Bij de aanschaf van een nieuwe radiator komt veel kijken. Naast de visuele aspecten zoals kleur, vorm en mogelijke accessoires, is het vooral van belang te kijken naar de functionaliteit. Radiatorkopen.nl helpt je graag bij het maken van de juiste keuze en wijst je op de zaken waar je op moet letten bij het aansluiten van een radiator. Er zijn een aantal zaken waar je rekening mee moet houden, waaronder de verschillende aansluitingen van een radiator. Het is vrij eenvoudig!
Verschillende Aansluitingen van Radiatoren
Een reguliere radiator heeft vrijwel altijd een zijaansluiting of een onderaansluiting. In sommige gevallen is een combinatie van de twee ook goed mogelijk, afhankelijk van het type radiator. Naast deze twee is er nog een laatste mogelijkheid, namelijk de midden-aansluiting, hoewel deze weinig tot zelden voorkomt.
Zijaansluiting
De meest voorkomende aansluiting van een radiator is een zijaansluiting. Deze radiatoren hebben een aansluiting aan de linker- en rechterzijkant, maar ook aan de boven- en onderkant. Dit heeft te maken met de aan- en afvoer van water: aan de bovenkant wordt het water aangevoerd en aan de onderkant weer afgevoerd.
Onderaansluiting
Een onderaansluiting bevindt zich aan de onderzijde van een radiator. In de meeste gevallen zie je deze bevestigd aan de rechterkant, maar te midden van de onderzijde is ook mogelijk. Ook bij deze aansluiting zit er een aanvoer- en afvoerpunt aan bevestigd. Op diverse plekken houd je nog ruimte over die je kunt indelen met een ontluchter en een aftappunt. Beide zijn essentieel bij het verplaatsen, vervangen of verwijderen van een radiator. De ontluchter plaats je altijd bovenin de radiator en het aftappunt bevestig je onderin de radiator.
Meerdere Aansluitingen
Er zijn verschillende radiatoren met meerdere aansluitingen, zoals radiatoren met 4 of 8 aansluitingen. Dit kan een groot voordeel zijn, omdat het meer vrijheid geeft in de aansluitmogelijkheden, zeker wanneer je een reeds bestaande woning betrekt en de radiatoren wilt vervangen voor nieuwe modellen.
Het Aansluiten van een Nieuwe Radiator
Het installeren van een radiator begint bij het kiezen van de juiste nieuwe radiator. Radiatoren verschillen in de hoeveelheid warmte die ze afgeven. Hoe meer vermogen (of capaciteit) de radiator heeft, hoe groter de warmteafgifte. Hoeveel vermogen jouw radiator nodig heeft, is afhankelijk van de ruimte waarin je de radiator gaat plaatsen en de gewenste temperatuur.
Voorbereiding en Demontage van de Oude Radiator: Voordat je aan de slag gaat met het aansluiten van een nieuwe radiator, is het belangrijk om de oude radiator te verwijderen. Trek de stekker bij de ketel uit het stopcontact om de CV-installatie uit te schakelen. Draai alle radiatorkranen open van alle radiatoren die hoger en gelijk hangen aan de radiator die je los wilt koppelen. Als de radiator zich op de laagste verdieping van het huis bevindt, monteer je een vulslang op de vul- en aftapkraan en draai je deze open. Draai met een ontluchtingssleutel de aftapkraan open en laat het water uit de installatie stromen. Draai de aftapper open van de radiator die je wilt vervangen. Draai met een sleutel de aan- en afvoerleidingen en de kraan van de radiator los. Schroef de beugels los en vang het eventuele restwater op. Let op: dit water kan vuil en zwart zijn.
Installatie van de Nieuwe Radiator: Wanneer de oude radiator van de muur is, kun je het nieuwe model plaatsen! Voor het aansluiten van een nieuwe radiator heb je een aansluitset of aansluitblok nodig. Houd aan de boven- en onderzijde van de radiator minimaal 10 cm vrije ruimte. Zorg er ook voor dat de radiator minimaal 5 cm vrij van de wand hangt. Wanneer een verwarmingspijp door een muur heen moet, zorg er dan voor dat het gat wat ruimer is dan de grootte van de pijp. Een radiator wordt aangesloten op de wateraanvoer. Deze aanvoer kan op verschillende plekken in de badkamer zitten en is bepalend voor welke aansluiting je radiator nodig heeft. De meest gangbare aansluitingen zijn links/rechts/onder en midden/onder. Dit geeft aan waar het water de radiator binnenkomt en weer naar buiten gaat. Je hebt daarbij keuze uit een haaks of recht model.
