Al sinds jaar en dag ontwerpt, bouwt en levert Mous Waterbeheer conventionele rioolgemalen. De renovatie van deze gemalen is bij ons in vertrouwde handen. In ons streven naar innovatieve en duurzame oplossingen, maken wij in toenemende mate werk van ‘slimme’ gemalen: energiezuinige gemalen die passen in de omgeving, aanpasbaar zijn aan toekomstige ontwikkelingen en zijn uitgevoerd uit hernieuwbare materialen.
In de openbare ruimte zorgen civiele kunstwerken voor de goede doorstroming van mensen, voertuigen en water. Behalve bruggen, viaducten, duikers, tunnels en sluizen, vallen ook riool- en regenwaterinstallaties onder de hier bedoelde kunstwerken.
Mini Gemalen en Drukriolering
Mous Waterbeheer levert en renoveert minigemalen voor drukriolering. Veel drukriolering is aangelegd in de jaren '80 en '90. Na gemiddeld ca. 15 tot 20 jaar zijn minigemalen aan vernieuwing toe. De installatie is afgeschreven, het rendement van de pomp loopt terug, de energiekosten lopen op. Ook de kans op storingen neemt toe. Renovatie kan plaatsvinden als onderdeel van preventief onderhoud, maar ook in de vorm van correctief onderhoud na storingen.
Regulatie van Waterpeil
Oppervlaktegemalen, inlaatgemalen en verversingsgemalen zijn onmisbare instrumenten om het waterpeil in beheersgebieden te reguleren. Na verloop van jaren zijn de mechanische en elektrotechnische installaties vaak verouderd en toe aan renovatie of vernieuwing. Ook de civieltechnische staat kan aanleiding zijn tot renovatie.
Innovatieve Randvoorzieningen voor Riolering
Hoewel de gescheiden verwerking van riool- en regenwater inmiddels gemeengoed is, kan de vuile emissie vanuit regenwaterriolering groter zijn dan de emissie door overstort van gemengde stelsels. Randvoorzieningen zijn bedoeld om de vervuiling bij uitlaten van regenwaterstelsels af te vangen. Mous Waterbeheer levert innovatieve randvoorzieningen voor riolering, zoals overstortputten en bergbezinkbassins.

Onderwater Bouwen: Specialistische Werkzaamheden
Bouwen onder water? Onderwaterwerk is een van de meest specialistische onderdelen van ons vak. Denk aan bouwkuipen die nat ontgraven moeten worden omdat het grondwater niet voldoende verlaagd mag of kan worden. Bonneveld heeft hierin jarenlange ervaring en een uitstekende reputatie opgebouwd.
Onderwaterwerk in de Volle Breedte
Uw project vraagt om meer dan alleen het ontgraven in den natte, het zorgvuldig afvoeren van grond, het uitvoeren van duikwerkzaamheden of het storten van onderwaterbeton. Dankzij jarenlange ervaring en gespecialiseerd materieel kan Bonneveld elk onderwaterproject veilig, efficiënt en met oog voor detail realiseren.
Meer dan Alleen Ontgraven
Elke onderwaterkuip is anders en vraagt om een aanpak die is afgestemd op de constructieve omgeving. Daarom denkt Bonneveld vanaf het begin met u mee over fundamentele onderdelen zoals trekankers, funderingspalen, damwanden, CSM-wanden, diepwanden en/of stempelramen.

Innovatieve Oplossingen in Onderwaterbouw
In het noorden van Nederland realiseerde Franki Grondtechnieken samen met Bonneveld Aannemingsbedrijf een uitdagende bouwkuip in den natte van 52 bij 49 meter en maar liefst 20 meter diep. Daarin werden 380 stalen funderingspalen geboord vanaf een ponton. Wat het civiele project extra bijzonder maakt, is dat de vrijkomende groutspoeling op een inventieve manier werd opgevangen, verwerkt en weer werd gescheiden in de initiële grondstoffen voor hergebruik.
