Rijst is het basisvoedsel voor honderden miljoenen Indonesiërs .
Het verbouwen van rijst is echter veel minder eenvoudig dan bijvoorbeeld het verbouwen van graan of maïs.
Als we de rijstplant hiernaast bekijken dan ziet hij er niet bijzonder uit.
Wat wel meteen opvalt is dat hij met zijn voeten in het water staat.
Moet dat dan?
Nee, er zijn rijstsoorten die je op een gewone akker kan telen.
Waarom groeit in Azie dan de meeste rijst in de modder?
Het antwoord is eigenlijk voor de hand liggend.
In dat natte milieu groeit veel minder onkruid dan in een gewone akker.
Het tere rijstplantje zou in de tropen binnen de kortste keren overwoekerd zijn door allerlei andere planten.
Water maakt de teelt dus beheersbaar, wat een groot voordeel is.
Nadeel is echter dat je je akker voortdurend onder water moet houden.
Je moet dus een uitgekiend systeem maken om water op je akker te krijgen en te houden.
In een land als Indonesië, dat vrijwel geheel bestaat uit heuvels en hoge bergen, is dat een hele opgaaf.
Gelukkig kent Indonesië veel regenval, en dus vindt je overal rivieren.
Wanneer je zo’n rivier weet af te takken en het water via nieuw te graven kanalen naar een geschikte plek weet te brengen, dan heb je al een goed begin.
De hoeveelheid water wordt met zeer simpele middelen geregeld.
De rijstakker, sawah, zal in dit heuvelachtige land altijd bestaan uit terrassen; akkers die rond de berg trapsgewijs zijn aangelegd.
Groot zullen ze nooit zijn, en de berg bepaalt de vorm van de akker.
Er kleeft echter een groot nadeel aan deze terassenbouw, en dat is dat de bewerking nauwelijks te mechaniseren valt.
Met eentractor zal je hier niet ver komen.
Dat is moeilijk voor te stellen, want het gaat om miljoenen tonnen rijst per jaar.
Tegen die tijd hebben de boeren de rijstvelden voorzien van een netwerk van touwen die soms honderden meters lang zijn, met daar aan rammelende blikjes, plastic zakken, CD’s die de vogels moeten afschrikken.
Na het oogsten wordt de akker drooggelegd en omgeploegd.
Hiervoor wordt de waterbuffel - karbau ingezet, die dit met groot plezier doet, want hij houdt immers, zoals zijn naam al zegt, erg van water en modder.
Vrij snel hierna kan de akker alweer beplant worden.
De grond is van vulkanische oorsprong en is daardoor erg vruchtbaar.
Daardoor kan je steeds maar weer hetzelfde gewas op dezelfde grond telen.
Bij ons in Nederland gaat dat niet.
Veel werkzaamheden worden overigens gemeenschappelijk gedaan- gotong royong, dus de boer staat er niet alleen voor .
Bij planten en het oogsten zijn vrijwel alle dorpsleden betrokken.
De toekomst voor de rijstbouw ziet er niet zo spannend uit.
Er kan immers nauwelijks gemechaniseerd worden, iets wat in het Westen een enorme schaalvergroting opleverde, maar hier niet mogelijk is.
Productieverhoging wordt hier bereikt door rassenverbetering.
Daardoor kan er op veel plaatsen drie keer per jaar geoogst worden tegen tweemaal vroeger.
Ook het gebruik van kunstmest is enorm toegenomen.
De rijst kan nog niet gegeten worden want er zit nog een taai schilletje omheen.
Dus wordt de rijst gestampt in een groot houten blok, lumpang.
Dit meisje uit Sumba laat zien hoe dat gaat.
De rijst die nu beras heet, wordt dan zorgvuldig schoongemaakt.
Steentjes en andere zaadjes worden verwijderd.
Hiernaast ziet u de prijzen van rijst op een markt in Bali.
De prijs is hetzelfde of meer dan bij ons in Nederland.
Rijst is rijst zult u denken , maar niets is minder waar.
Er zijn werkelijk honderden rijstrassen, zelfs met verschillende kleuren.
