Het verhaal van de plastic schelpstoel van Eames begon eigenlijk meer dan tien jaar vóór Charles en Ray’s debuut voor Herman Miller in 1950. Het begrijpen van deze decennialange evolutie helpt niet alleen het door Charles vaak geciteerde - “De details zijn geen details. Ze maken het ontwerp” te begrijpen, het zegt ook veel over de verantwoordelijkheid die Herman Miller en de Eames Office en -familie hebben aangenomen op verzoek van Charles en Ray, om trouw te blijven aan de eindeloze wil van ontwerpers om hun ontwerpen te verbeteren en verfijnen.
Het echtpaar Eames was notoir materiaalagnostisch, en het eerste idee van de plastic kuip die we nu kennen en liefhebben is al eind jaren 30 ontstaan toen Charles en Eero Saarinen voor het eerst begonnen met de verkenning van multiplexstoelen in gebogen vorm bij Cranbrook Academy of Art, waar Charles werkte als het hoofd van de ontwerpafdeling. Saarinens vader Eliel was het hoofd van Cranbrook en Eero was junior vennoot bij zijn vaders architectenbureau. Het is waarschijnlijk dat het echtpaar Eames en Eero werden beïnvloed door het werk van de Finse architect Alvar Aalto, die begin jaren 30 had gedoceerd in Cranbrook en erg bekend was om zijn meubels van gebogen multiplex.
Eames en Saarinens eerste poging tot het vormen van multiplex werd gerealiseerd in een stoelconcept voor Eliels ontwerp voor de Kleinhans Music Hall in Buffalo, New York, in 1939. Hoewel die stoel tweedimensionale krommingen had, had hun volgende ontwerp, een inzending voor de wedstrijd “Organic Design” van het Museum of Modern Art in 1940, driedimensionale krommingen. Hier wonnen ze de eerste prijs mee, maar het werd in een zeer beperkte oplage geproduceerd en helemaal niet volgens de door hun gewenste kwaliteit.
Op dat moment was Charles in contact gekomen en getrouwd met Ray Kaiser, een student aan Cranbrook, en de twee verhuisden naar Venice, Californië om hun gelijknamige kantoor te openen. Eero stapte van het project af, maar Charles en Ray waren vastbesloten om een volledig nieuw proces te ontwerpen voor het vormen van multiplex in samengestelde vormen. Charles en Ray bleven experimenteren met hun nieuwe techniek voor het buigen van multiplex en hun inspanningen leverden stretchers, lichtgewicht, stapelbare beenspalken (1942) en een stoeltje op voor een zweefvliegtuig (1943) voor de Amerikaanse marine.
Nadat de oorlog was afgelopen, richtten ze zich weer op het concept van een massaproductiestoel. Ondanks hun beste inspanningen waren ze nog steeds niet in staat om een multiplexvorm met een enkele huls te produceren, maar belandden ze in plaats daarvan bij een interessant alternatief: een stoel die bestaat uit aparte gebogen multiplexpanelen voor de rugleuning en de zitting, wat uiteindelijk de Eames stoel van gevormd multiplex (1946) zou worden, die tot op de dag van vandaag in productie is en door het tijdschrift Times is benoemd tot “beste design van de eeuw”.
Twee jaar later produceerden ze een stoel uit één vorm die uit metaal was gestanst voor de wedstrijd “International Competition for Low-Cost Furniture Design” van het Museum of Modern Art. Het verdiende de tweede plaats in de wedstrijd, maar het met neopreen gecoate prototype was te duur om in productie te nemen, dus begonnen Charles en Ray met het onderzoek van nieuwe materialen zoals plastic verstevigd met glasvezel, een materiaal dat in organische vormen kon worden gevormd en kosteneffectief geproduceerd kon worden, maar nog nooit was gebruikt in een consumentenproduct. Het was deze iteratie - gelanceerd in 1950 - die later de eerste plastic massaproductiestoel werd, maar dat was niet het einde van de evolutie van het ontwerp.
