Restauratie van het Elisabethkerk-orgel in Grave: een eeuwenoude muzikale getuige van stad en geloof

Vermoedelijk omstreeks 1240 is op deze plaats een romaanse kerk gesticht onder het bewind van Hendrik III van Cuijk. Aan deze kerk is lang gebouwd, en in 1308 werd ze tot kapittelkerk verheven. Vermoedelijk door Jutta van Nassau, de tweede vrouw van de in 1308 gestorven Jan I van Cuijk, verwierf de kerk in 1312 enige relieken van Elisabeth. De kerk werd tijdens de stadsbrand van 1415 verwoest. Na de brand werd de kerk eerst provisorisch gerepareerd, maar onder Arnold van Egmont, hertog van Gelre van 1423 tot 1474, werd de kerk herbouwd en van 1506 tot 1516 werd zij vergroot en in 1535 uitgebreid met hoge kruisarmen. Zo werd ze de grootste kruiskerk van het huidige Nederland.

Omdat Grave een vestingstad was, werd ze echter regelmatig belegerd, waarbij ook de kerk grote schade opliep. In 1577, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werd Grave veroverd door de Spanjaarden. De kerk wordt dan protestants. Na herovering van Grave door Spanje is de kerk van 1586 tot 1602 wederom katholiek. Ten slotte werd Grave in 1602 opnieuw door de protestanten onder prins Maurits veroverd, waarna de kerk voor bijna twee eeuwen in Hervormde handen kwam. In 1798 werd ze aan de katholieken teruggegeven. In 1674 werd tijdens het beleg dat een einde maakte aan de Franse bezetting, de torenspits en een deel van het middenschip verwoest, en ook het beleg van 1794 richtte veel schade aan. In 1874 sloeg de bliksem in de toren en deze stortte in. Er werd voor de restauratie geen geld uitgetrokken en sloop volgde. De kerk, hoewel nog altijd indrukwekkend van afmetingen, mist daardoor het westelijke deel, zodat ze voornamelijk nog uit koor en dwarspand bestaat.

Architectuur en historie van het gebouw

Het gebouw bestaat voornamelijk uit koor en dwarspand van een laatgotische kruisbasiliek. Het koor dateert van 1506-1516, de dwarsarmen uit het midden van de 16e eeuw. De zuidelijke dwarsarm heeft een renaissancegevel uit 1535, ontworpen door Alessandro Pasqualini. Aan de westzijde zijn nog resten te zien van de vroegere toren, en is in het plaveisel aangegeven wat de omtrek van de vroegere kerk was. Tegen de kerk zijn huizen aangebouwd geweest en aan het straatje Achter de kerk, aan de oostzijde, stonden enkele huizen die zich tussen de steunberen bevonden; deze zijn in 1907 gesloopt.

In 1971 werd de kerk vanwege haar slechte staat gesloten en in 1974 begon men met de restauratie. In 2002 werd de Hemelvaartkerk gesloten en de Hemelvaartparochie bij die van de Elisabethparochie gevoegd. Het hoogtepunt van de restauratie werd bereikt toen in 1981 de restauratie afrond werd verklaard in aanwezigheid van prinses Margriet. De kerk is sindsdien een levend monument en wordt beschermd als drager van een lange geschiedenis.

Het orgel van Elisabeth Grave: geschiedenis tot nu

Rond 1240 begon mogelijk de geschiedenis van het orgel met vroege pijpensystemen in de Romeins-katholieke traditie. In 1846 kwam het orgel van Smits in Grave, gebouwd door F.C. Smits uit Reek, in de St.-Elisabethkerk. Een jaar later stortten als gevolg van een aardbeving een pijler en het rugwerk van het orgel, waarna het rugwerk werd vervangen door een decoratieve voorziening die leek op echte pijpen. Het rugwerk wordt daarom rugwerk genoemd, omdat de organist met de rug naar het front zit.

