Op 14 mei 2022 werd het Stedelijk Museum Schiedam feestelijk heropend in bijzijn van staatssecretaris Cultuur en Media Gunay Uslu en burgemeester Cor Lamers. Het was een bijzondere dag waarop iedereen het resultaat van de renovatie die de afgelopen drie jaar had plaatsgevonden, kon bewonderen. Het Stedelijk Museum Schiedam werd in 1899 opgericht en is sinds 1941 gevestigd in het rijksmonument Sint Jacobsgasthuis. Dit gasthuis werd in 1787 gebouwd in een symmetrische, neoclassicistische stijl naar een ontwerp van de architect Jan Guidici. Het staat op de plaats van een nog ouder gasthuis dat rond 1547 werd gesticht door gravin Aleida van Henegouwen. Het gebouw bood nog tot 1934 onderdak aan arme ouderen en deze functie is af te lezen aan de plattegrond: centraal in het gebouw bevindt zich een grote kapel met aan weerszijden een vleugel.
Museumgebouw bij de heropening op 14 mei 2022. De renovatie is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Schiedam, eigenaar van het Rijksmonument. Bureau Soda was samen met Bordewijk/De Adviseurs verantwoordelijk voor het onderzoek, het ontwerp en de begeleiding van de renovatie en trok hierin nauw op met het museum, de gemeente en gespecialiseerde partners. Soda voerde allereerst een uitgebreid ontwerpend onderzoek uit, samen met Bordewijk/De Adviseurs. Er moesten oplossingen voor diverse veiligheids- en constructieproblemen en de slecht functionerende installaties worden gevonden, er was een wens tot verduurzaming en de bezoekerservaring diende te worden verbeterd.
Op basis van dit onderzoek is het museumgebouw vervolgens grondig en met veel aandacht gerenoveerd. Tentoonstellingszalen, verkeersgebieden en verschillende bezoekersruimtes zijn vernieuwd en aangepast. Gedurende het hele renovatieproces is het rijksmonument met grote zorg benaderd en zijn aanwezige waarden van het gebouw versterkt. In het ontwerp heeft Soda zoveel mogelijk het rijksmonument tot zijn recht laten komen. Daarbij refereert Soda vaak op subtiele wijze aan het verleden, echter zonder te historiseren. Een voorbeeld is het aangewende kleurenpalet van een aantal zalen: de plafonds hebben een diep donkerrode kleur, tegen het zwarte aan, en de grijze vloeren laten een minuscule zweem rood zien. Een hint naar het ‘ossenbloed’ dat in vroegere tijden vaak als bindmiddel in verf werd gebruikt. Ook refereert de nieuwe inrichting van de trappenhuizen aan de verdwenen jaren 30 trap waarbij de doorgaande leuningen een verbindend element waren tussen de verschillende verdiepingen.
Tentoonstellingszaal met Zwermen van Zoro Feigl. Dankzij de renovatie heeft het museum nu prachtige, moderne tentoonstellingszalen gekregen. Vrijwel alles in de zalen is nieuw. De ruimtes zijn verduurzaamd en geïsoleerd, geluid wordt geabsorbeerd, de zaalvloeren zijn constructief verbeterd, alle installaties zijn weggewerkt en het daglicht kan, als dat gewenst is, weer worden toegelaten. Behalve dat de zalen daarmee voor het museum veel functioneler en beter inzetbaar zijn geworden, verhoogt het ook de kwaliteit van de bezoekerservaring. Bezoekers in de tentoonstelling Levend Landschap. Het monumentale gebouw is na de renovatie fors beter geïsoleerd.
Een belangrijk gevaar bij het na-isoleren van monumentale gebouwen met een museale functie is echter een verhoogd risico op condensatie van kwetsbare constructie-onderdelen. Om dit te risico te verkleinen, is er voor de isolatie van de tentoonstellingszalen gebruik gemaakt van een innovatieve toepassing, namelijk capillair actieve isolatie waarvoor ventilerende voorzetwanden zijn geplaatst. Bijkomend voordeel van deze ingreep is dat áchter deze voorzetwanden de voorheen dominant aanwezige installatie uit het zicht weggewerkt kon worden. De trappenhuizen. De oude trappenhuizen vormden een behoorlijke belemmering voor verticaal kunsttransport. Bovendien voldeden de trappen en liften niet meer aan de moderne eisen van toegankelijkheid. Daarom zijn de trappenhuizen en liften vergroot en vernieuwd. Tevens kwamen de originele ramen van de trappenhuizen achter voorzetwanden vandaan, waardoor er vanuit het trappenhuis zicht is op het plein, de bezoeker zich beter kan oriënteren en er bovendien prachtig daglicht naar binnenstraalt, waardoor de trappenhuizen een prettige plek in het museum zijn geworden. Na renovatie zijn de trappenhuizen bovendien voorzien van vijf permanente kunstwerken aan de wanden van het trappenhuis.
