In het artikel van februari 2017 in Aannemer werd het gebruik van glijfolies in gevelmetselwerk uitgebreid behandeld.
Een vaak bekender gebruik van (glij)folies en oplegvoorzieningen in metselwerk zit echter in dragende en niet-dragende binnenwanden.
Over het algemeen wordt in de praktijk niet altijd gebruik gemaakt van een oplegmateriaal voor opleggingen van vloeren, lateien en overige constructieve onderdelen in of op metselwerk.
Metselwerk binnenwanden worden gemaakt van diverse materialen, zoals bijvoorbeeld kalkzandsteen, betonstenen, keramische blokken en cellenbeton.
Vooral de eerste drie worden veelvuldig als dragende wanden toegepast in projecten, waarbij betonvloeren er regelmatig koud opgelegd worden.
Maar ook betonnen of stalen lateien en stalen balken worden er koud in opgenomen, hetgeen vaak resulteert in scheurvorming ter plaatse van de opleggingen.
De materialen die bij elkaar gebracht worden ter plaatse van de oplegging moeten vanaf het moment van verwerking nog een deel van hun krimp krijgen, kunnen nog vervormen of kennen een verschillende uitzettingscoëfficiënt.
Dit fenomeen is bekend en zodoende wordt er ook in de norm- en regelgeving aandacht aan besteed.
In de NEN-EN 1996-2 ‘Ontwerp, materiaalkeuze en uitvoering van constructies van metselwerk’ wordt in artikel 2.3.4.1 ‘Dilatatievoegen, algemeen’ het volgende vermelde onder punt 6: “Glijvlakken behoren te zijn ontworpen om het onderling verschuiven van onderdelen toe te laten en om de trek- en schuifspanningen in de aangrenzende elementen te verminderen.”
Hoe deze glijvlakken uitgevoerd moeten worden of waar deze exact aangebracht moeten worden in wanden wordt echter niet specifiek vermeld.
In de verwerkingsvoorschriften van bijvoorbeeld kalkzandsteen en betonsteen wordt vaak verwezen naar een glijdende oplegging of een oplegrubber of -vilt.
Deze verwijzing is voornamelijk gebaseerd op de in CUR-aanbevelingen opgenomen richtlijnen.
Bijvoorbeeld in CUR-aanbeveling 71 is in artikel 6.2 ‘Lateien, algemene constructieve aandachtspunten’ onder punt a ‘zelfdragende latei’ het volgende opgenomen: “Als boven de dag van de opening dilatatievoegen worden aangebracht, moet de latei aan de einden vrij worden gehouden en glijdend worden opgelegd”.
In CUR-aanbeveling 82 wordt onder artikel 7.2.2 ‘Uitvoering en detaillering van dragende wanden, latei opleggingen’: “Bij openingen in dragende wanden van kalkzandsteen, moeten betonnen lateien in ieder geval aan één zijde op een glijfolie worden opgelegd.
Indien boven de latei metselwerk aanwezig is, moet in het metselwerk een dilatatie worden voorzien ter plaatse van het einde van de latei waar de folie is geplaatst.
Bij dragende wanden van betonsteen moet alleen een glijfolie onder een oplegging worden toegepast indien ter plaatse een dilatatie is voorzien.”
Ook in artikel 7.3.1 ‘Niet dragende binnenwanden, algemeen’ is nog een verwijzing opgenomen naar de wijze van oplegging van lateien in niet-dragende wanden op doorbuigende vloeren: “Bij niet-dragende wanden met openingen op doorbuigende vloeren kan verder als algemene vuistregel worden aangehouden dat de wand ten minste aan één zijde bij één van de openingen een bouwtechnische dilatatie moet worden toegepast.
De dilataties zijn het meest effectief als zij de muur in secties met globaal gelijke lengtes opdelen.
De dilatatievoeg moet worden aangebracht langs de kozijnopeningen of ter plaatse van de dichtbijgelegen stootvoeg in het metselwerk.
Bij lateien boven een opening moet de dilatatievoeg langs de einden van de lateien worden gesitueerd.
Gemetselde binnenwanden worden over het algemeen ook koud op betonvloeren geplaatst, tenminste zonder ontkoppelingen onder de eerste in de mortel geplaatste stenen of blokken.
In artikel 7.3.2 ‘Uitvoering en detaillering van niet-dragende binnenwanden’ van CUR-aanbeveling 82 is onder het kopje ‘oplegging’ het volgende opgenomen: “Binnenwanden op een doorbuigende vloer moeten niet-hechtend worden verbonden met de vloer, bijvoorbeeld door ze op een kunststoffolie of een kunststofprofiel te plaatsen.
Met deze maatregel worden onder andere horizontale scheuren in de onderste lagen voorkomen.
Deze maatregel is ook noodzakelijk als wanden door lintvoegwapening zelfdragend worden gemaakt.“
Veel van de scheurvorming die ontstaat in niet-dragende binnenwanden is het gevolg van het niet naleven van deze regelgeving.
De opleggingen van breedplaatvloeren op metselwerk gebeurt regelmatig ook nog zonder het aanbrengen van een oplegrubber of -vilt.
