Het correct installeren van een rookkanaal is essentieel voor een veilige en efficiënte werking van uw kachel. Toch gaat het in de praktijk vaak mis, vooral bij doe-het-zelfprojecten. Een verkeerde montage of materiaalkeuze kan leiden tot rooklekkage, verminderde trek, condensvorming of zelfs brandgevaar.
Belangrijke regels en veelvoorkomende fouten
1. Wie een enkelwandige buis buiten gebruikt, riskeert dat de rookgassen te snel afkoelen. Advies: gebruik enkelwandige kachelpijp binnenshuis, en schakel daarna over op dubbelwandig geïsoleerd RVS zodra het kanaal door een constructie gaat.
2. Een andere fout is dat het rookkanaal te dicht bij houten balken, plafonds of isolatiematerialen wordt geplaatst. Volgens de NEN 2757-norm moet een dubbelwandig rookkanaal minstens 5 cm afstand houden van brandbare materialen.
3. Bij de montage van rookkanalen worden buisdelen soms omgekeerd geplaatst. Advies: het smalle (mannelijke) deel van de buis moet altijd naar beneden wijzen waardoor er afwaterend word geïnstalleerd en niet met de rookrichting mee word opgebouwd.
4. Elke bocht in een rookkanaal vermindert de trek en verhoogt de kans op ophoping van roet of vocht. Richtlijn: gebruik maximaal vier bochten van 45° per installatie. Vermijd bovendien horizontale delen langer dan 50 centimeter. Plan het traject dus zo recht mogelijk.
5. Een rookkanaal dat niet stevig is bevestigd, kan door trillingen of wind gaan bewegen. Een goed geïnstalleerd rookkanaal blijft alleen veilig als het ook goed wordt onderhouden. Laat het kanaal minimaal één keer per jaar reinigen en inspecteren door een erkende vakman.
Nen- en Bbl-regels: waar dingen vastliggen
In het Bbl staan onder meer technische regels voor het (ver)bouwen en gebruiken van een woning. In paragraaf 4.3.8 staan eisen voor de afvoer van rookgas en de toevoer van verbrandingslucht. Een bouwwerk met een (hout)kachel of open haard moet de juiste voorzieningen hebben, zodat de kwaliteit van de binnenlucht niet nadelig is voor de gezondheid (artikel 4.134). Dit volgt uit artikel 4.138, lid 3 en 4 van het Bbl en artikel 5.16 Bbl. Voor een houtkachel, pelletkachel of open haard is een gevelafvoer dus niet toegestaan.
Artikel 4.138 lid 1 Bbl schrijft ook een minimale verdunningsfactor voor de rook van verbrandingstoestellen voor. Voor bestaande bouw geeft het Bbl minder specifieke voorwaarden aan de plaats van de rookgasafvoer. Artikel 3.76 Bbl verwijst naar NEN-norm 8757. Bij toepassing van de NEN-norm 2757-1 is de vereiste afvoerhoogte minimaal 0,5 meter boven nokhoogte, afhankelijk van de dakhelling en de plaats van de schoorsteen. Een toelichting daarop staat in het kennisdocument Gezondheids- en hindereffecten door houtkachels van particulieren van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (STAB), dat in 2024 geactualiseerd is.
Let op: voor een nieuwe schoorsteen op een (lage) aanbouw gelden aanvullende eisen, omdat de bestaande gevel als 'belemmering' geldt voor de stromingsrichting van de rookgassen. De schoorsteen moet dan hoog genoeg zijn om de rook te laten wegstromen. De benodigde hoogte hangt af van de precieze situatie, maar dat kan metershoog boven het dakvlak zijn.
In NEN2757 staat meer informatie (paragraaf 5.2.2). Een grove vuistregel is dat de pijp bijna moet reiken tot de nokhoogte van het dak van het aanliggende gebouw (de uitmonding mag in een hoek van 10 graden lager liggen). Een installateur moet deze regels toepassen.
Nieuwe normen en gemeentelijke kaders
Vanaf januari 2022 geldt Europees beleid over Ecodesign voor nieuwe kachels. Er mogen alleen toestellen op de markt komen die aan de typekeureisen voldoen. Een gemeente kan de installatie of aanwezigheid van houtkachels niet verbieden. Wel kan een gemeente regels stellen in het omgevingsplan om nadelige gevolgen van rookgassen te voorkomen of te beperken. Deze regels kunnen het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) aanvullen, vooral bij houtstook.