Onderwaterbeton storten: zo werkt dat
Bodemonderzoek: Essentieel voor Projecten
In het omgevingsplan kan de gemeente gebieden aanwijzen waarvoor een verplicht voorafgaand bodemonderzoek niet nodig is. Verder kan de gemeente in het omgevingsplan ook bij andere aanleidingen of activiteiten een voorafgaand bodemonderzoek voorschrijven. Een voorafgaand bodemonderzoek kan ook gevraagd worden in het kader van een wijziging van het omgevingsplan om de functie van een locatie te wijzigen of vanwege een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). In beide situaties moet er getoetst worden aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In dat kader kan (waar relevant) een bodemonderzoek verlangd worden om te toetsen of de locatie geschikt is voor de nieuwe functie. In het geval van een BOPA kan dit gevraagd worden op grond van artikel 7.207b van de Omgevingsregeling.
Voorafgaand Bodemonderzoek versus Nulonderzoek
Voorafgaand bodemonderzoek (paragraaf 5.2.2 Bal) is iets anders dan een nulonderzoek bodem. Een nulonderzoek bodem laat een initiatiefnemer namelijk uitvoeren voorafgaand aan het starten van bepaalde milieubelastende activiteiten. Het doel van het voorafgaand bodemonderzoek is om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen. Maar het exacte doel kan per situatie verschillen.
Aanleidingen en Toepassingen van Bodemonderzoek
Een voorbeeld van een aanleiding is graafwerk in de bodem. Uit het voorafgaand onderzoek blijkt of de interventiewaarde bodemkwaliteit wordt overschreden. Bij de activiteit 'graven' zijn de regels voor graven in de bodem gelijk aan of onder de interventiewaarde bodemkwaliteit van toepassing. Bij de partijindeling gaat het er bijvoorbeeld om bodemlagen met verschillende kwaliteitsklassen te onderscheiden in het bodemonderzoek. Ook voor de afvoer van grond naar een grondbank, verwerker of stortplaats zijn onderzoeksgegevens nodig. Deze kunnen afwijken van de reguliere eisen voor voorafgaand onderzoek. Voor het afvoeren van asbesthoudende grond naar een stortplaats is naast een bodemonderzoek asbest volgens de NEN5707 bijvoorbeeld ook een representatieve analyse van de zeefkromme (korrelgrootteverdeling van de minerale delen) nodig voor het verkrijgen van een verklaring van niet-reinigbaarheid grond. Ook voor een verwerker is een zeefkromme voor het wel of niet kunnen accepteren van partij grond van belang. Het is belangrijk om hier in een vroegtijdig stadium al rekening mee te houden.
Bij graven is voorafgaand bodemonderzoek ook van belang in verband met de regelgeving voor arbeidsomstandigheden. Dit is omdat de aanwezigheid van een bodemverontreiniging bekend moet zijn om eventueel maatregelen of voorzieningen te nemen. Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie bepaalt het onderzoek of sanerende maatregelen nodig zijn om op de locatie te mogen bouwen. Het voorafgaand bodemonderzoek bepaalt of de locatie verdacht is op bodemverontreiniging en of bodemverontreiniging aanwezig is. Als er bodemverontreiniging is, moet getoetst worden of sprake is van overschrijding van de maximaal toelaatbare kwaliteit bodem die in het omgevingsplan staat. Uiteraard kunnen er nog meer aanleidingen zijn voor voorafgaand bodemonderzoek.
Trapsgewijze Benadering van Bodemonderzoek
Het voorafgaand bodemonderzoek kent een trapsgewijze benadering, waarbij een volgend onderzoek alleen nodig is als de noodzaak daartoe blijkt uit een eerder onderzoek. Zo blijft de onderzoekslast voor de initiatiefnemer beperkt.
