Als u de horizontale metal stud profielen (MSH) heeft gemonteerd aan de vloer en aan het plafond dan kunt u beginnen met het plaatsen van de verticale metal stud profielen (MSV).
Tijdens het plaatsen, adviseren wij u de verticale metal stud profielen te bevestigen aan de horizontale metal stud profielen.
Dit gaat voor u een voordeel opleveren als u daarna de gipsplaten tegen de metal stud profielen wilt vastschroeven.
Indien u vaker metalstudwanden plaatst, zult u altijd gebruik willen maken van een fixeertang.
De fixeertang is universeel inzetbaar voor het vastzetten van metalstud profielen en is tevens geschikt voor links- en rechtshandigen.
Door gebruik te maken van de fixeertang knijpt u de zijkanten van de metal stud profielen samen waardoor er een gat ontstaat.
Voor het monteren van een eenmalige metal stud wand zal de aanschafprijs van een fixeertang veelal kostbaar zijn.
Teksschroeven zijn gemaakt van verzinkt staal met boorpunt en hebben een platte boorkop met een diameter van 4.2 mm.
Deze teksschroeven zijn uitermate geschikt voor het bevestigen van metalstud op metalstud.
De teksschroeven worden aan de onderkant en aan weerskanten van het metal stud geschroefd.
Ons advies is om de teksschroeven ook aan de bovenkant aan weerskanten te schroeven.
De teksschroeven kunt u samen met de bestelling van uw metal stud wand online bij ons kopen.
Stap 1 Teken op de omringende wanden de nieuwe plafondhoogte af minus de gipsplaatdikte.
De eerste en de laatste draad ca. Het eerste en laatste profiel komen op max.
Klik deze vervolgens m.b.v. de Knauf kruisverbinder vast aan het reeds gemonteerde basisprofiel Knauf CD 60/27.
Stap 9 Begin vanuit een hoek met het monteren van de gipsplaten en bij voorkeur haaks op de Knauf CD-profielen 60/27 en met verspringende naden om de akoestische isolatie te verbeteren, de glaswol Knauf Insulation TI 135U plaatsen.
Stap 10 Gebruik hiervoor een schroefmachine voorzien van het schroefhulpstuk Knauf HK 11 en Knauf snelbouwschroeven 25 mm.
Voordat je begint, zorg ervoor dat je de stroomtoevoer naar het plafondpunt uitschakelt via de groepenkast.
Gebruik de spanningszoeker om te controleren of er geen stroom meer op de draden staat.
Houd de plafondplaat op de gewenste locatie tegen het plafond en markeer met een potlood de plekken waar de schroeven komen te zitten.
Gebruik een boormachine om gaten te boren op de gemarkeerde plekken in het plafond.
Haal de draden uit het lichtpunt en verbind ze met de bedrading van de plafondlamp.
Schroef de plafondplaat vast aan het plafond, op de eerder geboorde plekken.
Zorg dat de plafondplaat goed vast zit en stevig genoeg is om het gewicht van de lamp te dragen.
Schakel de stroom weer in via de groepenkast en test de plafondlamp.
Nieuwe wandbekleding of een mooie vormgeving met plafondpanelen, met natuurlijk hout een accent zetten in de ruimte of plafondbekleding voor een dakkapel - panelen zijn veelzijdig in gebruik!
En het mooiste is dat het aanbrengen van panelen met onze tips en tricks helemaal niet moeilijk is.
Hoe u de panelen monteert, of dat nu als wandbekleding of als plafondpanelen is, laten we u stap voor stap zien in onze handleiding.
Zo brengt u het materiaal in een handomdraai aan en straalt uw ruimte met nieuwe glans!
VoorbereidingVóór het plaatsen moeten de panelen acclimatiseren.
Leg de ongeopende pakketten hiervoor ca. 48 uur plat in het midden van de ruimte waar u ze wilt plaatsen.
