Soepele ontkoppelingsmaterialen en trillingsdempende systemen dempen de trillingen en isoleren tegen contactgeluiden.
Ze moeten met name overal waar er star contact is worden geïnstalleerd.
Bij belasting worden ontkoppelingsmaterialen platgedrukt, waardoor ze schokken absorberen.
Trillingsdempende noppen gedragen zich zoals veren, door na vervorming opnieuw hun oorspronkelijke vorm aan te nemen.
Bij contactgeluidsisolerende maatregelen (vb. gegoten zwevende dekvloer of lichte en droge zwevende dekvloer) wordt gebruik gemaakt van contactgeluidsisolerende materialen.
Onder contactgeluidisolerende materialen vallen alle materialen of systemen die trillingen dempen, waardoor een contactgeluidsisolatie wordt gerealiseerd.
Deze vertonen een zekere soepelheid onder invloed van een belasting en nemen na de vervorming hun oorspronkelijke vorm weer aan.
De zware dempende membranen (ook zware geluidsbarrières genoemd) samengesteld uit een elastomeer met zeer hoge densiteit.
Aan de regelmatigheid van de onderlaag: de soepele laag mag niet geperforeerd worden, zelfs niet in precieze gevallen.
De halfstijve wollige materialen met hoge densiteit (glaswol of hennepwol, mat van jute of kokos, vilt, cellulose, enz.), in combinatie met een ander materiaal met gesloten cellen dat voor hun luchtdichtheid zorgt.
Trillingsdempende oplossingen (trillingsdempers, silent blocks of andere geluidsisolatie) worden gebruikt om het geluid te verminderen dat wordt gegenereerd door trillingen als gevolg van de draaifrequentie van een uitrusting.
Ze verminderen de amplitude van geluidstrillingen door een flexibel materiaal te gebruiken (elastomeer, natuurrubber, kurk, metalen veer enz.).
De draaifrequentie van de uitrusting: kies trillingsdempers met een natuurlijke frequentie die gelijk is aan een kwart van de natuurlijke frequentie van de installatie.
Kies bijvoorbeeld bij een uitrusting die op 1200 rpm draait, d.w.z.
De realisatie van een zwevende plaat, gescheiden van de technische ruimte, maakt het mogelijk de voortplanting van trillingen te beperken.
De globale akoestische kwaliteit wordt bepaald door zijn zwakste elementen.
Daarom dient men er voor te zorgen dat er geen verzwakkende elementen aanwezig zijn in de constructie.
De ontkoppeling moet volkomen zijn - één contactpunt is voldoende om het systeem te doen mislukken.
Het materiaal moet dik genoeg zijn.
Er mag geen materiaal van minder dan 5 mm gebruikt worden voor een perfecte vlakheid.
Als de vlakheid niet perfect is, kies dan voor minstens 10 mm.
Op de productfiches wordt de verbeteringsindex voor contactgeluidsisolatie (ΔLw) altijd vermeld voor een gegeven oppervlaktemassa van de dekvloer (meestal ongeveer 75 kg/m²) en op een specifieke draagvloer (meestal ongeveer 15 cm beton).
WTCB (2009), Contactgeluidsisolatie van massieve vloeren, WTCB-Dossiers, nr. 3/2009, katern nr.
Geluidsisolatie is de vorm of mate waarin het geluid wordt tegengehouden.
Geluidsisolatie wordt onderverdeeld in:Bestrijden van luchtgeluid en contactgeluid
Luchtgeluid kan het beste "bestreden" worden door:- geluidsabsorberende materialen (schuim, vlokkenschuim)- dichten van kieren en gaten (denk ook aan contactdozen die ver de muur in steken)- bij de bron (het gebruik van koptelefoons bij het spelen of luisteren naar muziek).
Bij directe overdracht van luchtgeluid zijn de volgende eigenschappen van scheidingsconstructies van invloed: - de massa per m2- de stijfheid- de dempingsfactor van het materiaal- enkelbladige of meerbladige constructie (massa-veer-massa, zie verderop).
De geluidisolatie van ramen wordt in hoofdzaak bepaald door: soort beglazing (enkel, dubbel, gelaagd), beglazingssysteem, de afmetingen, de kozijnconstructie, de aansluitingen en de kierdichtingen.
Contactgeluid kan het beste bestreden worden:- bij de bron (bron isoleren, vermijden of blokkeren opwekken geluid en doorgeven geluid, ontkoppelen bouwdelen, dichte massa)- geluidsabsorberende materialen (schuim, vlokkenschuim)- door trillingsisolatie toe te passen.
Denk aan het ophangen van luidsprekerboxen m.b.v. touw (of desnoods dempers eronder), zwevende vloeren of desnoods zachte afwerkvloeren, het dragen van zachte schoenen e.d.
Een zwevende vloer werkt als een massa-veer-systeem.
Let op: als er al een zwevende dekvloer is, dan kan er alleen een andere "verende" vloer gelegd worden als die vastgelijmd wordt op de zwevende vloer.
