Ongerechtvaardigde verrijking bij aanbouw, faillissement en rechtspraak: een diepgravende verkenning

Ongerechtvaardigde verrijking is aan de orde als iemand is verrijkt ten koste van een ander zonder dat er recht bestond op de verrijking. Er ontstaat bij ongerechtvaardigde verrijking een verbintenis om de schade die ontstaat te vergoeden. Ongerechtvaardigde verrijking is een zogenaamde rechtmatige daad. Er ontstaat aansprakelijkheid en een schadevergoedingsplicht zonder dat er sprake is van verwijtbaarheid of handelen in strijdt met het recht. Bij letselschade speelt ongerechtvaardigde verrijking slechts een beperkte rol. Het is wel belangrijk dat alle negatieve en positieve gevolgen van een ongeval mee worden genomen in het letselschadetraject. Dit noemen we voordeelstoerekening. In artikel 212 opgenomen in titel 4 van boek 6 van het burgerlijk wetboek is de ongerechtvaardigde verrijking opgenomen. Titel 4 van Boek 6 bevat verbintenissen uit andere bron dan een onrechtmatige daad of overeenkomst.

Grondslagen en grenzen van ongerechtvaardigde verrijking

De wet regelt de verrijking in Afd. 3, Titel 4, Boek 6 B.W., met art. 6:212 BW als kernbepaling. De schadevergoedingsplicht ziet alleen op de verrijking en niet op de normale prijs van een goed of dienst. De verrijking moet ongerechtvaardigd zijn en er mag geen overeenkomst of andere wettelijke grondslag voor de verrijking bestaan. De schadevergoedingsplicht gaat niet verder dan de mate van verrijking en is beperkt tot zover er sprake is van schade. Als de verrijking verminderd is omdat de verrijkte redelijkerwijs geen rekening hoefde te houden met een verplichting tot vergoeding van de schade, dan wordt dit niet toegerekend.

Een klassieke illustratie is de schilder die per ongeluk het verkeerde huis in verf zet: de eigenaar moet de waardevermeerdering aan de schilder vergoeden, maar de stijging van de waarde van het huis zal niet zo groot zijn dat de schilder zijn gebruikelijke vergoeding kan innen. De verrijking van de eigenaar is kleiner dan de gebruikelijke prijs voor het schilderwerk. Dit toont aan dat de vergoeding in beginsel beperkt is tot de werkelijk gerealiseerde verrijking en niet tot andere voordelen.

Essentieel is dat er geen rechtshandeling of wettelijk grondslag bestaat voor de verrijking. Wanneer er wel een grondslag bestaat (bijvoorbeeld een contractuele afspraak of een onrechtmatige daad), kan de ongerechtvaardigde verrijking als rechtsfiguur mogelijk buiten werking treden. De figuur is daarmee een soort restcategorie die zich situeert buiten de twee hoofdgrondslagen voor verbintenissen.

Uitkomsten en redelijke grenzen

  1. De verrijking moet bestaan uit een vermogensverschuiving waarbij de verrijkte een voordeel geniet ten koste van de verarmde, zonder juridische basis.
  2. De verarmde kan aanspraak maken op schadevergoeding ter hoogte van de verrijking, maar slechts voor zover er daadwerkelijk schade is.
  3. De rechter bepaalt in elke zaak wat redelijk en billijk is, mede met inachtneming van de concrete omstandigheden en de mate van verrijking en verarming.

Historische dimensie: Quint/Te Poel en de rol van de Hoge Raad

De figuur van ongerechtvaardigde verrijking is in het Nederlandse rechtsstelsel voor het eerst duidelijk opgekomen in de rechtspraak. In het arrest van de Hoge Raad d.d. 30 januari 1959 (Quint/Te Poel) heeft de Hoge Raad de mogelijkheid van een dergelijke vordering open gelaten, hoewel de vordering van de verarmde werd afgewezen. De casus ging over het bouwen van een huis door aannemer Quint op de grond van de broer Heinrich van diens opdrachtgever Hubertus te Poel. De Hoge Raad bevestigt het arrest van het Hof, maar geeft wel een uiteenzetting dat een dergelijke vordering onder omstandigheden wel mogelijk is. Het baanbrekende van dit arrest was dat de Hoge Raad een vordering ook op basis van redelijkheid en billijkheid mogelijk acht en niet uitsluitend wanneer dit met zoveel woorden in de wet staat.

