De benamingen in een andere vorm of "om met een timmerman te kunnen praten tijdens de verbouwing heb ik ze maar uit mijn hoofd geleerd", aldus de heer Zeldenrijk:1. gebintstijl of gebintestijl(22x22 cm)2. ankerbalk (30x25 cm)3. schoor of korbeel (18x18cm)4. sliet of tasligger (rondhout)5. gebintplaat of gebinteplaat (22x18cm)6. spoor (gewaterd rondhout 15cm)7. onderspoor of oplanger (idem)8. hanenbalk of sporenhout9. Uit S.P. Botman Constructieleer voor de timmerman 1953, met dank aan Piet Hoekman, met o.m. termen: hangstijl, hangstijltje, leugenbalk, leugenbalkje, gebintbalk, korbeel, gebintstijl. Eng. kapconstructie is roof structure, roofing framework, roof construction, roofing
Het platte dak was anno 1940 niet nieuw. Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw werden zink en lood toegepast op flauw hellende dakvlakken, bijvoorbeeld van de vele mansardedaken uit die periode. Voor volledig platte daken, met een gering afschot, was de ontwikkeling van bitumineuze dakbedekking zoals asfaltpapier en mastiek essentieel. De toepassing daarvan begon in Nederland rond 1890 en nam snel toe. Het zink en lood werden er vrijwel geheel door verdrongen. De keuze voor een dakbedekkingsmateriaal hangt nauw samen met de dakvorm, de hellingshoek en de drager. Nieuwe materialen maakten andere onderliggende constructies mogelijk en vice versa. De opbouw van constructies en dakbedekkingen werd in de tweede helft van de twintigste eeuw gevarieerder en complexer.
Historische ontwikkelingen en materialen
We zien wisselende combinaties van constructie, isolatielagen, bevestigingselementen, dampremmende lagen, ventilatielagen en afsluitende waterkerende lagen, soms nog met ballast of beloopbare materialen belegd. Het metaal zink is goed te verwerken en in hoge mate bestand tegen corrosie. Gewalst zink, ook wel bladzink genoemd, werd vanaf 1810 geproduceerd in België (Luik) en vanaf 1892 in Nederland door de Kempensche Zinkmaatschappij (KZM) in Budel, thans NedZink. In de jaren vijftig en zestig veranderde het productieproces: men ging over van thermisch naar elektrolytisch gewonnen zink, dat een veel hogere zuiverheidsgraad heeft. Tegelijkertijd werd de overstap gemaakt van pakketwalsen naar bandwalsen, waardoor bladzink niet alleen in plaatvorm maar ook op rollen kon worden geleverd. Het materiaal werd verder verbeterd door een legering met titaan. Vanaf 1965 werd alleen nog dit bandgewalste titaanzink gemaakt en vanaf 1973 was het pakketgewalste zink in Nederland niet meer verkrijgbaar. Nieuwe daken en renovaties van oudere daken, zoals van de koepel van het Scheveningse Kurhaus eind jaren zeventig, werden alleen nog in titaanzink uitgevoerd.
Voor het bekleden van daken met zinken stroken was sinds het begin van de negentiende eeuw het roevendak gebruikelijk. Daarbij worden ongeveer om de meter tussen de stroken met een verticale opstand trapeziumvormige houten roeflatten bevestigd, vastgehouden door een klang en afgedekt met een zinken roefkap. In de jaren zestig werd in Duitsland en Frankrijk het felsdak geïntroduceerd. Hierbij worden de zinken banen bevestigd aan klangen en de opstaande randen over elkaar gevouwen, wat een scherpere belijning oplevert.
