Een afvoervoorziening voor rookgas moet voldoende capaciteit hebben om het veilig functioneren van het verbrandingstoestel te waarborgen. Dit geldt ook voor houtkachels en open haarden. En van de te gebruiken brandstof. Rookgassen moeten, vanaf een verbrandingstoestel, naar de uitmonding van de voorziening voor de afvoer van rookgas (schoorstenen) stromen. Er moet worden voorkomen dat dampen, gassen of fijne vaste deeltjes terugstromen. De capaciteit moet in ieder geval zodanig zijn dat in het verbrandingstoestel een doeltreffende verbranding mogelijk is. Een voorziening voor de afvoer van rookgas heeft een capaciteit van ten minste de capaciteit die volgens de toestelspecificaties nodig is voor een doeltreffende verbranding. De capaciteit en de onderbouwing daarvan moeten in de documenten staan bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen.
Een toevoervoorziening voor verbrandingslucht moet zorgen voor voldoende toevoer van lucht. Dat is om het veilig functioneren van het verbrandingstoestel te kunnen waarborgen. Hoeveel lucht er nodig is, is afhankelijk van de belasting van de verbrandingstoestellen. De toevoer van verbrandingslucht moet ten minste de daarvoor in de toestelspecificaties genoemde capaciteit hebben. Bij verbrandingstoestellen met een totale capaciteit van 130 kW of meer staan specificaties voor de toevoervoorziening voor verbrandingslucht in de toestelspecificaties. De capaciteit moet in ieder geval zodanig zijn dat een doeltreffende verbranding mogelijk is. De richting van de luchtstroming wordt bepaald volgens de NEN 1087. Bij de bepaling van de stromingsrichting hoeft geen rekening te worden gehouden met op een ander perceel gelegen belemmeringen.

Het is belangrijk te voorkomen dat het rookkanaal lek is en dampen, gassen of fijne vaste deeltjes zich tijdens de afvoer naar buiten alsnog binnen het gebouw kunnen verspreiden. De bepalingsmethode in NEN 2757 is gelijk aan die van de NEN-EN 1443. Geeft de CE-markering van een rookgaskanaal aan dat men voldoet aan klasse N1 of P1 volgens NEN-EN 1443? Het aansluitkanaal tussen een verbrandingstoestel en een rookkanaal zijn onderdelen van de afvoervoorziening van rookgas. De regels voor een rookkanaal staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, voorheen Bouwbesluit 2012) en de norm NEN 2757-1. In het kort: het rookkanaal moet brandveilig zijn, minimaal 1 meter boven het hoogste punt van het dak uitkomen, op minimaal 1 meter van de perceelgrens liggen en voldoende afstand houden tot brandbare materialen.
Kachelconcurrent is je partner voor het aanleggen van een rookkanaal. Weet je al hoe je het rookkanaal wil opbouwen? Hoogte van de uitmonding: minimaal 1 meter boven het hoogste punt binnen een straal van 3 meter. Op een schuin dak neem je de nok mee als hoogste punt, dus in veel gevallen is de hoogte-eis al snel gehaald door het rookkanaal vlak bij de nok uit te laten komen. Omdat een plat dak geen nok heeft, bepalen de naastliggende objecten hoe hoog je rookkanaal plat dak moet worden. In de praktijk komt een rookkanaal door een plat dak hierdoor meestal tussen de 1 en 2 meter boven het dak uit.
Sinds 1 januari 2024 vervangt de Omgevingswet het oude Bouwbesluit 2012. De technische regels voor rookkanalen staan nu in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De eisen zelf zijn inhoudelijk niet veranderd: het rookkanaal moet dicht zijn, geen rookterugslag veroorzaken en de constructie van de woning mag er niet onveilig door worden. Elk rookkanaal krijgt een classificatie, bijvoorbeeld T600 N1 D V2 L50060 G50. Alle rookkanalen van Kachelconcurrent zijn T600 gecertificeerd. Een rookkanaal voor een houtkachel of pelletkachel is in de meeste gevallen vergunningvrij. Een vergunning is wel nodig bij een monument, bij afwijking van het bestemmingsplan of wanneer een schuur of garage in gebruik wordt genomen als woning. Sommige gemeentes vragen voor een rookkanaal langs de gevel een melding Bouw- en Woningtoezicht.
