Regels rond verbouwen in Schiedam: DCMR milieueisen en afvalwaterbeheer

Al snel is er sprake van afvalwater. Al het water waar iemand van af wil, van plan is om weg te doen, of verplicht is om weg te doen wordt aangemerkt als afvalwater. Het lozen van afvalwater kan gaan om het in het riool brengen van afvalwater, maar ook het laten afstromen van water op bijvoorbeeld een grasveld. Het omgevingsplan In het omgevingsplan van een gemeente zijn algemene regels opgenomen waar eenieder aan moet voldoen. Bij de meeste omgevingsplannen zijn de regels over het lozen van afvalwater te vinden in paragraaf §22.3.8 Afvalwaterbeheer. In deze paragraaf wordt per sub-paragraaf ingegaan op de diverse type lozingen, zoals sub-paragraaf 22.3.8.1 Lozen van grondwater bij sanering of ontwatering. In elke sub-paragraaf van het Omgevingsplan komt de informatieplicht aan bod en wordt toegelicht om wat voor soort lozing het gaat en aan welke eisen er voldaan moeten worden voor deze specifieke lozing.

Ben je van plan om afvalwater te lozen? (Bijvoorbeeld bij bronneringen en water uit drainagebuizen). In dat geval moet u de betreffende lozing aan ons informeren. Informatie-plicht: wat is het en hoe voldoe ik hieraan? Volgens het Omgevingsplan, dient informatie te worden verstrekt over de lozing. Via het Omgevingsloket (overheid.nl) wordt u stapsgewijs geholpen om de informatie over uw lozing in te dienen. Dit doet u onder het item “Aanvragen”. Het is van belang dat u de informatie zo volledig mogelijk verstrekt en niet vergeet de bijlage met de gevraagde informatie bij te voegen in stap 5 “Documenten”. In het kopje hieronder worden specifiek voor ontwateringen en saneringen toegelicht wat u dient aan te leveren. Ook vindt u op het Omgevingsloket (overheid.nl) het item “Regels op kaart”. Hier vindt u alle wetten en regels die van toepassing kunnen zijn op de locatie waar afvalwater vrij komt. De wetten en regels zijn verwerkt in het item “Aanvragen”.

Waar moet mijn informatieplicht aan voldoen? Het overgrote gedeelte van de informatieplichten die binnenkomen bij de DCMR betreffen lozingen vanuit een ontwatering of een sanering, daarom ligt de focus hier op de indieningsvereisten van deze typen lozingen. Om uw lozing te kunnen beoordelen dient u de volgende vier onderdelen te verstrekken. Deze kunt u in stap 5 van uw aanvraag bijvoegen: Het debiet van de lozing in m3/uur;Op welke voorziening (vuilwaterriool/schoonwaterriool/gemengd stelsel/bodem) het afvalwater wordt geloosd en waar deze voorziening op uit komt (oppervlaktewater/rioolwaterzuivering);De start- en einddatum van de lozing; enVerontreinigingen in het water, en bijbehorende concentraties. In het omgevingsplan staat voor elk type lozing, ook degene die hier niet zijn genoemd, welke informatie aangeleverd dient te worden. Voor het lozen van grondwater op of in de bodem afkomstig van een sanering wordt ook verwezen naar bijlage XIX van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Deze bijlage bevat extra toetsingswaarden, naast de emissiegrenswaarden uit het omgevingsplan.

Wat gebeurt er nadat ik de informatie heb aangeleverd. 1. Informatieplicht voldaan U heeft alle informatie verstrekt die nodig is om te beoordelen of de lozing voldoet aan de regels uit het omgevingsplan. Daarmee voldoet u aan de informatieplicht. Hierin bevestigen wij alle gegevens die u heeft aangeleverd. Let op: Voor lozingen die plaatsvinden op het gemeentelijk riool dient ook, indien van toepassing, een riool-aansluitvergunning aangevraagd te worden bij de gemeente. 2. Informatieplicht niet voldaan U heeft niet alle informatie verstrekt die nodig is om te beoordelen of de lozing voldoet aan de regels uit het omgevingsplan. U voldoet niet aan de informatieplicht. U dient hierbij opnieuw alle informatie te verstrekken (ook de eerder verstrekte informatie) via het Omgevingsloket. 3. Informatieplicht voldaan, lozing in strijd met de regels uit het omgevingsplan U heeft alle informatie verstrekt die nodig is om te beoordelen of de lozing voldoet aan de regels uit het omgevingsplan. Daarmee voldoet u aan de informatieplicht. Daarentegen is uit de verstrekte informatie gebleken dat de lozing afwijkt aan de regels zoals gesteld in het omgevingsplan, bijvoorbeeld: een lozingsdebiet dat te hoog isde duur van de lozing is langer dan toegestaaner is sprake van verontreinigingende opgegeven lozingsroute past niet binnen het omgevingsplande aangetroffen stoffen zijn niet geregeld in het omgevingsplan (kijk ook in bijlage XIX van het Besluit kwaliteit leefomgeving)Omdat de lozing afwijkt van de regels van het omgevingsplan, moet u een aanvraag voor maatwerk indienen via het Omgevingsloket. Start- en eindmelding lozingenWij verzoeken u vriendelijk om voorafgaand aan de werkzaamheden een startmelding in te dienen, dit is mogelijk via dit formulier. Voorts dient u na uitvoering van de werkzaamheden binnen 2 werkdagen een eindmelding in te dienen via dit formulier.

