Het Binnenhof moet flink op de schop. De lange lijst met gebreken werd in 2015 door een commissie onder leiding van oud-minister Liesbeth Spies vastgesteld: technische installaties zijn sterk verouderd en de brandveiligheid is onvoldoende. Bij een eventuele brand zouden de monumentale gebouwen onherstelbaar beschadigd raken. De renovatie begon in 2021 en zou oorspronkelijk in 2026 afgerond zijn. Door vertraging bleek eind 2028 de realistische oplevering het beginpunt, met een laatste raming die de renovatie tot 2031 moest rekken. Tijdens deze periode verkeert de Tweede Kamer in het voormalige gebouw van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Bezuidenhoutseweg 67, terwijl de Eerste Kamer vergadert aan het Lange Voorhout 34-36/Kazernestraat in het voormalige gebouw van de Hoge Raad.
Het ministerie van Algemene Zaken is tijdelijk verhuisd naar hetzelfde terrein waar ook de ministeries van Economische Zaken en Klimaat, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur zich verhuren (Bezuidenhoutseweg 73), maar voorlopig zit het ministerie nog op het Binnenhof. Voor het hele traject trok verantwoordelijk minister Stef Blok aanvankelijk 475 miljoen euro uit; de totale kosten van het project liepen echter op tot een geschatte 2,7 miljard euro in 2025. De renovatie is onderverdeeld in meerdere onderdelen: de renovatie van de Tweede Kamer en de Raad van State, de herinrichting van de Eerste Kamer en de publieke entree, en de maatregelen rondom de Grafelijke Zalen (Ridderzaal) en de Algemene Zaken.
Het renovatieplan en de achtergronden
In juli 2015 stelde Liesbeth Spies twee mogelijke opties voor voor de verbouwing. Technisch onuitvoerbaar, te duur of te ingrijpend voor bewoners en monumentaal erfgoed bleken achteraf de obstakels voor alternatieven. Uiteindelijk stemde de Tweede Kamer in voor het ontruimen van het Binnenhof voor 5,5 jaar, met een totale kost van circa 475 miljoen euro-een oplossing die goedkoper uitviel dan een gefaseerde aanpak en bovendien minder overlast zou geven. Inmiddels zijn de kosten opgelopen tot bijna 750 miljoen euro (0,75 miljard).
Zes architectenbureaus werken aan de renovatie, met elk een eigen deel van het complex onder hun hoede. De renovatie richt zich op logistische en functionele gebreken op het gebied van brandveiligheid en veroudering, terwijl tegelijk de bezoekersstromen en de levendigheid van het Binnenhof beter moeten worden afgestemd en vergroot. In november 2016 werd besloten dat de Tweede Kamer wél verhuist naar het voormalige ministerie van Buitenlandse Zaken, maar de Eerste Kamer niet. De Eerste Kamer gaat naar het oude gebouw van de Hoge Raad, samen met een deel van de Raad van State, terwijl het Catshuis-terrein als tijdelijk onderkomen voor het ministerie van Algemene Zaken werd overwogen, maar dit plan sneuvelde na protesten uit de omgeving en de Haagse gemeenteraad.
Verhuizing, debatten en parlementaire steun
Na een verhitte discussie keurde de Tweede Kamer op 28 januari 2021 een motie goed die de regering oproept om in het zomerreces van 2021 te verhuizen. De verhuizing van de Tweede Kamer werd in augustus afgerond en de eerste vergadering op de tijdelijke locatie op 7 september 2021 gehouden. In de debatten (2016-2021) kwam naar voren dat de planning steeds complexer werd door de omvang van het project en de noodzaak om openbaarmaking van bepaalde onderdelen te wegen tegen veiligheid en bescherming van de integriteit van het proces. Ankie Broekers-Knol, voorzitter van de Eerste Kamer, uitte scherpe kritiek op de renovatie en verhuizing, met bezwaren tegen het verdwijnen uit de historische werkplek. Anderen wezen erop dat sinds 1200 jaar bouwwerkzaamheden hebben plaatsgevonden en de business gewoon door ging, waardoor men vraagtekens zette bij de noodzaak van grootschalige verandering.
In 2020 ontstond meer commotie over de renovatie toen bleek dat de voorgestelde tijdelijke huisvesting niet volstond aan corona-eisen. Een rapport gaf aanbevelingen voor een betere planning, wat leidde tot uitstel tot 2021. In 2021 bleek de totale kostenraming aanzienlijk hoger uit te vallen dan vooraf gedacht: circa 718 miljoen euro, meer dan de helft hoger dan het oorspronkelijke bedrag. In 2023 werd duidelijk dat de renovatie nog verder opgerekt kon worden door extra veiligheids- en stikstofgerelateerde eisen, waardoor de integraliteit en snelheid van het project onder druk bleven staan.