De kamertemperatuur moet ca. 20 °C (minstens 15 °C) bedragen, bij een relatieve luchtvochtigheid van ca. 30-65%.
Let erop dat de muren en het plafond droog zijn, en dus een maximale restvochtigheid van 5% hebben.
Aangezien de wandpanelen en plafondpanelen uitsluitend geschikt zijn voor binnenruimtes, dient u af te zien van gebruik in een woonserre of als bekleding van een dakkapel vanwege het sterke zonlicht en daarmee samenhangende temperatuurschommelingen.
Stel de decorpanelen niet bloot aan aanhoudende temperaturen van meer dan 110° C (bijv. plafondspotjes, verwarming, etc.).
Wand- of plafondoppervlak
Als het muur- of plafondoppervlak dat u met de panelen wilt bekleden groter of breder dan 10 meter is, dan is een bewegingsvoeg noodzakelijk.
Deze dekt u af met een behanglijst in bijpassende kleur.
Bij het monteren is het bovendien belangrijk dat u bij alle wanden en andere vaste bouwelementen een afstand van minstens 10 - 14 mm aanhoudt.
Let er bij de montage op dat er ook achter de lambrisering luchtcirculatie kan plaatsvinden (eventueel tengels aanbrengen).
Vermijd in ieder geval luchtophoping!
Vochtige ruimtes
De MEISTER-panelen voor vochtige ruimtes zijn niet toegelaten voor gebruik bij opspattend water.
Ze mogen dus niet worden aangebracht in de douche of rondom thuiszwembaden.
Achter de lambriseringen is luchtcirculatie absoluut noodzakelijk!
Gebruik in vochtige ruimtes alleen montagemateriaal dat tegen corrosie beschermd is.
Decoupeerzaag of elektrische zaag
Hamer
Duimstok
Afstandsblokjes
Boormachine
POTlood
Winkelhaak of zwaaihaak
evt. beugelzaag voor metaal of haakse slijper met een blad voor metaal indien het metalen montageprofiel type 8 wordt gebruikt.
Bevestigingsmateriaal: Klemmen TOP 15 voor montageprofiel type 8 Beginclip/eindclip voor montageprofiel type 8 Klemmen TOP 4 voor houten montagelatten Bevestigingsklauw nr. 3 voor MeisterPanels.
tertioVideo TutorialFineerpanelen en decorpanelen aanbrengen
Optie 1: Onderconstructie met montageprofiel type 8 Voor het aanbrengen van fineer- en decorpanelen kan ook het montageprofiel type 8 met montageclip TOP 15 worden gebruikt.
Dit geldt niet voor MeisterPanels.
tertio DP 250 en DP 200!Leg de montageprofielen type 8 met een onderlinge afstand van max. 40 cm (afb. 1).
Het profiel wordt dwars op de paneellengte gemonteerd en zodanig bevestigd, dat er een vlakke onderconstructie ontstaat.
Schroef de onderconstructie met geschikte pluggen of schroeven om de 40-50 centimeter vast aan het onafgewerkte plafond of aan de muur.
Kleine oneffenheden van de muur of plafond kunt u corrigeren door er afstandhouders of houten afstandswiggen onder te leggen.
Om het profiel in te korten, gebruikt u een gangbare beugelzaag voor metaal of een haakse slijper met een blad voor metaal.
Bij het gebruik van montageprofiel type 8 dient erop te worden gelet, dat er voor het installeren van MEISTER-inbouwspots een minimale afstand van 20 mm nodig is.
Dit kan worden bereikt door het profiel met een afstandhouder van tenminste 12 mm tegen de wand of het plafond te monteren.
Om te voorkomen dat het oppervlak van de wandpanelen en plafondpanelen beschadigd raken, moet u bij het afzagen van de elementen rekening houden met het volgende: Bij zaagtafels ligt de decorzijde boven, bij decoupeer- of handcirkelzagen onder.