Wilt u als bedrijf aan de regelgeving rondom milieu voldoen? Dan is het belangrijk om te bepalen of uw bedrijf meldings- of vergunningplichtig is. Op basis van het risico dat bedrijven vormen voor milieu en veiligheid, worden ze ingedeeld in categorieën: hoog risico: vergunningplichtig (waaronder complexe bedrijven) risico: meldingsplichtig laag risico: niet-meldings of vergunningplichtig Wilt u weten in welke categorie uw bedrijf valt? Informatie per branche Controleer daarnaast de informatie per branche.

Infographic: overzicht van afvalwatertypen en informatiefasen

Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Artikel 7.3.1 (Vervallen). Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinder gedierte. Artikel 11 Pompinstallaties t.b.v. plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707, uitgave 2003. bouwwerken. 4. 5. b voor het bouwen waarvan een reguliere bouwvergunning is vereist,. Artikel 2.5.3 Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5. Artikel 2.5.10 Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de voorgevelrooilijn. afstand van de voorgevelrooilijn dan 15 meter. en vanuit het verst achterwaarts gelegen deel van het gebouw. van de draden ten gevolge van de wind. bestaat. a éénmaal de afstand tussen de voorgevelrooilijnen langs de desbetreffende weg. die bij de eerstgenoemde weg behoort. aard en de ligging van de omringende bebouwing hiervoor geen beletsel vormen . door de oppervlakte te delen door de breedte. tot de erfscheiding niet minder dan 1,5 meter bedraagt. binnen 6 weken. gebouw behoort. a. b. c. d. een gebruiksfunctie staat aangegeven in tabal 2.6.1. 3 Een op grond van artikel 2.6.2. 1 Een gebruiksfunctie die op grond van artikel 2.6.2. 1 Een op grond van artikel 2.6.6. 2 Een op grond van artikel 2.6.6. 3 De in artikel 2.6.9. voldoen aan artikel 5.2. a. b. de afvoer van hemelwater moeten zijn aangesloten aan een openbaar riool. van bouwwerken moeten zoveel mogelijk haaks plaatsvinden. bouwwerk dat zich het dichtst bij een leiding van het distributienet bevindt. open erf of terrein zijn afgescheiden indien gevaar of hinder te duchten is. behorende bij de Regeling Europese afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. nr. 158, blz. a. b. Artikel 5.1.2 Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. gebruik van het gebouw zulks niet vereisen. Voor bestaande bouwwerken zijn de artikelen 2.6.1. 1 De in artikel2. bouwwerk dat zich het dichtst bij een leiding van het distributienet bevindt. Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. huishouden per woonruimte. bewoners per verblijfsruimte of per bouwwerk. burgemeester en wethouders vastgestelde formulieren. gegevens over te leggen. a. b. c. 61/1988), blijft onverkort van kracht. Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stb. (citaat voornoemd artikel 352 bouwverordening) (raadsbesluit 1 juni 1993/nr. a. b. c. Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. betreft het verwijderen van asbest. tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom. lid. het sloopafval op het sloopterrein. f het doel, waarvoor het bouwwerk c.q. van het te slopen bouwwerk c.q. d.d. dit juist is, en zo ja, waar dit asbest zich bevindt. bouwwerk c.q. bij de regeling Europese afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. 17 augustus 2001, nr. blz. worden gevoegd. een door hen te stellen termijn. twaalf weken na ontvangst van de aanvraag. ten hoogste zes weken verdagen. niet is beslist. De aanhouding eindigt zes weken na bedoelde beslissing. in acht te nemen. de sloopwerkzaamheden het einde van die werkzaamheden. bij de Regeling Europese afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. 17 augustus 2001, nr. blz. onder a tot en met f, moeten op het sloopterrein gescheiden worden gehouden. HOOFDSTUK 9 Welstand (gewijzigde tekst t.o.v. 1. 2. bouwwerken als bedoeld in artikel 44 lid 1 onder d van de Woningwet. 