Bij meer zwevende of verende vloeren op elkaar ontstaan er ongewenste resonantie-frequenties.
Door de akoestische ontkoppeling van wanden en vloeren worden de flankerende geluidswegen gedempt.
Dit heeft een positief effect op de luchtgeluidisolatie.
Loopgeluiden van bovenburen worden deels vermeden door zwevende vloeren (bij de bovenburen).
Praktijkmetingen en methoden
Praktijkmetingen- luchtgeluid door een meting van het geluidsniveau tussen twee aansluitende ruimten- contactgeluid door een hamerapparaat dat op de vloer tikt in de ene ruimte en meten van het geluidsniveau in de aansluitende ruimte.
Geluidsisolatie door absorptie, omleiding en blokkade
Geluid kan "geïsoleerd" worden door:- geluidsabsorptie (geluidsgolven dempen, door mee te veren vangt het materiaal trillingen op)- geluidsomleiding (denk aan een geluidsscherm langs de snelweg)- geluidsblokkade (geluidsisolatie, geluid blokkeren, tegenhouden van geluid door een zware massa).
De combinatie van een zware massa en geluidsabsorptie wordt het massa-veer-systeem genoemd: - massa = zwaar materiaal = isolerend (dichte structuur, grote massa)- veer = licht materiaal = absorberend (open structuur, poreus, schuim).
Een zwaar, compact materiaal houdt de geluidsgolven tegen (isoleert de golven, de golven kunnen plotseling niet verder).
Een lichte, open structuur absorbeert de geluidsgolven (de golven verdwijnen langzaam in de open cellen, elke open cel veert een beetje mee met de golven en dempt de golven een beetje).
Denk aan dik hard rubber (massa) + geluidsabsorptiemateriaal (veer) in een wand die geluid moet isoleren.
Denk aan beton + geluidsabsorptiemateriaal + beton als geluid isolerend + absorberend + isolerend in een massa-veer-massa-constructie van een bouwmuur (muur tussen twee huizen).
Zie eventueel ook bij geluidsabsorptie.
Geluidsisolatie en warmte-isolatie
Geluidsisolatie en warmte-isolatie: Geluidsisolerende eigenschappen van materialen zijn vaak beduidend verschillend van de thermische eigenschappen (warmte-isolatie).
Een materiaal dat zowel thermisch als akoestisch zeer goed isoleert bestaat eigenlijk niet: "thermische isolatie is van nature licht (stilstaande lucht) en akoestische isolatie werkt volgens het massa-veer-massaprincipe".
Zie eventueel het Excel-sheet met akoestische en thermische isolatiematerialen van Gerard Voskuil. Dubbel glas is naast het primaire doel van warmte-isolatie ook redelijk effectief voor geluidsisolatie, zeker als er een grote spouw wordt aangebracht tussen de glasvlakken.
De geluidisolatie van dubbel glas is afhankelijk van:- de dikte van de glasbladen [en verschillende dikte (red.)]- de spouw tussen de glasbladen- de koppeling tussen de glasbladen- de spouwvulling- de randabsorptie en randdemping- de evenwijdigheid van de glasbladen.
De spouwbreedte is de belangrijkste invloedsgrootheid. Hoe groter de spouw, hoe hoger de geluidisolatie. De geluidisolatie wordt beter bij een spouw groter dan 60 mm, gerealiseerd met een voorzetraam of dubbele ramen."
Materialen en systemen voor wand- en vloerisolatie
Wanden kunnen geïsoleerd worden door bijvoorbeeld Multisonic toe te passen: een lichtgolvend zelfdovend polyurethaanschuim (schuimrubber), een zware massaplaat (zoals een sandwichpaneel van multiplex en zwaar rubber) en een viltlaag of de speciale akoestische baksteen.
Ook bij systeemwanden is geluidsisolatie mogelijk.
Verder zijn er bijvoorbeeld plafondplaten met een laag polystyreen en houtwolcement en platen met een laag steenwol en houtwolcement (beide soorten verkrijgbaar via Stertekt).
Vloeren. Wanneer flats voorzien zijn van een akoestisch dempende vloer, dan is ook daar in vele gevallen een vloer van natuursteen of keramische tegels mogelijk.
Akoestisch isolerend is bijvoorbeeld SoundFelt, een natuurlijke isolerende ondervloer van Isovlas, waarbij de absorptie voor contactgeluid minimaal 10 dB is.
(Let bij ondervloeren op de eisen die gesteld worden: isolerende ondervloeren zijn vaak niet vochtwerend; bij een begane grondvloer dient daarom meestal een vochtwerende laag onder een niet-vochtwerende akoestische ondervloer geplaatst te worden.)
Als een woning tegen geluid geïsoleerd is, is het beter om de ramen tegen het geluid gesloten te houden. Om dan toch te kunnen ventileren worden suskasten toegepast.
