Stel je een achtervolging in pakweg The French Connection voor. De spannende muziek die bij dat soort Amerikaanse actiefilms van begin jaren zeventig hoort, werd ook in Nederland gemaakt. Ruud Bos was er een belangrijk leverancier van. Omdat ook in de welvarende seventies niet alle bomen tot in de hemel groeiden, werden lang niet alle soundtracks die hij maakte ook op plaat uitgebracht. Een uit twee CD’s bestaande compilatie van het werk dat Bos componeerde in de periode 1967-1974 bestaat dan ook voornamelijk uit materiaal dat nu, 45 jaar na dato voor het eerst verschijnt. Sterker nog: alleen de in 1973 verschenen film Naakt Over De Schutting (met Rijk de Gooijer) schopte het destijds tot een LP op Philips. Ook daarvoor had Bos zich de blaren op de tong moeten kletsen. “De platenmaatschappij was erg sceptisch toen Naakt Over De Schutting verscheen,” zei Bos in 1975 in het filmtijdschrift Skoop. Ze zeiden: filmsoundtracks verkopen in Nederland niet zo best. De LP is nu dus sowieso een collector’s item, zoals samensteller Frank Jochemsen opmerkt in de liner notes bij de CD, wat hij op de CD heeft gezet, wijkt daar bovendien nogal van af. De funkjazzmuziek werd destijds speciaal voor de LP in stereo opnieuw gemixed, Jochemsen maakte gebruik van de originele monomixen, zoals die ook in de film waren te horen. Behalve deze nooit eerder op plaat of cd gehoorde mixen zijn op deze dubbel-cd ook ‘outtakes’ te horen waarover samensteller Jochemsen de beschikking kreeg, afkomstig uit het archief van Bos zelf. Het is aan ondermeer deze vondst te danken dat de CD zijn titel Naked Plus ook echt verdient. Eerder al, in 1967, verzorgt Bos de muziek bij Een Vreemde Vogel, een volledig geflopte film van tekstschrijver Lennaert Nijgh met Ramses Shaffy en Martine Bijl in de hoofdrollen. In de wetenschap dat vrijwel niemand die film ooit gezien zal hebben, prikkelt het licht-psychedelisch aandoende materiaal de fantasie. Bijna zo obscuur in de soundtrack van Baby In De Boom, een korte film van Nouchka van Brakel (1969) die hier ook met negen tracks is vertegenwoordigd. Dat Verhaal Van Jou (1970) is de volgende stap in de chronologie, de soundtrack van een theaterstuk met Kees Brusse in de hoofdrol. De suspense druipt uit de speakers in het zeven minuten durende laidback-jazzstuk dat de titeltrack van de film vormt. In het jaar van Naakt Over De Schutting is Bos ook verantwoordelijk voor Niet Voor De Poesen (de spelfout hoort in de titel), een film van Fons Rademakers die er een internationale doorbraak mee hoopt te bereiken. Bos werkt in de Blaricumse Soundpush Studios aan een minutieus aan een perfect passende ‘score’, met topjazzmuzikanten als Piet Noordijk (altsax) en Rob Langereis op bas. De bonusopnamen uit Naakt Over De Schutting zijn niet de enige extra’s. Na een lange zoektocht werd in een betonnen bunker in de Bijlmer veel ruw materiaal gevonden. Zodoende zijn op Naked Plus veel tracks te horen inclusief het aftellen van Bos zelf. componist van de muziek voor o.a. Ruud Bos (Amsterdam, 8 februari 1936 - 30 juni 2023) was een bekend Nederlands componist. Bos heeft als componist heel wat op zijn naam staan. Hij schreef voor o.a. Toon Hermans, Wim Sonneveld, Willeke Alberti en Gerard Cox. Hij componeerde muziek voor alles van obscure vaderlandse films zoals "Ik Ben Joep Meloen", "Naakt Over de Schutting" en "De Zeemeerman" tot de tunes van "De Fabeltjeskrant", "De Fabriek", "Zeg 'ns Aaa" en "Bassie en