Hoe zorg je voor 400 jaar cultureel erfgoed? De Schermer molens zijn allemaal rijksmonumenten. Voor de bouw ervan is destijds gebruik gemaakt van natuurlijke materialen. Geen stenen of hardhouten kozijnen, maar veel riet en grenenhout. Kwetsbare materialen ook. Door de eeuwen heen zijn alle molens gelukkig al eens grondig gerestaureerd.
Onderhoud en molenmakerswerk
Molenmakerswerk: Sommige onderhoudsklussen zijn zo specifiek, dat ze alleen door ervaren molenmakers kunnen worden uitgevoerd. In de Schermer zijn drie Noord-Hollandse molenmakerijen actief. Zij kunnen bijvoorbeeld de enorme (eeuwenoude!) eikenhouten balken of de houten vijzel vervangen. Ook het onderhoud van de wieken is molenmakerswerk. De roeden - twee wieken vormen samen één roed - zijn van staal. Die worden elke twee-drie jaar gecontroleerd. Roest het staal te veel of is het staal niet stevig meer, dan worden de roeden vervangen. Tegenwoordig worden de roeden gegalvaniseerd, waardoor ze tot veertig jaar meegaan. Ook de askop en de hulzen waar de roeden doorheen gaan, worden regelmatig nagekeken en geteerd.
Zeilmakerswerk: Op de wieken zitten zeilen. Maatwerk, dat wordt geleverd door een zeilmaker. Vroeger was het zeildoek volledig van katoen, tegenwoordig is het half synthetisch. Ook het touwwerk moet regelmatig gecontroleerd en/of vervangen worden. Timmer- en schilderwerk: Behalve de Museummolen en korenmolen De Otter zijn alle Schermer molens bewoond. De molenaars doen zelf veel onderhoud. Timmerklussen, zoals het vervangen van rotte kozijnen, deuren of luiken, worden door twee timmerbedrijven uitgevoerd. Maar het schilderen, dat toch elke twee, drie jaar moet gebeuren, doet de molenaar hier zelf. Rietdekkerswerk: Een groot deel van de molen is van riet. Staand riet gaat gemiddeld vijftig jaar mee, het liggende riet van de kap moet al na dertig tot veertig jaar worden vervangen. Is er stormschade, dan moet dat natuurlijk meteen gerepareerd worden. Anders ontstaat er lekkage, met alle gevolgen van dien.
Groot onderhoud en financiering
Eén keer in de zoveel tijd is er ook groot onderhoud nodig. Zo zijn in 2016/2017 de potroeden van korenmolen De Otter gerestaureerd en in 2019 is strijkmolen K weer geheel maalvaardig gemaakt. In 2021 kreeg de Museummolen een nieuwe vijzel en een nieuw wiekenkruis. De instandhouding van de molens wordt gedeeltelijk gefinancierd door de overheid en de provincie. Verder dragen diverse particuliere fondsen en de inkomsten uit de Museummolen bij aan de bekostiging van het onderhoud. Een speciale commissie - vier molenaars en een financieel expert - is verantwoordelijk voor de instandhouding van de molens. Aan de hand van een professioneel inspectierapport plannen zij wat wanneer gedaan moet worden en door wie, over een termijn van zes jaar.
Historisch overzicht Schermercomplex
De bekendste 3 molens van het Schermer Molencomplex staan bij Schermerhorn. Samen met 49 andere molens hebben ze de Schermer bemalen. In 1962 werd een beperkte restauratie uitgevoerd; de molen kwam niet meer in bedrijf, maar dit herstel betekende wel het behoud van kap en gaandewerk, omdat de molen van binnen droog bleef. In 1966 werd de maalinrichting deels verwijderd, evenals de mechanische maalderij in de bijgebouwen. Nadat de gemeente de molen voor f1,- van de toenmalige eigenaar Jan Roggeband had aangekocht, onderging deze een grondige restauratie met onder meer een nieuwe stelling en roeden. Op 13 november 1982 werd 'de Hoop' feestelijk in gebruik genomen.
KOREN WINDER MEERGRANENBROOD: Teun van der Bok paste het inwendige van de molen aan om er vanaf 1993 een full-time ambachtelijke korenmolenaarsbedrijf te kunnen starten. De door windkracht aangedreven koppels stenen direct in mengketels. Naast meel voor het eigen 'Korenwinder meergranenbrood' worden meelproducten geleverd aan industriële en ambachtelijke bakkerijen en ook aan handelaren in bakkerijgrondstoffen. Mede door de gunstige maatverhoudingen van de lagere zolders is dit een praktische molen om mee te werken. In het najaar van 2015 is de molen stilgezet; beiden roeden dienden vervangen te worden. Eind oktober werden zij gestreken om in juli 2016 weer te kunnen malen.
In april 2017 heeft de rijksdienst voor de Monumentenzorg in Zeeland vijf molens, waaronder 'de Hoop', stil laten zetten omdat de bouten waarmee de wieken vastzitten los kunnen raken. Dat gebeurde al in Schiedam, zonder gevolgen. Het gaat om molens waarbij de twee roeden, de lange buisconstructies waar de wieken aan vastzitten, zijn vervangen door vier korte roeden. Die vier worden in het midden vastgehouden door een koppelstuk en daarvan blijken de bouten niet sterk genoeg te zijn. Molenaar Teun van der Bok liet in 2016 nieuwe wieken aan zijn molen zetten. Dat werk moest in juni 2018 opnieuw worden gedaan. Van der Bok maalt beroepsmatig en werkte vanaf dat moment noodgedwongen op elektriciteit.
