Hoofdstad van de provincie, ontstaan op een wat hoger gelegen driesprong van zandige kreekruggen, waarvan het beloop nog te volgen is in het tracé van de Noordweg, de Seisweg en de Segeersweg. Ter verdediging tegen invallen van Noormannen legde men in het laatste kwart van de 9de eeuw op Walcheren drie ronde ringwalburgen aan: Domburg, Souburg en daartussen Middelburg. De laatste ontstond ten noordoosten van de genoemde driesprong; een ronde burg met een doorsnede van ruim tweehonderd meter en omgeven door een aarden wal. De aan de noordzijde bescherming biedende arm van de Arnekreek deed dienst als eerste haven; de zuidelijke burggracht werd gegraven (Lange Delft).
In de 10de eeuw ontwikkelde zich binnen de burg een grafelijk bestuurscentrum voor Zeeland Bewesten Schelde. Reguliere kanunniken bouwden in 1123 binnen de burg een klooster dat in 1127 overging naar de orde van de norbertijnen (premonstratenzers) als dochterabdij van de St.-Michielsabdij te Antwerpen. Vanaf de 10de eeuw vormden zich buiten de burg twee woonkernen. Eén in het westen bij de driesprong - de huidige Markt - en één in het oosten in de omgeving van het tegenwoordige Damplein. Als haven- en handelsnederzetting wordt Middelburg voor het eerst vermeld in 1103. Ter plaatse van de huidige Markt stichtte men de Westmonster- of St.-Maartenskerk (gesloopt 1575).
Middelburg kreeg in 1217 stadsrechten, waarin werd verwezen naar een oudere, mogelijk 12de-eeuwse, keur. De stadsrechten werden in 1254 vernieuwd en uitgebreid door graaf Willem II van Holland. De stad kreeg in die tijd een volledige omwalling, waarvan de grachten overeenkomen met de huidige binnengrachten; in het oosten volgde de wal het beloop van de Zuidsingel en de Spuistraat. Tussen 1266 en 1301 dempte men de burggracht en de eerste haven (huidige Damplein). De noordoostwaarts verplaatste haven kwam vooralsnog buiten de omwalling te liggen (Dam), maar vanwege het toenemende belang van de handel werd de haven kort na 1350 alsnog versterkt door de bouw van een waterpoort (Dampoort) ter hoogte van de Schuitvlotstraat. Al in 1312 was de zuidoostelijke stadsgracht naar buiten verlegd, waardoor ook de Vlissingsestraat binnen de omwalling kwam.
Middelburg werd het middelpunt van de Engelse lakenhandel in Zeeland en tevens stapelplaats voor Franse wijnen. In 1432 en opnieuw in 1492 werd een groot deel van de stad door brand verwoest. De toenemende verzanding van de Arnekreek in de 15de eeuw bemoeilijkte de toegang voor zeeschepen en dat vroeg om drastische maatregelen. In 1532-'35 groef men in zuidoostelijke richting een kaarsrecht havenkanaal naar het open water bij het latere Nieuwland. Ter vergroting van de havencapaciteit werd de genoemde oude zuidoostelijke stadsgracht als nieuwe haven ingericht en hier ontstonden rond 1540 de kaaien. De aansluitende westelijke gracht diende als spuikom voor de nieuwe haven. Het ten noorden van de omwalling gegraven Molenwater deed hetzelfde voor de oude haven. Beide spuikommen dreven een getijdenwatermolen aan.

Na een lang beleg werd Middelburg in 1574 ingenomen door de Staatse troepen van Willem van Oranje. De abdijkerk werd tot hoofdkerk van de stad gemaakt, de Westmonsterkerk gesloopt en het abdijcomplex bestemd voor het gewestelijk bestuur. In 1582 kwam de stapel van Engels laken naar Middelburg. Na de val van Antwerpen en de daarop volgende Scheldeblokkade (1585) vestigden zich veel Zuid-Nederlandse kooplieden in de stad. Daarnaast ging Middelburg een eigen actieve handelspolitiek voeren. Na Amsterdam had Middelburg de belangrijkste kamers van de Verenigde Oost-Indische (V.O.C.) en de West-Indische Compagnie (W.I.C.), met daarbij een Wisselbank (1616) en een Bank van Lening (1636). De W.I.C. in Middelburg bloeide vooral door de kaapvaart en de slavenhandel.
De economische opleving van de stad leidde tot stadsuitbreidingen. De eerste kwam in 1578-'91 tot stand aan de noordoostzijde van de oude haven, die daarbij werd vergroot (Buitenhaven). In de ‘Nieuwe Stad’ verrees in de 17de eeuw een nieuwe kerk (Oostkerk). startpunt van een ringvormige stadsuitbreiding in 1595-'98, waarbij de stad een aarden omwalling met dertien bastions kreeg. Het Molenwater kwam daarbij binnen de omwalling te liggen. Vanaf circa 1660 werd Middelburg door Rotterdam overvleugeld en begon een periode van teruggang. De oprichting van de Middelburgse Commercie Compagnie (M.C.C.) in 1720 kon het tij slechts ten dele keren. In 1735-'37 werd de Zuidsingel aangelegd en kreeg het Molenwater het aanzien van een ‘Zeeuwse Hofvijver’. Pas met de Vierde Engelse Oorlog (1780-'84) zette het verval echt door. Het geld voor de noodzakelijke verbetering van de havens ontbrak en door ontvolking kwamen veel huizen leeg te staan.