Door de jaren heen zijn de kleur- en hoogteopties, schokdempers, onderstelvariaties en stofferingskeuzes verdubbeld, wat de stoel niet alleen eenvoudig reproduceerbaar maakt, maar ook in hoge mate aanpasbaar. Fabricageprocessen worden ook nauwlettend gevolgd en aangepast en eind jaren 80, bijna een decennium na het overlijden van Charles in 1978, werden de gevolgen van glasvezelproductie voor het milieu onderzocht door Ray en Herman Miller. Rond de jaren 90 stopte Herman Miller de productie. Na jarenlang meer duurzame oplossingen te hebben verkend, herintroduceerde het bedrijf in 2001 de schelpstoel van gevormd plastic in 100% recyclebaar polypropyleen, op basis van prototypen in de archieven van de Eames Office die Charles en Ray hadden gemaakt met glasvezelvrij plastic in de jaren 70.
In 2013, toen ze opnieuw met de Eames-familie werkten, realiseerde Herman Miller Charles en Ray’s visie voor de shell-stoel met een nieuw en heel toepasselijk materiaal - gebogen hout, dankzij de verbeteringen in de 3D-fineertechnologie. Dit jaar heeft het het bedrijf de schelpstoel opnieuw uitgebracht in zowel duurzaam geherformuleerd, GREENGUARD Gold Certified, gevormd glasvezel als met bekleding. WHY gaat verder waar het echtpaar Eames stopte met hun film uit 1970, “The Fiberglass Chairs: Something of How They Get the Way They Are” en bezoekt het glasvezelproductieproces in onze glasvezelproductiefaciliteit in Ashtabula, Ohio en in Herman Millers eigen Greenhouse faciliteiten in Zeeland, Michigan. Dat doen we in tien overzichtelijke video’s die we gedurende twee dagen op Instagram zullen plaatsen (samen met de corresponderende GIF-trailers hieronder), waarbij we de manieren verkennen waarop Herman Miller het oorspronkelijke ontwerp en ethos van Eames verkent, door het fabricageproces en de kwaliteit zo goed en duurzaam mogelijk aan te sturen.

Bij Leasewonen zijn we gepassioneerd over meubels, en vooral over fauteuil. Deze zitmeubelen zijn niet alleen een statement in elk interieur, maar hebben ook een rijke geschiedenis. De fauteuil, zoals we die vandaag kennen, heeft zijn oorsprong in het 17e-eeuwse Frankrijk. Het woord “fauteuil” komt van het Franse woord voor “stoel” en duidde oorspronkelijk op een met stof beklede stoel met armleuningen. In deze periode werden fauteuil beschouwd als luxe objecten die vooral gereserveerd waren voor de aristocratie.
In de 18e eeuw maakte de fauteuil een grote transformatie door. De Rococo-stijl, bekend om zijn sierlijke vormen en uitgebreide decoratie, had een grote invloed op het ontwerp van fauteuil. Fauteuil uit deze tijd hadden vaak gebogen poten, ingewikkeld houtsnijwerk en weelderige bekledingen. Met de Industriële Revolutie in de 19e eeuw veranderde de manier waarop fauteuil werden geproduceerd. Wat ooit handgemaakt en exclusief was, werd nu toegankelijker door massaproductie. Dit betekende niet alleen dat fauteuil betaalbaarder werden voor de bredere bevolking, maar ook dat er meer diversiteit in ontwerp mogelijk was.
De 20e eeuw bracht nog meer innovatie in het ontwerp van fauteuil. Met de opkomst van modernisme en later het minimalisme, veranderde de fauteuil van een zwaar, sierlijk meubelstuk naar een gestroomlijnder, functioneel object. Ontwerpers zoals Le Corbusier en Charles en Ray Eames introduceerden fauteuil die zowel stijlvol als comfortabel waren, met gebruik van nieuwe materialen zoals staal, glasvezel en kunststof. Vandaag de dag blijft de fauteuil een belangrijk meubelstuk in onze woonruimtes. Bij Leasewonen merken we dat moderne klanten niet alleen op zoek zijn naar comfort, maar ook naar duurzaamheid en stijl. De fauteuil van nu zijn vaak gemaakt van milieuvriendelijke materialen en ontworpen met oog voor zowel ergonomie als esthetiek.