3. bouwwerken niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. 4. 1. 2. 3. 4. 5. gemeentebestuur. van drie jaar benoemd. 3 De leden, waaronder de voorzitter, kunnen, te allen tijde ontslag nemen. 1. 2. 3. De adviezen van de commissie worden vastgesteld bij meerderheid van stemmen. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 1. 2. grondslag te leggen. 3. 4. 1. 2. Burgemeester en wethouders regelen de vergoeding van de commissieleden. de bouwverordening, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. Deze verordening kan worden aangehaald onder de citeertitel “Bouwverordening”. en het huisnummer van het bouwwerk c.q. b een bouwkundige plattegrondtekening van het bouwwerk c.q. van de verharding worden vrijgehouden. eenmaal per jaar door een ter zake kundige gecontroleerd op de goede werking. 1 In de stookruimte mogen geen brandbare goederen worden opgeslagen/opgesteld. ontstaan van brand. 3 het rookverbod c.q. zijn. personen. wordt aanvaard. Artikel 11 Pompinstallaties t.b.v. sluiswerking teniet wordt gedaan. vuil en stof. kunnen garanderen, zijn voorzien van een geldig certificaat. werking van draagbare blustoestellen. scheidingswanden of plafonds van stands, podia, kramen etc. a. b. en NEN 6065/A1, uitgave 1997. stands podia, kramen etc. kramen etc. maximale maaswijdte van 16 mm. Artikel 11 Textiel in horizontale toepassing Textiel in horizontale toepassing bij stands, podia, kramen etc. kramen etc. en 10 van bijlage 4 van de bouwverordening. n.v.t. 3 excl. n.v.t. aangemerkt, aanwezig te hebben in, op of nabij een bouwwerk. uitzonderingen gemaakt. voorraad aanwezig te hebben. d.d. d.d. -ongeplastificeerd PVC (PVC-U) - Deel 1. voor riolering onder vrij verval - Deel 1. voor riolering onder vrij verval - Deel 2. voor riolering onder vrij verval - Deel 3. N.v.t. Bijlage 10 Tabel 2.6.1 behorende bij artikel 2.6.1. aanvrager de wens te kennen geeft dat de gewijzigde bepalingen worden toegepast. 2005 (Stb. Aldus vastgesteld d.d. J.Gordijn mevr. W.M. Asbest Het Asbestverwijderingsbesluit 2005 (Stb. silicaten zijn verwerkt. 2005 en de daarbij behorende toelichting. en indiening van een aanvraag om bouwvergunning (Stb. 2005, 368). om bouwvergunning. naar dit besluit. zelf naar dit besluit (Stb. 2002, 410 en gewijzigd bij Stb. 2003, 315 en Stb. 291). bouwen. die licht-vergunningplichtig zijn. Woningwet 2002 (TK 1998-1999, 26 734, nr. 3, p. 31). Bouwbesluit Het Bouwbesluit (Stb. 2001, 410). gepubliceerd in Stb. 2002, 203. op grond van de Woningwet (Stb. 2001, 518) opgenomen. hoofdstuk I tot en met IV van de Woningwet. Het Bouwbesluit verwijst voor de inhoud van het begrip naar NEN 2580. HJZ21592009, Staatscourant 27 mei 1992). te stellen eisen aan verschillende typen gebouwen. moet daarom bij de aanvraag opgave doen van de gebruiksoppervlakten. veronderstelde term bouwwerk. door de begripsomschrijving in de MBV 1965 en de jurisprudentie. is de begripsomschrijving in de nieuwe MBV gehandhaafd. plaatsen onderscheid tussen gebouwen en bouwwerken, niet zijnde een gebouw. gebouw is bepaald in artikel 1 van de Woningwet. over het begrip gebouw is jurisprudentie ontstaan. bouwen. bouwvergunningplichtig. 8 van deze verordening. in artikel 6, eerste lid van het Asbestverwijderingsbesluit 2005. 2005. Wat is bouwvergunningvrij bouwen? Woningwet ingrijpend gewijzigd. in het Besluit bouwwerken. te vervallen. van artikel 43 van de Woningwet is ingrijpend gewijzigd. Wat is licht-bouwvergunningplichtig bouwen? De meldingplicht voor bouwwerken is per 2003 opgeheven. meldingsplicht vielen zijn grotendeels bouwvergunningvrij geworden. licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken. tenzij in de verordening anders is bepaald. stelt. ter eventuele aanvulling op de voorschriften van dergelijke bestemmingsplannen. het destijds landelijke gebied. te geven op een bij de bouwverordening