De 1 meter afstand tot de perceelgrens is de wettelijke ondergrens. Daarnaast kan de gemeente handhaven op basis van het hinderartikel als buren aantoonbaar last hebben van rook. Binnenshuis bepaalt het type pijp de minimale afstand tot brandbare materialen zoals hout, gips, isolatie en dakbedekking. Niet zeker welke pijp bij jouw situatie hoort? De regel achter omkokering is simpel: brandbare materialen mogen nooit dichter bij het rookkanaal zitten dan de minimale afstand van het product. Voor onze dubbelwandige rookkanalen is die afstand 7 cm. Kun je die 7 cm niet los houden, dan los je het op met een omkokering. Je mag in Nederland een rookkanaal zelf plaatsen. Let wel op: je bent dan zelf verantwoordelijk voor een correcte installatie. Verzekeraars kunnen bij schade eisen dat je aantoont dat het rookkanaal volgens de NEN normen is geplaatst.
Twijfel je over een onderdeel van de installatie? Een pelletkachel heeft een lagere rookgastemperatuur dan een houtkachel, maar de regels rond hoogte, afstand tot de perceelgrens en uitmonding zijn hetzelfde. De diameter ligt meestal op 80 mm in plaats van 130 of 150 mm. Meestal niet. Een rookkanaal voor een houtkachel of pelletkachel is vergunningvrij zolang de uitmonding 1 meter van de erfgrens ligt en de draagconstructie niet wordt gewijzigd. De uitmonding moet minimaal 1 meter boven het hoogste punt liggen binnen een straal van 3 meter. Op een plat dak is dat meestal het dakvlak zelf, maar een dakopbouw, lichtkoepel of hoger buurpand telt ook mee. De uitmonding moet minimaal 1 meter van de perceelgrens liggen.
Ja, zodra brandbare materialen dichter dan de voorgeschreven afstand bij het rookkanaal komen. Voor onze dubbelwandige rookkanalen is die afstand 7 cm. Bij een enkelwandige RVS kachelpijp en een dikwandige zwarte kachelpijp is de minimale afstand 20 cm rondom. Bij een dubbelwandig geïsoleerd rookkanaal volstaat 7 cm. Een rookkanaal moet zo veel mogelijk verticaal lopen. Een horizontaal stuk mag maximaal 2 meter zijn en mag maximaal 2 bochten van 45 graden hebben. Ja, dat mag. Je bent dan wel zelf verantwoordelijk voor een correcte installatie volgens NEN 2757-1.
De regels rond rookkanalen zijn op hoofdlijnen duidelijk, maar elke situatie is anders. Twijfel je over de minimale hoogte, de afstand tot de buren of de juiste opbouw van je rookkanaal? De correcte installatie en afvoer van rookgassen van een CV-ketel is cruciaal voor de veiligheid en het binnenklimaat van een woning. Een ketel mag alleen in gebruik blijven indien de gehele installatie, inclusief rookgasafvoer en luchttoevoer, aan de geldende eisen voldoet. Indien de rookgasafvoer verouderd, lek, niet-conform of onjuist is, dient deze vervangen of aangepast te worden voordat de monteur zijn werkzaamheden kan afronden en de ketel kan aanmelden als 'onderhoud uitgevoerd'.
De vereisten voor rookgasafvoer en luchttoevoer zijn vastgelegd in diverse wetten, normen en praktijkrichtlijnen, zowel op Europees als op nationaal niveau. Enkele belangrijke zijn het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de Gasketelwet en de diverse NEN-normen.
Wettelijk Kader en Normen voor Rookgasafvoer
In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), afdeling 2.2.8, worden specifieke eisen gesteld aan de afvoer van rookgas en de toevoer van verbrandingslucht. Een verbrandingstoestel dient zodanige voorzieningen te hebben dat de gezondheid en de kwaliteit van het binnenklimaat gewaarborgd zijn. Dit houdt in dat er geen onvolledige verbranding mag plaatsvinden door onvoldoende toevoer van verbrandingslucht, en dat vrijkomende dampen, gassen en fijne vaste deeltjes veilig naar buiten worden afgevoerd.