Teer is een restproduct van de verhitting van hout of steenkool waarbij gas vrijkomt. Van het residu van de gedestilleerde teeroliën (pek) werden teermastiek en daklak gemaakt. Teermastiek was alleen geschikt voor toepassing op platte daken. Daklak was een mengsel van teerasfalt en zware aardoliën met een hoog smeltpunt, waardoor het minder gevoelig was voor druppen door warmte en beter kon worden aangebracht op licht hellende daken. Vanaf het midden van de jaren zeventig nam het gebruik van teerhoudende bitumen af vanwege de schadelijke gezondheidseffecten van de verwerking ervan. Vanaf 1983 is toepassing van teerhoudende dakbedekking geheel verboden. Asfaltbitumen komen in natuurlijke vorm voor in asfaltmeren, vooral in Zuid-Amerika, maar worden sinds de late negentiende eeuw voornamelijk verkregen uit ruwe aardolie. Dat gebeurt door destillatie van het residu nadat alle andere vluchtige stoffen zijn gewonnen (straightrun).
Constructieën en dakelementen
Bitumen kunnen in vloeibare vorm op het dak worden gesmeerd, of aan een drager (ook wel inlage genoemd) worden gehecht. In de periode 1940-1990 waren achtereenvolgens vilt, glasvlies en kunststof standaard dragers. Bitumineuze dakbedekkingsmaterialen kunnen worden toegepast op vrijwel alle dakvormen en -hellingen tot circa 55 °C, ze zijn goedkoop en licht van gewicht. Daartegenover staan belangrijke nadelen: hun brandbaarheid is relatief groot en hun thermische isolatie en levensduur gering. Bovendien werden ze niet fraai gevonden, reden waarom men ze vooral toepaste op platte daken. Een met fijn grind of natuursteenslag ingewalste bovenste laag (gemineraliseerd bitumen) moest ze een aantrekkelijker aanzien geven en daarmee ook passend maken voor hellende, meer zichtbare daken.
Daarna ontstonden verschillende dakelementen en dakbeschotplaatconstructies. In de zeventiger jaren werd het traditionele dakbeschot van geschaafde en geploegde houten delen verdrongen door dakelementen. In de vroege jaren zestig konden de producten worden onderscheiden in vezelplaten, vezelcementplaten en gewapende lichtbetonplaten. Durisol-Mevrietplaten bestaan uit geïmpregneerde, met cement gebonden houtspanen. De firma Eternit uit Goor leverde asbestcement dakplaten, zoals de grote, dunne en lichte Romana en Gallia panelen. Vezelcementleien worden ook wel kunstleien genoemd en bestaan uit een mengsel van portlandcement, water en minerale vezels voor de wapening.
Shingles zijn gemaakt van gebitumeerd vilt of glasvlies en kwamen al in 1912 vanuit de Verenigde Staten op de Nederlandse markt. In Nederland werden ze onder meer geproduceerd door Key & Kramer Asphalt Ruberoid. Glasvlies werd in de vroege jaren zestig geïntroduceerd, maar tot in de jaren tachtig bleef een drager van ruwvilt nog gebruikelijk. Betonpannen verschenen eind jaren zestig (RBB, Redland-Braas-Bredero); ze zijn sneller te leggen en door door-en-door gekleurd. De lage kostprijs en snelle verwerking maakten betonpannen populair; tegen 1990 waren ze vaker toegepast dan keramische pannen. Het ruwe, bezande oppervlak maakt betonpannen gevoelig voor mos en algen, wat met een acrylaatcoating kan worden verminderd.
In utiliteitsbouw waren dakplaten van lichtbeton gebruikelijker vanwege hun grootte en aansluiting op draagconstructies. Twee belangrijke soorten lichtbeton zijn bimsbeton en gasbeton (cellengasbeton). Gasbeton werd in Nederland geproduceerd vanaf 1953 door Durox in Vuren. Sandwichpanelen verschenen vanaf midden jaren zestig; een vroege voorbeeld is Dufaylite RA-dakplaat (1955) met een kraftpapierkern in honingraatstructuur.
Nok, hoekkeper en ventilatie
De nok en nokvorsten vormen de kroon van het pannendak. De nokvorsten zijn halfrond of traditioneel driehoekig en zorgen voor water- en winddichte afsluiting bovenop de noklijn. Twee soorten nokken zijn gebruikelijk: gesloten nok en ventilerende nok. Een ventilerende nok laat lucht onder de nok stromen en voorkomt vochtproblemen en houtrot.