Doordat ongerechtvaardigde verrijking een figuur is die zich voordoet wanneer er geen grondslag is voor verbintenissen in de twee hoofdsoorten (overeenkomst en onrechtmatige daad), brengt dit mee dat het een restcategorie is. Overeenkomst (of eenzijdige rechtshandeling) geldt dat als iemand een goed tegen een te lage prijs verkoopt, de verkoper de koper niet alsnog kan aanspreken wegens ongerechtvaardigde verrijking, omdat de wilsovereenstemming reeds bestond. Vergelijkbare restricties gelden voor restauratie-voorwerpen die na restauratie tegen een prijs verkocht worden die lager is dan de waarde na restauratie.

In het onrechtmatige daad-kader kan een derde aansprakelijk zijn voor de verarming van de benadeelde, maar dan moet die derde zijn eigen handelen of nalaten kunnen verweten worden. Voor de vordering uit art. 6:212 BW is vereist dat er een verrijking en een verarming bestaan en dat er geen geldige oorzakelijke grondslag is.

Verrijking bij bouw, natrekkingsregels en publiekrechtelijke last

Het Antillen-voorbeeld (Comm v. buren) toont aan hoe de natrekkingsregels van het goederenrecht vermogensverschuivingen corrigeren. Als het bouwwerk op andermans grond rust en de natrekking leidt tot verrijking van de eigenaar van de grond, kan vergoedingsplicht ontstaan indien er geen rechtshandeling of wettelijke basis is die de verrijking rechtvaardigt. De correcte compensatie dient te zoeken naar wat redelijk is in de concrete omstandigheden, en niet te leiden tot een ongewenste beloning voor de bouwer.

Goede trouw speelt een rol, maar is niet bepalend. Ook een bezitter te kwader trouw kan een vergoeding krijgen onder art. 3:121 BW. In veel Antillencasussen ligt de aandacht bij de vraag of de bouwwerken vergunningsplichtig waren. Wanneer vergunningsplichtig, kunnen omgevingsrechtelijke lasten een ingewikkelde factor zijn, die de toedeling van een bijzondere last buigt en de vraag oproept of de koper mag verwachten waar hij recht op heeft bij aankoop.

Non-conformiteit en verkoopovereenkomsten

In koopcontracten komt ongerechtvaardigde verrijking vaak naar voren als een “restcategorie” wanneer de verkoper geen juiste mededelingen heeft gedaan over gebreken of lastendekking. Artikel 7:15 BW behandelt bijzondere lasten en beperkingen bij levering van een zaak. Een publiekrechtelijke last zoals een niet verleende omgevingsvergunning kan onder omstandigheden een bijzondere last opleveren, maar slechts wanneer er een speciaal besluit tegen de rechthebbende is gericht. Dit werd duidelijk geacht in het Portsight-arrest en de latere rechtspraak over non-conformiteit (art. 7:17 BW) waarbij de koper redelijkerwijs mag verwachten dat genoemde eigenschappen aanwezig zijn en dat de levering aan deze verwachting voldoet.

Bij strijd tussen verarming en verrijking blijft de vraag wat redelijk is afhankelijk van de concrete omstandigheden. De rechtbanken wegen de kosten van verwijdering, de beoogde användbaarheid van het onroerend goed en de haalbaarheid van legalisatie van bouwwerken tegen elkaar af. In veel gevallen leidt dit tot afwijzing van de vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking omdat de verrijking niet hoog genoeg is of geen gebrek vormt dat de koper daadwerkelijk verrijkt of verarmt.