Rode rijst bijvoorbeeld, is erg goed voor mensen met diabetes, terwijl de zwarte rijst, die erg lang moet koken, wordt gebruikt voor de heerlijke bubur ketan hitam, zwarte rijstpap.
Ketan betekend kleefrijst.
Kleefrijst is een ondersoort, die zoals de naam al zegt niet tot een droge korrel kookt, maar tot een stevige brij.
Die is geschikt om er Indische koekjes, zoals lemper van te maken.
Camargue-rijst kan daarom zowel kort- als langkorrelig zijn.
De rijst wordt aangeboden als riz complet en semi-complet (brun ou coloré), riz blanc (naturel ou naturellement parfumé) en riz étuvé, beter bekend als parboiled (voorgekookte) rijst
De meest gebruikte variëteiten zijn de rondkorrelige Oryza sativia var selenio en de langkorrelige ariete, terwijl de arelate wordt gebruikt voor de biologische rijst.
Het lastigst te verbouwen, is de langkorrelige rijst omdat deze een langere groeicyclus heeft en gemiddeld warmere omstandigheden nodig heeft.
De Riz de Camargue wordt op de paddies (rizières) van de Camargue verbouwd, de delta van de Rhone.
De Camargue bezit de onstandigheden voor de teelt van rijst, zowel qua luchtvochtigheid als qua warmte.
Voor de irrigatie van de paddies wordt (zoet) Rhone-water gebruikt.
De boeren pompen het water tegenwoordig vanuit de Rhone naar de paddies, dat gebeurde vroeger door natuurlijk verval, om het vervolgens uit te slaan in zee, als dan niet via de Rhone.
Het klimaat in de Camargue staat anders als in tropische rijstgebieden maar één oogst per jaar toe.
Sinds de jaren zestig wordt de rijst niet meer uitgeplant, zoals in tropische paddies gebruikelijk is, maar rechtstreeks op de paddie ingezaaid.
Dagelijks worden de omstandigheden gecontroleerd op vochtigheid, want de rijst vraagt een luchtvochtigheid tussen 18% en 20%.
Ook de temperatuur doet er toe, onder de 13° kan de rijst namelijk afsterven.
Om de luchtvochtigheid te beheersen en de zaailingen te beschermen tegen kou wordt naar behoefte water ingelaten, gemiddeld 10-20 cm.
Het water wordt uitgelaten zodra de omstandigheden dat toe laten.
De rijst wordt gewoonlijk in oktober geoogst.
Kort daarna wordt het stro verbrand en wordt de grond voorzien van een dekgewas.
Aan het eind van de winter wordt de grond geploegd of gekrabd tot een diepte van maximaal 20 cm en vervolgens geëgaliseerd, om volledig waterpas te zijn voor het new seizoen.
De grond wordt dan bemest en er worden geulen gegraven voor de irrigatie en afwatering van de percelen.
Riz de Camargue is ook in Nederland verkrijgbaar bij de speciaalzaak, ook de rode 'complet'.
Riz de Camargue is herkenbaar aan het IGP-label.
Sinds 2000 heeft de rijst deze Europese denominatie, Indication Géographique Protégée (IGP).
Toezichthouder is het Syndicat des Riziculteurs de France et Filière.
Men kende in Frankrijk al in de veertiende eeuw rijst.
Het werd voor het eerst genoemd in de Mesnagier de Paris in 1393.
Het werd niet in Frankrijk verbouwd, maar kwam uit Spanje (Valencia) of via Spanje uit de Levant.
Volgens Quiqueran de Beaujeu in La Nouvelle Agriculture van 1551 werd er in de zestiende eeuw rijst verbouwd in de Provence.
Voor de rijststeelt in de Camargue is de indijking van de Rhône van eminent belang geweest.
De delta was van oudsher een jacht- en visgebied, omdat de grond zwaar te bewerken en bovendien zout was, te kampen had met storm vanaf zee en de warme mistral.
Al in de twaalkfde eeuw legde men dijken aan om de invloed van de zee in te dammen.
De indijking werd voltooid in de tweede helft van de negentiende eeuw.
Door de aanleg van irrigatiewerken en de toepassing van drainage werd de Camargue een ongekend landbouwgebied.