Adriaan". Het repertoire van Bos is zeer divers en hij won voor zijn verdiensten in 1982 dan ook een Gouden Harp. Wij kennen hem natuurlijk vooral van zijn werk voor de Efteling. De muziekstukken die Ruud Bos voor de Efteling heeft gecomponeerd en gearrangeerd hebben enorm bijgedragen aan de beleving van verschillende attracties, en we kunnen ons geen Fata Morgana voorstellen zonder zijn kenmerkende strijkers of de mysterieuze hoorns en tuba in zijn Droomvlucht-thema. Voor de attractie Carnaval Festival wordt Toon Hermans benaderd. Hermans heeft het eerste deel van het melodietje bedacht en op dictafoon ingefloten en vraagt zijn vaste arrangeur Ruud Bos om het verder uit te werken en te arrangeren. Bos bedenkt de rest van de melodie, arrangeert de diverse landen-variaties en bedenkt hoe deze op een zo vloeiend mogelijke manier in elkaar overlopen. Het kon op veel waardering van de Efteling rekenen, waardoor Lex Lemmens hem vervolgens betrekt bij het volgende grote project: Fata Morgana. Hij wordt middels het draaiboek en vele illustraties door Ton van de Ven meegenomen in de ontwikkeling van de attractie. Nadat demo’s worden goedgekeurd werkt Bos de partituren uit, waarbij hij veel creatieve vrijheid en vertrouwen ervaart. Er zijn goede budgetten ter beschikking voor de opnames van de stukken. Vanwege de dan hoge Nederlandse prijzen voor muzikanten in combinatie met de maar weinig efficiënte service in Nederlandse opnamesessies kiest Bos er voor om de meeste stukken in Londen te laten opnemen met veelal perfect voorbereide en door Bos geliefde leden van het Londen Philharmonic Orchestra. Het laatste stuk dat Bos voor de Efteling heeft gecomponeerd is de muziek van Vogel Rok, waarvoor Bos ter inspiratie Disneyland bezocht en met enige tegenzin een achtbaan betrad. De muziek werd bij uitzondering in Gent opgenomen met het Vlaams Symfonie Orkest. Samen met zijn zoon Ruud Jan nam hij tijdens het inregelen van Vogel Rok opnieuw plaats in de achtbaan, waarbij de afstemming zijn goedkeuring kon wegdragen. Een klein laatste project was de upgrade van Fata Morgana in 2010. Voor het bandje in de Troonzaal vroeg de Efteling aan Bos specifieke muziek in te spelen. Via Bos' werk voor de Efteling kwam het park in de jaren tachtig ook in contact met zijn toenmalige echtgenote, actrice Marjan Berk. Het bleef lang onduidelijk of Ruud Bos zelf hier bemoeienis mee heeft gehad. Voor iemand die zo'n groot stempel heeft gedrukt op de muzikale identiteit van de Efteling is het niet vreemd dat de muziek van Bos op elk verzamelalbum van de Efteling terugkomt. Een bijzonder album om in deze context te noemen is De Mooiste Efteling Melodieën (1994), dat voor het grootste deel bestaat uit zijn muziek voor Fata Morgana en Droomvlucht. Ook op Betoverende Efteling Melodieën (2012) bevat CD1 al deze tien tracks, en meer. Bos heeft twee keer uitgebreid gesproken over zijn werk voor de Efteling. De eerste keer was dit in een interview met de podcast 'Ochtend in Pretparkland' in mei 2011.