Vanaf maart 2019 is in het nieuw geopende Pannenkoekhuis aan de Appelmarkt heerlijke pannenkoeken te proeven met meel van molen 'de Hoop'. Toen in 1850 de molen gebouwd werd die later “De Volharding” zou gaan heten, draaiden er in het dorp Best en in de naaste omgeving al verschillende andere windmolens. Dat waren nagenoeg allemaal molens van het middeleeuwse type, zogenaamde standerdmolens. Bij standerdmolens, die volledig van hout zijn, is het draaiende werk met de molenstenen ondergebracht in de kast van de molen, die in zijn geheel naar de wind kan worden gekeerd. De nieuwe molen was van een moderner type: alleen de kap kon naar de wind worden gedraaid, de romp was van baksteen en doordat er een galerij rond de molen werd aangebracht kon de molen ook hoger worden. In 1884 brandde de molen ten gevolge van blikseminslag volledig uit. In het zuiden van het land werd er in die periode nog volop met windkracht gemalen, maar in het westen en het noorden van het land werden molens al vaak afgedankt en vervangen door stoommachines. Zodoende kon men in Best voor het herstel een tweedehands molen aankopen, een voormalige poldermolen. In 1904 besloot de mulder een stoommachine bij de molen te plaatsen, en later volgden andere typen motoren. In 1938 werd de molen vervolgens onttakeld. In de jaren zestig nog wel granen voor veevoer gemalen. Daarna volgde een periode van stilstand, horeca en onzekerheid over toekomst. In 1991 werd een nieuwe galerij rondom de molen aangebracht. In 2009-2011 volgde de definitieve restauratie en reconstructie, en in 2016-2019 voltooid. De Volharding kreeg daarna een regionale identiteit met vakwerk van diverse specialisten en restauratieambacht. De voltooide reconstructie behoudt historische elementen en geeft een beeld zoals eind 19e eeuw.
De reconstructie is doordacht en zorgvuldig uitgevoerd, zodat de molen er nu inwendig uitziet zoals dat waarschijnlijk ook aan het eind van de 19de eeuw het geval was. De molen, die een volwassen hoogte heeft maar in relatie tot andere molens in de streek slank van lijn is, heeft twee koppels molenstenen. Een daarvan is nog het oorspronkelijke koppel, vervaardigd uit natuursteen (basaltlava), dat vanaf 1936 tot nu toe ongebruikt in de molen heeft gelegen. De stalen roeden (wieken) hebben een lengte van 25,50 meter van top tot top. Deze roeden hebben aan de ene zijde een latwerk waarop de molenzeilen kunnen worden uitgespreid, en aan de andere zijde een zogenaamde “stroomlijnneus” van aluminium, een verbetering uit 1936 door Chris van Bussel om meer energie aan de wind te onttrekken. De molen De Volharding staat symbool voor het vakmanschap van molenmakers en voor de veerkracht van erfgoed wanneer moderne inspanningen, financiering en publieke betrokkenheid samenkomen.
Andere initiatieven en lopende restauraties
Schouwen-Duiveland - De restauratie van twee karakteristieke molens op Schouwen-Duiveland is gestart. De herstelwerkzaamheden worden uitgevoerd door Molenmakerij Grinwis. Daarnaast vinden inspecties en diverse restauratietaken plaats, waaronder demontage van wieken en bovenwiel. De grotere restauraties staan gepland voor 2026 en 2027. De gemeente organiseert inloopmomenten om omwonenden en belangstellenden te informeren over de geschiedenis en het vakmanschap. De werkzaamheden vereisen duizenden stenen; zo zijn er 22.000 stenen nodig om de molen te vernieuwen. Een molen in Nieuwvliet krijgt ook renovatie, met kostenplaatje van bijna 350.000 euro, grotendeels gefinancierd door de provincie, inclusief vervanging van roeden, stenen en staart.
De Lonneker Molen is in de jaren 1850-1851 gebouwd als beltmolen en is uniek omdat de bakstenen romp is voorzien van riet. De molen heeft meerdere restauraties ondergaan en werd in 1985 heringericht. In 2016 kwam de molen in handen van de Stichting Erfgoed Lonneker. In 2016 raakte de molen door brand beschadigd, maar de rietlaag hield de schade beperkt. In augustus 2024 begon de bouw van een educatiecentrum bij de molen, uitgevoerd door Gebr. De Eerste windmolen in West-Europa dateert uit circa 1180 in Vlaanderen, terwijl de oudste Nederlandse vermelding uit 1221 dateert. De windmolen kent een eenvoudige werking: het wiekenkruis drijft het bovenwiel en koningsspil, waarna via het onderwiel en het scheprad water omhoog wordt gebracht of, bij korenmolens, het maalwerk aandrijft.
Technische kernpunten van windmolens
- Het wiekenkruis bevat twee roeden die samen het roed vormen; de vlucht bepaalt de windvang.
- Het hekwerk van de wieken wordt bespannen met zeilen; het aantal zeilen en de spanning regelt de snelheid.
- De bovenas zet het bovenwiel en de koningsspil in beweging; bij poldermolens drijft dit het onderwiel en het scheprad aan, bij korenmolen het spoorwiel en de maalstenen.
- De roeden bestaan uit staal en kunnen worden vervangen of gegalvaniseerd, terwijl het rietdek en de overige dakonderdelen regelmatig onderhoud vereisen.
