1. van de dakkapel, het z.g. aansluiting dakkapel/dak toegepast. gevels of tussen daken en schoorstenen. Loodslabben in een spouwmuur, het z.g. worden doorgezet als afdichting van de spouw tegen zakwater. metselwerk en een hellend (dak) vlak. het metselwerk.
2. 1. Loodslabben in gevelmetselwerk moeten - tenzij andere voorzieningen zijn getroffen - altijd worden doorgezet tot aan het binnenspouwblad. Het enkele centimeters diep in het buitenspouwblad invoegen van een loodslabbe heeft geen enkele zin, tenzij de gevel vrij is van slagregen ofwel is opgetrokken in waterafstotende steen. 2. De loodslabben in spouwmuren moeten tegen het binnenspouwblad minimaal 250 mm hoog worden opgezet, gemeten ten opzichte van de voeg in het buitenspouwblad waar de loodslabbe wordt ingeleid. De loodslabbe wordt omgevouwen en in het binnenspouwblad gefixeerd met een voegklem. 3. 4. dakbedekking). 5. Indien lood onvoldoende wordt ondersteund zal het uitzakken. 6. Loodslabben moeten worden samengesteld uit stroken met een minimale dikte van 1,59 mm en een maximale lente van 1.500 mm. 7. De stroken van een loodslabbe moeten elkaar tenminste 80 mm overlappen. Het verdient aanbeveling de overlappen met de overheersende windrichting mee te dekken ("van het weer af"). 8. De overlappen van loodslabben, voorzover in het metselwerk gelegen, moeten worden voorzien van een "waterkerende" rand (z.g. klisrand). (vrij hangende) gedeelte van loodslabben moeten nadrukkelijk worden los gehouden. 9. Loodslabben die alleen een spouwafdichtende functie hebben (o.a. bij lateien en bij de bovendorpels van kozijnen) behoeven in de regel niet meer dan ca. 10.
3. 1. De breedte van de loketten mag maximaal 400 mm bedragen. De onderlinge overlappen dienen ca. 2. 3. 4. Bij de aansluiting van een hellend dak (bijvoorbeeld een dakpannen dak) met opgaand metselwerk (bijvoorbeeld een gevel of schoorsteen), wordt met een opstaande loodstrook een eerste aansluiting gerealiseerd. Deze loodstrook wordt over de dakpannen geklopt en met (koperen) ankernagels met een grote, brede kop, vastgezet in het metselwerk. 5. De loketten zelf, die trapsgewijs in het metselwerk worden opgenomen, zijn in de spouw aan beide zijden voorzien van een opgezette rand. 6. Het water dat op een loket terecht komt moet via een open stootvoeg in het metselwerk worden afgevoerd.
4. Lood is uitstekend bestand tegen atmosferische invoelden. loodoxide. Dat is na een enkele regenbui al goed zichtbaar in de vorm van lichtgrijze vlekken en strepen, dit is de z.g. instabiele fase waarin het beginpatina nog gedeeltelijk afspoelbaar is. oxidatielaag, het z.g. Door het gebruik van patineerolie wordt de instabiele fase praktisch geheel voorkomen. Het heeft buiten de vorming van de egale, grijze loodkleur van het bladoppervlak als grote voordeel dat strepen op de oppervlakte onder het bladlood, zoals dakpannen en leien, worden voorkomen. Dit is ook om esthetische redenen ongewenst, vooral bij "in het zicht" vallend werk. Eenvoudig inwrijven met een zachte doek is voldoende en voorkomt de vorming van vlekken en strepen.