-
Bij een voorafgaand bodemonderzoek is altijd een vooronderzoek nodig. Het doel van het vooronderzoek is om vast te stellen of de locatie verdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging waar (nog) onvoldoende informatie over bekend is. Het vooronderzoek bestaat uit het raadplegen van historische informatie en soms ook uit een locatiebezoek. Hiervoor verzamelt de degene die het vooronderzoek uitvoert alle beschikbare (historische) informatie over de locatie. Het vooronderzoek is dus nog geen fysiek bodemonderzoek waarbij een veldwerker boringen, graafgaten of peilbuizen gaat plaatsen en de grond en het grondwater gaat bemonsteren.
-
Een verkennend bodemonderzoek is alleen nodig als dit blijkt uit de resultaten van het vooronderzoek. Als een locatie verdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging en onvoldoende informatie bekend is over de daadwerkelijke kwaliteit van de bodem of het grondwater, dan dient de initiatiefnemer een verkennend bodemonderzoek te (laten) uitvoeren. In het geval van een verdenking op asbest in de bodem is een verkennend bodemonderzoek asbest nodig. In hoofdstuk 9 van NEN 5740 (en in paragraaf 6.7 van NEN 5707) staat hoe de interpretatie en toetsing van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek moet plaatsvinden. Er staan ook criteria over wanneer nader bodemonderzoek nodig is. In de praktijk werd langjarig gebruikgemaakt van de zogenaamde tussenwaarde (gemiddelde van de voormalige achtergrondwaarde en interventiewaarden).
-
Uit een verkennend bodemonderzoek kan blijken dat een nader onderzoek nodig is, omdat de aard of de omvang van een verontreiniging nog niet voldoende is vastgesteld. Ook bij het nader bodemonderzoek vindt veldwerk plaats. Het doel van het nader bodemonderzoek kan heel divers zijn. Het is niet altijd noodzakelijk om nader onderzoek uit te voeren. Zo heeft het afperken van een verontreiniging alleen meerwaarde als dit relevant is voor de voorgenomen activiteit of ontwikkeling. De bepaling van de omvang kan wel aan de orde zijn als binnen een te saneren locatie (bijvoorbeeld voor het bouwen op een bodemgevoelige locatie) sprake is van een verontreiniging en het voor de sanering nodig is om de verontreiniging af te perken. Bij de activiteit graven in de bodem is het meestal niet noodzakelijk om de verontreiniging af te perken en/of de omvang van de verontreiniging vast te stellen.
Protocollen, Normen en Toetsing
Voor het uitvoeren van bodemonderzoek zijn verschillende protocollen en normen van toepassing. Degene die het onderzoek doet, moet dat onderzoek uitvoeren volgens deze protocollen en normen. Voor het uitvoeren van het veldwerk voor het verkennend of nader bodemonderzoek heeft de organisatie een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 of AS SIKB 2000 nodig. Voor het uitvoeren van de laboratoriumanalyses heeft het laboratorium of inspectie-instantie een erkenning bodemkwaliteit AS3000 en onderliggende protocollen nodig. Om de gemeten gehalten uit het bodemonderzoek te kunnen toetsen aan normwaarden uit de regelgeving, moet eerst een omrekening plaatsvinden naar 'standaard bodem'. Ook zijn er regels voor het optellen van meetwaarden voor somparameters en voor het omgaan met meetwaarden beneden de rapportagegrens van het laboratorium. Vervolgens kan toetsing plaatsvinden aan de normwaarden uit de regelgeving. De waarden waaraan getoetst moet worden, hangen af van de aanleiding(en) van het bodemonderzoek. Verder is relevant of er sprake is van overgangsrecht of dat er decentrale regels gelden.