Pleisterwerk. Er zijn speciale akoestische pleisters (stucwerk), bijvoorbeeld Brander Acoustuc, "een verspuitbaar akoestisch pleistersysteem, dat geschikt is voor het afwerken van plafonds en wanden in ruimten waar nagalm ontstaat".
Geluidsproblemen binnen gebouwen
Geluidshinder binnen gebouwen: Soorten Vormen van geluidhinder binnen gebouwen zijn o.m.:- ventilatiesystemen (o.m. de unit zelf, de leidingen, maar ook de locatie van de unit is belangrijk)- cv-installaties, warmtepompen e.d.- waterleidingen en afvoerleidingen (o.m. geluid van stortend water in afvoerbuizen, standleiding, maar ook bijvoorbeeld waterslag)- hydroforen (apparaten die het leidingwater onder druk brengen of houden)- de genoemde luchtgeluid en contactgeluiden (o.m. luchtgeluid van naburige muziek/tv, contactgeluid door harde vloerbedekking als parket/laminaat)- liften, trappenhuis e.d. (o.m. geluid van de installaties en van personen die zich bij lift of trap bevinden)- deuren van appartementen, parkeergarages e.d.
De warmtepomp en geluidshinder
De warmtepomp: Door de overgang van cv-ketel naar warmtepomp hebben meer mensen hinder van het geluid van de warmtepomp, soms het binnendeel ervan (bewoners), soms het buitendeel (buren en bewoners).
Het geluid dat een apparaat voortbrengt, wordt gegeven in geluidsvermogen, in dB(A).
Sinds 2012 is dat in de EU voor warmtepompen tot 6kW max. 65 dB(A), voor grotere warmtepompen tot 12kW max. 70 dB(A).
De geluidsdruk is vaak belangrijker (met dank aan o.m. Warmtepompvergelijker):- "Een warmtepomp met een geluidsvermogen van 65 dB(A) heeft een berekende geluidsdruk van 44 dB(A) op 5 meter afstand. Op 10 meter is de geluidsdruk afgenomen tot 37 dB(A)."
Voor de buitenunit geldt (i.v.m. geluidshinder bij vooral de buren, Bouwbesluit art 3.8): "Het meetpunt voor geluidsdruk wordt de erfgrens, de scheiding tussen jouw terrein en dat van de buren. De geluidsdruk mag op de erfgrens overdag (van 07:00 tot 19:00) niet hoger zijn dan 45dB(A), gemeten bij maximaal vermogen van de warmtepomp. In de nacht (van 19:00 tot 07:00) moet de geluidsdruk lager zijn, maximaal 40 dB(A). In de nacht wordt de geluidsdruk gemeten als de warmtepomp draait in de 'stille modus' (silent mode)".
Voor de binnenunit of voor een installatie die uit één binnenshuis opgestelde unit bestaat, geldt (i.v.m. geluidshinder bij vooral uzelf, Bouwbesluit art. 3.9): 30 dB.
Ook voor bestaande bouw waar een dergelijk apparaat wordt geplaatst, gelden deze eisen.
Tips om geluidsoverlast van de warmtepomp te vermijden:- Aan de kant van de werking van de warmtepomp: ventilator toerental verlagen, ventilator "stille modus" ook overdag instellen (altijd op 1 zetten), pompstand lager instellen, een eventueel tweede verwarmingselement van de warmtepomp tijdelijk uitzetten.- Aan de kant van de installatie van de warmtepomp (met dank aan Vereniging Eigen Huis): plaats de warmtepomp op geluidsabsorberende buffers (Big Foot's), de buffers mogen daarbij niet in contact komen met een muur van de woning, plaats trillingsdempende veren tussen de buffers en ondergrond, bevestiging aan de muur is af te raden (als het niet anders kan bevestig alleen aan een massieve muur, gebruik een muurbeugel met geluidsontkoppelende pluggen, plaats geluidsabsorberende buffers op de muurbeugel, plaats metalen veren tussen de warmtepomp en de buffers), vermijd contactgeluid via de leidingen waar de (geïsoleerde) leidingen het huis in gaan, eventuele gaten of kieren dichten met glaswol of steenwol, monteer leidingen zowel buiten als binnen, met leidingbeugels met rubberen inleg.

Regels en normen
Regelgeving: Ruimtelijke ordening vereist vaak onderzoek wat de gevolgen zijn van een bepaalde geluidsbelasting, bijvoorbeeld in het kader van een Milieur Effect Rapportage (MER).
Normen en waarden: Om een zekere mate van comfort te bieden, is in het Bouwbesluit opgenomen dat een uitwendige scheidingsconstructie in gesloten toestand een geluidwering van minimaal 20 dB(A) op moet leveren.
Bij industrie-, weg- en spoorweglawaai is een karakteristieke geluid-wering van 20 dB niet voldoende. Gemeenten stellen op basis van de Wet geluidhinder een zogenoemd hogere-waardenbesluit vast waarin de zones zijn opgenomen waarin een hogere geluidsbelasting is toegestaan.