Stap 1Begin door het eerste volledige paneel in de linkerhoek van de ruimte te leggen, met de veerkanten naar de wand wijzend.
Van het eerste paneel moet zowel aan de korte als aan de lange zijde de veer worden afgezaagd.
Verwijder bij alle volgende panelen in de eerste rij uitsluitend de veer van de lange zijde.
Neem hierbij een rondomlopende afstand van 10-14 mm vanaf de wand in acht.
Stap 2De rij panelen wordt op de onderconstructie (rails) aangebracht.
Markeer het midden van de rails met een potlood.
Nadat deze maat op de achterzijde is overgenomen, bevestigt u met de meegeleverde schroeven de begin- en eindclip op 2 cm afstand van de buitenste rand op de achterzijde van het paneel.
De schroeven moeten in het midden van de uitstansing worden bevestigd om onnauwkeurigheden gelijk te kunnen maken.
Draai de schroeven stevig vast, maar niet dol.
Als de clip niet goed vastklikt, werd de sleuf in het profiel bij het inkorten misschien samengedrukt.
Buig het profiel in dat geval weer recht tot de oorspronkelijke maat, zodat de begin- en eindclips duidelijk vastklikken.
Stap 3De eerste rij klemmen TOP 15 op het profiel opendraaien, in de groef van het paneel schuiven en vastzetten.
Na het plaatsen van de eerste rij panelen, de montageclips met schroeven of klinknagels fixeren om te voorkomen dat deze bij de verdere montage verschuiven.
Steek het volgende paneel met de veer in de groef en bevestig deze met de klem TOP 15, zoals boven beschreven.
Stap 4U kunt de overige rijen een voor een volgens dit schema leggen.
Snijd de laatste panelen van elke rij zodanig bij, dat er tenminste 10-14 mm afstand tot de muur is.
De laatste rij panelen kan net zoals de eerste rij met de beginclip/eindclip worden aangebracht.
Om de beginclips/eindclips op de laatste rij aan te brengen, markeert u de positie van het montageprofiel met behulp van een stukje tape en neemt u de positie van het profiel over op de achterkant van het paneel.
Ter afdekking van de rondomlopende bewegingsvoegen en voor een fraaiere optiek, gebruikt u MEISTER-plafondlijsten.
Voor allerlei probleemoplossingen zoals overgangen bij schuine daken, omlijsten van dakvensters, bekleden van bovendorpels etc. staan u bovendien de hoek-, vouw-, hol- en afdeklijsten van MEISTER ter montage ter beschikking.
Laat de lijsten van uw plafondpanelen of wandpanelen niet met siliconenproducten in contact komen.
Voor demontage begint u met het laatst gemonteerde paneel.
Optie 2: Onderconstructie op houten tengels Begin met de onderconstructie, daarbij monteert u indien mogelijk enkelzijdig geschaafde, droge tengels met een minimum dwarsdoorsnede van 20 × 40 millimeter.
De tengels mogen maximaal 40 centimeter van elkaar liggen.
U moet de tengels dwars op de paneellengte monteren en zodanig bevestigen, dat er een vlakke onderconstructie ontstaat.
Schroef de onderconstructie met geschikte pluggen of schroeven om de 40-50 centimeter vast aan het ruwe plafond resp. aan de muur.
Kleine oneffenheden in de wand of het plafond kunt u door het eronder plaatsen van kleine houten afstandswiggen corrigeren.
Om voorafgaand aan de montage beschadiging van het oppervlak te vermijden, houdt u bij het afzagen van de elementen rekening met het volgende: Bij zaagtafels ligt de decorzijde boven, bij decoupeer- of handcirkelzagen onder.
Stap 1 op houten tengels Begin door het eerste volledige paneel in de linkerhoek van de ruimte te leggen, met de veerkanten naar de wand wijzend.
Van het eerste paneel moet zowel aan de korte als aan de lange zijde de veer worden afgezaagd.
Verwijder bij alle volgende panelen in de eerste rij uitsluitend de veer van de lange zijde.