5. In het algemeen wordt bladlood geleverd op rollen. van de rol hangen samen met de dikte. breedte van meer dan twee meter. 6. geen uitzondering. bijna 1 cm of meer uitzetten en inkrimpen (5 x 60 x 0,0000297). 7. noemenswaardige verharding ontstaat. het ontstaan van scheuren of breuken. Meer gegevens bouwlood: Lood.nu. Loodslab stevig vastzetten in de voeg: stap voor stap handleiding1. In één oogopslagHet correct vastzetten van lood in de voeg (loodslabben of flashing) voorkomt lekkages en beschermt uw schoorsteen tegen waterinfiltratie. Met de juiste voorbereiding, mortel en afdichtingstechniek bent u verzekerd van een duurzame, waterdichte aansluiting.2. De aanleidingAls loodslabben losliggen of de voeg niet goed afsluit, sijpelt regenwater tussen dak en schoorsteen. U krijgt snel vochtplekken in de muur, houtrot en schimmel. Bovendien vermindert een slechte aansluiting de levensduur van zowel metselwerk als lood.3. Drie kernonderdelen van een solide bevestiging🛠️ Voorbereiding en gereedschap: juiste materialen en veiligheid🧱 Mortel en voegdiepte: optimale hechting van het loodblad🌧️ Afdichting en afwerking: waterdichte randafwerking4. Wat u moet weten per onderdeelVoorbereiding en gereedschapEen goede start is cruciaal. U hebt nodig:RVS of gietijzeren vlootlood van de juiste afmetingVoegkrabber, troffel en voegijzerKalkhoudende, elastische mortel (K-mortel of speciaal loodmortel)Elastische, UV-bestendige dakkitPersoonlijke beschermingsmiddelen: handschoenen, veiligheidsbrilMortel en voegdiepteHechting ontstaat alleen op een schoon, voldoende diep uithakte voeg (15-20 mm). Gebruik een mortel met kalk én cement (klasse II) voor flexibiliteit bij uitzetting van lood en metselwerk. De mortel trekt licht in en “pakt” het loodblad stevig vast.Afdichting en afwerkingNa plaatsen moet de naad tussen lood en steenslag waterdicht zijn. Gebruik hoogwaardige elastische dakkit en werk de naden af met een strak cordon. Dit voorkomt scheuren bij temperatuurwisselingen en UV-schade.5. Stapsgewijs aan de slagInspectie en markerenControleer bestaand voegwerk en bepaal waar het loodblad komt. Markeer een voegdiepte van 15-20 mm.Oude mortel verwijderenHouw met een voegkrabber of haakse slijper de mortel uit tot de juiste diepte. Borstel los vuil weg en maak licht vochtig.Mortel aanmakenMeng K-mortel met schoon zand volgens fabrikant: kneedbaar maar niet uitvloeiend.Loodblad positionerenPlaats het loodslab in de uitgeholde voeg, zorg voor 20 mm inkeping in de mortel en voldoende overlap met dakpannen.Mortel aandrukkenVul de voeg rondom het lood met mortel; stamp het goed aan met een voegijzer. Strijk af tot een licht bollend profiel.Afdichten met kitBreng na uitharding (minimaal 24 uur) een cordon elastische dakkit aan tussen lood en steen. Werk met een vinger of plamuurmes voor een strak resultaat.EindcontroleControleer na regenval op druppels of vochtsporen op de binnenmuur. Herhaal kitwerk indien nodig.6. Veelgestelde vragenKan ik loodslab zelf aanbrengen?Ja, mits u over basisvaardigheden beschikt en veilige toegang heeft tot het dak. Voor complexe zaken schakel een dakdekker of schoorsteenmonteur.Welke mortel is het beste?Een kalk-cementmortel (klasse II) of speciale loodmortel; zuivere cementmortel is te stijf en barst snel los.Hoe voorkom ik toekomstige lekkage?Inspecteer yearly; vul kleine scheurtjes in de kit direct bij.Mag lood direct op ongevoegde steen komen?Nee. Zonder mortelverbinding is de hechting onvoldoende en drijft het lood los.Hoe lang blijft de afdichting goed?Met hoogwaardige kit en mortel gaat de aansluiting 5-10 jaar mee, afhankelijk van UV-belasting en temperatuurwisselingen.7. Handige tips & valkuilen✔️ Do’s❌ Don’tsVerwijder oude mortel tot minstens 15 mmMortel niet dieper dan 25 mm uithakkenKies een flexibele, dampopen mortelGebruik geen standaard cementmortelWerk alleen bij droog weerImpregneer niet direct na regen of vorstKit met kwalitatieve, UV-bestendige dakkitKit niet tegen ijskoude stenen aanbrengenControleer na regen op lekkageVerwaarloos kleine barstjes in de kit8. Direct weten hoe wij u helpen?Heeft u vragen of wilt u dat een ervaren schoorsteenmonteur uw loodslabben vakkundig