[1] Hij vertelt hier over zijn werk voor alle grote attracties. Verzamelcategorie voor alle muziek bij audiovisuele producties. In deze algemene categorie vindt u muziek die speciaal is gecomponeerd voor films, televisieseries, musicals en theatervoorstellingen. Bij een soundtrack wordt vaak gebruik gemaakt van reeds bestaande muziek. meerOp geluidsdrager verzamelde muziek uit een speelfilm. Het fenomeen komt op in de jaren vijftig maar neemt een hoge vlucht als de soundtracks van Grease en Saturday Night Fever miljoenenverkopen halen. Het gaat dan nog om muziek die speciaal voor de film is gecomponeerd. Tegenwoordig wordt vaak van bestaande muziek gebruik gemaakt. Het komt ook voor dat de muziek op de soundtrack vaak nauwelijks te horen in de film, of slechts tijdens de aftiteling. Gepubliceerd op 30 jun. In Nederland kent iedereen zijn muziek, maar vrijwel niemand kent zijn naam. Juist bij de fanatieke ‘cratediggers’ die altijd op zoek zijn naar obscure pareltjes is zijn naam dan weer wel bekend: Ruud Bos. De soundtrack die hij maakte voor de film Naakt over de Schutting is een van de meestgezochte Europese platen in navolging van de Amerikaanse blaxploitation soundtracks. Maar Ruud Bos deed veel meer dan soundtracks opnemen. Toen er nog maar twee tv-zenders waren was zijn muziek vaak op prime-time te horen. Hij maakte muziek voor Wim Sonneveld, voor series als De Fabeltjeskrant, en voor de attracties in De Efteling. Toen de Nederlandse film een periode van grote populariteit genoot werkte hij ook aan een flink aantal soundtracks. De jaren ’70-’80 waren zijn productiefste jaren. Full speed, dag en nacht, werkte hij aan de ene opdracht na de andere. Ruud Bos was van jongs af aan gek op jazz, en overal waar hij aan de bak kwam probeerde hij wat jazz mee naar binnen te smokkelen. “Ik was al heel jong gek van jazzmuziek. Een van mijn eerste orkestjes was een jazz sextet, dat was eind 50’er jaren. Het Gooiland Sextet heb ik opgericht bij Minjon, de AVRO jeugdomroep. De West Coast Jazz sprak mij heel erg aan, omdat ze gebruik maakten van instrumenten die op dat moment in de jazz niet bon ton waren, zoals de hoorn, de hobo en de fluit. Dat wilde ik ook, dus toen heb ik dat sextet opgericht met fagot en fluit. Begin jaren 60 bedacht mijn vader dat het sextet een goede basis zou zijn voor een groot orkest. Hij is toen naar de NCRV gestapt met dat plan, en dat is gelukt. Dat was Orkest Mozaïek, waar we jarenlang opnames mee hebben gemaakt. Ook in het Nederlandse cabaret bracht Ruud vervolgens de jazz binnen. “Het verhaal is al zo oud als de weg naar Methusalem: bij Wim Sonneveld en bij Lurelei introduceerde ik dat jazzy element -door de muzikanten die ik gebruikte en door hoe ik schreef. Toen ik bij Wim Sonneveld opnames maakte heb ik expres Frans Elsen aan de piano gevraagd omdat hij buiten het hokje kon spelen. Dat geeft iets extra’s. Voor die tijd was het allemaal prima, maar ook braaf en voorspelbaar. Juist zo’n extraatje van een talent dat een muzikant heeft, dat vond ik fantastisch. Het is me door de toenmalige muzikale medewerker van Wim Sonneveld niet in dank afgenomen, maar ik ben echt op Wim afgestapt om te zeggen dat zijn muziek te braaf was. Ik wilde juist dat jazzy element er echt in hebben. Wat peper in de reet! Wim Sonneveld was daar wel gevoelig voor. Er zijn nog steeds opnames van hem waar ik naar luister, en dan kan ik niemand bedenken die die liedjes zo gedaan zou hebben. “Nadat ik in eerste instantie in het theater was bezig geweest, ook bij Rudi Carrell, en de revue van Jan Blaaser en Joop Doderer, werd ik gespot door Bob Rooyens. Hij was een vooruitstrevende televisieregisseur, die Hoofdstuk maakte, en het popprogramma Moef Gaga. Hij had veel gekeken naar een Franse televisieregisseur. Hij gebruikte veel beeldtrucs, en ook cartoons van Frits Mueller. Hij was daar heel experimenteel mee bezig. Er staat een orkest te