Stap 2 op houten tengels Richt het eerste paneel met de groefzijde naar het midden van de ruimte en bevestig het direct bij de wand met standaard verzonken kopschroeven 3,0 x 30 mm, zodat deze later weer worden afgedekt door de plafondlijst.
Neem hierbij een rondomlopende afstand van 10-14 millimeter vanaf de wand in acht.
Schuif nu de schroefklemmen in de groef van het paneel en schroef deze vast aan de onderconstructie.
Let erop dat het paneel aan elke tengel van de onderconstructie is bevestigd met een schroefklem.
Het volgende paneel steekt u met de veer in de groef en bevestigt het met de schroefklem, zoals boven beschreven.
U kunt de overige rijen een voor een volgens dit schema leggen.
Stap 3 op houten tengels Snijd de laatste panelen van elke rij zodanig bij, dat er minstens 10-14 millimeter afstand tot de muur is.
Om de laatste rij te leggen gebruikt u een reststuk waarop u de vereiste paneelbreedte markeert (houd rekening met minstens 10-14 mm wandafstand).
Het paneel bevestigt u direct bij de wand met standaard verzonken kopschroeven 3,0 x 30 mm, net zoals het paneel uit de eerste rij.
Stap 4 op houten tengels Ter afdekking van de rondomlopende bewegingsvoegen en voor een fraaiere optiek, gebruikt u MEISTER-plafondlijsten.
Een Florence Plafond is een stijlvolle en onderhoudsvriendelijke oplossing voor elke ruimte binnen óf buiten.
Dit plafond is perfect voor het wegwerken van leidingen en bedradingen, maar ook voor het maken van inbouwspots.
Een juiste montage is belangrijk voor een strak en duurzaam eindresultaat.
Gelukkig is een Florence plafond monteren niet moeilijk.
Een Florence plafond monteer je op een vlak regelwerk met een maximale hart-op-hartafstand van 30 cm.
Daarna plaats je de bijpassende randprofielen en schuif je de kunststof plafondpanelen één voor één in elkaar.
Houd bij de montage rekening met werking van het materiaal, vooral bij grotere plafonds en buitentoepassingen.
De belangrijkste voorbereiding zit in het uitlijnen van het regelwerk, het bepalen van de paneelrichting en het vooraf plannen van spotjes of andere uitsparingen.
Als de onderconstructie niet vlak is, zie je dat later terug in het plafond.
Het is belangrijk om voorzichtig om te gaan met Florence plafondpanelen.
Bewaar Florence plafondpanelen vóór montage vlak, droog en voldoende ondersteund.
Laat de panelen in de verpakking zitten totdat je begint met verwerken.
Zo verklein je de kans op vervuiling, beschadiging of vervorming tijdens de voorbereiding.
Leg de panelen daarnaast niet langdurig in direct zonlicht of regen.
Kunststof kan reageren op temperatuurverschillen, waardoor panelen uitzetten of krimpen.
Zaag panelen met fijngetand houtbewerkingsgereedschap en meet elke baan apart na, omdat wanden of overstekken in de praktijk niet altijd volledig recht lopen.
Controleer de panelen direct na montage op eventuele beschadigingen.
Kleurnuances kunnen voorkomen tussen de verschillende lengtematen.
Wij adviseren daarom deze níet met elkaar te combineren.
De montage van een Florence binnenplafond en buitenplafond lijkt in de basis op elkaar.
In beide gevallen werk je met een vlak regelwerk, passende profielen en panelen die netjes in elkaar worden geschoven.
Het verschil zit vooral in de toepassing en de aandachtspunten rondom ventilatie, vocht en temperatuurverschillen.
Een Florence binnenplafond wordt vaak gebruikt in ruimtes zoals een badkamer, toilet, keuken, bijkeuken of slaapkamer.
Bij binnenmontage ligt de nadruk vooral op een strakke randafwerking en het vooraf bepalen van de positie van spotjes of leidingen.