Europese en Nationale Regelgeving CE-markering: Alle rookgasafvoersystemen moeten voorzien zijn van een CE-markering en voldoen aan de juiste normen. Voor kunststof rookgasafvoersystemen is de EN 14471 van toepassing. Deze norm test onder andere luchtdichtheid, thermische belasting en druksterkte, en stelt ook eisen aan de installatie.
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): Dit besluit bevat technische regels voor het bouwen en gebruiken van een woning. Paragraaf 4.3.8 stelt eisen aan de afvoer van rookgas en toevoer van verbrandingslucht, met als doel de gezondheid en het binnenklimaat te waarborgen. Voor houtkachels, pelletkachels of open haarden is een gevelafvoer in principe niet toegestaan. Artikel 4.138 lid 1 Bbl schrijft ook een minimale verdunningsfactor voor de rook van verbrandingstoestellen voor. Voor bestaande bouw zijn de voorwaarden minder specifiek.
Gasketelwet: Deze wet regelt dat alleen gecertificeerde installateurs en installatiebedrijven gasketelsystemen mogen plaatsen en onderhouden, inclusief de toe- en afvoerkanalen.
NEN-normen: Verschillende NEN-normen specificeren de vereisten. NEN 8757 is relevant voor bestaande gebouwen en bepaalt de afvoerhoogte voor natuurlijke afvoer, afhankelijk van dakhelling en afstand tot de nok. NEN 2757-1 (voor toestellen tot 130kW) en NEN 2757-2 (voor toestellen boven 130kW en CLV's) beschrijven de berekening van het systeem, verdunning en hinder voor de omgeving. Nederlandse praktijkrichtlijnen (NPR): Praktische aanwijzingen voor een juiste installatie zijn vastgelegd in de NPR, zoals NPR 3378-45 en NPR 3378-46. Deze richtlijnen leggen de nadruk op de veiligheid van de gebruiker en bewoner. Het Rogafa Beugeladvies (âhet nieuwe beugelenâ) is opgenomen in de NPR 3378-46 en beschrijft de optimale manier om een veilig rookgasafvoersysteem te realiseren. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb): Deze wet vergroot de aansprakelijkheid van aannemers en installateurs, die middels een opleverdossier de kwaliteit van het werk moeten aantonen.
Afvoerhoogte en Plaatsing
De afvoerhoogte verwijst naar de hoogte waarop rookgassen worden afgevoerd. Voor natuurlijke afvoer geldt dat de afvoer minimaal 0,5 meter boven de nokhoogte moet uitkomen, waarbij de vereiste hoogte kan variëren afhankelijk van de dakhellingshoek en de afstand tot de nok. Hoe verder de afvoer van de nok verwijderd is, hoe hoger deze boven de nok moet uitkomen. Voor bestaande gebouwen geldt de NEN 8757. Als de dakhelling groter is dan 23 graden, dient de afvoer hoger te zijn. De minimale afvoerhoogte wordt beïnvloed door de helling van het dak en de plaats van de schoorsteen. Het kennisdocument "Gezondheids- en hindereffecten door houtkachels van particulieren" van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (STAB) biedt hierover uitgebreide toelichting. Voor bestaande schoorstenen zijn er situaties waarin rookgassen onder de nokhoogte mogen worden afgevoerd. Bij de installatie van een nieuwe schoorsteen op een lage aanbouw gelden aanvullende eisen, omdat de bestaande gevel de stromingsrichting van de rookgassen kan belemmeren. Een vuistregel is dat de pijp bijna de nokhoogte van het aangrenzende gebouw moet reiken, waarbij de uitmonding maximaal 10 graden lager mag liggen.
Gevelafvoer vs. Dakafvoer: Hoewel moderne technieken mogelijkheden bieden voor rookgasafvoer door de gevel, is er een groeiende consensus onder fabrikanten en brancheorganisaties om de uitmonding van rookgassen op het dak te positioneren. Voor houtkachels, pelletkachels en open haarden is een gevelafvoer door het Bouwbesluit niet toegestaan. Bij pelletkachels wordt een geveldoorvoer ook niet aanbevolen door fabrikanten, mede omdat het halen van de benodigde trek (10-12 Pa) een uitdaging kan zijn, wat kan leiden tot gevaarlijke situaties zoals rook in de woonkamer. Voor gastoestellen met gesloten verbranding is een geveldoorvoer wel toegestaan, mits er specifieke regels rondom de plaatsing, met name in de nabijheid van ramen, deuren en overkappingen, worden nageleefd. Het plaatsen van een geveldoorvoer vereist kennis van de richtlijnen en aandacht voor veiligheid, zoals het voorkomen van windterugslag. Een trekkap kan helpen bij het afvoeren van rookgassen.