spelen, en dan maakte hij een close-up van een beker van een trompet, en daarin zag je dan weer de trompettist die dat zit te spelen. Het enige nadeel was dat wat hij maakte veel tijd kostte, wij met het orkest zaten vaak maar een beetje te wachten tot we weer aan de beurt waren. Muzikanten hadden toen nogal een kort lontje, en als ze lang moesten wachten werden ze opstandig. “De programma’s waar ik vroeger muziek voor maakte kwamen op prime-time, dan begon het met ‘de tune van Ruud Bos’. Het was ook een mooie tijd omdat je nog met een heel orkest kon werken, kom daar nu nog maar eens om. Er was toen geld, er was ambitie, er was ruimte om live televisie en radio met een echt orkest te maken. Je wordt losgelaten in het land met de onbeperkte mogelijkheden, dus pluk maar wat je hebben kan. Doe het maar! De meeste regisseurs, zowel bij film als televisie, lieten mij vrij dus ik kon het ook zelf uitvinden. “Voordat ik begon met filmmuziek had ik eigenlijk nooit geluisterd naar filmmuziek. Dat kwam toevallig zo op mijn pad. Mijn belangrijkste voorbeelden voor filmmuziek waren voornamelijk Amerikaanse componisten. Ik ben vooral in de jazzmuziek geworteld en was gek van Quincy Jones. Hij was ook wel echt mijn inspiratiebron voor het maken van de muziek voor Naakt over de Schutting. Ik vond juist het jazzy element in filmmuziek aantrekkelijk, en daar kon ik me veel meer op uitleven dan bij muziek voor theater. Ook de muzikanten konden er meteen mee uit de voeten, omdat ze zelf heel erg gericht waren op dat soort muziek. Je had The Skymasters en het VARA’s Dansorkest en allerlei andere kleine bandjes, dus er was een goede voedingsbodem. De muzikanten vonden dit leuke muziek om te spelen. Als je ze dan ook nog een beetje ruimte geeft voor improvisatie, dan voelt een muzikant zich als een vis in het water. Ik koos daar juist voor omdat ik vond dat jazz-musici iets toevoegden, middels hun eigen creativiteit en improvisatievermogen. Dat miste ik daarvoor wel bij bepaalde opnames. Ik werkte graag met bepaalde mensen omdat ik die echt goed vond. Ik heb heel veel met Piet Noordijk gewerkt. Hij heeft echt een heel eigen geluid en manier van spelen. Rob Langereis was een fantastische bassist. Maar niet alle muzikanten konden met de jazz uit de voeten. “Ik weet dat ik een LP opnam met aan de ene kant wat traditionelere liedjes, en aan de andere kant meer jazz. Daar kon ik meer uitpakken en muzikanten hun gang laten gaan. Er was een gitarist die uitstekend was voor dat traditionele werk, maar voor de andere kant wilde ik een andere gitarist. “Waarom mag ik niet de hele LP spelen” vroeg hij mij. “Ik vind dat jij dat kan, en dat die andere gitarist beter is voor dat andere.” “Onzin” zei hij “Dat kan ik ook”. Dan moet je hem dat toch uitleggen. Als je veel met mensen werkt gaan ze aannemen dat je altijd weer bij hen uitkomt, maar zo is het niet. Het gaat altijd om de juiste man op de juiste plaats, en die overtuiging van mij heeft me ook wel pijnlijke conflicten opgeleverd. Ik deed met het Metropool Orkest de begeleiding van het Songfestival. Er was een zangeres die meedeed aan de voorrondes, en haar manager kwam naar me toe en zei: “Dat orkest is wel heel erg goed, maar erg jazzgeoriënteerd. Onze zangeres zit meer in de popmuziek, en wij vinden dat die ritmesectie dat niet goed kan spelen.”