De bevestiging van nokvorsten gebeurt vaak met mortel of droog systeem (nokvorstklemmen). Nokvorsten hebben doorgaans een levensduur van 30 tot 50 jaar. Bij het plaatsen of vervangen van nokvorsten moet men allereerst de ondergrond controleren en olde nokvorsten verwijderen. Een goede aansluiting vereist een rechte uitlijning aan weerszijden van de nok. Bij moderne geïsoleerde kappen met goed sluitende pannen dient de nok geventileerd te worden; dit kan bij in de specie gezette nokken alleen via een ventilatielijn of ventilerende vorsten. De halfronde vorsten werden oorspronkelijk in kalkspecie gelegd; tegenwoordig worden vaak flexibele oplossingen toegepast die minder gevoelig zijn voor scheuren.
Bij lekkage of condens loopt het lekwater langs de tengel naar beneden. Een goede afdichting van hoekkeper en dakranden is cruciaal om tocht- en waterinfiltratie te voorkomen. Voor dakdoorbrekingen zoals dakkapellen en kozijnen zijn aanvullende waterkerende voorzieningen vereist. Voor het veilig plaatsen van nokvorsten is vaak een ruiter nodig bij de overgang naar het nokvlak of hoekkeperbalken. Dakdekkers leveren regelmatig aanvullende ventilerende of tochtbrekende elementen, zoals speciale dakpannen, ventilerende folies en Kombi dakvoeten van fabrikanten als Nedsale (zie afbeelding).

Praktische aandachtspunten en kosten
Het inzetten van een vakbekwame dakdekker is doorgaans aan te raden vanwege hoogte, veiligheid en specialistisch werk. De kosten per meter voor nokvorst vastzetten met mortel liggen doorgaans tussen de 25 en 40 euro; vervangen met droog systeem tussen de 35 en 55 euro per meter. Een volledige dakrenovatie inclusief dakelementen en dakbedekking kan aanzienlijk in prijs lopen, afhankelijk van materialen en afwerking. Een snelle reactie bij lekkages is mogelijk via gespecialiseerde bedrijven die ervaring hebben met dak- en nokwerk.
Bij het onderhoud van nokvorsten geldt: controleer op scheuren, verschuivingen of losse onderdelen en vervang tijdig om onverwachte lekkages te voorkomen. Een goed geplaatste nokvorst beschermt tegen wind en verlengt de levensduur van het dak. Nokvorsten zijn verkrijgbaar in keramiek en beton; keramische varianten zijn duurzamer en behouden beter hun kleur, betonpannen zijn meestal voordeliger en geschikt bij renovatie. Voldoet de nokvorst niet meer aan de eisen, dan is vervanging vaak de beste oplossing.
Monier Universele Ruiterrol Optivent (nok) - Nok en hoekkeper
Belangrijke samenvatting stap-voor-stap
- Voorbereiding en inspectie van de huidige toestand van nok en dak Bescherming en veiligheid is cruciaal.
- Verwijdering van oude nokvorsten en schoonmaken van de noklijn.
- Keuze bevestigingsmethode: mortel of droog systeem (nokvorstklemmen).
- Plaatsen van de nokvorsten met correcte uitlijning en afdichting.
- Afwerking en uitharding: mortel laten uitharden, of controleren van droog systeem.
De nokvorst is een belangrijk onderdeel van uw dak. Deze halfronde of driehoekige dakpannen zorgen voor een waterdichte afsluiting bovenop de nok, waar beide dakvlakken samenkomen. Een goed geplaatste nokvorst voorkomt lekkages, beschermt tegen wind en verlengt de levensduur van uw dak.
Praktische checklist en offerte
- Inspecteer huidige nokvorsten en dakpannen; vervang waar nodig.
- Kies tussen mortel of droog systeem voor bevestiging.
- Controleer uitlijning aan weerszijden van de nok.
- Vraag offertes op bij meerdere dakdekkers en vergelijk voorstellen.