Specifieke Situaties en Oplossingen: Als de aanvoer uit de muur komt, heb je een haaks model nodig. Als de wateraanvoer uit de vloer komt, is er een recht aansluitblok nodig. In oudere huizen komt de afvoer soms uit het plafond, waardoor de radiator niet goed opwarmt. Warme lucht stijgt op, dus met een afvoer uit het plafond warmen alleen de bovenste buizen van de radiator op. Met een afvoer uit het plafond heb je daarom een stromingsbuis nodig. Dit is een soort pin die je in de meest linkse of rechtse buis van de radiator plaatst. De stromingsbuis dwingt het water naar beneden te gaan, zodat het niet direct opstijgt en dus wel de hele radiator verwarmt.
Is jouw nieuwe radiator hetzelfde type als de oude? Dan kunnen de aansluitingen van de oude radiator worden overgezet naar het nieuwe exemplaar. In dat geval kun je dus ook de oude bevestiging gebruiken. Bij een ander type radiator moeten nieuwe beugels op de muur gemonteerd worden, met pluggen en zware schroeven. Klinkt dit allemaal al erg ingewikkeld? Bevestig de radiator-beugels waterpas aan de muur. Zorg ervoor dat er aan de boven- en onderzijde van de radiator ten minste 10 cm vrije ruimte is. Bevestig het ontluchtingskraantje en het aftapkraantje. LET OP: De aanvoer (het hoogste punt) en de afvoer (het laagste punt) moeten de langst mogelijke weg door de radiator afleggen. Dat wil zeggen dat je bijvoorbeeld links boven de aanvoer bevestigt en rechts onder de afvoer. Bevestig de kraan of thermostaatkraan en de afvoerverbinding op de radiator. Zorg dat je een aftakking van de ringleiding naar de radiator maakt. Neem de kortste weg naar de radiator, met zo min mogelijk bochten. En bevestig deze leiding met beugels aan de muur. De afstand tussen de beugels mag maximaal 1,2 meter zijn. Om bochten naar de radiator te maken, is een buigtang vereist. Deze kun je meestal wel ergens huren. Om de leidingen in te korten is een pijpensnijder nodig. Dan ben je ervan verzekerd dat de pijp recht is ingekort. Bevestig de aanvoer en afvoer/retour aan de verwarming met behulp van knelfittingen. Plaats de moer en de knelring over de leiding.
Vullen en Ontluchten van het Systeem: Wanneer alles correct is aangesloten, kun je het systeem met water vullen. Het wordt aangeraden het bijvullen of afvullen te doen met zijn tweeën. Draai de radiatorkranen open en sluit de ontluchters. Zet druk op de leidingen. Op de manometer kun je de druk bijhouden. Vul de installatie tot circa 1.7 bar en draai vervolgens alle kranen weer dicht. Ontlucht de radiator die zich op het hoogste punt in huis bevindt. Draai de ontluchter open totdat er water uitkomt en sluit hem daarna weer. Controleer de druk. Is deze te laag? Vul de druk dan weer bij tot circa 1.7 bar. Herhaal deze stap totdat de radiatoren geen borrelend geluid meer maken. Controleer nog eens of de drukmeter van de ketel een druk van 1,5 tot 2 bar aangeeft.