Het resultaat hiervan kan scheurvorming zijn ter plaatse van de bovenste lagen van de gemetselde dragende wand.
Deze scheuren zijn over het algemeen het gevolg van het krimpen van de betonvloer en in sommige gevallen van het doorbuigen van de betonnen vloer.
De toe te passen materialen voor dergelijke opleggingen en verbindingen dienen door een leverancier van deze betonnen vloerproducten nader uitgewerkt en bij voorkeur meegeleverd te worden.
In het geval van dragende binnenwanden dienen de opleggingen van bettonnen vloeren en staalconstructies door een constructeur bepaald en gedimensioneerd te worden.
Hiervoor dienen ook de geschikte oplegmaterialen voor toegepast te worden, die in ieder geval aantoonbaar aan de constructieve eisen voldoen.
Het kan zijn dat bij een oplegging van constructieve elementen op metselwerk wanden ook de overdracht van geluid beperkt moet worden.
In zo’n geval adviseren wij zeker om een specialist een dergelijke oplegging te laten uitwerken.
De opleggingen van lateien en betonvloeren betreffen over het algemeen redelijk lichte opleggingen en kunnen vaak uitgevoerd worden door het toepassen van glijfolie, glijstroken of oplegrubber.
Ook zwaardere opleggingen komen wel eens voor en dan verdient het aanbeveling om de toe te passen oplegmaterialen goed te laten uitwerken.
Naast het feit dat er geen normen zijn voor deze producten, is er ook nog geen algemeen gebruikte terminologie voor glijdende opleggingen.
Voor een goede krachtsoverdracht de vloeroplegging vlak uitvoeren.
Afhankelijk van de onvlakheid: ongeveer 10 mm dik.
Prefab-betonvloeren worden koud op kalkzandsteen gelegd, zonder vilt onder de vloeren.
Het gebruik van vilt kan vervormingsverschillen veroorzaken wat kan leiden tot spanningsverschillen in de wand en eventuele scheurvorming.
Bij in het werk gestorte vloeren mag het natte beton niet gaan hechten aan de kalkzandsteen.
Om dit te voorkomen kunt u een dunne kunststof folie op de wand leggen. Bijvoorbeeld DPC-folie.
Voor dakvloeren: gebruik altijd een folie.
Er zijn twee uitzonderingen. als de constructeur aangeeft dat er vanuit de vloer naar de wand meer dan de gebruikelijke dwarskracht moet worden overgedragen.
Steeds vaker wordt er een metalen randkist gebruikt bij in het werk gestorte vloeren.
Dat kan, maar dan moet wel aandacht besteed worden aan de oplegging van de schilvloer.
Er is geen volledig oplegging van de schilvloer.
Door de dikte van de randkist zal de vloer gedeeltelijk op de wand rusten.
Door de onvolledige oplegging zal de belasting ook meer excentrisch in de wand aangrijpen.
Het gevolg: er ontstaat een ander spanningsverloop in de wand dan waar de constructeur mee gerekend heeft.
Bij grote vloeroverspanningen (> 7 meter) kan het nodig zijn oplegmateriaal te gebruiken.
Prefab bouwen heeft grote voordelen. In bouwsnelheid, proces versimpeling en risico vermindering.
Ook kan er zo beter gebouwd worden op kleine bouwplaatsen.
Prefakz combineert de voordelen van kalkzandsteen met de kracht van prefab.
Een keuze voor prefab kalkzandsteen betekent dat de complete wanden of liftschachten fabrieksmatig worden geproduceerd en op de bouwplaats alleen nog gekoppeld hoeven te worden.
Prefab kalkzandsteenwanden biedt als prefab bouwsysteem onderscheidende voordelen in flexibiliteit in ontwerp en projectplanning.
Zeker als hierbij de extra voordelen van de gecombineerde plaatsing van de betonvloeren mee genomen wordt.
PREFAKZ produceert sinds 2019 fabrieksmatig prefab kalkzandsteen vanuit de fabriek op het Verolme terrein in Rotterdam.
Prefab betonvloeren legt u koud op.
Gebruik geen samendrukbaar oplegvilt, want hierdoor kunnen verticale vervormingsverschillen ontstaan.
Bij vloeroverspanningen groter dan 7 m kan een drukverdelend oplegmateriaal nodig zijn.
Dit moet de vloerenleverancier of constructeur dan uitdruktelijk voorschrijven.
Bij meerlaagse appartementenbouw (hoger dan 11 m) met massieve bouwmuren van 250 of 300 mm dik is bij gebruik van kanaalplaatvloeren een oplegrubber nodig.
Alle boven elkaar geplaatste wanden en vloeren en wanden met een stabiliserende functie stapelt u goed door.
Wij hebben de voordelen tussen de twee bouwelementen onder elkaar gezet.
Iedere dag verschijnt er wel een artikel over de snelheid waarmee onze vakmensen van de bouwplaats verdwijnen, met een personeelstekort tot gevolg.