Na de Franse tijd werd weliswaar een nieuw havenkanaal naar het Veerse Gat gegraven (1815-'17), maar dat bracht geen soelaas. Een in 1838 in de W.I.C.-pakhuizen gestichte weverij ging in 1869 failliet. Daarnaast verdwenen veel oude gebouwen, zoals de Waag uit 1526 (1823), het Gravensteen (1827), het Accijnshuis (1878) en de Wisselbank (1882). Verder werden de getijdenmolens stilgelegd. De aanleg van de spoorlijn Roosendaal-Vlissingen (1867-'72) was bedoeld om de lokale economie te stimuleren. De Sloedam (1871), die voor de spoorlijn noodzakelijk was, maakte een nieuwe verbinding tussen Ooster- en Westerschelde noodzakelijk. Dit Kanaal door Walcheren (1867-'73) liep van Veere via de Middelburgse Buitenhaven naar Vlissingen. De oude haven werd in 1875-'76 omgevormd tot het - later weinig succesvolle - Prins Hendrik droogdok (beëindigd 1930).
Verdere restauraties en uitbreidingen volgden: met de annexatie van Nieuw- en St. Joosland en St. Laurens in 1966 konden noord- en westzijde worden ontwikkeld, en de zuidoostzijde van het kanaal kreeg uitbreidingen als Dauwendaele, Magistraatwijk, Erasmuswijk en Reyershove. In de zone tussen de nieuwe haven en het kanaal vond schaalvergroting plaats met de vervanging van de Vitritefabriek door een woonwijk (1988-'92), de vervanging van het Huis van Bewaring (1874) door de nieuwe rechtbank (1995; H.J. Henket) en de bouw van de Zeeuwse Bibliotheek (1982-'85; P.C. Dekker). Hetzelfde gaat gebeuren met de kanaalzone, waar op basis van een stedenbouwkundig plan van R. Bakker in 2004 kantoren zullen verrijzen: stadskantoor (T. Rau); waterschap (T. Tuinhof) en rijkswaterstaat (C.P. Abdijkerken).
De kern van het Middelburgse abdijcomplex, oorspronkelijk gewijd aan O.L. Vrouwe, wordt gevormd door de in de loop der tijd verbouwde en gesplitste oude kloosterkerk (Onder den Toren). Deze bestaat uit een rijzig eenbeukig schip met vijfzijdig gesloten koor - de Koorkerk (A) genoemd -, een afgescheiden gedeelte ten westen daarvan - de Wandel- of Tussenkerk (B) - en aan de westkant een als Nieuwe Kerk (C) aangeduid tweebeukig schipdeel. Na de stichting van de abdij bouwde men begin 12de eeuw een eerste romaanse kerk. Bij de vergroting van de abdij in 1255-'56 verving men deze kerk door een romano-gotische kerk met een zuider dwarsschip en een langgerekt smal koor. Die rond 1275 voltooide kerk lag grotendeels ter plaatse van de huidige Tussenkerk.
In het koor werd in 1282 Willem II begraven, roomskoning van het Duitse rijk en graaf van Holland en Zeeland. In 1266 werd de abdijkerk tevens parochiekerk. Het schip is waarschijnlijk daartoe rond 1300 verdubbeld. Begin 14de eeuw verving men het oude koor door de huidige rijzige en langgerekte vroeg-gotische Koorkerk, die was bestemd voor de kloosterlingen. De abdij werd in 1492 door brand getroffen, maar het is onduidelijk in hoeverre de kerk hier onder te lijden heeft gehad. Bij de instelling van nieuwe bisdommen in 1559 werd de abdijkerk verheven tot kathedraal. Na een brand in 1568 liet bisschop Nicolaas de Castro het schipgedeelte herbouwen. Na de alteratie van 1574 werd dit bouwdeel in 1577 als Nieuwe Kerk ingericht voor de protestantse godsdienstoefening; de Koorkerk volgde in 1597.
Rond 1638 kregen de steunberen van de Koorkerk de huidige beëindigingen. De Tussenkerk richtte men in 1650 in als auditorium voor de Illustre School. De Koorkerk werd in 1819 door de bliksem getroffen. Bij de restauratie van de Nieuwe Kerk in 1851-'53 werden inwendig de koolbladkapitelen afgekapt en de westgevel in de stijl van de Willem II-gotiek hernieuwd. De abdijkerken hadden zwaar te lijden van het bombardement van 17 mei 1940. De Nieuwe Kerk verloor zijn kap. De Koorkerk bleef relatief gaaf door de stenen gewelven. Het interieur van de Koorkerk werd oorspronkelijk gedekt door een houten tongewelf; later werden in 1568 door Nicolaas de Castro in samenwerking met Jan Borremans en Surron stenen gewelven aangebracht.