Radiatorkranen: Gewoon vs. Thermostatisch: Er bestaan gewone radiatorkranen en thermostatische radiatorkranen. Gewone Radiatorkraan: Met een gewone radiatorknop kan de radiator in- of uitgeschakeld worden, maar kan de temperatuur niet worden geregeld. Deze radiatorkoppen worden daarom enkel toegepast in de ruimtes waar de temperatuur wordt geregeld met de kamerthermostaat, meestal de woonkamer. Thermostatische Radiatorkraan: De thermostatische radiatorkraan is een stuk innovatiever. Met een inwendige temperatuurmeter stemt de thermostatische radiatorkraan de afgifte temperatuur af op de door jou ingestelde temperatuur. Hiermee creëer je niet alleen een aangenamere temperatuur, maar bespaar je ook nog eens energie! De kosten van een thermostatische radiatorkraan zijn gemiddeld â¬18,- per stuk. Als je 6 gewone radiatorkranen vervangt door thermostaatkranen, wordt 2% op verwarmingskosten per jaar bespaard. Dit komt neer op ongeveer â¬15,- per jaar. Om een thermostatische radiatorkraan te installeren, laat je de CV-installatie leeglopen door de kraan van de CV-installatie open te draaien. Breng eerst teflontape aan rond de schroefdraad met de klok mee, zodat de kraan niet kan gaan lekken. Draai vervolgens de thermostatische radiant op het koppelstuk. Let op dat de radiatorknop naar voren of naar de zijkant wijst. Draai de radiatorknop eerst op de hoogste stand, voordat deze op de radiatorkraan wordt gedraaid. Op deze manier blokkeert deze niet tegen de stift van de radiatorkraan. Steek de stekker van de CV-ketel weer in het stopcontact en vul de radiator bij.
Veelvoorkomende Fouten bij het Aansluiten van Radiatoren
Bij het aansluiten van een radiator kunnen fouten worden gemaakt die de efficiëntie van het verwarmingssysteem beïnvloeden. Om deze fouten te voorkomen, is het belangrijk om goed voorbereid te zijn. Verkeerde aanvoer- en retourleidingen: Het is cruciaal om na te gaan welke leiding de aanvoer verzorgt en welke de afvoer. Helaas wordt dit nog wel eens vergeten, waardoor de retourleiding op de radiatorkraan wordt aangesloten en andersom. Hierdoor werkt de radiator niet of slechts gedeeltelijk. Indien je een nieuwe installatie aanlegt, is het verstandig om de leidingen te markeren (bijvoorbeeld met rode tape voor de aanvoer en blauwe tape voor de afvoer). Bij een bestaande installatie kun je dit controleren door de thermostaat omhoog te zetten en de radiatorkraan open te draaien; de leiding die als eerste warm wordt, is de aanvoer. Onvoldoende vermogen bij nieuwe HR-ketels: Oudere CV-ketels hebben vaak een aanvoertemperatuur van 90°C, terwijl nieuwe HR-ketels een lagere temperatuur van 75°C aanbieden. In huizen met nieuwe ketels zullen radiatoren minder warmte afgeven. Het vervangen van de radiatoren door modellen met een hogere capaciteit kan hiervoor een oplossing zijn. Zorg er dan wel voor dat je alle radiatoren in huis op elkaar afstemt in doorstroming, gebruik hiervoor de radiatorkraan. Geen voetventiel op de afvoer: Meestal wordt er wel een radiatorkraan of thermostatische radiatorkraan op de aanvoer van de radiator aangesloten, maar wordt de afvoerleiding direct op de radiator gedraaid. Het is verstandiger een voetventiel op de afvoer van de radiator te plaatsen. Op deze manier kun je de radiator binnen de installatie afsluiten, zonder dat je het systeem leeg hoeft te laten lopen. Bovenaansluiting zonder stromingsbuis: Sluit bij voorkeur de radiator altijd via de onderzijde aan. Bij verticale radiatoren die toch via de bovenzijde worden aangesloten, is het nodig om een stromingsbuis aan de radiator toe te voegen. Een stromings- of stijgbuis zorgt ervoor dat bij radiatoren met een bovenaansluiting het warme water eerst naar beneden wordt gebracht, waarna het opstijgt. Door het toepassen van een stromingsbuis bij een bovenaansluiting zal de radiator goed doorstromen en optimaal verwarmd worden. Lucht in het systeem: Bij het aansluiten van een nieuwe radiator ontstaat er lucht in het systeem. Hierdoor zal de radiator niet goed of onvolledig warm worden. Lucht in de radiator herken je, naast temperatuurafwijkingen, aan suizen, tikken en het horen vallen van water. Ontlucht de radiator daarom altijd volgens de instructies. Schakel de CV-installatie uit en draai voorzichtig de ontluchtingskraan open. Na het ontluchten moet je het systeem weer bijvullen met water tot de werkdruk (gemiddeld 1,8 bar). Tegenwoordig zijn er ook slimme oplossingen zoals een vuil-lucht afscheider of luchtafscheider die ervoor zorgt dat je zelf niet meer hoeft na te denken over het ontluchten van je systeem.