Een Florence buitenplafond wordt toegepast onder bijvoorbeeld een overstek, veranda, carport of overkapping.
Bij buitenmontage is ventilatie extra belangrijk.
Gebruik waar nodig een Florence buitenplafond ventilatierooster en zorg dat de panelen niet te strak worden opgesloten.
Het monteren van een Florence binnenplafond en een Florence buitenplafond is bijna hetzelfde.
De verschillen tussen een binnen- en buitenplafond lichten we in de stappen toe.
De stappen zijn in beide situaties als volgt:1. Het aanbrengen van regelwerk2. Het monteren van het basisprofiel3. Het monteren van de plafondpanelen4.
Voordat je begint met het Florence plafond monteren, moet je een regelwerk aanbrengen.
Monteer het regelwerk met een hart-op-hart afstand van 30 cm haaks op de balklaag.
Zorg ervoor dat het geheel vlak en recht is en goed uitgelijnd.
Wil je spotjes in het plafond? Ventilatie Florence buitenplafondMonteer je een buitenplafond?
Dan dienen de buitenste latten 5 mm terug te liggen ten opzichte van de uiteinden van de balken.
Het is namelijk heel belangrijk dat het buitenplafond kan ventileren.
Hiermee voorkom je dat het achter het plafond te warm wordt en te veel gaat uitzetten.
Het toepassen van een ventilatierooster kan daar ook een oplossing voor zijn.
Bevestig vervolgens de basis van het 2-delig omrandingsprofiel met RVS nieten.
Het is belangrijk dat het basisprofiel volledig ondersteund wordt.
Na de montage van de panelen, kun je daar de plint of het eindprofiel indrukken.
Voor een binnenplafond kun je hiervoor het plafondplintprofiel gebruiken of het omrandingprofiel gebruiken.
Montseer het basisprofiel voor een Florence binnenplafond strak langs de randen.
Het basisprofiel voor een Florence buitenplafond moet, net als de buitenste latten van het regelwerk, 5 mm vrijhouden aan de zijkant om de ventilatie te garanderen.
Om het eerste paneel te monteren, kun je enkele stukjes plint gebruiken als tijdelijke ondersteuning.
Vervolgens kun je het Florence plafond monteren.
In onderstaande tabel zie je welke bevestigingsmiddelen je in welke situatie kunt gebruiken.
Haal na de montage van elk paneel direct de beschermfolie eraf, zodat je het oppervlak visueel kunt controleren.
Met schroeven is het makkelijker om de panelen er zonderbeschadiging af te halen, mocht dat ooit nodig zijn.
Het bevestigen met nieten is verhoudingsgewijs eenvoudiger met een tacker.
Plaats je een plafond buiten? Dan is het belangrijk het paneel 10 mm terug in het afwerkprofiel te houden in verband met mogelijke uitzetting van het paneel.
Het eindprofiel van het tweedelige omrandingsprofiel kun je nu eenvoudig op het basisprofiel klikken.
Dankzij de vorm van deze afwerkprofielen hoef je ze niet in verstek te zagen.
Hierdoor gaat het afwerken een stuk makkelijker en sneller!
Hoe onderhoud je een Florence plafond?
Een Florence plafond vraagt weinig onderhoud.
Vuil of stof verwijder je met een zachte doek of spons en een sopje met milde zeep.
Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen, agressieve reinigers of oplosmiddelen, omdat die de zichtzijde van het paneel kunnen aantasten.
Bij een buitenplafond is het verstandig om af en toe te controleren of ventilatieopeningen vrij blijven.
Verwijder stof, bladeren of spinrag rond roosters en randen, zodat de ruimte achter het plafond goed kan blijven ventileren.
Vragen over een Florence Plafond monteren? Is er nog iets onduidelijk of zoek je advies over de panelen van Florence of het monteren ervan? Neem dan contact met ons op!
Meer van dit?
