Klokken hebben een interessant verleden. De oudste zonnewijzers waren obelisken (3500 voor Christus) en schaduw klokken (1500 voor Christus). Deze werden vervaardigd door Egyptische en Babylonische astronomen. Met behulp van de schaduw van de zon stelden zij de tijdstippen van de dag vast. Elke dag werd ingedeeld in twaalf delen, de uren. De oude Grieken namen de ontwerpen uit Egypte en Mesopotamië over en pasten nieuwe principes toe. Herodotus, de Griekse geschiedschrijver, schrijft dat de zonnewijzers door ene Anaximander van Miletus rond 560 voor Christus werden meegenomen uit Babylonië. Omdat de Grieken beschikten over verregaande geometrische inzichten en de beweging van de zon nauwkeurig hadden bestudeerd, waren ze in staat een universele zonnewijzer te bouwen die overal op aarde te gebruiken was. De Romeinen namen op hun beurt de Griekse zonnewijzers weer over. Niet elke Romein was daar blij mee, zo klaagde Plautus erover dat zijn dagen in stukjes werden gehakt door de zonnewijzers. Vitruvius beschreef in zijn boek De Architectura (ca. 25 v. Chr.) alle tot dan toe bekende typen van zonnewijzers.
< tagdescr>Oude tijdmeters: van zonnewijzers en waterklokken tot mechanische uurwerken, met aandacht voor schoorstenen als gezellig middelpunt van woningen en hun evolutie door de middeleeuwen en latere tijden.Waterklokken en middeleeuwse tijdwaarneming
Een ander hulpmiddel voor de tijdsaanduiding, waarschijnlijk ook uitgevonden in het oude Egypte of Mesopotamië, was de waterklok. Het voordeel van deze klok was dat hij ook ‘s nachts en op bewolkte dagen bruikbaar was. Door toevoer en afvoer van water in een reservoir veranderde de hoogte van de waterspiegel. Hier leidde men het verstrijken van de tijd vanaf. Islamitische geleerden namen gedurende de Middeleeuwen de zonnewijzers over en borduurden voort op inzichten uit de oudheid. Romeinse en oudere zonnewijzers hadden geen constante uren, vanwege de veranderingen van het seizoen. In de zomer duurden de uren langer, aangezien de zon meer tijd doorbracht aan de hemel. Het principe om een standaard voor alle uren vast te stellen is afkomstig van Abu’l-Hasan Ibn al-Shatir uit 1371. Hij ontdekte dat een verticale zuil die parallel aan de aardas wordt geplaatst, schaduwen produceert met gelijke uren voor elke dag van het jaar.
Overgang naar mechanische tijdmeters
Aan het eind van de Middeleeuwen deden mechanische klokken echter hun intrede, om alle voorgaande systemen voorgoed te vervangen. Het oudste uurwerk dat gevonden is, stamt uit 1386, en werd gevonden in Engeland; deze hangt nu aan de Salisbury Kathedraal. Met behulp van tandwielen en gewichtjes kon men een klok met wijzers laten draaien en zo het verstrijken van de tijd laten aangeven. In de Middeleeuwen vond men ook de zandloper uit, een apparaatje dat nauwkeurig een korte tijdsduur kon aangeven. Mettertijd vervingen mechanische klokken de meeste andere vormen van tijdsaanduiding. Er ontstonden hele ambachtsgilden van klokkenmakers. De mechaniek werd steeds meer verfijnd, waardoor al snel horloges gemaakt konden worden. De moderne concurrenten van het mechanische uurwerk zijn de digitale tijdsmeters die op elektriciteit draaien.
Schoorstenen als cultureel en bouwkundig fenomeen
“Waar de schoorsteen rookt is het goed vrijen” en “het is een wandelende schoorsteen” deden hun ronde - spreekwoorden die de aanwezigheid van de schoorsteen in huis samenbrengen met huiselijke gezelligheid. De geschiedenis van de schoorsteen laat zien dat rookafvoer steeds een uitdaging vormde. In de middeleeuwen was de schouw vaak een eenvoudige nis in de muur, met consoles waarop een kap of rookschacht rustte. Door de renaissance heen verdwenen steile rookkanalen buiten de gevel en werd het rookkanaal naar binnen gemetst; de rechthoekige vorm werd de standaard. De 17e eeuw bracht vakverdeling en beeldhouwwerk in de schouw, terwijl de stookplaat en het vuurmandje de rookafvoer verder regelden. De schouw werd uiteindelijk een herkenbaar, soms rijk versierd, ornamentaal element van de kamer. Tijdens de 18e en 19e eeuw werden houten ommantelingen en marmeren pilasters veelvuldig toegepast, en de schouw werd in veel woningen een centraal decoratief punt. Ondanks de prijs van de moderne centrale verwarming werd er altijd naar een harmonieuze integratie van schoorsteen gerekend; zonder schoorsteen zou het huis als uit vakmanschap geboren verloren gaan aan gemütlichkeit.

In moderne tijden bleven de schouwen een symbool van huiselijkheid, terwijl de techniek zich steeds verder ontwikkelde. De traditionele vorm werd vaak bewaard uit esthetische en sociale overwegingen, maar de praktijken evolueerden met nieuwbouw en verwarmingstechnieken. Een renaissance-invalshoek liet de schouwvormen aansluiten bij de exterieur architectuur, inclusief kroonlijsten en waterholle friezen. In West-Friesland zien we Stolpboerderijen met siermetselwerk aan schoorstenen; in Olst en Staphorst zien we getrouwe voorbeelden van later onderzoek naar materialen en technieken.
Schoorsteenbrand
Toepassing van tijdconcepte en oriëntatie op zon
Voor veel oude culturen had de zon een praktische en religieuze betekenis. Zonnewenden bepaalden het begin van belangrijke seizoenen en verkeers- en bouwplanning. Stonehenge, piramiden van Gizeh en Angkor Wat laten zien hoe oude monumenten georiënteerd zijn op de zon of op zonnewenden. Het waarborgen van oriëntatie naar de zon fungeerde als kalenderhandschoen en rituele basis voor agrarische activiteiten en religieuze ceremonies.
Tip voor lezers: archeologie en bouwkundig bewustzijn
De schoorsteen is een karakteristiek en vaak streekgebonden element van een boerderij. De oorspronkelijke situering van de stookplaats kan eraan worden afgelezen en soms ook vroegere welvaart of bouwtraditie. Bij een verbouwing of restauratie is het daarom belangrijk ook aandacht aan de schoorsteen te besteden. Niet alleen de plaats van een schoorsteen is interessant, ook het gebruikte materiaal of de vorm kunnen bijzonder zijn. In Staphorst waren de rookvangen van de schoorsteen vroeger allemaal van hout; stolpboerderijen in West-Friesland hebben vaak prachtig gevormde schoorstenen met siermetselwerk.
- Oude tijdmeters en hun evolutie van zonnewijzers, waterklokken tot mechanische uurwerken.
- De schoorsteen als cultureel en praktisch element in wonen en bouwkunst.
- Relatie tussen zon, oriëntatie en monumentale bouwkundige vormen door de geschiedenis heen.
| Onderwerp | Voorbeeld(en) | Periode |
|---|---|---|
| Oude tijdmeters | zonnewijzer, waterklok | oudheid tot middeleeuwen |
| Schoorsteen-ontwikkeling | nis in muur; binnen rookkanaal; vuurmandje | middeleeuwen tot 19e eeuw |
| Mechanische klok | Salisbury klok; tandwielen | late middeleeuwen |

tags: #oude #schoorsteen #pendules