Aansluitcodes en Voorbeelden
De aansluiting van een radiator wordt vaak in een cijfercombinatie gegeven. Hierbij staat het eerste cijfer voor de aanvoer en het tweede cijfer voor de retour. Hieronder staan enkele veelvoorkomende aansluitmogelijkheden:
- Horizontale Radiatoren met Parallelle Leidingen Aansluitcode 11: Linksonder in de radiator. Aansluitcode 88: Rechtsonder in de radiator. Aansluitcode MO (of MM): Midden onder in de radiator. Aansluitcode 67: Rechts naast de radiator (enkelzijdige aansluiting). Aansluitcode 32: Links naast de radiator (enkelzijdige aansluiting). Aansluitcode 77 (of 70): Rechts in de zijkant van de radiator (alleen bij convector radiatoren). Aansluitcode 22 (of 20): Links in de zijkant van de radiator (alleen bij convector radiatoren).
- Horizontale Radiatoren met Losse Leidingen Aansluitcode 62: Links en rechts aan de zijkanten, aanvoer bovenkant rechts, retour onderkant links (kruislingse aansluiting). Aansluitcode 37: Links en rechts aan de zijkanten, aanvoer bovenkant links, retour onderkant rechts (kruislingse aansluiting). Aansluitcode 67: Beide aanvoer en retour aan de rechterzijde, aanvoer bovenkant, retour onderkant (enkelzijdige aansluiting). Aansluitcode 32: Beide aanvoer en retour aan de linkerzijde, aanvoer bovenkant, retour onderkant (enkelzijdige aansluiting).
- Verticale en Handdoekradiatoren Aansluitcode MO (of MM): Midden onder in de radiator. Aansluitcode MB: Midden boven in de radiator (vaak met stromingsbuis). Aansluitcode 18: Links (aanvoer) en rechts (retour) onder, losse leidingen. Aansluitcode 81: Rechts (aanvoer) en links (retour) onder, losse leidingen. Aansluitcode 45: Links (aanvoer) en rechts (retour) boven (vaak met stromingsbuis).
We raden aan om een nieuwe (design) radiator op de koudste plek in de ruimte te bevestigen. Houd ook aan de onderzijde van de radiator ongeveer 10 â 12 cm vrij en zorg ervoor dat de (design) radiator minimaal 5 cm vrij van de muur hangt. Nadat u de gaten heeft geboord en de pluggen in de muur heeft bevestigd kunt u de beugels aan de muur bevestigen. Stel de radiator zo af dat het onluchtingsventiel ongeveer 2mm hoger hangt dan de kraan. Maak nu een aftakking van de ringleiding wanneer dit nog niet gedaan is. Maak nu de leidingen op maat, zorg ervoor dat je de kortste weg naar de radiator neemt met zo min mogelijk bochten. Met een pijpensnijder maak je de leidingen op maat. Houdt er rekening mee dat u de bramen van de leiding verwijderd, dit zijn oneffenheden aan de rand van de bewerkte pijp. Je kunt de aanvoer en afvoer aan de onderzijde van de radiator aansluiten tevens kan de aanvoer ook op het hoogste punt worden aangesloten en de afvoer op het laagste punt.
4. Sluit bij voorkeur de radiator altijd via de onderzijde aan. Bij verticale radiatoren die toch via de bovenzijde worden aangesloten, is het nodig om een stromingsbuis aan de radiator toe te voegen. Een stromings- of stijgbuis zorgt ervoor dat bij radiatoren met een bovenaansluiting het warme water eerst naar beneden wordt gebracht. Onderaan de radiator wordt het water vrijgelaten en stijgt het door de warmte weer op. Door het toepassen van een stromingsbuis bij een bovenaansluiting zal de radiator goed doorstromen en wordt deze optimaal verwarmd.