Plaatsing van de CV-ketel en Verplaatsingen
In principe mag een CV-ketel overal in de woning hangen, mits het een droge ruimte is en voldoet aan de nodige luchttoevoer-eisen. Er zijn geen specifieke regels verbonden aan de plaatsing van nieuwe combiketels in een WC, zolang deze ruimte niet vochtig is en er voldoende luchttoevoer is. De keuken wordt vaak als een geschikte plek beschouwd, mede vanwege de nabijheid van de oorspronkelijke afvoer- en gasaansluitingen. Er dient echter altijd voldoende ruimte rondom de ketel te zijn voor service en onderhoud. Officieel wordt er een werkplek van 1 meter breed en 1,80 meter hoog vrij voor het toestel geadviseerd, wat betekent dat het toestel goed bereikbaar moet zijn. Het expansievat hoeft niet per se naast de ketel te zitten en kan elders worden geplaatst.
Bij het verplaatsen van een CV-ketel kunnen er uitdagingen ontstaan met de rookgasafvoer en waterafvoer. De rookgasafvoer kan via de bestaande schoorsteen, een luchtkanaal of rechtstreeks via het dak lopen. De waterafvoer vereist een dalende leiding naar het riool. Bij een verplaatsing naar een ruimte zonder directe afvoermogelijkheden, zoals een WC of een keuken op een nieuwe locatie, kan het nodig zijn een nieuwe afvoerleiding aan te leggen. Dit kan bijvoorbeeld door de vloer lopen, waarbij een kleine daling voldoende kan zijn om het afvalwater af te voeren.
Het is essentieel om een gecertificeerde installateur in te schakelen voor de installatie en het onderhoud van CV-ketels. De eisen zijn streng en het gevaar op koolmonoxide is reëel. Een installateur kan adviseren over de specifieke installatie-instructies van de ketel en de geldende normen, inclusief de benodigde afstanden tot andere objecten en de diameter van het rookkanaal.
Belang van Kwaliteitsborging en Verzekering
De Gasketelwet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) benadrukken het belang van gekwalificeerd personeel en correct uitgevoerde installaties. Dit is niet alleen van belang voor de veiligheid, maar ook voor de verzekering. Bij schade die voortkomt uit een niet-conforme installatie, kan de verzekering dekking weigeren. Het is daarom raadzaam om te kiezen voor een goede plek voor de CV-ketel en de installatie te laten uitvoeren door professionals die op de hoogte zijn van de geldende wet- en regelgeving.
Bij de aankoop van een woning is het belangrijk om de staat van de CV-ketel en de bijbehorende installatie te controleren. Een verouderde VR-ketel dient bijvoorbeeld vrijwel altijd vervangen te worden door een HR-ketel, waarbij ook het afvoersysteem aangepast moet worden. Nieuwbouwhuizen worden tegenwoordig niet meer op het aardgasnetwerk aangesloten, maar het grootste gedeelte van de bestaande woningen in Nederland is dat nog wel. Dat betekent ook: één rookgasafvoersysteem dat volledig is afgestemd op dat specifieke toestel en de situatie in de woning. Als de cv-ketel na de levensduur wordt vervangen, moet ook het rookgasafvoersysteem worden vernieuwd. Deze onderdelen beïnvloeden elkaar. De keuze voor het toestel en de beschikbare ruimte bepalen de afvoerroute, de maximale lengte en het type systeem. Rookgasafvoer in grondgebonden woningen vraagt extra aandacht omdat de installatie zich vaak dicht bij leefruimtes bevindt. Daarnaast spelen correcte bevestiging, juiste beugelafstanden en het volgen van montagevoorschriften een belangrijke rol. Bij rookgasafvoer in woonhuizen wordt onderscheid gemaakt tussen parallelle (enkelwandige) en concentrische (buis-in-buis) systemen. Beide kunnen veilig functioneren, mits correct toegepast en gemonteerd. Concentrische systemen bieden in de praktijk meer installatieveiligheid, zijn sneller te monteren en nemen minder ruimte in. Een rookgasafvoer door de gevel plaatsen is voor veel woningeigenaren een aantrekkelijke optie â zeker als een dakdoorvoer niet mogelijk of wenselijk is. Toch gelden er strikte regels voor wie dit overweegt.