Praktische verschuivingen en bouwlogistiek
Het Binnenhofcomplex omvat meer dan 4000 kamers, zalen, gangen en kelders, waarvan een groot deel monumentaal is. De renovatie vereist specialistisch vakmanschap en samenwerking tussen meerdere aannemers en architectenbureaus. Drie grote TBI-ondernemingen (J.P. van Eesteren, Croonwolter & Dros, Nico de Bont) werken aan de grootste onderdelen van de Tweede Kamer, terwijl andere partijen de installaties en restauratiewerkzaamheden voor hun rekening nemen. Een extra bouwgebied op de Hofvijver is ingericht om de voortgang te versnellen, aangezien de complexiteit groter bleek dan oorspronkelijk gedacht met 20 monumenten en 65 gebouwen die aangepakt moeten worden.
Het project is ontworpen om de veiligheid en de leefbaarheid voor gebruikers en bezoekers te verbeteren, inclusief een nieuwe centrale publieksentree voor de Tweede Kamer en aanpassing van plenaire ruimten. De renovatieplannen houden rekening met lopende archeologische vondsten, funderingsherstel en verontreinigde grond, wat extra risico's en tijdsavonden oplevert. In 2023 werd een bezoekerscentrum geopend op Plaats 22 en een digitaal meldpunt voor omwonenden en bezoekers ingericht om de communicatie en tevredenheid te verhogen.
Kosten, planning en toekomstige oplevering
De financiële prognoses evolueren continu door stijgende bouw- en lonenprijzen, waardoor de totaalkosten naar circa 2,7 miljard euro kunnen oplopen (prijspeil 1 januari 2026). De oorspronkelijke oplevering eind 2026 werd bijgesteld naar eind 2028, met een huidige verwachting dat de voltooiing in de zomer van 2031 ligt. De Grafelijke Zalen, waaronder de Ridderzaal, bleven lange tijd buiten het project maar zijn nu onderwerp van afzonderlijke beraadslagingen over vergunningsprocedures en mogelijkheden om tijd en geld te besparen door eerdergaande voorbereidingen. De minister van Volkshuisvesting merkte op dat de renovatie een “gigantisch ingewikkelde operatie” is, gebaseerd op een gebied van ruim 90.000 m² met duizenden ruimtes en complexe bouwstijlen uit verschillende tijdperken. De kosten van arbeid dragen circa 70% bij aan de totale uitgaven, en recentelijk stegen de loonkosten in de bouwsector met meer dan 10%.
Huidige stand van zaken en toekomstperspectief
Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) blijft betrokken bij de renovatie, met voortdurende afstemming tussen aannemers, architecten en de gemeente Den Haag om de omgeving zo min mogelijk te belasten en tegelijkertijd de renovatie te benutten voor verbetering van de binnenstad. Het project is verdeeld in drie bouwdelen met elk een eigen ontwerpteam. De doelstelling is om uiteindelijk een veilig, toegankelijk en functioneel Binnenhof te realiseren, waarbij de monumentale waarden behouden blijven en het complexe gebouwde erfgoed voor de komende generaties behouden blijft.

Informatiecentrum Binnenhof Renovatie - Beleef het Binnenhof als nooit tevoren
Belang en maatschappelijke impact
Het Binnenhof is niet alleen een symbolisch hart van Den Haag maar ook een belangrijke ontmoetingsplek voor bewoners en bezoekers. De renovatie heeft directe gevolgen voor de omgeving en de binnenstad, maar biedt tegelijk kansen om de infrastructuur te moderniseren en de toegankelijkheid te verbeteren. De gemeente Den Haag en het Rijksvastgoedbedrijf zetten in op een balans tussen ambitieuze restauratie en zo min mogelijk overlast, met een focus op participatie van inwoners, ondernemers en instellingen via overleg en bezoekersvoorzieningen zoals het digitale meldpunt en een tijdelijk bezoekerscentrum.
Het project vereist voortdurende afstemming tussen de verschillende partijen en een heldere communicatie over ontwerpbeslissingen, kosten en tijdlijnen. De oprichting van nieuwe publieksentrees en kleine aanpassingen in de plenaire zalen dragen bij aan een betere functionele indeling zonder de historische essentie uit het oog te verliezen. De renovatie biedt zo de mogelijkheid om monumentale ruimtes opnieuw te positioneren voor toekomstig gebruik en om de organisatie van de Kamer en Raad van State beter af te stemmen op de hedendaagse eisen van democratische besluitvorming.