“Zullen we bij ieder (zeer) grootschalig, complex of bijzonder incident proberen op zo'n manier te leren en te ontwikkelen als brandweer? Een zeer indrukwekkende webinar over de grote natuurbrand in Ede, waarbij de brand zich met ruim een kilometer per uur uitbreidde, op grote schaal vliegvuur (tot >150 meter afstand!) veroorzaakte en collega's in de knel kwamen door de razendsnelle uitbreiding.”
Schut was al circa dertig jaar vrijwilliger bij de brandweer. Vier jaar geleden werd het zijn beroep. Sinds een jaar is hij teammanager advies en ondersteuning bij de afdeling Brandweerzorg van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM).
“Mijn team bestaat uit een mix van gepassioneerde vakspecialisten. Schut volgde ooit als vrijwilliger de leergang OvD en vier jaar geleden de opleiding AGS-veld en wilde op termijn wellicht de HOvD-leergang doen. Maar die kwam sneller dan gepland. En zo kwam het dat Schut begin april, met net een week zijn NIPV-diploma van de HOvD-leergang op zak, voor zijn eerste grote brand als taakcommandant kwam te staan.”
“Toen de alarmering binnenkwam zei mijn begeleider Wim Verboom: draai jij hem maar. Ontwikkeling van de brand in het veld.”
“De alarmering kwam rond 14.30 uur op donderdag 3 april binnen, rond 15.00 uur waren wij ter plaatse. Het vuur verspreidde zich razendsnel. De brand groeide en groeide. Dus we moesten razendsnel opschalen.”
“Binnen het uur had ik 10 pelotons natuurbrand laten alarmeren inclusief alle ondersteunende eenheden. Het eerste uur tot anderhalf uur was de zogenoemde chaos-fase. Dat was zo dynamisch, het ging zo hard en met zoveel impact.”
“Wim en ik stonden samen in het veld, maar we besloten: daar moeten we nu uit. Naar een andere locatie. Dus gingen we naar een restaurant, vroegen een tafel en een fles water en vandaaruit zijn we structuur gaan aanbrengen. Dat was het schakelpunt in het incident. Zo kregen we grip op het incident en liepen we er langzaam op vooruit.”
“Om middernacht werden Schut en Verboom afgelost tot de volgende ochtend 7.00 uur. Op het hoogtepunt van de brand waren er alleen al 500 operationele brandweermannen ingezet, los van alle andere ondersteunende diensten zoals techniek, logistiek, verzorging (eten en drinken voor 500 man) en de collega’s in het ROT en GBT niet te vergeten.”
Schut: “Een natuurbrand is zo ontzettend dynamisch dat het heel snel onveilig kan worden. We hebben goede afspraken met de vijf oostelijke regio’s (Gelderland en Overijssel) en we oefenen veel. Maar door de snelheid hebben we wel bepaalde afspraken niet na kunnen komen. Achteraf zijn er pelotons uit elkaar gehaald, om de schaarste beter te kunnen managen, maar dat is eigenlijk niet iets wat wenselijk is.”
“We kunnen echt leren beter balanceren tussen: heel snel opschalen en de brand snel de baas, en iets langzamer opschalen, maar met meer rust in de organisatie. Want na aanvraag van peloton 5 begon het wel te piepen en te kraken. Dus wat is nodig? Overlegunit.”
“Ik kon continu met Wim sparren, we hadden de taken goed verdeeld waarbij ik de inzet van de brandweer coördineerde, de mono-kant, terwijl Wim de multi-kant voor zijn rekening nam, de actie richting actiecentrum Brandweer (ROT) en als mono vertegenwoordiging in het CoPI. Samen hebben we het gemanaged, we konden fungeren als elkaars vangnet.”
“Dat is ook een les, zo’n vangnet moet je voor jezelf organiseren als het er niet is. Daarnaast zijn de ‘human factors’ essentieel bij zulke grote incidenten. Al deze zaken komen ook aan bod in de opleiding. Dat is heel fijn te merken, het geeft vertrouwen op het moment dat het ertoe doet.”
“Ik vind de evaluatie, die nu gaande is, ook heel belangrijk. Daarbij helpt het NIPV ons. In onze regio zijn er nu vlak achter elkaar vier grote incidenten geweest en daaruit komen nu 16 of 17 deelonderzoeken voort. Allemaal om ons als brandweer nog beter te kunnen voorbereiden op incidenten.”
“Ik zie het zo: elk incident is een andere cake. Elke keer weer moet je als brandweer het goede recept vinden met de ingrediënten die je krijgt aangereikt - bijvoorbeeld kennis, opleiding, oefeningen en ervaringen.”