. Noem het maar betrokkenheid, maar ik vond dat hij daar gelijk in had. Er is een wezenlijk verschil in opvatting over het spelen van jazz of pop. Ik heb mijn mening daarover niet onder stoelen of banken gestoken, want ik vond dat een heel plausible redenering. Toen kreeg ik het hele orkest over me heen, en ook de ritmesectie, die hele goede vrienden van me waren. Die namen me kwalijk dat ik in twijfel trok dat zij dat niet konden spelen. “Jullie kunnen het wel spelen, daar gaat het niet om - het gaat om de opvatting!” zei ik. Dat is een hele rel geworden. Rogier van Otterloo stond toen al in de startblokken om het over te nemen, en ik werd in het verdomhoekje gezet. Maar zodra het songfestival over was begon Rogier zelf te werken met twee ritmesecties. Voor het ene soort programma’s zetten hij de jazz-ritmesectie in, maar moest het meer pop dan zette hij de andere ritmesectie in. Eigenlijk was ik de catharsis op dat moment, die de schakel is geweest in die ontwikkeling. Ik vind Rogier een fantastische componist, maar ik heb daar wel verdriet over gehad, en ik heb daar nooit de credits voor gekregen. Voor Naakt Over de Schutting werkte Ruud Bos al eerder met regisseur Frans Weisz aan de soundtrack van De Inbreker. De film was niet alleen een succes in de bioscopen, maar leverde met het door Ruud Bos gecomponeerde Telkens Weer ook een hit op voor Willeke Alberti. Naakt over de Schutting moest een vervolg geven aan dit succes, maar Ruud Bos was niet overtuigd van de kracht van de film. “Ik vond de intrige een beetje vergezocht, een beetje een rommeltje. Ik was meer onder de indruk van de films van Jos Stelling, en De Inbreker vond ik ook een goede film. Rob du Mee zei bij Naakt over de Schutting: “Ik wil er ook een song in, dat kan als trekpleister dienen! En die song wil ik laten zingen door Sylvia Kristel”. “Oh, nou, kan die dan zingen?” vroeg ik. We hebben wat afgetobt om dat er op te krijgen. Tegenwoordig kun je dat met computers allemaal gelijktrekken, maar dat was toen nog niet. Sylvia moest het doen, en dat was het dan. Als Ruud Bos aan een score begon ging hij heel nauwgezet aan het werk. “Als een soort meetkundige, als een rekenaar zat je naar de film te kijken. Die kreeg je op video, en dat was verneukeratief want de snelheid van video scheelde iets met film, daar moest je rekening meehouden. Het was een enorm priegelwerk met een stopwatch en een metronoom. Je kan wel zeggen de kwart is 120 bpm, en dat ga je dan met een orkest spelen. Maar na 10, 20 seconden verloopt dat want een orkest speelt nooit als een metronoom, er zit altijd beweging in. Iets langzamer, iets vlugger, en dan klopt het niet meer met het beeld. Hoe lang duurt een scene? Wat gebeurt er? Moet ik ergens een pauze inlassen? Moet ik accenten leggen? Dan ging ik dat schrijven en boven de maten het aantal secondes schrijven. Meestal begon ik dan met een complete montage van de film, wat ik vervelend vond want dan zit je er aan vast. Bij veel films was er nog wel wat speelruimte, dan werkte je met een ruwe montage, en dan kon de cutter later het beeld en geluid nog naast elkaar leggen. Ik vond het altijd heel leuk om daarbij aanwezig te zijn. Voor Naakt over de Schutting was er bijvoorbeeld een scene in een winkelstraat waar de muziek niet lekker liep. Toen ben ik zelf nog de studio ingegaan om in het geluid en beeld te knippen en gelijk te leggen. Ennio Morricone levert gewoon anderhalf uur muziek aan bij een regisseur en zegt “Zie maar wat je er mee doet”. In de drukke jaren, tijdens de piek van zijn carriere kwam Ruud Bos zelden in de bioscoop, maar