5. Bij het aansluiten van een nieuwe radiator ontstaat er lucht in het systeem. Doordat er een luchtbel in de radiator zit, zal deze niet goed of onvolledig warm worden, de radiator blijft lauw of een gedeelte van de radiator warmt niet op. Lucht in de radiator herken je, naast temperatuurafwijkingen, aan suizen, tikken en het horen vallen van water. Ontlucht de radiator daarom altijd volgens de instructies. Schakel de cv-installatie uit en draai voorzichtig de ontluchtingskraan open. Na het ontluchten moet je het systeem weer bijvullen met water. De werkdruk (gemiddeld 1,8 bar) kan verschillen per installatie, lees hiervoor de handleiding.

Kruislings Aansluiten vs. Parallel Aansluiten
Moest je twijfelen: een kruislingse aansluiting betekent dat de aanvoer- en retourleidingen aan tegenovergestelde zijden van de radiator worden aangesloten. Dit in tegenstelling tot een parallelle aansluiting, waarbij de aanvoer- en retourleidingen aan dezelfde zijde van de radiator worden aangesloten. Er zijn verschillende situaties waarin het aan te raden is om een radiator kruislingse aan te sluiten. Een van de belangrijkste redenen is dat dit zorgt voor een betere warmteverdeling in de ruimte. Bij een parallelle aansluiting wordt de warmte namelijk voornamelijk aan de bovenkant van de radiator afgegeven, terwijl bij een kruislingse aansluiting de warmte gelijkmatiger wordt verdeeld over de hele radiator.
Voordelen van een kruislingse aansluiting: betere warmteverdeling en efficiëntere verwarming, mogelijkheid om de radiator af te sluiten zonder het hele systeem af te sluiten, makkelijker om te ontluchten en te reinigen. Nadelen: lastiger om de temperatuur te regelen omdat de leidingen niet naast elkaar zitten, en het kan lastig zijn om de radiator aan te sluiten als de leidingen ver uit elkaar liggen. Een stappenplan voor kruislingse aansluiting wordt hieronder samengevat:
- Zorg dat de aanvoer- en retourleidingen op de juiste plek zitten.
- Sluit de aanvoerleiding aan op de onderste aansluiting aan de ene kant van de radiator.
- Sluit de retourleiding aan op de bovenste aansluiting aan de andere kant van de radiator.
- Sluit de overige leidingen aan op de juiste plekken.
- Vul het systeem met water en ontlucht de radiator.
Tips voor het aansluiten van een radiator: Zorg dat je de juiste materialen en gereedschappen hebt. Controleer of de leidingen op de juiste plek zitten voordat je begint met aansluiten. Sluit de radiator aan volgens de instructies van de fabrikant. Vul het systeem met water en ontlucht de radiator voordat je de verwarming aanzet. Laat de verwarming eerst rustig opwarmen voordat je de temperatuur gaat regelen.
Leer hoe je zelf een verwarmingsradiator als pro kunt aansluiten (DIY)
Conclusie: Ben je op zoek naar een efficiënte en gelijkmatige verwarming? Dan is een kruislingse aansluiting van de radiator een goede optie. Door de aanvoer- en retourleidingen aan tegenovergestelde zijden van de radiator aan te sluiten, wordt de warmte gelijkmatiger verdeeld over de hele radiator. Het aansluiten van een radiator hoeft niet zo moeilijk te zijn, maar er zijn diverse soorten radiatoren en deze hebben vaak een bijbehorende manier om aangesloten te worden. Een horizontale compact radiator heeft vier aansluitingen aan de zijkant en kan links of rechtsboven gemonteerd worden, en het voetventiel bevindt zich links of rechts onder. Bij verticale radiatoren wordt vaak gekozen voor midden- of onderaansluitingen en een stromingsbuis kan nodig zijn als de waterstroom naar boven gaat. Een convectorradiator verschilt van paneelradiatoren doordat het basisverwarmingselement een losse omkasting heeft en vaak onderaan wordt aangesloten met een aansluitset. Een convectorput verwarming heeft leidingen onder de vloer en een rooster erboven, wat speciale installatie vereist. Plintverwarmer zijn kleine radiatoren met een ventilator die ingebouwd kunnen worden in een plint. Een radiator kan op verschillende manieren aangesloten worden afhankelijk van het type en de plaats in huis. Klinkt dit allemaal al erg ingewikkeld? Raadpleeg een vakman of de fabrikant voor specifieke modellen en installatievoorschriften.