Economisch geïnspireerd door familiegeschiedenis, verkocht Titus Darley zijn databedrijf en richtte een fabriek voor designstoelen op. Zijn ouderlijk huis stond vol modernistische meubels. Als tiener haalde hij de bekende Rietveldstoel uit Mondriaan-kleuren naar zijn jongenskamer. Nu is Darley grootaandeelhouder van Rietveld Originals en drie andere interieur- en designmerken: Spectrum, Gelderland en Atelier Artiforte. Vier bedrijven met een designgeschiedenis. In zijn fabriek en showroom in Culemborg opent Darley een museum met zo’n 120 vintage stoelen uit zijn privéverzameling, het RSGA Design Museum.
De kern van zijn verzameling bestaat uit stoelen van Koene Oberman, Martin Visser en Gerrit Rietveld. Darley bezit ook stukken van de architect van De Stijl. Neem bijvoorbeeld de houten stoel die momenteel in het Centraal Museum staat, sterk gelijkaardig aan de Fauteuil voor Metz & Co. Bezoekend verzamelaarherinneringsverhalen worden soms bijeengebracht door restauraties zoals die van de stoel die in kringloopwinkel gekocht werd en later door een restaurateur weer tot leven werd gebracht.
Daarnaast presenteert Spectrum onder de noemer RSGA Design de SZ 02 fauteuil met verborgen details zoals stiknaden, kromming van tuigleer en een chromen frame met scherpe hoeken. De SZ 63 fauteuil van Martin Visser, en de BR 02 slaapbank zijn iconische Spectrum-ontwerpen die tijdloos blijven. Spectrum laat zien hoe ontwerpen uit de jaren ’50 en ’60 integreren met moderne materialen en duurzame productie in het hedendaagse Britse en Nederlandse ontwerplandschap.

Charakteristieke stukken zoals de SZ 14 fauteuil (1971) van Walter Antonis en de SZ 63 fauteuil tonen hoe functionaliteit en esthetiek hand in hand gaan in Nederlandse designheritages. De beurs Destination Design biedt een kijkje in toekomstige ontwerpen, en de heruitgave van iconische stukken zoals de TZ 75 salontafel uit 1963 onderstreept de blijvende waarde van mid-century design.
Eames Lounge chair 3D model by 3DModels.org
De collectie van Spectrum, Gelderland, Rietveld Originals en Atelier Artiforte onder de paraplu van RSGA Design illustreert hoe Nederlandse designklassiekers opnieuw worden geïnventariseerd en heruitgegeven met hedendaagse materialen zoals GREENGUARD Gold Certified vormen van glasvezelversterkte kunststof en gebogen hout, waardoor klassieke ontwerpen blijven bestaan in een duurzame toekomst.
| Ontwerper | Bekendste vroegste ontwerp | Materiaal | Jaartal |
|---|---|---|---|
| Martin Visser | BR 02 slaapbank | Epoxy zwart frame, wengé armleggers | 1960 |
| Constant Nieuwenhuys | IJhorst kruk | Hout, kleurstoffen | 1953 |
| Friso Kramer | DZ 05 kapstok | Materiaalkeuze | 1956 |
De iconische stempel van Eames blijft leven in de onderliggende methode: vormen uit gebogen multiplex, glasvezelversterkte kunststoffen en later gebogen hout, die allemaal wijzen op een erfenis van samenwerking tussen ontwerpers, fabrikanten en producenten die gericht is op zowel schoonheid als bruikbaarheid. De verhalen van Rietveld, Visser, Oberman en andere Nederlandse ontwerpers laat zien hoe Nederlandse designcultuur blijft evolueren door heruitgave en vernieuwde productiemethoden, terwijl de waardering voor vakmanschap behouden blijft.