Onder de vlag van CH - Advies in Lagen heb ik in opdracht van Landgoed Klein Boeschoten bv en met steun van de provincie Gelderland een biografie van het middeleeuwse wildforstersgoed Klein Boeschoten en het Gat van Zus (gem. Barneveld) geschreven met bijbehorende cultuurhistorische inventarisatie. Het rapport is te lezen in bijgaande pdf.
P. Grafheuvels staan niet alleen in de huidige tijd in de belangstelling. Al in 1748 vermelde Willem Leenen deze monumenten op zijn bekende kaart van het Kroondomein. In de negentiende eeuw kreeg hij navolging op de landsdekkende zogenaamde Bonnekaarten. Ook particulieren, zoals de toenmalige burgemeester Nairac van Barneveld, raakten gefascineerd door deze duizenden jaren oude grafmonumenten en maakten kaarten waarop deze staan ingetekend.
Op de kaarten staan veel grafheuvels vermeld waarvan er inmiddels wel een aantal zijn verdwenen. Met moderne middelen kunnen we via het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) op basis van gedetailleerd hoogte metingen onder andere de resterende grafheuvels herkennen.
P. Het zal niemand ontgaan zijn dat het aantal bijdragen het afgelopen jaar kleiner is geworden. De oorzaak is dat ik in 2017 gestopt ben als regio-archeoloog. Wel blijf ik hobbymatig betrokken bij de cultuurhistorie van de Gelderse Vallei. Bijgaand enkele artikelen over uiteenlopende onderwerpen die in 2018 zijn verschenen. In Darpsproat staat een bijdrage over het wildforstergoed Boeschoten. Een onderwerp waar ik de komende tijd nog vaker over zal schrijven.
Hier is ook de bijdrage van Peter van den Born aan toegevoegd. In Nieuwe Veluwe een artikel over enkele wallen in Barneveld waar informatieborden bij zijn geplaatst. In 2017 gaf ik op het symposium van de EAC in het Acropolismuseum in Athene een lezing onder de titel ‘Dare to choose : posthole pampering or history writing’. Aan de hand van een aantal voorbeelden uit Barneveld illustreerde ik de keuzes die ik de afgelopen jaren had gemaakt bij de uitvoering van het archeologie beleid.
In onderstaand pdf staan de samenvattingen van de lezingen met op p. Eind 2018 verscheen het dikke wetenschappelijke rapport over de opgravingen in Harselaar Zuid. Tevens verscheen een rijk geïllustreerd boekje geschreven door Elly van de Velde. De schaapskooi van Groot Boeschoten (P. Schaapskooien zijn stille getuigen van het belang van de schapenteelt in het verleden. In een eerdere blog werd hier al over geschreven.
Illustratief is dat er in 1832 in Barneveld meer dan 200 schaapskooien waren terwijl er honderd jaar later nog 80 bestonden. Het aantal is in de afgelopen eeuw nog eens meer dan gehalveerd. De komst van kunstmest en goedkope wol uit het buitenland was hiervan de oorzaak. In deze bijdrage wordt stil gestaan bij drie schaapskooien rond Boeschoten. Het is een bijzonder cultuurhistorisch landschap met een rijke geschiedenis.
Zelfs de kuilen naast de boerderijen en schaapskooien, waar zand werd gewonnen voor het dagelijkse gebruik, zijn bewaard gebleven. Bij het schrijven heb ik vooral gebruik gemaakt van de publicatie van C.E.van der Waals-Nachenius: Boeschoten, Een Veluwse Kroniek en een niet uitgegeven manuscript van haar uit 1969-1970 waarin details worden gegeven over de schaapskooien van Groot en Klein Boeschoten. Door haar interviews met verschillende bewoners van Boeschoten ontstaan een levendig en gedetailleerd beeld van de situatie rond 1900.
Sommige passages zijn letterlijk overgenomen andere zijn bewerkt tot de essentie. In de vorige bijdrage is stilgestaan bij het vooronderzoek in de vorm van een bureau- booronderzoek en veldkartering. Het bureauonderzoek had betrekking op het hele gebied, terwijl bij het vervolgonderzoek al meer ingezoomd werd op bepaalde delen van het plangebied. Op basis hiervan weten we nu nauwkeurig hoe het landschap in elkaar zit en bovendien waar wel of niet archeologische resten verwacht kunnen worden.
