Opslagtanks bij particulieren vallen meestal onder het Besluit activiteiten leefomgeving. Op grond van artikel 3.24 van het Bal worden opslagtanks voor vloeistoffen met een inhoud van meer dan 250 l aangewezen als een milieubelastende activiteit. Ze vallen daarmee onder de regels van het Bal. Omdat opslagtanks voor de opslag van huisbrandolie bij huishoudens vaak een omvang hebben van 3.000 à 6.000 l, vallen deze onder het Bal.
U kunt bij de gemeente informeren of bekend is of er op uw adres een opslagtank aanwezig is. Of u kunt uw buren of de vroegere bewoners vragen of zij weten van het bestaan van een olietank. In de tuin kunnen putdeksels, koperen doppen, ontluchtingspijpen of vreemde verzakkingen aanwijzingen zijn voor een ondergrondse opslagtank. Ook kunt u met een metalen staaf in de grond prikken in de buurt van de kelder of de kruipruimte. Olietanks liggen meestal niet meer dan een meter diep. Eventueel kunt u een metaaldetector huren. In de kelder of de kruipruimte kan een loze leiding wijzen op olieaanvoer. Oude olieleidingen zijn makkelijk te herkennen: ze hebben een diameter van 10-15 mm. Dichtgemaakte gaatjes in de muur kunnen een indicatie zijn dat er vroeger leidingen hebben gelopen.
Eigenaren van ondergrondse opslagtanks moesten, ook voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij beëindiging van de opslag de tank verwijderen. Dit moest binnen 8 weken gebeuren. Als verwijdering niet mogelijk was, moest de tank onklaar gemaakt worden. Onklaar maken gebeurt door leidingwerk te verwijderen, de tank inwendig schoon te maken en af te vullen met inert materiaal. Bijvoorbeeld schoon zand. Tot 2008 was dit geregeld in het BOOT (artikel 13, lid 4). Als u een tank hebt en er is een KIWA-certificaat van het buitengebruik stellen voorhanden, dan is verwijdering niet af te dwingen. Dat is omdat het buiten gebruik stellen (onklaar maken) volgens de toenmalige regelgeving heeft plaatsgevonden. Ondergrondse tanks waarvan niet met zekerheid is vast te stellen dat ze onklaar gemaakt zijn en afgevuld met inert materiaal moeten nader onderzocht worden.
Als u een olietank in uw tuin vindt moet u dit melden bij de gemeente. In sommige gevallen moet u de tank laten schoonmaken (saneren) of verwijderen. Risico van een oude olietank: roesten en lekken, waardoor olieresten in de bodem en het grondwater terecht kunnen komen. Verantwoordelijkheid voor verwijderen of schoonmaken: huurt u een woning, regel dit voor de overdracht van de woning; weet u dat u een olietank moet verwijderen en doet u dit niet, dan bent u achteraf aansprakelijk voor eventuele schoonmaakkosten en verwijderingskosten.
Olietanks herkennen: putdeksels, koperen doppen, ontluchtingspijpen of verzakkingen in de tuin; olietanks liggen meestal niet dieper dan 1 meter; prikken met een metalen staaf of het huren van een metaaldetector kan helpen. In de kelder of kruipruimte wijst een loze leiding op olieaanvoer; oude olieleidingen hebben een diameter van circa 60 mm en zijn aanzienlijk dikker dan gasleidingen. Dichtgemaakte gaatjes in de muur kunnen aanwijzingen zijn van vroeger leidingen. De ontluchtingsleiding van een olietank is verticaal langs de buitenmuur gemonteerd; diameter ongeveer 40 mm. Soms weten buren of vroegere bewoners of er een tank in de tuin ligt.

Verantwoordelijkheden en controles voor eigenaren
Als eigenaar van een in gebruik zijnde tank ben je verplicht jaarlijks de tank te laten keuren of controleren op lekdetectie (dubbelwandige tank met lekdetectie) of visuele inspectie (enkelwandig/dubbelwandig zonder lekdetectie), kathodische bescherming, water en bezinksel, etc. Ook moet je zorgen voor verzekering tegen gevolgen van bodemvervuiling. In het geval van bovengrondse of ondergrondse tanks geldt dat de verwijdering of sanering afhangt van documentatie en concrete situatie, zoals ligging en staat van de tank. De Kamer van Koophandel-achtige meld- en verificatieprocedures zijn opgebouwd rond deze regels en de BRL-K902 en BRL-K904 standaarden.
Als u van plan bent een olietank te saneren of verwijderen, dan geldt doorgaans: meld dit bij de gemeente; soms is saneren nodig of verwijderen verplicht, vooral als er verontreiniging is aangetoond. De verwijderingsplicht geldt meestal vanaf 1999, en tanks die vóór die datum zijn gesaneerd door een Kiwa-erkend bedrijf vallen onder bijzondere uitzonderingen. De gemeente kan aanvullende eisen stellen als de sanering niet naar behoren is uitgevoerd. Voor tanks die al buiten gebruik waren op 1 januari 2008 zijn er specifieke regels en handhaving verschoven naar andere regelgeving (art. 3.37 Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer).
Bij tanks die in het verleden niet op de juiste manier gesaneerd zijn, kan de gemeente een hersanering opleggen. Voor het starten van sanering moet eerst een bodemonderzoek plaatsvinden, om mogelijke bodemverontreiniging te detecteren. De sanering moet uitgevoerd worden door een Kiwa erkend tanksaneerder (Kiwa). De kosten voor sanering zijn meestal voor de eigenaar van de grond. Na afronding van sanering dient het Kiwa-certificaat naar de gemeente gestuurd te worden. Een tanksanering volgens BRL-K902 vereist meldingsplicht richting bevoegd gezag en een bodemonderzoek vooraf indien vereist.