Tijdens de reconstructie na de Tweede Wereldoorlog en de restauraties tot circa 1950 kregen ook het praalgraf van de gebroeders Evertsen (1666) en de aanzet tot het marmeren monument een centrale plek in de Tussenkerk. De restauratie en herinrichting veranderden het zuiden en noorden van de abdij, met de Nieuwe Kerk als centraal punt van de protestantse eredienst en de Koorkerk als een van de belangrijkste stenen monumenten in Middelburg.

Wijnhandel en stedelijke identiteit in Middelburg
Wijnhandel speelde een centrale rol in Middelburgs handelsleven. Wijnhandel werd in Middelburg al genoemd in de stadsrechtbrief van 1217 waarbij men verwees naar de twaalfde eeuw. Arnemuiden fungeerde als voorhaven en draaischijf van westerse wijnen, met schepen uit La Rochelle en Bordeaux en tal van andere havens, terwijl Middelburg zich ontwikkelde tot een internationaal knooppunt met koopmannen uit diverse Europese steden. De aanvoer van wijn geschiedde via het Zwin, en Damme kreeg stapelrecht op wijn, wat de ontwikkeling van kuststeden stimuleerde. Het Kraanstraatje verwijst naar een houten kraan die op de Rotterdamse Kaai stond; de Kuiperspoort herinnert aan het kuipersgilde dat tonnen maakte voor wijn en andere goederen.
Naast de wijnhandel zijn er tal van straatnamen en huisnamen die de connectie met handel en drank uitdrukken. In Middelburg staan vier huizen met de naam La Rochelle; het Vliegendt Hert verwijst naar een VOC-schip dat verging bij Rammekens. De straatnamen en gevelstenen geven een beeld van de rijke handelsgeschiedenis en het ambachtelijke leven in de stad. De aanwezigheid van talloze pakhuizen met kelders voor wijnopslag is een aangrijpende herinnering aan een tijd waarin Middelburg een internationale rol speelde als doorvoerhaven.

- Reguliere klooster- en abdijbouw in de 12e eeuw en de latere katholieke kerkstructuur.
- Stadsrechten en omwalling met dertien bastions aan het eind van de middeleeuwen.
- Engelse laken- en wijnhandel, wisselbanken en W.I.C./VOC-activiteiten in de 16e-17e eeuw.
- Industriële en stedelijke expansie in de 18e eeuw en restauraties na WOII.
Modernisering en behoud van erfgoed
Na de Tweede Wereldoorlog volgden ambitieuze herbouwplannen die het Middelburgse karakter bewaarden maar het straatbeeld aanpasten aan verkeersnoden. De Markt werd verkleind en de Lange Burg kreeg een bajonetvorm zodat zicht op de Nieuwe Kerk werd verbeterd. Restauraties en opleg van nieuwe functies aan gebouwen zoals de Zeeuwse Bibliotheek en kantoren volgden in de jaren negentig en vroege jaren tweeduizend.
Het behoud en de integratie van historische verontreinigingen in historische binnensteden blijft een aandachtspunt. Historische bodemverontreiniging in de gemeente Middelburg vereist zorgvuldige afweging tussen veiligheid en erfgoedbehoud, met verantwoorde aanpak bij nieuwe bouwprojecten en het voorkomen van blootstelling aan verontreinigde grond.
TRUGKIEKE - MIDDELBURG 1960
Statistische en maritieme details
Arnemuiden fungeerde als voorhaven en bleef een centrum van wijnhandel en scheepvaart, terwijl Middelburg zichzelf ontwikkelde tot belangrijke handelskamers en een educatief- en administratief centrum op Walcheren. Het Kanaal door Walcheren en de Buitenhaven speelden sleutelrollen in de verbinding tussen Middelburg en Vlissingen, en de economische schommelingen van de 18e tot 19e eeuw maakten een geleidelijke overgang naar een ambtenarenstad en centrum voor Walcheren mogelijk.
| Periode | Belangrijkste ontwikkeling | Locatie |
|---|---|---|
| 11e-12e eeuw | Ontwikkeling van burg als verdedigingspunt en kloostergemeenschap | Middelburg |
| 14e-15e eeuw | Uitbreiding havencapaciteit en kaaimogelijkheden | Zuidoostelijke stad |
| 16e-17e eeuw | Engelse lakenhandel, W.I.C./VOC, Wisselbank | Middelburg |
| 1940-1945 | Bombardement, herbouw in traditionalistische vorm | Middelburg |
tags: #ramsburg #middelburg #schoorsteen