Daarvoor is eerst een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk dat ingeval van Bloemendal uitgevoerd werd door het archeologische bedrijf Archol bv. Bijna wekelijks lezen we in de krant over bijzondere archeologische opgravingen. Maar hoe weten de archeologen eigenlijk waar ze moeten graven om een grafveld of een nederzetting te vinden? Daar gaat veel vooronderzoek aan vooraf in de vorm van bureaustudies, boringen, veldkarteringen en proefsleuven. Over dit vooronderzoek dat uiteindelijk leidt tot een opgraving lezen we maar weinig. De aard van dit vooronderzoek is niet spectaculair en in de ogen van het publiek de resultaten vaak teleurstellend. Dit onderzoek is echter van essentieel belang.
We hebben nu eenmaal geen kristallen bol, maar proberen steeds verder in te zoomen. In deze bijdrage zal ik iets schrijven over deze eerste stappen in het archeologisch proces, waarbij het onderzoek in Barneveld - Bloemendal als voorbeeld wordt gebruikt. Deze bijdrage geeft een vereenvoudigde versie van de werkelijkheid waarbij vanzelfsprekend niet op alle details ingegaan kan worden.
Een ongebruikelijke maar vruchtbare samenwerking: Archeologie en beeldende kunst. Bij opgravingen worden regelmatig vondsten gedaan die na selectie worden weggegooid. Jammer want zij kunnen een bron van inspiratie voor beeldende kunstenaars vormen. In Barneveld - Harselaar Zuid werd twee jaar geleden een aantal middeleeuwse waterputten gevonden.
De negentiende eeuwse burgemeester Nairac schreef over Garderen: “Het lieve dorp met zijne roode pannendaken of rieten dekens, ligt schilderachtig op een’ berg, omringd door afhellende bouwlanden met heghout, omzoomd, hier en daar versieren echte vervallen Veluwsche schaapschotten het landelijk tooneel.” Garderen is nog steeds een Veluws pareltje dat jaarlijks veel toeristen aantrekt. De geschiedenis van dit Veluwse dorpje met zijn oude stratenpatroon, monumenten, karakteristieke kerk en molen is fascinerend. Het boek Garderen… baken in het groen gaat daar uitgebreid op in.
Dat het dorpje Garderen in de middeleeuwen een belangrijk, maar klein, centrum was, wordt weleens vergeten. Het was de spil van het ambt Garderen dat zich uitstrekte van Elspeet tot aan De Glind. Hier sprak de schout recht op het kerkhof en was er de jaarlijkse zitting van het Veluws Landgericht. Pas in 1432 is er sprake van het ambt Barneveld. In deze bijdragen wordt een aanzet gegeven om de oorsprong en ruimtelijke inrichting van Garderen beter te begrijpen.
In de vorige bijdrage is een samenvatting gegeven van de archeologische en historisch ruimtelijke ontwikkeling van Garderen. Hieruit bleek dat een deel van de onderscheiden ontginningsblokken ligt ingeklemd tussen de wegen. De volgende stap is om te kijken of er ook een samenhang tussen dit patroon en de eigendommen bestaat. De boerderijen in het centrum roepen daarbij de vraag op of we via de ligging van de bijbehorende landerijen meer te weten kunnen komen over de situatie in de voorafgaande eeuwen.
In een eerdere bijdrage beschreef ik een viertal muntvondsten uit Barneveld. Deze waren in de vijftiende en zestiende eeuw in roerige tijden verborgen en niet meer opgehaald. Continue reading ‘Vlucht, verberg uw kostbaarheden! Wat gebeurt er als je net je diploma op zak hebt, en je staat direct voor je eerste grote vuurdoop?
Vegeten: Voor Peter Schut was dat op 3 april precies het geval. Eén week na het afronden van de leergang HOvD, kreeg hij te maken met een enorme natuurbrand op de Ginkelse Heide. “Zonder die opleiding had ik hier niet met vertrouwen kunnen staan,” zegt Peter. Peter begon ooit als vrijwilliger, werd beroeps en werkte zich stap voor stap op via verschillende leergangen. En toen kwam het moment: alarmering voor een grote natuurbrand. Samen met zijn begeleider nam hij het voortouw in de inzet.

Natuurbrand bij Ede nog niet geblust, veel natuur verwoest
- Elk incident vraagt om snelle, maar doordachte besluitvorming.
- Human factors en teamwork zijn cruciaal bij grootschalige incidenten.
- Evaluatie met NIPV helpt blijven leren en verbeteren.
“Je krijgt elke keer andere ingrediënten, en dan moet je het juiste recept vinden. En dat recept is nooit af. Daarom wordt het hele incident geëvalueerd, samen met het NIPV. Niet om fouten te zoeken, maar om te blijven leren.”