Aanpakken van een ondergrondse tank: praktische stappen
- Zoek aanwijzingen in de tuin: putdeksel, koperen dop, ontluchtingspijp, verzakkingen.
- Test de diepte: olietanks liggen meestal niet dieper dan 1 meter; gebruik een metalen staaf of huur een metaaldetector voor bevestiging.
- Vindt u een olietank? Meld dit direct bij de gemeente; afhankelijk van situatie kan sanering of verwijdering vereist zijn.
- Laat bodemonderzoek uitvoeren als er verontreiniging mogelijk is; plan sanering of verwijdering met een Kiwa erkende tanksaneringsbedrijf.
- Voor een bovengrondse tank: leegmaken, reinigen en verwijderen; als verwijdering onhaalbaar is, kan leegmaken en opvullen met inert materiaal noodzakelijk zijn.
- Behandel certificering: bij buitengebruikstelling moeten erkende technici een attest afleveren; dit geldt sinds respectievelijk 2009 en 2015 afhankelijk van type tank.
- Bewaar alle documenten en certificaten; bij verkoop kan dit documentatiebewijs helpen.
De BRL-K902 is gericht op tanksanering van tanks die huisbrandolie, diesel, gasolie, stookolie, motorolie, water of huishoudelijk afvalwater bevatten of hebben bevat; het doel is de tanksanering veilig voor mens en milieu uit te voeren en de locatie niet langer als verdachte locatie aan te duiden. Tanksanering volgens BRL-K902 vereist een erkend tanksaneringsbedrijf en een meldingsplicht aan het bevoegd gezag minstens 10 dagen voor de sanering. Voor ondergrondse tanks is een bodemonderzoek verplicht voordat sanering kan beginnen; bovengrondse tanks kunnen mogelijk zonder dit onderzoek worden geëist volgens het bevoegd gezag.
Voor de kosten van verwijderen en saneren geldt: het verwijderen van een olietank kost minimaal circa €1.000; bodemsanering kan extra kosten meebrengen. De exacte prijs hangt af van de ligging, bereikbaarheid, diepte en verontreinigingsgraad. Het is aan te raden om samen offertes aan te vragen als meerdere huiseigenaren tegelijk sanering nodig hebben. KIWA-gecertificeerde bedrijven zijn te vinden via Kiwa of via netwerken zoals4u: tanksaneringsdiensten. Bewaar alle documenten van de verwerkingsfirma en het attest van erkende technici zorgvuldig; bij verkoop is het handig deze stukken door te geven aan de nieuwe eigenaar.
Specifieke regels per type installatie
VLAREM-regelgeving stelt onder meer dat particuliere stookolietanks met inhoud minder dan 5.000 kg (ongeveer 6.000 liter) andere aanvullende regels kent, afhankelijk van of het om een bovengrondse of ondergrondse tank gaat en wat de uiteindelijke bestemming is. Voor tanken groter dan 5.000 kg gelden strengere verplichtingen zoals leegmaken, reinigen en verwijdering, met 3 jaar termijn na buitengebruikstelling. Attesten van erkende stookolietechnici of milieudeskundigen zijn vereist om buitengebruikstelling te kunnen aantonen; voor ondergrondse tanks is dit wettelijk verplicht sinds 2015.
Een tank mag na sanering als oud ijzer worden aangeboden, tenzij er aanvullende regels van het bevoegd gezag gelden. Een tank die nog in gebruik is en die uitsluitend wordt gebruikt voor verwarming, dient jaarlijks geïnspecteerd te worden. Bij verkoop van een woning met een olietank in de tuin dient men dit te melden aan de koper, aangezien dit onder de mededelingsplicht valt.

Aanvullende tips en bronnen
Houding en houding van de eigenaar bij het saneren: vraag advies bij gespecialiseerde bedrijven; BRL-K902 en BRL-K904 bevatten uitgebreide procedures voor tanksanering. Voor de kosten en planning kan een gezamenlijke offerte met buurtbewoners de prijs per eigenaar drukken. De gemeente kan aanvullende eisen opleggen afhankelijk van de situatie en of bodemverontreiniging heeft plaatsgevonden.
Wanneer moet je wél saneren en wanneer is verwijderen niet strikt noodzakelijk? Als verwijderen redelijkerwijs niet kan worden gevergd van de eigenaar, kan afvoer of onklaar maken volstaan, maar de verzamel- en verwerkingregelingen blijven van toepassing. Het bevoegd gezag kan in sommige gevallen naderhand aanvullende maatregelen opleggen als de sanering niet voldoet.
Onze nieuwe rupsbanden machine! Rupsbanden Manipulator 2000 #130
tags: #rode #tank #in #kruipruimte