Het Atelier. Stedelijk Museum Schiedam heeft - aanvullend op de gemeentelijke renovatie - zelf het keldergebied, dat zich in het hart van het gebouw bevindt, onder handen genomen. De voormalige ondergrondse entree op het plein is dichtgelegd en in het voorheen onbenutte en voormalige entreegebied zijn - met zorg voor bestaande structuren - nieuwe ruimtes gecreëerd zoals een garderobe, stadsgalerij, tentoonstellingszaal en een educatie-atelier. In het keldergebied komen nu alle educatieve functies van het museum prachtig samen. Het souterrain heeft daardoor weer een duidelijke functie en prettige uitstraling.
Werk van Timo Demollin in het trappenhuis. De renovatie van het Sint Jacobs Gasthuis is uitgevoerd in opdracht van en gefinancierd door de gemeente Schiedam. Het museum is zelf opdrachtgever van de aanvullende renovatie van het keldergebied en voerde deze uit met steun van de VriendenLoterij, Provincie Zuid-Holland, Fonds Schiedam Vlaardingen, Prins Bernhard Cultuurfonds en de G.Ph. Verhagen-Stichting. Het duurt nog even maar de eerste stap is genomen. Stadsherstel Maassteden B.V.
Na de renovatie kan het museum het pand als huurder gebruiken voor de presentatie van grote kunstinstallaties en bijeenkomsten voor en met de stad. ‘Ik vind het heel bijzonder en typisch Schiedams om juist in tijden waarin we het moeilijk hebben de handen ineen te slaan en te investeren in de toekomst’, zegt museumdirecteur Anne de Haij. De aankoop is mogelijk dankzij de steun van het Fonds Schiedam Vlaardingen e.o. en De Groot Fonds en met medewerking van de gemeente Schiedam. ‘Als dit doorgaat, kunnen we onze ambities en dromen waarmaken en blijven groeien’, vervolgt De Haij. ‘In de grote zaal laten we straks overdag spectaculaire kunstinstallaties zien: grote hangende sculpturen, video-installaties of kunstinstallaties die alle wanden en het plafond beslaan. Op maandagen en in de avonduren is er plek voor evenementen en bijeenkomsten in de grote zaal. In de torenkamer in de nok kun je een workshop volgen of een lezing of vergadering bijwonen. ‘Daar kunnen we onze activiteiten organiseren’, vervolgt De Haij. ‘Partners in de stad geven we graag de sleutel om er gebruik van te maken. Met de culturele invulling van de voormalige bioscoop wordt het museumkwartier met het Nationale Jenevermuseum, het Nationaal Coöperatiemuseum en het Stedelijk Museum Schiedam nog steviger. De Haij: ‘Samen bouwen we aan een gebied dat niet alleen aantrekkelijk is voor Schiedammers maar ook voor mensen buiten de stad.
Het gebouw van de Monopole is een ontwerp van de Schiedamse architect A. Stahlie. Kenners noemen het een verstrakte variant van art deco. Het werd in opdracht van fotograaf Arie Dettmeijer gebouwd en ging in 1921 open onder de naam bioscoop Pandora. In de loop der jaren veranderde de bioscoop van naam. Zo heette het zes jaar City-bioscoop (1932-1938). Daarna was het 30 jaar lang de Monopole. Onder die naam staat het gebouw ondanks de sluiting in 1968 in het collectieve geheugen gegrift. Anne de Haij, directeur van het Stedelijk Museum Schiedam, bij de Monopole en het museum in de steigers. Aan de overkant van Stedelijk Museum Schiedam staat al heel lang een opvallend gebouw leeg. Acht rode blokletters die de naam ‘Monopole’ vormden, werden tientallen jaren geleden al van de gevel verwijderd. Toch staat het gebouw nog altijd bekend onder de naam die het tussen 1938 en 1968 droeg: Monopole. De meeste Schiedammers kennen Monopole nog als bioscoop. Maar de geschiedenis gaat verder terug: vóórdat de bioscoop in 1921 wordt gebouwd, staan op deze plek een branderij, een pakhuis en later een drukkerij.