Sinds 1 januari 2024 vervangt de Omgevingswet het Bouwbesluit 2012. De technische regels voor rookkanalen staan nu in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Elk rookkanaal krijgt een classificatie, bijvoorbeeld T600 N1 D V2 L50060 G50. Alle rookkanalen van Kachelconcurrent zijn T600 gecertificeerd. Een rookkanaal voor een houtkachel of pelletkachel is in de meeste gevallen vergunningvrij. Een vergunning is wel nodig bij een monument, bij afwijking van het bestemmingsplan of wanneer een schuur of garage in gebruik wordt genomen als woning.
Sommige gemeentes vragen voor een rookkanaal langs de gevel een melding Bouw- en Woningtoezicht. De 1 meter afstand tot de perceelgrens is de wettelijke ondergrens. Daarnaast kan de gemeente handhaven op basis van het hinderartikel als buren aantoonbaar last hebben van rook.
Praktische installatie: stap-voor-stap aanpak
- Benodigde materialen en gereedschappen: rookkanalen (enkelwandig en dubbelwandig), hitteschild, dakdoorvoer met loodslab, regenkap, bochten en verbindingselementen, hittebestendige kit, boormachine en slijptol, meetlint en waterpas, ladder.
- Stap 1: Bepaal de juiste route van het rookkanaal. De route moet zo recht mogelijk zijn, met maximaal twee bochten van 45°. Het rookkanaal moet minstens 50 cm boven de nok uitsteken en minimaal 3 meter hoog zijn voor voldoende trek. Houd ruime afstand tot brandbare materialen.
- Stap 2: Installatie van het rookkanaal binnen. Sluit de houtkachel aan op een enkelwandige buis en zorg voor goede bevestiging. Enkelwandige buizen binnenshuis blijven, minimaal 30 cm van brandbare materialen verwijderd. Plaats hitteschild waar het door plafond gaat. Gebruik een stabiele ladder.
- Stap 3: Dakdoorvoer en installatie buiten. Wanneer door het dak, stap over op dubbelwandig, geïsoleerd staal. Waterdicht afwerken met een loodslab en bevestigen tegen wind. Regenkap en hittebestendige kit gebruiken voor luchtdicht afsluiten.
- Stap 4: Controle en eerste stookbeurt. Controleer lekkages en laat desgewenst een specialist langskomen. Gebruik droog hout en stook rustig op om de buizen in te branden. Controleer de rookafvoer.
Muurdoorvoer en diverse typen haarden
Een muurdoorvoer biedt een efficiënte oplossing voor het afvoeren van rookgassen bij gevelkachels, waarbij lucht van buiten wordt aangezogen en rookgassen naar buiten worden afgevoerd via een gecombineerde buis-in-buis. Voor verschillende typen haarden gelden specifieke eisen:
- Hout- en pelletkachels: dubbelwandige, geïsoleerde muurdoorvoer vereist.
- Gashaarden: gesloten systemen met buis-in-buis ventilatie.
- Elektrische haarden: geen rookgassen, muurdoorvoer meestal niet nodig.
- Bio-ethanolhaarden: weinig rook, maar goede ventilatie is essentieel.
Rookgasaansluitingen moeten voldoen aan Bouwbesluit en EN 1856-1. Er gelden minimale afstanden tot ramen, deuren en ventilatieopeningen om terugslag te voorkomen. Een muurdoorvoer moet in veel gevallen dubbelwandig en geïsoleerd zijn om warmteverlies en condensvorming te beperken. Een installatie door een specialist wordt sterk aanbevolen.

Schoorsteen van klasse A
Praktische tips en aanbevelingen
- Controleer of de vloer en onderliggende constructie geschikt zijn voor het gewicht van de kachel.
- Leg onder de kachel een haardplaat van steen, beton, metaal of glas ter bescherming tegen vonken.
- Zorg voor voldoende zuurstoftoevoer; sommige kachels hebben een buitenluchtaansluiting nodig in goed geïsoleerde woningen.
- Bevestig het rookkanaal met muurbeugels na elke 1,5 meter voor stabiliteit.
- Houd brandbare materialen uit de nabijheid van het rookkanaal; de minimale afstand hangt af van het type pijp en installatie.
Rookkanalen in Nederland moeten binnenshuis vanaf de eerste verdieping omkokerd worden met brandwerende platen of ommetseld met een gelijkwaardige constructie. Een muroverschrijdende doorvoer en juiste isolatie dragen bij aan veiligheid en efficiëntie. Een installateur kan helpen bij de exacte afmetingen en de juiste opbouw voor uw situatie.
tags: #plafond #aansluiting #houtkachel