Welke kachel toelaatbaar via gevel?
Voor gastoestellen heeft een geveldoorvoer praktische voordelen: eenvoudigere installatie, geen dakdoorvoer nodig en lagere installatiekosten. Een dakdoorvoer biedt meer trekvermogen, betere verdunning van rookgassen en een langere levensduur van het systeem. Voor houtkachels en open haarden geldt een verbod op een horizontale geveluitmonding. Pelletkachels: een horizontale geveluitmonding is expliciet verboden. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bepaalt dat toestellen op vaste brandstoffen altijd boven het hoogste punt van de woning moeten uitmonden. Een geveldoorvoer waarbij het kanaal door de gevel naar buiten loopt en daarna via de buitengevel omhooggaat naar boven het dak, is technisch wel mogelijk maar vereist ook dakdoorvoer en is daarmee een gecombineerde oplossing. Een puur horizontale afvoer via de gevelwand is niet toegestaan.

Sinds 1 januari 2024 vervangt het Bbl het oude Bouwbesluit. NEN 2757-1:2022 schrijft voor dat de uitmonding van een rookgasafvoer minimaal 1 meter boven het hoogste punt binnen een straal van 3 meter moet uitkomen. NEN 8757 geldt bij bestaande bouw. Tip: Raadpleeg altijd uw gemeente voordat u een rookkanaal langs de gevel aanlegt. Let op: een rookkanaal langs de buitengevel wordt in veel gemeenten toch als een bouwkundige ingreep beschouwd, waarvoor wél een vergunning vereist is. Installeert u een rookgasafvoer langs of door de gevel (voor een gastoestel met gesloten verbranding)? Materiaaleis: gebruik uitsluitend gecertificeerde RVS geïsoleerde kachelpijpen of goedgekeurde concentrische afvoersystemen. Plaatsing ten opzichte van openingen: de uitmonding mag niet geplaatst worden direct onder of naast ramen, deuren, ventilatieopeningen of onder een carport, balkon of dakoversteek. Windterugslag: Nederland kent regelmatig harde wind. Installeer altijd een geschikte trekkap om windterugslag te voorkomen. Afstand tot brandbare materialen: Enkelwandige pijpen mogen alleen worden toegepast in een niet-brandbare omgeving. Muurdoorvoer correct afdichten met brandwerende kit of muurdoorvoerset.
Rookgasafvoer door de gevel vs. Dakafvoer: Voor gastoestellen heeft een geveldoorvoer praktische voordelen, maar een dakdoorvoer biedt trek, verdunning en duurzaamheid. Bij Heating World helpen we u graag bij het kiezen van het juiste rookgasafvoersysteem voor uw situatie. Eén of meerdere toezichthouders controleren of houtkachels in de gekozen wijk voldoen aan de technische eisen, zoals opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit is sinds 1 januari 2024 de opvolger van het Bouwbesluit. De bouwtechnische eisen aan de afvoerhoogte verschillen voor een nieuwe rookgasafvoer en bestaande afvoeren. Als op een bestaand bouwwerk een nieuwe afvoer voor rookgas wordt geïnstalleerd, dan gelden de nieuwbouweisen. Als bij het vervangen van een rookgasafvoer de plaats van de uitmonding wijzigt, dan gelden de nieuwbouweisen. De vereiste afvoerhoogte voor natuurlijke afvoer verschilt voor verschillende hellingshoeken en afstanden tot de nok, maar is minimaal 0,5 m boven nokhoogte. Hoe verder van de nok, hoe hoger de afvoer boven de nok moet uitkomen. Boven het huis is een trechtervormig gebied weergegeven in wit. Let op: voor een nieuwe schoorsteen op een (lage) aanbouw gelden aanvullende eisen, omdat de bestaande gevel als 'belemmering' geldt voor de stromingsrichting van de rookgassen. De schoorsteen moet dan hoog genoeg zijn om de rook te laten wegstromen. De benodigde hoogte hangt af van de precieze situatie, maar dat kan metershoog boven het dakvlak zijn! In NEN 2757 staat meer informatie (paragraaf 5.2.2).
