Wilt u meer weten over dierproeven? Bijvoorbeeld hoeveel instellingen dierproeven uitvoeren? En waar u de regels kan vinden waaraan deze instellingen moeten voldoen? Op deze pagina leest u meer informatie.
Dierproef: wat is het eigenlijk?
Wat is een dierproef? In artikel 1.1.a van de Wet op de dierproeven (Wod) staat beschreven wat een dierproef is. Dierproeven worden bijvoorbeeld gedaan om te testen of nieuwe medicijnen, behandelmethoden en voedingsmiddelen veilig zijn. Zoals muizen, ratten, konijnen, kippen, varkens en vissen. Soms doen onderzoekers ook dierproeven op niet-menselijke primaten. Hierover staan in de Wod aanvullende regels. Ook worden soms dierproeven uitgevoerd met levende koppotige dieren. Dat zijn bijvoorbeeld inktvissen of octopussen.
Welke instellingen voeren dierproeven uit?
Nederland telt ongeveer 75 bedrijven en instellingen met een vergunning om dierproeven te doen of proefdieren te fokken. Lees meer informatie over de eisen voor dierproeven of proefdieren fokken.
Waar staan de regels over dierproeven?
De regels om proefdieren in Europa te beschermen staan in de Europese richtlijn voor dierproeven. De Nederlandse wetten en regels zijn hierop gebaseerd.
Melding doen over een instelling
Ik wil een melding doen over het omgaan met proefdieren in een instelling?
Huisdieren en hun milieu-impact
Bij de keuze van je huisdier denk je waarschijnlijk niet als eerste aan het milieu. Als kattenliefhebber zal je niet gauw een hamster nemen omdat die plantaardig voer eet. En als je gek bent op grote honden zal je niet snel een klein keffertje in huis nemen.
Klimaatimpact van huisdieren: de klimaatimpact van voeding voor een hond is ongeveer 2% van de klimaatimpact van een Nederlands huishouden. Voor een kat is dit minder dan 1%. Een groot deel komt voor rekening van het voer. Daarnaast zorgen de uitwerpselen (poep) voor milieuproblemen. Grote dieren eten en poepen meer dan kleine dieren. Geef je huisdier in elk geval niet te veel voer: veel dieren krijgen meer dan ze nodig hebben. Let ook op of je de verpakking van het dierenvoer. Ga voor materiaal dat goed te recyclen is en lever het gescheiden in. Twijfel je over de juiste bak? Check de Afvalscheidingswijzer.
Spullen voor je huisdier
Spullen voor je huisdier hebben relatief weinig milieu-impact. Dingen waar je op kunt letten zijn: koop niet te veel spullen en koop zoveel mogelijk tweedehands of van duurzaam materiaal (bijvoorbeeld een hok van hout met FSC-keurmerk).
Dier op proef of uit het asiel
Een huisdier is hartstikke leuk, maar je zult de eerste niet zijn die na een paar maanden ontdekt dat die leuke kleine pup wel erg veel zorg nodig heeft, of dat de kinderen niet meer naar de konijnen omkijken. Informeer of je een asieldier op proef kunt nemen, of vraag een vriend of kennis eens of zijn huisdier een week mag komen logeren. Sowieso kun je beter een dier uit het asiel adopteren dan er één uit een nieuw nestje halen. En laat je hond of kat op tijd steriliseren of castreren. Wil je heel graag een nestje jonge katjes of pups? Houd het dan bij één.
Honden en katten: milieu en voeding
De meeste klimaat-impact van een hond of kat zit in het voer. Honden- en kattenvoer bestaat deels uit vlees. Meestal zijn dit bijproducten, bijvoorbeeld orgaanvlees, uiers, hanenkammen enzovoort. Maar er kan ook spiervlees in zitten: dit vlees zouden wij mensen ook zelf kunnen opeten. De rest van het voer bestaat uit granen of andere plantaardige producten.
Check het etiket: voor het milieu kun je beter voer geven met dierlijke bijproducten dan met spiervlees. Bijproducten herken je aan woorden als orgaanvlees, dierlijk meel, dierlijk vet, dierlijke nevenproducten en dierlijke bijproducten op het etiket. Als er ‘vlees’ op het etiket staat, is dit waarschijnlijk spiervlees. Verder heeft kip een lagere milieu-impact dan lam of rund. Liever droogvoer dan natvoer: de milieudruk van droogvoer is lager, omdat natvoer meer milieu-impact heeft en sneller bederft. Voer dat blijft staan kun je afdekken of in de koelkast zetten tot je dier er weer om vraagt. Met het oog op het milieu is het geen goed idee om je kat of hond vers vlees of verse vis te geven.
Geef sommige katten wel natvoer als de kat weinig drinkt; via natvoer krijgt hij toch voldoende vocht binnen. Wil je voer dat is geproduceerd met aandacht voor het milieu en/of dierenwelzijn, kies dan voor keurmerken zoals Beter Leven, MSC, ASC of biologisch.