Een goede reden om eens dieper in te gaan op bouw met prefab betontelementen ten opzichte van traditioneel bouwen met kalkzandsteen.
Hoewel het prefabriceren van bouwelementen al ouder is dan de weg naar Rome - zelfs de Romeinen gebruikten al mallen en “beton” om prefab elementen te produceren - blijkt het in de dagelijkse praktijk voor veel bouwbedrijven toch lastig om de stap van bouwen in kalkzandsteen naar bouwen in prefab beton elementen te zetten.
Minder last van weersomstandigheden: Met prefab beton elementen kun je vrijwel altijd bouwen; alleen bij onweer en harde wind of een storm kan men niet monteren.
Minder flexibiliteit in de uitvoeringsfase: Het verleggen van leidingwerk is minder makkelijk.
Meer flexibiliteit: Kalkzandsteen brengt in de bouwfase meer flexibiliteit met zich mee.
Langere doorlooptijd en arbeidsintensiever: Kalkzandsteen heeft een langere doorlooptijd.
Tijdens de bouwfase is men sterk afhankelijk van de weersomstandigheden.
Bij het vergelijken van het bouwen in kalkzandsteen met het bouwen in prefab betonelementen, hebben we vaak de neiging om in deze voor- en nadelen te denken.
Voor wie al jaren gewend is bij ieder project het traditionele bouwproces voor kalkzandsteen te doorlopen, kunnen deze veranderingen zeker als een bedreiging overkomen.
Het loont echter zeker om deze afweging per project te maken.
Bouwen in prefab betonelementen vraagt ons in een eerder stadium met andere partijen aan tafel te zitten, dan we doorgaans gewend zijn.
De rol van alle partijen verandert daarbij, namelijk van: ‘Ik lever alleen mijn producten’ naar: ‘Wat en hoe kan ik bijdragen aan het gehele bouwproces?’.
Een veelgenoemd argument tegen de overstap naar prefab betonelementen is het verlies van flexibiliteit.
Nieuwsgierig geworden na het lezen van deze blog? Mooi! Wij adviseren u graag over de mogelijkheden in uw project.
Olbecon Betonconstructies B.V. is dé specialist op het gebied van betonnen trappen en bordessen.
Bent u voor uw bouwproject op zoek naar een betrouwbare leverancier voor prefab trappen en bordessen? Zoek dan niet verder; Olbecon Betonconstructies B.V. is dé specialist op het gebied van betonnen trappen en bordessen.
Bij ons bent u altijd verzekerd van een uitstekende service, gedurende elke fase van het project!
Wat zijn de voordelen van prefab trappen en bordessen?
Het gebruik van betonnen prefab trappen en bordessen biedt u meerdere voordelen.
Om te beginnen heeft men, zoals bij alle prefab betonelementen het geval is, een optimale controle over het productieproces.
Met andere woorden: we kunnen het beton onder de meest optimale omstandigheden storten en laten uitharden.
Dit zorgt ervoor dat de kwaliteit van de betonnen trappen veel consistenter is dan wanneer het op de bouwplaats zelf gestort zou worden.
Een ander voordeel van het gebruik van prefab trappen is dat de geluidsoverlast op de bouwlocatie aanzienlijk gereduceerd wordt.
Onze prefab trappen en bordessen kunnen geleverd worden tot een gewicht van maximaal 17.000 kg en standaard uitgevoerd in C35/45, met opties naar hogere kwaliteiten.
Wij kunnen ook door de klant aangeleverde inbouwdelen instorten.
De meeste trappen worden negatief gestort, dat wil zeggen dat de treden de kist zijde zijn en de onderzijde de afgestreken zijde.
Ja, ik heb interesse in prefab trappen en bordessen!
Kiest u voor prefab trappen en bordessen van Olbecon Betonconstructies B.V., dan profiteert u van de beste prijs/kwaliteit verhouding!
Bovendien gaan we verder dan alleen het produceren van uw prefab kolommen; we kunnen ook het tekenwerk, de logistiek en de montage uit handen nemen.
Ook als u nog niet alle knopen van uw bouwproject hebt doorgehakt en behoefte heeft aan een onafhankelijk advies, dan zijn wij u graag van dienst.

Concrete International levert prefab betonnen elementen bij Van Rijbroek Staalbouw
- Voordelen van prefab bouwen: bouwsnelheid, minder weersinvloeden, minder risico's op de bouwplaats.
- Nadelen en overwegingen: minder flexibiliteit in uitvoering, afstemming met leveranciers en constructeurs vereist.
- Specifieke toepassing: kalkzandsteenwanden combineren met prefab betonvloeren voor optimale projectplanning.
| Onderwerp | Belangrijke punten |
|---|---|
| Dilatatievoegen | glijvlakken toelaten verschuiving en verminderen trek-/schuifspanningen |
| Opleggingen | glijfolie, oplegrubber, vilt; bij grotere overspanningen voorschriften vloerenleverancier/constructeur |
| Materiaalkeuze | kalkzandsteen, betonsteen, keramische blokken; krimp- en uitzettingsverschillen |
tags: #prefab #bordes #kalkzandsteen #glijfolie