behorende kaart. afgeleid. van welstandstoezicht. voor de ligging van de rooilijnen en die voor de maximumbouwhoogten. per 3 april 2000 is gewijzigd. geworden. van de stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordnung. blijken te zijn vastgesteld. wel. gebieden van groter gewicht blijken dan in vroeger jaren. vrijgesteld van welstandstoezicht. van welstandstoezicht. een havengebied of een terrein voor zware industrie. een havengebied of een terrein voor zware industrie. de aanvraag om bouwvergunning. de daarbij over te leggen bescheiden. artikelen zijn komen te vervallen. van deze vervallen artikelen. criteria, waaraan de aanvraag om bouwvergunning wordt getoetst c.q. De wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen Openbaar Bestuur (BIBOB), Stb. 347, en het daaraan gekoppelde Besluit BIBOB, Stb. in werking getreden (Stb. 2003, 216). een integriteitsadvies wordt gevraagd bij het Bureau BIBOB. gelden waarmee het bouwproject wordt gefinancierd. aanleiding zijn de bouwvergunning te weigeren. voor het aanvragen van een bouwvergunning bevat een checklist. veegwet zal niet eerder dan 1 januari 2004 van kracht worden. door b&w is facultatief. waarbij de artikelen 44a en 59 van de Woningwet zijn gewijzigd. Zie Stb. en Stb. 2004, 452. 1994, 1). Ook de rechtsbescherming tegen besluiten van de overheid is in de Awb opgenomen. is tevens de Wet arob komen te vervallen. regelde, wordt nu ook geregeld door de Awb. van rechtswege op te gelden. uitdrukkelijk geregeld. aan te vragen. Model-bouwverordening was opgenomen. in te stemmen met de verlening van een bouwvergunning op hoofdlijnen. het zich ontdoen van het bouwafval. is bepaald in artikel 4.11. te geven welke (chemische) stoffen niet bij elkaar mogen. kan betreffen het in een afgesloten ruimte bewaren van het afval. de afvoer kan gedacht worden aan een voorwaarde voor de verpakking. in de bouw' van de VNG Uitgeverij. Paragraaf 1 Gegevens en bescheidenArtikel 2.1.1 Aanvraag bouwvergunning De toelichting bij dit artikel vervalt. Artikel 2.1.2 In de aanvraag op te nemen gegevens De toelichting bij dit artikel vervalt. Artikel 2.1.3 Bij de aanvraag in te dienen bescheiden De toelichting bij dit artikel vervalt. De toelichting bij dit artikel vervalt. te bevorderen dat niet wordt gebouwd op verontreinigde bodem. het verbod tot bouwen op verontreinigde bodem. en het Besluit indieningsvereisten. per 1 januari 2003 vervallen. onder andere die over het bodemonderzoek. de daarop van toepassing zijnde normen en protocollen. artikel 2.1.5. doch dat dit nog enige tijd zal duren voordat het zover is. een nieuw herschreven artikel 2.1.5. sneller te realiseren is dan een wijziging van landelijke regelgeving. artikel 2.4.1 te herzien. wij naar de MG circulaire van 15 juli 2003, nr. MG 2003-18. per artikellid is beknopt. vermeld in de toelichting bij artikel 2.4.1. met elkaar te lezen. onderverdeling van het terrein. onderzoek. Daartoe is de NEN 5707, uitgave 2003 ontwikkeld. worden onderscheiden: vooronderzoek, verkennend onderzoek en nader onderzoek. de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek kan vragen. een interne organisatorische kwestie van de gemeente. kan plaatsvinden. werkzaamheden heeft uitbesteed. meldingplichtig bouwen. naar aard en omvang gelijk te stellen is aan bouwvergunningsvrij c.q. bouwen als genoemd in het Besluit bouwwerken. (zie de toelichting bij genoemd artikel 52a, eerste lid Woningwet). te spelen. heeft plaatsgevonden en dat dit recent is. tot groot en voor een zeer divers gebruik. geenszins dat in alle gevallen ontheffing wordt verleend. beleid ontwikkelen. een bodemverontreiniging optreedt die dan niet wordt gesignaleerd. om bouwvergunning. worden ingediend. De toelichting bij dit artikel vervalt. Artikel 2.1.7 Bouwregistratie De toelichting bij dit artikel vervalt. en standplaatsen De toelichting bij dit artikel vervalt. teneinde discussies over termijnen uit te sluiten. van deze artikelen. waarin de datum van ontvangst is vermeld. burgemeester en wethouders. nodig is. van belang. of tweede fase is zes weken en twaalf weken voor een reguliere bouwvergunning. zijn echter uitzonderingen. 