In deze tijd werden de eerste rijstpaddies aangelegd.
De facto was de rijst er niet meer dan een overgangsgewas, en werd deze voornamelijk als veevoer bestemd, om aan het einde van de negentiende eeuw plaats te maken voor wijnstokken.
Ondanks dat kreeg de Camargue-rijst in 1855, een médaille d’honneur op de wereldtentoonstelling van 1856.
Pas na de Tweede Wereldoorlog, toen door blokkades geen rijst vanuit de toenmalige koloniën Indochina en Madagascar kon worden aangevoerd, kwam de rijstteelt in Frankrijk weer in beeld.
In 1968 kreeg de Camargue-rijst Label Rouge, dat twee jaar later al werd ingetrokken omdat het ras waarop het label was verleend, niet langer verbouwd werd.
Het was een slecht voorteken, want eind jaren zeventig was er van de Franse rijstbouw nauwelijks meer iets over.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat dat maar moeizaam lukte.
Vooral de teelt van de langkorrelige rijstvariëteiten geeft veel problemen.
Het Centre Français du Riz blijft naarstig zoeken naar variëteiten die het best zijn aangepast aan de zeer specifieke omstandigheden van de Camargue.
Naast dat zijn de productiekosten en daarmee de prijs een hinderlijk probleem.
In 2000 verwierf de rijst inderdaad het Europese label Indication Géographique Protégée IGP, en sindsdien wordt er door zo'n 180 boeren op 20.000 hectare jaarlijks 66.000 ton witte rijst onder IGP-label geproduceerd, ongeveer een derde van de Franse consumptie van witte rijst.
Rijst is het meest geconsumeerde voedsel ter wereld, en zo een van de grote drie basisvoedsel.
Vooral in Azië en Afrika wordt het graan geteeld, maar ook in de Verenigde Staten en Europa is er productie.
Rijst wordt vooral als witte rijst geconsumeerd, hoewel bruine rijst die nog niet van vliesjes is ontdaan, veel voedzamer is.
De rijstplant (Oryza) is een monocotyl (eenzaadlobbige), een eenjarig gras dat tot twee meter hoog wordt met stevige stengels en overhangende, samengestelde aren.
Het meest verwant is de plant met de bamboe, die eenzelfde wortelvorming aan zijn onderste knopen vertoont.
De Oryza sativa, of Aziatische rijst, vindt zijn oorsprong op het Aziatische vasteland, en werd tussen de acht- à tienduizend jaar geleden gedomesticeerd uit wilde rijstsoorten.
Er zijn restanten van rijst gevonden in Neolithische resten (tiende millennium voor Christus) van de Han Dynastie in China.
Archeologen hebben de oorsprong van de natte rijstteelt terug weten te brengen tot Coaxieshan in China, waar men rijstvelden uit 4000 à 3000 voor Christus heeft teruggevonden.
De oudste nog bestaande rijstterrassen ter wereld bevinden zich in het Filippijnse Banaue, en dateren uit het begin van onze jaartelling.
De Oryza glaberrima, beter bekend als Afrikaanse rijst, ontstond aan de bovenloop van de Niger, in Mali en Guinea.
Rijst wordt vaak onderverdeeld in vier categorieën: indica, japonica, aromatische rijst en kleefrijst.
Sommige classificaties voegen daar nog javanica aan toe.
Zoals de namen al doen vermoeden geven ze vooral aan welke variëteiten geschikt zijn voor welke klimatologische omstandigheden.
Japonica zal beter gedijen in koudere omstandigheden, terwijl indica liever heet en droog weer heeft en javanica het beste groeit in hete vochtige landen.
De vorm van de korrel is vaak een indicatie van het verschil.
Japanse rijst heeft een korte korrel en Thaise rijst is dan weer iets langer.
Met 600 miljoen geproduceerde ton per jaar behoort rijst tot de grote drie van het basisvoedsel, samen met tarwe en maïs.
In tegenstelling tot die twee, wordt rijst echter slechts voor een klein deel verhandeld.
De meeste rijst is voor eigen consumptie van de producent.
Het merendeel van de rijst wordt in Azië geteeld.
