De fundering is de draagconstructie waarop een gebouw geplaatst wordt, meestal onder het maaiveld gelegen. Fundering op staal is de meest gebruikte methode wanneer de draagkrachtige laag niet te diep onder het maaiveld ligt, bijvoorbeeld 80 of 100 cm. De slechte bovengrond wordt verwijderd en eventueel vervangen door een zandkoffer; verdichting of groutinjectie kan de grond verbeteren. Bij strokenfundering en sleuffundering wordt met gewapend beton een verbrede zone onder alle dragende muren gerealiseerd.
Fundering op palen wordt toegepast als de draagkrachtige grond te diep ligt, bijvoorbeeld bij moeras-, klei- of veengrond, aangevulde grond. Meestal worden betonnen palen in de grond geschroefd, geheid of geboord; een betonnen paalfundering is stevig maar relatief duur. Paalfundering met houten palen en een betonopzetter komt ook voor; paalfundering zonder oplanger blijft bij oudere gebouwen. Poerenfundering (poeren in combinatie met balken; pijlerfundering) maakt gebruik van gewapend-betonblokken onder de muren.

Puttenfundering maakt gebruik van betonnen ringen die funderingsputten vullen, waarna gewapende betonnen balken de belasting naar de putten doorgeven. Draagkrachtige laag mag niet te diep liggen (3-8 m onder maaiveld). De algemene funderingsplaat (zwevende vloerplaat) wordt toegepast als de draagkrachtige grond diep ligt; de woning beweegt als een vlot bij zettingen. Een funderingsplaat bestaat uit gewapend beton en ligt rechtstreeks op de grond, met balken of extra wapening onder de muren. Bij kelders is volledige onderkeldering nodig; anders ligt de funderingsplaat minimaal 80 cm onder het maaiveld (vorstvrij). Onder de plaat kunnen isolatieplaten worden gelegd, bijvoorbeeld foamglas.

Grondschroeven (schroeffundering) zijn uitsluitend voor lagere belastingen en vereisen dat een eind in een dragende laag komt om lasten op te vangen. Vroeger werd vaak gekozen voor slieten of compactiepaaltjes; compacte houten paaltjes verankeren zich in kleigrond door kleef. Regelmatig controleer je de vloer: leg een knikker om te zien of de vloer horizontaal ligt en controleer of drempels recht liggen.
Oorzaken van funderingsproblemen variëren van bouwjaar tot diverse grond- en waterstanden. De funderingskaarten geven vaak weinig betrouwbare informatie, wat kopers onnodig waarschuwt. Voor informatie over de vaste grondslag (diepere zandlaag) kun je Dinoloket raadplegen via BRO GeoTOP. Het woord fundering is etymologisch afgeleid van fundare; het woord wordt soms als fondament gebruikt in oudere terminologie. Voor funderingsherstel bestaan gespecialiseerde bedrijven zoals Uretek.
Overzicht van funderingsmethoden
- Fundering op staal (ondiep aangelegd): strokenfundering, sleuffundering, plaatfundering.
- Fundering op palen (diep aangelegd): houten palen, betonpalen, vibro-palen, heien of schroef/paalboringen.
- Puttenfundering: putten met betonbalken, weinig graafwerk, geschikt bij beperkte ontgraving.
- Grondvervanging en grondverbetering: zandkoffer, verdichting, injectie, cementgrout, chemische middelen.
Bij het ontwerpen van een fundering spelen factoren zoals de bereikbaarheid van het bouwterrein, de aanwezigheid van obstakels in de bodem en vorstvrije aanleg een rol. Voor vloeren met vloerverwarming kan een dekvloer van circa 7 cm nodig zijn, gevolgd door een combinatievloer van circa 20 cm, wat samen 27 cm onder de balken kan betekenen. De hoogte van de funderingsbalk en de EPS-funderingskist bepalen samen de uiteindelijke diepte. Voor een strak eindresultaat vereist bekisting nauwkeurige afmetingen en een goede afwerking van de wapeningskorven en betondelen.

Praktische stappen voor een fundering met EPS-funderingskisten: bepaal de startlocatie, gradeer de grond en leg de bodems vast, monteer wapeningskorven, zet bekisting tegen elkaar met ankerstaven en breng vervolgens het beton aan in lagen van ongeveer 20 cm. Houd rekening met een dekking van 35 mm rondom de wapening. Controleer alle verbindingen en doorvoeringen voordat je begint met storten. Het storten gebeurt doorgaans in drie lagen: eerst een omtreklijnlaag van 20 cm, daarna nogmaals 20 cm, tot de gewenste hoogte. Betoncentrale biedt consistente samenstelling; zelf storten is mogelijk met advies.

Wanneer aansluiten op een bestaande fundering nodig is, boor je twee millimeter grotere gaten dan de staven en vul je ze daarna met injectiemortel voordat je koppelstaven erin plaatst. Bij de zijwanden begin je in een hoek voor stabiliteit en voeg je ankerstaven toe. Afkransen met houten balken langs de bekisting verstevigt de constructie tijdens het storten. Controleer de bekisting en wapening zorgvuldig voordat het beton wordt gestort. Verdeel de betonlaag in gelijke delen, circa 20 cm per laag, zodat de bekisting niet verzakt. Het eindresultaat moet strak en vlak zijn, met de juiste waterdichting en dekking.

Tips en aandachtspunten
- Vraag Grondwormen: raadpleeg Dinoloket voor vaste grondslag en draagkrachtige lagen.
- Werk veilig en coördineer met riolering en leidingen rondom de fundering.
- Kies zand dat geschikt is voor draagkracht en drainage; verdicht de zandlaag goed.
- Overleg met specialisten bij grote of complexe funderingen en bij aanwezigheid van kelder.