46 en 49 van de Woningwet. daarop. belang. van de Woningwet de openbare bekendmaking van de aanvraag om bouwvergunning. weken voor hen kenbaar zijn. een aanvraag om bouwvergunning. Artikel 2.2.4 In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening De toelichting bij dit artikel vervalt. Artikel 2.2.5 In behandeling nemen bodemonderzoek De toelichting bij dit artikel vervalt. twee weken. Paragraaf 3 WelstandstoetsingArtikel 2.3.1 Welstandscriteria De toelichting bij dit artikel vervalt. tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem. in de bouwverordening niet is toegestaan. geen grote verschillen ontstaan. bouwvergunning is vereist. deze onderzoeksplicht. de bijlage bij dit besluit moeten worden ingediend. bij genoemd besluit. niet voor een aanvraag om een lichte bouwvergunning. van 2003. verlangen. van de bodem moet voldoen. het (doen) verrichten van bodemonderzoek. geregeld. nagenoeg geheel bestrijkt. van de gemeente informatie te vragen en een vooroverleg te voeren. verleend van het onderzoek naar de bodemgesteldheid. indieningsvereisten. 1999, inclusief correctieblad C1, uitgave 2000 en NEN 5707, uitgave 2003. en een eventuele onderverdeling van het terrein. paragraaf 1.2.5 onder e als hiervoor genoemd. BSB (oktober 1993, ISBN 90-12-08118-1). gebonden verontreiniging(en). is van bodemverontreiniging, is een nader onderzoek vereist. Onderzoek deel 1 (Sdu-uitgave 1995, ISBN 90-12-08232-3). Monsterneming en analyse van asbest in bodem). volgens NEN 5707 te koppelen. met minder dan 20% puin. en sloopafval en puingranulaat’ van toepassing. · Het tijdstip waarop de ontheffing wordt verleend is niet vastgelegd. verbod tot bouwen op verontreinigde bodem. geen grond voor een ontheffing. beheer gebeurd zijn. en verkocht, leent zich bijvoorbeeld goed voor een ontheffing. onderzoeksgegevens aan de gemeente hebben overlegd. wel dat de bij de gemeente bekende informatie actueel genoeg is. onderzoek. ontheffingsbevoegdheid van burgemeester en wethouders te mandateren. in verband met toepassing van artikel 4:5 juncto 4:15 Awb. te verlenen. aanvraag wordt ingediend. gemeente voor problemen met de fatale termijnen. te vullen. benadering het onderscheidend criterium. de invoering van de Woningwet in 1901 belangrijke grondslagen van de wet. op verontreinigde grond. centraal staat. 24 809, nr. 3) nader omschreven. of te genieten. of meer uren per (werk)dag. verblijven van dezelfde mensen in het gebouw. van mensen. 5, p. schuur of garage bij een woning. op een gebouw. als voorbeeld. echter onverminderd bodemonderzoek worden geëist. gevallen van bodemverontreiniging mag worden gebouwd. dat bepaalde voorzieningen worden getroffen. van de te nemen saneringsmaatregelen. de saneringsprocedure uit de Wet bodembescherming. van ernstige verontreiniging. gebouwd wordt in ernstige mate is verontreinigd. omdat het bouwwerk niet bestemd is voor het verblijf van mensen. bevoegde gezag het saneringsplan heeft goedgekeurd. van verontreiniging. bouwaanvraag. gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers van het bouwwerk. dat bepaalde voorzieningen worden getroffen. 