De Aziatische rijst vraagt een irrigatieteelt, en is gevoelig voor allerlei bedreigingen.
In perfecte omstandigheden genereert die Aziatische rijst evenwel een grote opbrengst.
Bij het telen wordt doorgaans uitgezaaid op een kiembed, zodat men slechts een kleine oppervlakte dient te bewateren.
Als die kiemen enkele weken oud zijn, worden ze uitgeplant in het veld op de ideale plantafstand.
Op plaatsen waar er voor dat uitplanten niet genoeg mankracht aanwezig is, wordt rechtstreeks in het veld uitgezaaid.
Dat heeft echter nadelen.
Waar men op een kiembed dertig kilogram zaaizaad per hectare nodig heeft, wordt dat in het veld honderd tot 120 kilogram, aangezien er rekening moet worden gehouden met verlies aan ratten, vogels en schimmels.
Er is dan ook meer nood aan onkruidbestrijding, en dus pesticidegebruik.
In koudere zones wordt de rijst te kiemen gelegd in een kleine serre, waarna ze tweemaal wordt uitgeplant: eerst in veld met een warmer microklimaat, daarna in het definitieve veld.
De Afrikaanse bergrijst wordt meteen ter plaatse ingezaaid.
Bij het oogsten worden de stengels niet verwijderd, maar afgesneden, zodat ze in het volgende regenseizoen opnieuw kunnen opschieten.
Ook in Europa, meer bepaald rond de Po-rivier in Italië en het zuiden van Spanje, rond de Guadalquivir, wordt al sinds de vijftiende eeuw oryza sativa geteeld.
Frankrijk kent eveneens een kleine productie.
Rijstteelt is een zaak van kleinbedrijven die zich doorgaans verenigen in coöperatieven voor aankoop en organisatie van gedeelde infrastructuur zoals pompen en irrigatiekanalen.
Die coöperatieven staan ook in voor de afname van de oogst en verdere doorverkoop.
Het oogsten gebeurt hoofdzakelijk handmatig door de landbouwer zelf, en steeds vaker ook door seizoensarbeiders.
De arbeidsomstandigheden in Thailand en India zijn vaak niet ideaal.
Boeren bezitten meestal weinig land en weinig inkomsten door toedoen van tussenhandelaren.
Ook gebruiken ze bestrijdingsmiddelen vaak onbeschermd en ondeskundig.
Aziatische rijst wordt gekweekt in zogenaamde geïrrigeerde perimeters.
In heuvelachtige gebieden gebeurt dat op terrassen die vollopen voor ze overstromen naar het volgende niveau, waardoor het aanwezige water slechts langzaam wegvloeit.
Die techniek is zo geëvolueerd dat ook in de vlakkere delen van China en India rijst met de voeten in het water wordt geteeld.
Die methode wordt vooral gebruikt omdat het voor een verzekerde watertoevoer zorgt, terwijl die anders onzeker kan zijn.
Het onder water zetten van een veld helpt ook om de groei van onkruid tegen te gaan.
Het water voor irrigatie wordt doorgaans afgeleid door een waterloop af te takken, in te dammen of door het water op te pompen.
Vervolgens zal men een veld laten onderlopen, of gerichter irrigeren.
Een kilo ruwe rijst vraagt gemiddeld 1.432 liter water, dat deels wordt opgenomen, deels verdampt.
Er wordt geschat dat jaarlijks van alle rijstvelden ter wereld ongeveer 859 kubieke kilometer water verdampt.
Om het waterverbruik in te perken in regio's waar de toevoer beperkt is, wordt er gewerkt volgens de Alternate Wetting Drying (AWD).
Daardoor wordt slechts bijkomend water toegevoegd enkele dagen nadat de vorige dosis water in de bodem is opgenomen of verdampt.
Na de oogst wordt de rijpe rijst gedroogd om rotten te vermijden.
Dat gebeurt op droogvloeren die worden verhit of op matten die bij regen kunnen worden opgerold en binnengebracht.
Het resultaat na oogst is paddy rice, die vervolgens door wrijving wordt ontdaan van zijn oppervlakkige buitenlagen tot een witte korrel wordt verkregen.