In 1866 stapte een vieringpijler, waardoor het rugwerk vernietigd werd en zowel rugwerk als hoofdwerk zware schade opliepen. Na de restauratie werd een neogotisch balkon geplaatst en het orgel werd in 1882 opnieuw door Smits onder handen genomen. In 1919 voerden de Gebroeders Smits eeen reeks aanpassingen door, waarbij het echowerk zijn zelfstandigheid verloor. In 1933 en 1955 vonden kleinere werkzaamheden plaats. In 1981 werd het orgel nog eens grondig onderhanden genomen door Verschueren, met herstel van de kamertoon en de schouwen, maar het rugpositief bleef achterwege.

De huidige restauratie-inspanning van het Elisabeth-orgel is een collectieve onderneming van de Stichting Restauratie Elisabeth Grave (REG). De stichting werd opgericht in 1972 en heeft als doel het fysiek in stand houden van de kerk en de inventaris. De restauratie van 1976-1981 bracht onder meer een westelijke aanbouw en vernieuwde liturgie-opstelling. De huidige restaurateur-ambities richten zich op het volledig reconstrueren van het orgel en het terugbrengen van de oorspronkelijke klank en dispositie.

Afbeelding: Het Elisabethkerk-orgel in Grave tijdens restauratie

De restauratieplannen betreffen onder meer de reconstructie van een mogelijk rugwerk en de terugkeer van de kamertoon. Er zijn plannen voor funderingsonderzoek en het herstellen van de windladen in een organenkamer waarin de windladen loodrecht op het front zijn geplaatst. De orgelpijpen worden met zorg verwijderd en onderzocht door deskundigen zoals Jan Boogaarts uit Duiven, een toonaangevende Smits-kenner, en Rudi van Straten van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Een tweede specialist is eveneens nauw betrokken. Er wordt samengewerkt aan een meerjarenplan en aan de fondsenwerving via subsidies en particuliere sponsors.

Concreet zijn er lopende initiatieven zoals Orgelwijn en acties van lokale bedrijven en particulieren om geld in te zamelen voor de restauratiekas. Er zijn plannen voor benefietconcerten en publieksacties, waarbij bijdragen in de speciale bussen in de kerk kunnen worden gedaan. Het streven is duidelijk: niet de vraag óf, maar wanneer het orgel volledig gerestaureerd zal zijn. De organisatie nodigt inwoners uit om het rugwerkloze orgel te bezichtigen en te doneren aan de restauratiepot.

Synchroon met de parochie: de rol van Sint-Elisabeth en de gemeenschap

De Sint Elisabethkerk vormt een levend monument, niet alleen nationaal erfgoed maar ook een baken in moeilijke tijden voor de parochianen. De restauratieberichten uit de periode van de restauratie onder de Stichting Restauratiefonds Sint-Elisabethkerk geven een beeld van de kerk als godshuis, cultureel object en drager van historie. Na de restauratie bleef de parochie actief deelnemen aan de liturgie, met in Vlaanderen aangekochte meubelen die het interieur hebben aangevuld na de onderbrekingen tijdens de conflicten en heropvoeringen.

Het oorspronkelijke orgel kende in de 19e eeuw een dispositie met drie manualen voor rugwerk, hoofdwerk en echowerk, en bevatte een kenmerkende orgelkamer met windladen loodrecht op het front. De latere restauraties hebben geprobeerd deze structuur te behouden, terwijl moderne restauratoren streefden naar herstel van de authentieke klank en het historische timmerwerk rondom het instrument.

Praktische details en hedendaagse activiteiten

  • Hoofdwerk, Rugwerk en Echowerk: dispositie en balans in de hedendaagse restauratie zijn onderwerp van intensief onderzoek.
  • Het Rugwerk: reconstructie-ambities en de mogelijkheid van een rugpositie voor de organist.
  • De kamertoon: herstelling na de restauratie in 1981 en toekomstige verfijningen.
  • Fondsenwerving: lokale initiatieven zoals Orgelwijn, sponsoring uit bedrijven en particulieren, en subsidieverzoeken aan fondsen zoals Prins Bernhard Cultuurfonds.

tags: #renovatie #kerkorgel #elisabeth #kerk #grave