Case study: ING Bank en bestuurders; bouwrechtelijke behandelingen

Hoge Raad en hofinstellingen hebben in uiteenlopende zaken gesteld dat ongerechtvaardigde verrijking ook kan gelden in bancaire transacties en bestuurderssituaties. Een voorbeeld uit Hof Amsterdam (4 december 2018) betrof een bestuurder die ongerechtvaardigd verrijkt werd door betalingen door een klant aan een vennootschap, terwijl de vennootschap al gestaakt was en de bestuurder gelden voor privédoeleinden had opgenomen. De ongerechtvaardigde verrijking geldt onder deze omstandigheden ook voor de bestuurder. Verweer ex art. 6:101 BW (eigen schuld gelaedeerde) gaat niet op omdat de bank de gelaedeerde is en zij de wettelijke plicht had het geld terug te betalen aan haar klant op basis van art.

In fiscale en worsysteemcontexten kunnen ook arresten over misleiding, onschuldige betaling aan een failliete boedel en de terugbetaling aan de boedel van onverschuldigde betaling nagenoeg voorkomen dat de verrijking snel wordt toegewezen. In het bijzonder kan de curator bij onverschuldigde betaling verplicht worden tot onmiddellijke terugbetaling, mits aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.

Praktische richtlijnen en rechtsbijstand

Als u een vordering hebt op grond van ongerechtvaardigde verrijking of iemand heeft een vordering op u, is bijstand en advies van een deskundige advocaat zeer welkom. Het inschakelen van juridische hulp kan helpen om conflicten te voorkomen. Het is nooit te vroeg om u goed te laten voorlichten. De juridische ondersteuning kan helpen bij het beoordelen van de kans van slagen, de interpretatie van eventuele publiekrechtelijke lasten en de gevolgen van eventuele verborgen gebreken bij koop of aanbouw.

Samengevatte mechaniek van ongerechtvaardigde verrijking

De ongerechtvaardigde verrijking, of vermogensverschuiving zonder oorzaak, is een quasi-contractuele regeling die als volgt werkt:

  • Er is een verrijking bij de een en een verarming bij de ander.
  • Er geldt geen rechtsgrond zoals een contract of wettelijke verplichting die de verrijking rechtvaardigt.
  • Er ontstaat een schadevergoedingsverplichting die beperkt is tot de omvang van de verrijking en tot de aanwezigheid van schade.
  • De vraag wat redelijk is, wordt beslist door de rechter op basis van de omstandigheden van het concrete geval.
Infographic: Overzicht van ongerechtvaardigde verrijking, verarming en schadevergoeding

Praktische overwegingen bij aanbouw en faillissement

Bij bouwprojecten op andermans grond is het vaak essentieel te onderzoeken wie eigenaar is en of er specifieke besluiten of lastendragers bestaan. In faillissementszaken kan de curator onverschuldigd betaalde bedragen terugvorderen onder voorwaarden die de verarming bij de schuldenaar vastleggen. Een zorgvuldige due diligence en tijdige juridische adviezen kunnen helpen om onrechtmatige verrijking te voorkomen of te beheersen.

OnderwerpRelevante grondslagBelangrijke overweging
Ongerechtvaardigde verrijkingArt. 6:212 BWVerrijking zonder wettelijke of contractuele basis; schadevergoeding beperkt tot verrijking
Non-conformiteit bij verkoopArt. 7:17 BW, art. 7:15 BWLevering moet beantwoorden aan overeenkomst; bijzondere lasten bepalen lastengebruik
Publiekrechtelijke lastenPortsight-arrest; omgevingsvergunningenLasten kunnen bijzondere last vormen bij verkoop
FaillissementspositieOnverschuldigde betaling; curatorTerugbetaling onder bepaalde voorwaarden

tags: #ongerechtvaardigde #verrijking #rechtspraak #aanbouw #faillisement