installeert? Bij dakonderbrekingen (bijvoorbeeld dakkapellen) wordt de loodstrook aan de voet van de dakkapel het z.g. “voetlood”, ter afsluiting van de aansluiting dakkapel/dak toegepast. Een “loodslabbe” wordt veelal toegepast ter afdichting van de aansluitingen tussen (platte) daken of galerijen en opgaande gevels of tussen daken en schoorstenen. Loodslabben in een spouwmuur, het z.g. “voeglood”, worden doorgezet als afdichting van de spouw tegen zakwater. “Loketten” zijn stukken bladlood van beperkte afmetingen die trapsgewijs worden toegepast bij de aansluiting tussen verticaal metselwerk en een hellend (dak) vlak. Ze zijn aan een zijde in het metselwerk bevestigd en overlappen de loden afdichtingstrook tussen het hellende vlak en het metselwerk. 1. Loodslabben in gevelmetselwerk moeten - tenzij andere voorzieningen zijn getroffen - altijd worden doorgezet tot aan het binnenspouwblad. Het enkele centimeters diep in het buitenspouwblad invoegen van een loodslabbe heeft geen enkele zin, tenzij de gevel vrij is van slagregen ofwel is opgetrokken in waterafstotende steen. 2. De loodslabben in spouwmuren moeten tegen het binnenspouwblad minimaal 250 mm hoog worden opgezet, gemeten ten opzichte van de voeg in het buitenspouwblad waar de loodslabbe wordt ingeleid. De loodslabbe wordt omgevouwen en in het binnenspouwblad gefixeerd met een voegklem. 3. 4. Laat het bladlood niet overbodig breed uitsteken buiten het metselwerk (bijvoorbeeld bij de aansluiting met dakbedekking). 5. Indien lood onvoldoende wordt ondersteund zal het uitzakken. 6. Loodslabben moeten worden samengesteld uit stroken met een minimale dikte van 1,59 mm en een maximale lente van 1.500 mm. 7. De stroken van een loodslabbe moeten elkaar tenminste 80 mm overlappen. Het verdient aanbeveling de overlappen met de overheersende windrichting mee te dekken (“van het weer af”). 8. De overlappen van loodslabben, voorzover in het metselwerk gelegen, moeten worden voorzien van een “waterkerende” rand (z.g. klisrand). De overlappen van het buiten het metselwerk gelegen (vrij hangende) gedeelte van loodslabben moeten nadrukkelijk worden los gehouden. 9. Loodslabben die alleen een spouwafdichtende functie hebben (o.a. bij lateien en bij de bovendorpels van kozijnen) behoeven in de regel niet meer dan ca. 10. Om het eventueel opwaaien van het vrij hangende deel van loodslabben te beperken (ezelsoren), kan het nodig zijn de loodslabben aan de uiteinden dubbel te vouwen teneinde plaatselijk meer gewicht te verkrijgen en enige verstijving van de rand te bereiken. 1. De breedte van de loketten mag maximaal 400 mm bedragen. De onderlinge overlappen dienen ca. 2. 3. 4. Bij de aansluiting van een hellend dak (bijvoorbeeld een dakpannen dak) met opgaand metselwerk (bijvoorbeeld een gevel of schoorsteen), wordt met een opstaande loodstrook een eerste aansluiting gerealiseerd. Deze loodstrook wordt over de dakpannen geklopt en met (koperen) ankernagels met een grote, brede kop, vastgezet in het metselwerk. 5. De loketten zelf, die trapsgewijs in het metselwerk worden opgenomen, zijn in de spouw aan beide zijden voorzien van een opgezette rand. 6. Het water dat op een loket terecht komt moet via een open stootvoeg in het metselwerk worden afgevoerd. Lood is uitstekend bestand tegen atmosferische invoelden. Bij aanvang van het oxidatieproces ontwikkelt zich aan het loodoppervlak eerst een onstabiele laag loodoxide. Dat is na een enkele regenbui al goed zichtbaar in de vorm van lichtgrijze vlekken en strepen, dit is de z.g. instabiele fase waarin het beginpatina nog gedeeltelijk afspoelbaar is. Vrij snel ontwikkelt zich echter de permanente en goed aanhechtend beschermde oxidatielaag, het z.g. Door het gebruik van patineerolie wordt de instabiele fase praktisch geheel voorkomen. Het heeft buiten de vorming van de egale, grijze loodkleur van het bladoppervlak als grote voordeel dat strepen op de oppervlakte onder het bladlood, zoals dakpannen en leien, worden voorkomen. Dit is ook om esthetische redenen ongewenst, vooral bij “in het zicht” vallend werk. Eenvoudig inwrijven met een zachte doek is voldoende en voorkomt de vorming van vlekken en strepen.