Toetsing aan Normwaarden
Ter voorbereiding op de activiteit graven in de bodem is het voor de partij-indeling noodzakelijk om te toetsen aan de kwaliteitseisen uit het Besluit bodemkwaliteit (landbouw/natuur, wonen, industrie, matig verontreinigd en sterk verontreinigd). Dit volgt uit de artikelen 4.1222 en 4.1230 van het Bal. Bij bodemonderzoek voorafgaand aan het bouwen op een bodemgevoelige locatie is de waarde voor toelaatbare kwaliteit uit het omgevingsplan van belang. Ook bij voorgenomen functie- of gebruikswijzigingen is het omgevingsplan het toetsend kader. Optioneel kunnen de resultaten vergeleken worden met de kwaliteitseisen voor landbouw/natuur, wonen en industrie. Bij een eindonderzoek bodem is de herstelwaarde die volgt uit paragraaf 5.2.1 van het Bal, bepalend. Bij bodemonderzoek gericht op een verontreiniging die onder de zorgplicht valt, gaat het eveneens om de herstelwaarde. Als sprake is van overgangsrecht, geldt de wijze van toetsen en de risicobeoordeling uit de voormalige Wet bodembescherming en Circulaire bodemsanering 2013.
Actuele Rapportages en Validiteit
Het bevoegd gezag mag bij het nemen van besluiten volgens de Omgevingswet in ieder geval rapporten en onderzoeken gebruiken die niet ouder zijn dan 2 jaar. Het bevoegd gezag mag ook oudere rapporten en onderzoeken gebruiken als voldoende onderbouwd is dat de gegevens nog actueel zijn. Verder zijn in de regelgeving geen specifieke termijnen opgenomen voor de geldigheid van een onderzoek. De beoordeling of een eerder uitgevoerd onderzoek nog voldoende actueel en representatief is, is dus altijd maatwerk en kan onderdeel zijn van het vooronderzoek. Zo is dit onder meer afhankelijk van wat er in de tussenliggende periode is gebeurd met een locatie en de typen verontreinigingen (immobiel of mobiel) die eventueel in de bodem zijn gevonden.
Afvalwater en Meldplichten
Tijdens het uitvoeren van voorafgaand bodemonderzoek kan afvalwater vrijkomen door het oppompen van grondwater. Voor dit afvalwater zijn geen normen opgenomen, omdat de kwaliteit van het grondwater pas bekend is na het onderzoek. De lozingsroute voor het grondwater is het vuilwaterriool. Het is namelijk niet uit te sluiten dat het grondwater verontreinigd is. Dit bepaalt artikel 5.7f van het Bal. Bij de meld- en informatieverplichtingen voor onder andere graven boven de interventiewaarden, saneren van de bodem en bouwen op een bodemgevoelige locatie moet de initiatiefnemer ook de bodemonderzoeksrapporten meesturen. Bij het uitvoeren van waterbodemonderzoek gelden andere eisen en protocollen.
Wateraannemerij: Werk op en Onder Water
Uw totaalleverancier voor werk op en onder water. Wij doen waterwerk in de breedste zin van het woord. En daar zijn we sterk in! Van jachthavens en beroepshavens tot gemeentehavens, particuliere havens en waterwegen: overal waar aannemerij in waterwerk nodig is, kunnen wij helpen. Denk aan de aanleg van nieuwe havens, (deel)renovatie van bestaande havens, het aanbrengen van vaarwegmarkering en het uitdiepen van havens.
Specialisatie en Kwaliteit in Watergebonden Infrastructuur
Wij zijn een kleinschalig en gespecialiseerd bedrijf binnen de wateraannemerij. Wij richten ons op het realiseren, onderhouden en verbeteren van watergebonden infrastructuur. Onze werkzaamheden omvatten onder meer het slaan van houten en stalen palen, het aanleggen en renoveren van havens, het plaatsen en verwijderen van steigers, baggerwerkzaamheden, het realiseren en verbeteren van oeverbescherming en het bieden van ondersteuning bij calamiteiten. Ons bedrijf is opgericht in 2015 en sindsdien hebben we met ons kraanschip Anjo al vele mooie projecten in de wateraannemerij mogen realiseren. Als kleinschalige maar veelzijdige wateraannemer zijn wij trots op ons vak en op de kwaliteit die wij leveren.
