De Rijksgebouwendienst ontwikkelde in het Wijnhavenkwartier in Den Haag nieuwe huisvesting voor de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Justitie en Veiligheid. Het complex is ontworpen door de Duitse architect prof. Hans Kollhoff en kenmerkt zich door een plint waaruit twee torens als hoogbouw oprijzen tot ongeveer 146 meter. In het kantoorgebouw zijn meerdere indelingen mogelijk, waardoor het flexibel is in te richten.
Het voormalige Departement van Justitie dateert uit 1883 en werd ontworpen door architect C. H. Peters. De 19de-eeuwse gevelarchitectuur verwijst naar de Hollandse Renaissance met kenmerkende bijzondere metselverbanden, natuurstenen lijstwerk en gebeeldhouwde ornamenten. De langgerekte vleugels zijn in carré-vorm aangelegd rond twee binnenhoven. Voor gasten werd vroeger een onderdoorrit gebruikt om af te zetten in één van die omsloten binnenplaatsen. Op de verdieping bevinden zich representatieve stijlkamers die onder andere door de Ministerraad en de Hoge Raad van Adel werden gebruikt. De gevelarchitectuur en de stijlkamers in het interieur zijn vrij gaaf bewaard gebleven en hebben een hoge monumentwaarde.
- Het behoud van monumentwaarde bepaalt het kader waarin renovatie en herontwerp plaatsvinden.
- Schade aan natuursteen en baksteen wordt integraal en duurzaam hersteld.
- Een substantieel onderdeel van de renovatie is de vervanging van sterk verouderde installaties voor veiligheid en comfort.
De ontwerpuitdaging bestond uit het onzichtbaar integreren van techniek zonder aantasting van monumentwaarde. Daartoe zijn onder andere loze ruimtes benut, zoals niet meer in gebruik zijnde schoorsteenkanalen en verdiepingshoge kasten. Het gebouw fungeert als kantoorgebouw van de fracties van de Tweede Kamer en het Programma van Eisen omvat functionele verbeteringen en voorzieningen voor integrale toegankelijkheid. Onze ontwerpvisie laat zich aflezen aan het samengaan van deze verbeteringen met het herstel van ruimtelijke kwaliteit. Nieuwe toevoegingen manifesteren zich niet nadrukkelijk als een nieuwe tijdslaag; zowel qua vormgeving als materiaalkeuze en kleurenpalet is afgestemd op de waardevolle historische context.

Op de derde verdieping, oorspronkelijk een open zolderruimte, ontbreekt de waardevolle context van stijlkamers en is de nieuwe tijdslaag modern vormgegeven. De onbeschilderde houten spantbenen van de kapconstructie zijn in het zicht gehouden, waardoor in de gangen de zolderruimte als zodanig voelbaar blijft. Het interieurbeeld wordt nu bepaald door kleuren zoals oker, roodpaars en felblauw. Uit kleuronderzoek blijkt dat dit palette van recente datum is en dat onder de verf een verfijnd oorspronkelijk kleurenpalet bewaard is gebleven. Profileringen van kolommen en ribben van gewelven hadden oorspronkelijk eigen kleuren, waardoor de architectuur met zijn vele details werd versterkt.

Het kleuronderzoek is uitgevoerd door Judith Bohan, kleurhistoricus en specialist in historisch behang. Op basis daarvan zijn visualisaties gemaakt van de historische situatie waarin natuurstenen kolommen onbeschilderd waren en profileringen waren voorzien van geschilderde kleuren. Op de wanden zijn in de 19de eeuw rode schijnvoegen geschilderd om een opbouw in grote natuursteenblokken te suggereren. Deze visualisaties zijn door de Tweede Kamer met enthousiasme ontvangen.
Het architectenteam voor de renovatie van de Tweede Kamer bestaat uit De Architekten Cie., die ontwerpt aan het eerder door Pi de Bruijn ontworpen nieuwbouwdeel van de Tweede Kamer (gebouw N) en aan een nieuwe publieksentree aan de Hofplaats. Samen met BERNS Architectuur is De Cie ook verantwoordelijk voor de renovatie van het voormalig Hotel Central (gebouw H). WDJArchitecten ontwerpt aan het voormalig Ministerie van Koloniën met uitbreiding (gebouwen K en C). BiermanHenket ontwerpt aan het Nieuw Stadhouderlijk Kwartier met de Oude Zaal (gebouw A en B). Adviseur voor installaties en constructies is Arcadis; voor bouwfysica DGMR. Karres en Brands Landschapsarchitecten is betrokken bij buitenruimtes zoals lichthoven, binnentuinen en de nieuwe publieksentree. Het lichtontwerp is gemaakt door Beers Nielsen, en Levelacoustics adviseert voor akoestiek.

