijde rokken en dekens) kunnen de steken zelfs op twee (of meer) rondbreinaalden gezet worden. Als de steken van één naald gebreid zijn, gaan we over op de volgende.
De juiste lengte van de rondbreinaald is heel belangrijk. Het is heel lastig breien met een te lange naald. Als de juiste lengte gekozen wordt, zit de naald vol met steken en schuift het werk min of meer vanzelf op. Het buigzame middenstuk is dunner dan de breinaaldjes zelf, waardoor daarop veel meer steken kunnen komen dan op een gewone naald van dezelfde dikte en lengte.
Een grote trui van niet al te dikke wol kunt u probleemloos breien op een naald van 80 cm lengte. Voor de mouwen kan dan 40 cm gebruikt worden. Als de naald te vol raakt, kan overgaan worden op 60 cm. Voor dikke wol is 100 cm voor de panden meestal voldoende. Een rondbreinaald van 120 cm lengte is ideaal voor het breien van lange biezen langs de hals en voorpanden van een vest. Zelfs rondbreinaalden van 30 cm zijn aanwezig.
Voor polswarmers en andere smalle dingen is dit naaldje ideaal. Voor sokken zijn er tegenwoordig sokkenwonders: naaldjes van 25 cm.

Heeft u nooit eerder met een rondbreinaald gebreid, dan zal het even vreemd zijn. Verzeker u ervan dat u zichzelf de juiste techniek aanleert. Het is de moeite van het proberen waard. Omdat u het werk anders vasthoudt, krijgt u geen pijnlijke schouders meer als u lang achter elkaar breit, zeker niet als u de beschreven methode volgt. De rondbreinaald zelf is namelijk heel licht.
Juist met het breien van ingebreide patronen is de rondbreinaald uitermate geschikt. Wanneer je in de rondte breidt, kijk je voortdurend naar de goede kant van je werk. Wel is het handig om te voorkomen dat er lange lussen ontstaan achter het werk.
Toepassingen en patronen
Een driehoek omslagdoek op de rondbreinaald is een geliefd voorbeeld. Het patroon wordt vaak heen en weer gebreid aan het begin, daarna op rondbreinaald gezet en verder gebreid in ronde vormen met een knipbies. De omslagdoek wordt rondgebreid, met een knipbies en met een fair isle motief. Deze drie basisprincipes zullen we in deze uitleg combineren: rondbreien, knipbies en fair isle inbreien.
Doordat we rondbreien, hoef je alleen maar recht te breien en hoef je niet telkens rekening te houden met het patroon aan de averechte kant. Het aantal steken groeit snel; aan het begin krijg je twee steken per ronde erbij, later veel meer.

De knipbies rondom de omslagdoek vormen de afwerking. Bij de bies aan de bovenkant wordt gebreid en vervolgens geknipt. Het knippen gaat goed met zigzag- naaimachineopstelling en daarna worden de steken rondom gefronst.
Materialen en uitvoering: gebruik een draad van Firenze of vergelijkbaar, met een naaldmaat 6 mm. Brei drie steken op en meerder in iedere even naald zowel aan begin als einde één steek. Eindig elke naald met een averechtsteek voor de mooiste kantenlijn. Brei door tot ongeveer 100 cm en haak de zijkanten vast om uitzakken te voorkomen.
Een andere optie is een ribbel- of kantsteek: kies een patroon met regelmatig tellen en variatie. De draden mogen zo min mogelijk wasmiddel hebben en drogeers altijd liggend, niet in de droogtrommel.

Korte tips en ervaringen
- Controleer voor je gaat vliegen of de luchtvaartmaatschappij breinaalden accepteert.
- Breien op rondbreinaalden laat het gewicht over het hele stuk verdelen en verlicht de belasting van schouders en polsen.
- Rondbreien ondersteunt ingebreide patronen en is geschikt voor lange biezen en halslijnen.
- Begin met eenvoudige projecten zoals muts, sjaal of col en ga daarna verder naar truien en jassen.
Wil je meer weten? Lees verder voor patronen en video’s die je eerste naadloze muts of sjaal in het rond breien. Er zijn twee soorten rondbreinaalden: vaste en wisselbare. Vervolgens, zoals elk breiwerk met twee naalden, is het tijd om steken op te zetten. Nu je de steken hebt opgezet, gaan we beginnen met rondbreien!
tags: #omslagdoek #breien #op #rondbreinaald #afwerking