nu het leven wat rustiger is en hij weer eens een avondje uit kan gaan is hij er met grote regelmaat te vinden. “Ik bezoek zelf nog heel veel films. Ik zit altijd met een apart oor te luisteren. Ik ben een melodicus. Ik was altijd op zoek naar pakkende thema’s. Misschien heb ik daar teveel gebruik van gemaakt in plaats van alleen een sfeerbeeld weg te zetten, wat je tegenwoordig veel bij films hoort. Ik wilde altijd thema’s en melodieën. Iets bedenken dat pakt, en dat terugkomt. Dat wij bij Ruud aan de deur klopten om deze muziek opnieuw uit te brengen was een complete verrassing voor hem. “Ik zat echt met mijn oren te klapperen toen ik hoorde dat er nog zo’n belangstelling is voor de muziek van Naakt over de Schutting. Ik heb heel veel dingen geschreven die iedereen wel heeft gehoord, zoals de Fabeltjeskrant, daar kom ik nooit meer vanaf. Dat vind ik ook helemaal niet erg, ik ben er ook erg trots op. Zeg eens AAA. De Fabriek, Dagboek van een Herdershond, het zijn misschien geen eeuwigheidsdingen, maar hele generaties zijn er mee opgegroeid. Het is mooi dat muziek steeds herontdekt kan worden. Ik ben ontzettend nieuwsgierig wat die mensen dan doen met die muziek. De Fabeltjeskrant is ook gesampled en gehiphopt, en De Fabriek ook. Is Naakt over de Schutting dan ook een plaat die gebruikt is in hiphop? Daar had ik echt geen idee van. Iedere keer als ik op Youtube ga kijken ben ik weer verbaasd over dingen uit mijn verleden. Componist Ruud Bos is op 87-jarige leeftijd overleden. Eigenlijk kent iedere Nederlander Ruud Bos. Zijn naam misschien niet, maar zijn muziek zeker wel. Wie een respectabele leeftijd heeft bereikt, zal de melodieën herkennen van tv-hits als De Fabeltjeskrant, Zeg ’ns Aaa of De Fabriek. Als er in de Nederlandse muziekwereld van de afgelopen zestig jaar één muzikale duizendpoot rondliep, dan wel Ruud Bos - pianist, componist, arrangeur en orkestleider, inmiddels 86 en nog steeds niet met pensioen. Vorig jaar verschenen zijn composities voor De Fabriek op een mooi verzorgde cd. Het toeval wil dat de titel van deze tv-serie uit 1981 ook iets lijkt te zeggen over Ruud Bos, wiens hoofd je, op de meest respectvolle manier, een muziekfabriek zou kunnen noemen. Het is te veel om op te noemen - maar vooruit, nog een kleine greep: voor televisie Citroentje met suiker, Paulus de boskabouter, Bassie en Adriaan, Dagboek van een herdershond, Goudkust; liedjes voor Wim Sonneveld, Frans Halsema, Gerard Cox, Willeke Alberti (Telkens weer) en Cornelis Vreeswijk (De nozem en de non); filmmuziek (Frans Weisz’ De inbreker, Naakt over de schutting); opera (Reinaert de Vos) en musical (De Fabeltjeskrant). De lijst werkzaamheden die zijn cv doet uitpuilen, overwoekert een belangrijk aspect van het muzikale wezen van Ruud Bos. Toch zou het tot 2019 duren voor het klinkende bewijs van Bos’ hard swinging kwaliteiten het daglicht zag. Het Nederlands Jazz Archief bracht toen een cd uit met vrijwel vergeten opnamen van het Orkest Ruud Bos, The Secret All Star Band. Zo’n vijftig jaar later zijn in het omroeparchief studio-opnamen van het jazzorkest teruggevonden, gemaakt in opdracht van de VPRO. Het bleek materiaal van uitzonderlijke kwaliteit, zowel in geluidstechnisch als muzikaal opzicht. Dat laatste is niet verwonderlijk want vele grootheden van de Nederlandse jazz speelden in het orkest - musici als Piet Noordijk, Herman Schoonderwalt, Cees Smal, Rob Langereis, John Engels en Misha Mengelberg.