In 1921 koopt de fotograaf Arie Dettmeijer de hoekpanden aan de Hoogstraat 99 en Appelmarkt 2-4. Het is de tijd waarin de bioscoop een grote hit is. Het aantal bioscopen in Nederland stijgt snel, en meeliftend op deze trend besluit ook Dettmeijer een bioscoop te beginnen. Hiervoor is wel een nieuw pand nodig. Voorafgaand aan de bouw en opening trekt Dettmeijer flink de aandacht. Zo roept hij alle Schiedammers op om mee te denken over de naam van het nieuwe filmtheater. Uiteindelijk kiest de jury voor de naam ‘Pandora’, waarna in de kranten een levendige discussie losbarst. De start van de bouw krijgt veel aandacht in Schiedam. Onder grote belangstelling legt Hendrika van der Hammen op 19 april 1921 de eerste steen, omdat ze precies op deze dag haar twaalfde verjaardag viert.
Medewerkers van de Schiedamse orgelfabriek Standaart brengen in 1929 een bezoekje aan Pandora. Ondanks de spectaculaire start van zijn bioscoop houdt Dettmeijer het na vier jaar voor gezien. Pandora wisselt meerdere keren van eigenaar en ook de naam van de bioscoop verandert twee keer. In 1934 staat de bioscoop als City bekend en in 1938 wordt het Monopole. Vanaf de late jaren dertig komen er steeds meer bezoekers. Ook van 1940 tot 1945 is de bioscoop open en kunnen Schiedammers er tijdelijk aan de ellende van de oorlog en bezetting ontsnappen. De bioscoop ontkomt er niet aan om ook propagandafilms in opdracht van de bezetter te tonen. Na de oorlogsjaren vallen de bezoekersaantallen tegen. De eigenaar gooit het daarom over een andere boeg. Dit is de Monopole zoals veel Schiedammers het zich nog herinneren. Zij bezochten het filmtheater in de jaren vijftig en zestig en keken er vooral avonturen- en westernfilms. Dat levert Monopole bij sommige Schiedammers wel een slechte reputatie op. Het is er voor hen te druk en te rumoerig en er hangen vaak nozems voor de deur. In 1968 sluit de bioscoop officieel de deuren. Vanaf dat moment breekt er een periode aan waarin een aantal Schiedammers er van alles proberen, maar geen enkele invulling houdt stand. In de jaren zeventig is het kortstondig een discotheek. Vanaf 1977 vestigt Dansschool Sitton zich er, en veel Schiedammers van nu herinneren zich dat nog goed. Later is het ook nog een partycentrum. In de jaren negentig wordt er in het pand vaak bingo gespeeld. Meerdere avonden per week rijden er bussen richting Schiedam voor deze populaire bingoavonden. De bingo-events zijn geliefd én berucht. In 2002 koopt de gemeente Schiedam het gebouw. In de jaren die volgen, zijn er veel tijdelijke culturele projecten en initiatieven. Tot vandaag de dag.
Twee lokale fondsen trekken zich het lot van Monopole aan. Fonds Schiedam Vlaardingen e.o. investeert eerst in de renovatie van het gebouw. En later ook - samen met het Schiedamse De Groot Fonds - in de herbestemming tot tentoonstellingsruimte van Stedelijk Museum Schiedam. Ook de Schiedamse Bakkerette vindt hier zijn thuis. De Monopole wordt nieuw leven ingeblazen. Op 5 februari hebben de gemeente Schiedam en Stadsherstel Maassteden de koopovereenkomst getekend voor de verkoop van het gemeentelijk monument de Monopole. Stadsherstel Maassteden verwacht de restauratie en herbestemming van het gebouw medio 2024 te starten. Met de restauratie komt de ‘grandeur’ van het gebouw weer terug en wordt het van binnen een duurzaam en modern gebouw. In het feestjaar 2025, als Schiedam 750 jaar stadsrechten viert, opent de Monopole voor het publiek. Het museum gaat dan minstens één tentoonstelling per jaar houden. Dit wordt mogelijk gemaakt dankzij de financiële bijdragen van Fonds Schiedam Vlaardingen e.o. en De Groot Fonds. Wethouder Anouschka Biekman: “Ik heb er alle vertrouwen in dat dit bijzondere gebouw in goede handen is bij Stadsherstel Maassteden en verheug me op de programmering van het Stedelijk Museum Schiedam.” Museumdirecteur Anne de Haij: “Ik ben de fondsen dankbaar voor de driejarige subsidie. Het plan is om kunstinstallaties in de Grote Zaal te maken, installaties die visueel spectaculair zijn en aantrekkelijk voor jonge bezoekers uit heel Nederland.”
Sinds de restauratie in 2011 staat het bijzondere gemeentelijk monument aan de Schiedamse Hoogstraat grotendeels leeg. Er waren veel plannen voor het gebouw, maar de renovatiekosten schrokken geïnteresseerden af om daadwerkelijk met de Monopole aan de slag te gaan. Het Fonds Schiedam Vlaardingen e.o. en De Groot Fonds trokken zich ‘het lot’ van de Monopole aan. “Wij vroegen Stadsherstel Maassteden en Stedelijk Museum Schiedam om de mogelijkheden voor de herontwikkeling en inhoudelijke invulling van de Monopole samen te onderzoeken,” aldus John Massaar, directeur van het Fonds Schiedam Vlaardingen e.o..