Omdat die korrel weinig voedzaam is, is men in India en een aantal West-Afrikaanse landen overgegaan tot het maken van parboiled rice, waarbij door het stomen van de korrel de proteïnen van de buitenste lagen naar binnen worden gedrukt vooraleer ze worden schoongemaakt.
Soms wordt de rijst nog met talk bewerkt om te zorgen dat hij er nog witter en gladder uitziet.
Dat kan gezondheidsrisico’s zoals maagkanker met zich meebrengen, waardoor het in sommige landen verboden is.
De internationale handel in rijst is beperkt, per jaar wordt slechts ongeveer vijf procent van de totale oogst geëxporteerd.
Belangrijke exporteurs zijn Thailand, met circa negen miljoen ton op jaarbasis, en Vietnam.
Buiten Azië zijn de Verenigde Staten een grote exporteur.
België voert jaarlijks ongeveer een miljoen ton rijst in verschillende vormen in.
Iets meer dan de helft daarvan wordt ook weer uitgevoerd naar ons omliggende landen.
Rijst die wordt geëxporteerd, wordt na het bewerken tot droge korrel in jutten zakken per boot naar Europa getransporteerd.
Vervoer per schip is een van de minst milieubelastende vormen van transport.
Van en naar de havens wordt de rijst per vrachtwagen vervoerd.
Wereldwijd eet men 147 gram rijst (ongekookt) per persoon per dag.
In Nederland is dat gemiddeld slechts elf gram per dag.
In de supermarkt is rijst te vinden onder tal van benamingen: Thai Jasmin, Basmati, Pandan, Arborio, sushirijst en ga zo maar door.
Rijst wordt hoofdzakelijk gekookt, gestoomd of gebakken gegeten, maar kan ook voor afgeleide producten zoals rijstmeel gebruikt worden.
Rijst is lang houdbaar als je het koel, donker en droog bewaart.
Gekookte rijst is twee dagen houdbaar in de koelkast en drie maanden in de vriezer.
Om ongedierte in de keuken te voorkomen, is het advies aangebroken pakken rijst in goed sluitende voorraadbussen te bewaren.
Zilvervliesrijst of bruine rijst kan onder invloed van licht en zuurstof bederven.
Dat komt doordat zilvervliesrijst nog een embryo bevat met vet, dat ranzig kan worden.
Als vol graan bevat bruine of zilvervliesrijst heel wat voedingsvezels en nuttige voedingsstoffen zoals koolhydraten, voedingsvezels, plantaardige eiwitten, vitaminen B1, B2 en B3 en mineralen zoals cadmium, ijzer en fosfor.
Het is bewezen dat dit soort granen goed zijn voor de gezondheid.
De voedingsvezels beïnvloeden de bloeddruk op gunstige wijze en verlagen zo de kans op hart- en vaatziekten.
Vezels zorgen ook voor een gezonde darmtransit en een langer durend verzadigingsgevoel.
Witte rijst is gezuiverd van kiem en zemel, maar bevat veel minder nuttige stoffen.
Witte rijst bevat bijvoorbeeld slechts 0,6 g zemelen, tegenover de 3,5 g van bruine rijst.
In Aziatische populaties is gevonden dat het eten van witte rijst (160 gram per dag) verband houdt met een hoger risico op diabetes type 2.
De Hoge Gezondheidsraad adviseert om dagelijks minstens 125 g volle graanproducten zoals volkorenbrood, havermout, volkorenpasta en bruine rijst te eten.
Rijstproducenten proberen zo veel mogelijk van het rijstafval te verwerken.
Zo kunnen de halmen na de oogst verbrand worden.
De as die dat oplevert bevat mineralen zoals magnesium en kalium, en kan bemesting voor nieuwe planten dienen.
Ook als de halmen worden gebruikt als strooisellaag in varkensstallen, eindigen ze na gebruik als bemesting op het land.
Het kaf dat na het dorsen overblijft, wordt dan weer gebruikt als mulch op groentebedden.
En de bruine harde vellen die na het polijsten van de korrel worden gewreven, worden voer voor kleinvee zoals kippen.