Poep van honden en katten
Ruim hondenpoep op en gooi het met zakje en al in de afvalbak. Kattendrollen horen in de vuilnisbak en niet in de gft-bak. Kattenbakkorrels horen bij het restafval. Verschoon de bak op tijd maar niet vaker dan nodig is. Lees meer over de milieu-impact van kattenbakvulling. Vlooien kunnen een plaag in huis worden; leer hoe je milieuvriendelijk vlooien kunt bestrijden.
Vissen en aquaria
Tropische vissen hebben warm water nodig, wat veel stroom kost. Een aquarium met koudwatervissen hoef je niet te verwarmen. Het aquarium zelf kun je tweedehands kopen, dat scheelt nieuwe materialen en geld.
Hoeveel stroom een aquarium thuis verbruikt, hangt af van onder meer watertemperatuur en verlichting. Tips: zet het aquarium in een kamer die je toch al verwarmt, kies zuinige led-lampen, dek de bak af en isoleer bodem en achterkant. Zet de temperatuur niet hoger dan nodig en koop niet een te grote bak. Het energieverbruik kan variëren van circa 300 kWh per jaar tot wel 1000 kWh bij tropische conditions.
Knagers, vogels en kippen
De klimaatimpact van konijnen, hamsters, cavia’s, muizen, ratten, zangvogels en kippen is minder hoog omdat ze minder en plantaardig voer eten. Kies bodembedekking met FSC-keurmerk; strooisel van mais of berkensnippers is een goede keuze. Let op dat schelpenzand niet in de groenbak terechtkomt.
Dode huisdieren en surplus
Dode huisdieren mogen niet in de vuilnisbak of biobak. Je mag ze wel in de tuin begraven of naar een dierenarts brengen die ze mogelijk naar een destructiebedrijf verwijst. Meestal worden dieren na een dierproef gedood; soms worden ze hergebruikt in onderwijs of aan andere onderzoekers aangeboden om aanschaf van nieuwe dieren te voorkomen.
Surplus-proefdieren kunnen proefdieren zijn die gebruikt zijn voor een dierexperimentele studie of onderwijs en waarbij het doden na afloop niet nodig is. Het werkprotocol beschrijft of het dier wordt gedood of aangeboden voor herplaatsing. De IvD Utrecht beoordeelt hergebruik en adoptie aan de hand van regels en criteria.
Weefsel voor meerdere doeleinden en ATEX
Als een dier in het kader van een dierproef wordt gedood, is niet altijd het hele dier nodig; organen of hart kunnen apart voor andere doeleinden blijven. Extra handelingen aan het nog levende dier vereisen toestemming van de IvD Utrecht. ATEX - Animal & Tissue Exchange Platform - faciliteert uitwisseling van surplus dieren en weefsels tussen onderzoekers. Een video over ATEX is beschikbaar in het Nederlands met Engelse ondertitels.
Over Wageningen University & Research (WUR) en dierproeven
WUR doet onderzoek met dieren met respect voor dierenwelzijn en zet in op de 3V’s: Vervangen, Verminderen en Verfijnen van dierproeven. Dierproeven vinden alleen plaats als er wettelijke verplichtingen zijn of geen proefdiervrije alternatieven beschikbaar zijn. WUR biedt moderne dierverblijven en facilitates voor infectieziekteonderzoek, vaccinontwikkeling en pathologisch onderzoek, en beschikt over AAALAC-accreditatie.
WUR beschrijft ieder jaar in jaarverslagen hoeveel dieren zijn gebruikt en uit welke soorten dieren. De vergunningen worden verleend door de Centrale Commissie Dierproeven (CCD); NVWA ziet toe op de uitvoering. Studenten worden onderwezen in verantwoord proefdiergebruik en ethische aspecten. Herplaatsing van proefdieren is mogelijk onder voorwaarden en volgt de Code of Practice van het Nationaal Comité advies dierproevenbeleid. Er zijn ook initiatieven naar proefdiervrije innovaties en het gebruik van miniatuurorganen als alternatief.
Adoptie, herplaatsing en onderwijs
Adoptie van dieren uit het buitenland of uit de eigen instelling is mogelijk, mits aan voorwaarden wordt voldaan. Diermodellen en alternatieven worden onderzocht om dierproeven te verminderen en te vervangen waar mogelijk. In onderwijspraktijken kunnen studenten met bezwaar tegen dierproeven hun loopbaan zo inrichten dat ze hier niet mee te maken krijgen.
Gegevens en contact
Interesse in de dierfaciliteiten, 3V's of ATEX? Neem contact op met Wageningen Bioveterinary Research voor meer informatie over hun faciliteiten en procedures. Er wordt benadrukt dat ethische en wettelijke kaders worden nageleefd en dat de 3V-principes centraal staan in alle dieronderzoeksactiviteiten.

ViMax GitHub Explained: Multi-Agent Video Generation Without Temporal Drift
| Onderwerp | Kernpunt | Informatiebronnen en vereisten voor dierproeven en dierverzorging, inclusief 3V's en AAALAC |
|---|---|---|
| Instellingen | Het aantal met vergunning; toezicht en regelgeving | Nederland telt ca. 75 instellingen; CCD en NVWA toezichthouders |
| Weefsel en surplus | Herbruik en uitwisseling | ATEX-platform voor surplus en weefsels; IvD Utrecht beoordeelt hergebruik |
tags: #proefdieren #hcu #afvoer