Nu is het gebouw daadwerkelijk aangekocht en gaat het dus eindelijk ‘echt gebeuren’. Stadsherstel Maassteden is nu aan zet met de renovatie en herbestemming van het gebouw. Naast de Grote Zaal realiseren zij kantoren op de begane grond en in de fraaie torenkamer. Het ontwerp heeft monumentale waarden als uitgangspunt gediend. De oude entree vormt de spil en zorgt voor de zichtbaarheid en interactie met de stad en de directe verbinding met het hoofdgebouw van het Stedelijk Museum Schiedam. Het openbare karakter en de stedenbouwkundige opzet worden hierdoor versterkt en in ere hersteld.

Historische context en erfgoedwaarde van Monopole
Het gemeentelijk monument Monopole, gelegen op de hoek van de Hoogstraat en de Appelmarkt in Schiedam, heeft afgelopen zaterdag officieel zijn deuren heropend. Het gebouw straalt weer in oude glorie, maar is tegelijk volledig vernieuwd en klaar voor de toekomst. Het karakteristieke gebouw kende in de loop van de tijd verschillende functies. In de jaren twintig opende het als bioscoop onder de naam Pandora, later bekend als Monopole. Ook deed het enige tijd dienst als dansschool Sitton en later als partycentrum. In 2010 werd de buitenzijde gerestaureerd en kwam de buitenkant weer in ere. De geschiedenis gaat verder terug: vóórdat de bioscoop in 1921 wordt gebouwd, staan op deze plek een branderij, een pakhuis en later een drukkerij.
De Monopole opent in 1921 als bioscoop Pandora, een initiatief van Arie Dettmeijer. Dettmeijer vroeg om ideeën via een speciale brievenbus en koos uiteindelijk de naam Pandora na een publieke discussie. De eerste steen werd gelegd op 19 april 1921 door Hendrika van der Hammen. De bioscoop wisselde sindsdien meerdere keren van eigenaar en naam, van Pandora via City naar Monopole. In de oorlogsjaren werd propaganda vertoond; na de oorlog liepen bezoekersaantallen terug en werd het programma ruwer, wat bijdroeg aan een reputatie van rumoerige avonden. In 1968 sloot de Monopole definitief zijn deuren en begon er een periode van wisselende invullingen.
Vanaf 1977 maakte Dansschool Sitton gebruik van het pand, later diende het ook als partycentrum en bingo-centrum. In 2002 kocht de gemeente het gebouw. Met steun van fondsen en vrijwilligers ontstonden plannen voor herbestemming. ARD ontwikkelde in 2019 een ontwerpvisie voor de voormalige bioscoop als uitbreiding van het Stedelijk Museum Schiedam. In samenwerking met Stadsherstel Maassteden B.V. en andere partijen is een nieuwe, passende bestemming gecreëerd die monumentale waarden respecteert en een verbinding met de stad versterkt.
Toekomstige programmering en maatschappelijke betekenis
Vanaf september 2025 huurt en programmeert het Stedelijk Museum Schiedam weer de Grote Zaal, met ten minste één tentoonstelling per jaar, mede mogelijk gemaakt door de fondsen Fonds Schiedam Vlaardingen e.o. en De Groot Fonds. De Bakkerette op de begane grond biedt koffie en lunchruimte, terwijl de voormalige bioscoopzaal boven als dependance van het museum fungeert. Dit maakt het Monopole-pand een integraal onderdeel van het museumkwartier met het Nationaal Jenevermuseum en het Nationaal Coöperatiemuseum. Anne de Haij, museumdirecteur, benadrukt dat dit samenwerkingsverband de stad aantrekkelijk maakt voor zowel bewoners als bezoekers van buiten de stad.
- Gerealiseerd ontwerp en renovatie met behoud van erfgoedwaarde
- Capillair actieve isolatie en voorzetwanden voor condensatiebeheersing
- Verruiming van trappenhuizen en liften voor toegankelijkheid
- Educatieve functies en garderobe en stadsgalerij in het keldergebied
- Koppelvlak tussen hoofdgebouw en Monopole versterkt
De initiatiefnemers benadrukken de maatschappelijke rol van het gebouw: een cultureel en educatief hart voor Schiedam dat ook als ontmoetingsplek voor de stad en haar regio gaat dienen. Met de restauratie en herbestemming wordt een lang gekoesterde droom realiteit: monumenten behouden door restauratie en duurzame, maatschappelijke functies mogelijk te maken.