Webinar Rookgasafvoer; alles wat je moet weten als je op het dak werkt...
Een grove vuistregel is dat de pijp bijna moet reiken tot de nokhoogte van het dak van het aangrenzende gebouw (de uitmonding mag in een hoek van 10 graden lager liggen). De uitmonding van de afvoer moet boven het dak liggen (dus geen gevelafvoer). De uitmonding van de afvoer moet op minimaal 1 m van de buren (bouwwerkperceelgrens) liggen. De eisen hangen af van de hellingshoek van het dak. Als de dakhelling groter is dan 23 graden, dan moet de afvoer hoger zijn. Vanaf ongeveer 2 meter van de nok mag ook onder nokhoogte worden afgevoerd. Het Bbl (artikel 4.138, lid 1) schrijft ook een minimale verdunningsfactor voor de rook van verbrandingstoestellen voor. Dit is om te voorkomen dat deze rook weer onverdund het gebouw ingezogen wordt. Deze verdunningsfactor kan ook van invloed zijn op de vereiste afvoerhoogte of plaats van de schoorsteen.
Onderdeel van het huisbezoek kan een (digitale) checklist zijn. De toezichthouder neemt die samen met de bewoner door. Wanneer stookt de bewoner? De toezichthouder kan de bewoner ook vragen of hij/zij in de houtopslag mag kijken. Vervolgens kan hij een vochtmeter demonstreren en uitreiken zodat de stoker zelf vochtmetingen kan uitvoeren. Tegelijk met de controles op bouwtechnische eisen, vindt er communicatie plaats. Niet alleen de aankondigingsbrief is belangrijk. Ook tijdens het bezoek aan de wijk is communicatie essentieel. Zoek een geschikt moment uit voor de communicatie, bijvoorbeeld in de middag, wanneer de kachel nog niet aan staat. Licht de stoker(s) voor over de wijze waarop zij door minder stoken of ander stookgedrag de negatieve effecten kunnen beperken. Bespreek ook de gezondheidsaspecten voor de stoker(s) zelf. Probeer tot een goede oplossing te komen door afspraken te maken. Zijn de rookgasafvoer en de rest van de installatie in orde en staat de stoker open voor de tips om overlast te voorkomen?
In Nederland zijn er verschillende wetten en regels die betrekking hebben op het plaatsen van een rookkanaal. Hieronder vindt u een overzicht van de belangrijkste: Europees/CE-markering voor rookgasafvoer; Nederlandse wetgeving zoals BBL en Gasketelwet; NEN-normen; NPR; Rogafa Beugeladvies; EN 14471 voor kunststof rookkanalen; EN 1856-1 voor metalen rookkanalen. Het Bbl bevat voorschriften voor constructie en eigenschappen van rookkanalen; de Wet milieubeheer verbiedt het stoken van afvalstoffen. NPR 3378-45 en NPR 3378-46 geven praktische aanwijzingen voor installatie, veiligheid en bewoner. De Gasketelwet vereist certificering voor installateurs en installatiebedrijven; onderhoud en installatie van rookkanalen moeten volgens normen plaatsvinden. Installatievoorschriften zoals Ubbink Rolux geven aanvullende instructies voor specifieke systemen. Een onafhankelijke inspectie kan uitwijzen wat per situatie de toekomstopties zijn bij gezamenlijke kanalen of hernieuwde installaties.

Gegevens en regels per type kachel (samenvatting):
- Gastoestellen met gesloten verbranding: geveldoorvoering en horizontale geveluitmonding in veel gevallen toegestaan, mits regels omtrent openings- en ventilatiepunten worden nageleefd; concentrische pijp vereist vaak voor trek en verdunning.
- Houtkachels en open haarden: horizontale geveluitmonding verboden; geveldoorvoer mogelijk onder strikte voorwaarden; dakdoorvoer vereist voor juiste trek en verdunning.
- Pelletkachels: horizontale geveluitmonding expliciet verboden; dakdoorvoer meestal vereist; Bbl-eisen gelden strikt.
- NEN-2757-1 (tot 130 kW) en NEN-2757-2 (boven 130 kW): berekening systeem, verdunning en hinder; NEN-8757 voor bestaande bouw; NPR richtlijnen voor installatie en Rogafa-beugeladvies.