Na een internationale competitie in 2002 werd Kollhoff gegund. De torens vormen een onderdeel van een serie torens in Kollhoff’s oeuvre, met veel ervaring in hoogbouw als onderdeel van de Europese stad. Het ontwerp combineert een gesloten bouwblok met hoogbouw; een doorslaggevende propositie was het idee om het gebouw te parcelleren zodat het onderdeel kon worden van de historische stad. In de sokkel van het gebouw werd ruimte gemaakt voor commerciële ruimtes die onafhankelijk van het ministerie kunnen functioneren. De tuin vormt de entree via een Cour d’Honneur en de torens openen zich naar de Turfmarkt. De 150 meter hoge torens presenteren zich met dragende pilastergevels van baksteen (Binnenlandse Zaken) en wit graniet (Justitie). Via de tuin betreedt men het vier verdiepingen hoge publieke atrium. Vanuit hier is er lifttoegang tot de twee kantoortorens die met constructieve kernen ontsloten zijn en rondom alle gevels flexibel indeelbare kantoor- en overlegruimtes bieden. In de plintbebouwing zijn gezamenlijke functies ondergebracht zoals restaurant, vergaderzalen, bestuurslaag, het nationale crisescentrum en een daktuin.

Het trappenhuis van het voormalige ministerie van Justitie toont een indrukwekkend kleur- en materiaalspel: felblauwe gewelven, okergele ribben en een rode bies. Achter de huidige verflaag schuilen nog andere kleuren. Drie experts hebben gezorgd voor reconstructie en herinterpretatie van deze verflagen: Judith Bohan, Carien van Hoogevest en Jojanneke Post. Zij beschrijven hoe het oorspronkelijke blauwe gewelf in werkelijkheid okergeel was, met turquoise motiefjes, groene krullen en rode bloemen. Boven ramen bevinden zich cartouches met de waarden ‘kracht’ en ‘geloof’. De kunstenaars tonen hiermee een eenheid tussen interior decoration en buitenbeeld van Peters. Een deelreconstructie brengt deze oorspronkelijke uitmonstering terug in beeld.

In 2014 werd bekendgemaakt dat de transformatie van de voormalige Justitie- en Binnenlandse Zakengebouwen in Den Haag begon met de eerste fase van de herontwikkeling: 170 appartementen, circa 1000 m2 commerciële ruimte, 13.000 m2 voor de Faculteit Campus Den Haag en 224 parkeerplaatsen. Medio 2016 zou de eerste fase afgerond zijn. Het programma en de betrokken partijen omvatten Geurst & Schulze als architect voor het nieuwe deel van de Tweede Kamer en de publieksentree; Heijmans als uitvoerend bouwbedrijf en beheerder van de tijdelijke situatie. Het oorspronkelijke ministeriegebouw van Financiën dateert uit de jaren zeventig; de ontwerpgeschiedenis startte in 1945 onder Jo Vegter en Mart Bolten, en het gebouw werd aan het Plein in Den Haag nabij het Huygenshuis gebouwd in neorenaissancestijl.

Geschiedenis van de locatie: op de plek stond tot voorjaar 1945 het Paleis van Justitie, het vroegere 19de-eeuwse paleis van prins Frederik. Bij het bombardement op het Bezuidenhout werd dit gebouw verwoest. Na de oorlog werden plannen gemaakt om het Paleis van Justitie te herbouwen; uiteindelijk werd gekozen voor de renovatie van het Departement van Justitie in de neorenaissancestijl zoals ontworpen door Cornelis Peters. Peters ontwierp vier vleugels rondom binnenplaatsen met beeldhouwwerk van onder meer Bart van Hove en Emil Bourgonjon. Het Departement van Justitie wordt tegenwoordig als onderdeel van het gebouwencomplex van de Tweede Kamer gebruikt en herinnert aan een rijke ontwerpproef in de Haagse geschiedenis.

Informatie over de bouwgeschiedenis van het Plein en de renovatiegeschiedenis van het complex biedt een beeld van de veranderende functie en architectuur door de jaren heen. De renovatie van het gebouw is een samenspel van monumentenzorg, technologische vernieuwing en stedelijke herontwikkeling die Den Haag als historische en hedendaagse stad versterken.
tags: #plafond #voormalige #ministerie #van #justitie