2.4.2 van de Model-bouwverordening. bodembescherming een saneringsplan heeft goedgekeurd. dient een beslissing te worden genomen op de bouwaanvraag. noodzakelijke voorzieningen worden getroffen. meestal overzichtelijke gevallen. is, niet te leiden tot weigering van de bouwvergunning. tot de bouw - op welk tijdstip. gehouden. van de aanvrager om bouwvergunning is. kunnen op grond van dit artikel worden afgedaan. is hier van groot belang. niet-vergelijkbare voorschriften van stedenbouwkundige aard bevat. oud bestemmingsplan of een bestemmingsplan met een aantal gebreken. de Model-bouwverordening. art. Het primaat ligt bij het bestemmingsplan. zijn. Dit is echter niet altijd het geval. za... Bedrijven waarvan de activiteiten een hoog risico vormen voor het milieu, hebben een vergunning nodig. Wanneer uw bedrijf vergunningplichtig is, dient het aan specifieke eisen te voldoen. In de provincies Zuid-Holland en Zeeland zijn er in totaal circa 700 bedrijven die vergunningplichtig zijn. Het gaat om risicovolle bedrijven, waaronder raffinaderijen, chemiebedrijven en bedrijven die gevaarlijke stoffen opslaan. De bedrijven die vergunningplichtig zijn in Zeeland en Zuid-Holland, vind u in dit overzicht. Per bedrijf staat aangegeven welke regelgeving van toepassing is. Wilt u zeker weten of het bedrijf dat u start wel of niet vergunningplichtig is? Aanpassing activiteiten bij een stankcodeBij bepaalde weersomstandigheden (bijvoorbeeld een lange periode met weinig wind) verspreiden stoffen in de lucht zich minder snel dan normaal. DCMR kan in zo’n situatie een waarschuwingscode afkondigen voor de industrie. ControlesVergunningplichtige bedrijven vormen een hoger risico voor het milieu dan meldingsplichtige bedrijven. Om deze reden vinden controles op een andere manier plaats. Houd uw OLO-/DSO-verzoeknummer of zaaknummer bij de hand, of wees zo specifiek mogelijk waar u vragen over heeft. Wij adviseren u om tijdens het proces van de vergunningaanvraag zich te laten begeleiden door een adviesbureau.Belangrijk is dat u in een zo vroeg mogelijk stadium aangeeft wat uw plannen zijn, zowel op het gebied van milieu als bouw. Emissieregistratie (PRTR)?Controleer of uw bedrijf informatie dient aan te leveren in het kader van de emissieregistratie. Domino-bedrijfDomino-bedrijven zijn bedrijven waarbij een zwaar ongeval effecten kan hebben op de nabijgelegen bedrijven. Bij het buurbedrijf kan daardoor ook een incident ontstaan. Dit noemen we het ‘Domino-effect’. Uw bedrijf verbouwen of slopenBedrijven die een bouwvergunning of een sloop melding hebben zijn wettelijk verplicht om de start en einde van de werkzaamheden te melden bij het bevoegd gezag. Dit kunt u doen door het invullen van een meldingsformulier. De bodem is niet altijd even schoon. In het verleden zijn op allerlei manieren stoffen in de bodem terechtgekomen die daar van nature niet voorkwamen. Tegenwoordig hebben we veel meer kennis en weten we welke stoffen schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. In de Omgevingswet staan regels die verontreinigingen moeten voorkomen, of - als ze er al zijn - moeten voorkomen dat ze zich verspreiden. Daarnaast zijn er regels die voorkomen dat mensen worden blootgesteld aan eventuele risico’s. Namens het merendeel van haar gemeenten toetst DCMR bouwplannen op de geschiktheid voor het toekomstig gebruik. Ook controleert DCMR of iedereen die met grondwerkzaamheden bezig is, zich aan de regels houdt zodat de veiligheid gewaarborgd blijft. Onder Bouwen en verbouwen vindt u alle informatie als u plannen heeft om te bouwen, verbouwen, slopen of een gebouw een andere functie te geven. U leest hier welke regels gelden, wanneer u een vergunning nodig heeft en hoe u bestaande plannen of besluiten kunt inzien. Bij bouwen en verbouwen krijgt u te maken met landelijke en gemeentelijke regels. De Omgevingswet vormt hiervoor de juridische basis en bevat landelijke wetgeving voor de fysieke leefomgeving. Daarnaast gelden gemeentelijke regels, zoals het omgevingsplan en richtlijnen voor het uiterlijk van bouwwerken.

Table Mogelijke gegevens voor aanmelding van lozing (samengevat):

OnderdeelInhoud
Debiethoeveelheid lozing in m3/uur
Voorzieningriooltype en eindbestemming (oppervlaktewater/rioolwaterzuivering)
Duurstart- en einddatum van de lozing
Verontreinigingenconcentraties van aanwezige stoffen

tags: #schiedam #verbouwen #dcmr